U bent de Christus, de Zoon van de levende God – verkondiging in Katwijk

Hetzelfde thema als in de ochtenddienst in Aalst. Wat betekent het belijden van Jezus voor ons?

De tekst geeft een groot aantal aanwijzingen.

In de eerste plaats: we zijn in de om,geving van Caesarea Filippi, de stad gewijd aan de Griekse cultuur en godsdienst en aan de macht van de keizer. Hoe kunnen juist in de omgeving dan zeggen dat Jezus de Christus is? Want die titel betekent dat Hij de enige, door God aangestelde koning is, hoger dan de keizer. En dat Hij de enige weg tot de waarheid is. Daarmee is alles waar Caesarea Filippi voor staat weersproken. In feite is Petrus’ belijdenis verraad aan de bezettende macht, en een dwaasheid in de ogen van de grieken.

In de tweede plaats: je kunt Jezus als de Christus belijden, zonder te weten wat je doet. Dat blijkt uit het vervolg, waar Jezus moet uitleggen dat de Zoon des Mensen niet triomnfanbtelijk Zijn plaats in de wereld boven de keizer zal innemen, maar dat Gods weg met Hem door het lijden en de dood heen moet gaan.Het belijden van Jezus is het belijden van een gekruisigde koning!

In de derde plaats: er is veekl verwarring over wie Jezus is in de wereld van toen en in de wereld van nu. Maar het beslissende verschil tussen wat de mensen over Jezus zeggen en wat Petrus belijdt is, dat in al die mooie titels die mensen aan Jezus geven Hij in de marge van de geschiedenis blijft staan. Jezus komt er a.h.w. bij, Hij is een van de profetyen, een van de grote religieuze leiders, een bijzonder mens etc. Maar dat Hij uniek is wordt alleen door Petrus uitgesproken. Er kan maar één Christus zijn!

Ook in onze PKN is de verwarring groot. De enorme verschillen in belijden tussen de verschillende gemeenten in de PKN bewijzen dat. Maar laten we die rode draad vasthouden als een getuigenis naar de wereld toe: Hij is de Christus, de Zoon van de levende God.

De vorst onder de profeten – Jesaja (deel 1)

Het aangekondigde nieuwe project is Jesaja 40-66 geworden. Fascinerende tekst. Deze keer de inleiding op de plaats van de “late profeten” in de canon van het OT, en inleidende opmerkingen over de profeet Jesaja en de historische context. Daarnaast een overzicht van Jes. 1-35 (Het Boek van het oordeel) en Jes. 36-39 (het intermezzo over Hizkia) en de messiaanse teksten in het eerste gedeelte.

“We zijn niet alleen…” – verkondiging in Rijnsburg op 26 februari

De verkondiging over het thema: “we zijn niet alleen” in de Grote Kerk van Rijnsburg op zondag 26 februari 2017.

De tekst kwam uit Mattheüs 14:22-32. Jezus bidt alleen op de berg, de discipelen zijn op het Meer van Gennesareth en zij zijn in nood. Hoge golven, diepe duisternis, hevige wind. Tot bidden zijn zij niet in staat. De Heere verschijnt aan hen, maar zij herkennen Hem niet en denken dat ze met een spookverschijning te maken hebben.

Wanneer ze Jezus herkennen en zien dat Hij boven op de bedreigende golven loopt, wil Petrus deze macht en zekerheid voor zichzelf hebben. Hij verlaat het schip (van de kerk), na een bemoedigend “kom!” van Jezus. Dat wel. En Jezus laat het toe. Want dan kan hij de les leren. Hij verlaat het schip van de kerk, denkt niemand meer nodig te hebben. Maar dat is een illusie, voor hem en voor ons. Want onvermijdelijk kijkt hij meer naar de moeilijkheden dan naar Jezus en daardoor verliest hij de macht en begint te zinken.

Jezus redt hem, onmiddellijk. Maar spreekt hem ook bestraffend toe. Niet omdat zijn geloof tekort schoot in kracht of goede bedoelingen, maar omdat hij niet op de Heere gericht was. Daar gaat het om. Wie geloof je, op wie heb je vertrouwen gericht en blijf je op Hem gericht?! Petrus wil vanuit zichzelf naar de problemen van het leven kijken en ze dan overwinnen. Maar dat is wel geloof, maar in de verkeerde richting. Dat is het kleingeloof van Petrus, dat in zijn leven echter zou uitgroeien tot een gerijpt geloof – dat hem niet uit de moeilijkheden gered heeft, maar hem ertoe bracht voor de Naam van Jezus te lijden en te sterven.