Herhalingsvragen voor BBerachot 5a – 6b

Vragen bij Berachot 5a en 5b

1. Welke vier middelen kun je inzetten om je jetser ra’ te bestrijden?

2. Wat zijn de drie gaven van God die door jisoerien worden verworven?

3. Wat is “jisoerien sjel ahava”? Wat is het gunstige gevolg ervan?

4. Op welke twee manieren zou God het verlies van de wijngaard van R. Hoena kunnen compenseren? Wat is het verschil tussen die twee manieren?

5. Waarom zou je je bed in de richting noord-zuid moeten plaatsen en wat is daarvan de beloning?

 

Vragen bij Berachot 6a en 6b

1. Wat kun je zeggen over het bestaan van “demonen” op grond van de tekst van de Talmoed?

2. Wat zegt de Talmoed over de aanwezigheid van God bij groepen met verschillende omvang?

3. Wat staat er geschreven in de tefillin van God?

4. Aan welk gebed moeten we in het bijzonder aandacht besteden?

5. Wat is een bijzondere beloning of verdienste bij het bezoek aan een huis met rouwenden? En bij het uitspreken van een begrafenisrede? En bij het bijwonen van een huwelijk?

6. Wat is de bijzondere beloning wanneer iemand op zijn broeder wacht in de synagoge totdat deze zijn gebed heeft voltooid?

7. Wat moet je hebben om er zeker van te zijn dat je woorden van gebed worden gehoord?

8. Wanneer is het toegestaan om achter een synagoge te bidden?

9. Waarom worden de woorden van twee mensen die samen thora studeren opgeschreven?

10. Waarom wordt gezegd dat de God van Abraham een mens tot hulp zal zijn, wanneer deze een vaste plaats voor zijn gebed inricht?

Toelichting bij vraag 9.

Volgens de Spreuken van de Vaderen (2:1) worden de daden (en woorden) van alle mensen in het boek van de gedachtenis opgeschreven. Dat geldt dus ook voor de daden van een individu. Waarom is een verschil tussen de daden van een individu, en de daden van twee mensen die samen studeren?

Toelichting bij vraag 10.

Het is duidelijk dat het inrichten van een vaste plaats voor het gebed geen betrekking heeft op het gebed in de synagoge, omdat de hele synagoge een vaste plaats voor gebed is. Het gaat dus om een vaste plaats in het huis.
Sommige zeggen dat de tekst ons wil leren dat iemand een keuze moeten maken voor een bepaalde synagoge om in te bidden, zodat hij niet elke dag of elke week een andere synagoge bezoekt. Maar binnen de synagoge van je keuze mag je bidden waar je maar wil.
Een enkeling (de Rosj) is echter van mening dat je niet alleen maar een vaste synagoge moet hebben, maar ook een vaste plaats binnen die synagoge.
De Sjoelchan Aroech is het daarmee eens. Men moet alleen in noodgevallen van plaats veranderen. Avraham Zajac merkt echter op dat als iemand anders jouw plaats in de synagoge heeft ingenomen, je die niet van jouw plaats moet verdrijven. Vanwege het beginsel dat de liefde voor Israël de toegang is tot de liefde voor God.

Talmoed voor Notsriem – BBerachot 6a en 6b

 

 

Talmoed voor christenen – BBerachot 6a en 6b – aanvullende notities

1. De grootheid van Israël


Aan het einde van 6a lezen we de woorden van R. Nachman:

Rav Naḥman bar Yitzḥak said to Rav Ḥiyya bar Avin: What is written in the phylacteries of the Master of the world? Et cetera

We zagen al eerder dat de tefilin worden opgevat als het symbool van de kracht van Israël tegenover haar vijanden. Nu wordt gezegd door R. Abin dat ook God zelf tefilin draagt. In 7a zullen we ontdekken, dat dat met zich meebrengt dat ook God gebeden uitspreekt. Wat staat er dan echter geschreven op het perkament in de doosjes van de tefilin?
Zoals Israël in haar tefilin getuigt van de grootheid van God, zo getuigt God in Zijn tefilin van de grootheid van Israël. De Talmoed leert ons daarmee op een vrije en beeldende manier, hoe belangrijk Israël voor God is. Israël is groot, gezegend, gelukkig, en verhoogd in Gods ogen.

וַֽיהוָ֞ה הֶאֱמִֽירְךָ֣ הַיּ֗וֹם לִהְי֥וֹת לוֹ֙ לְעַ֣ם סְגֻלָּ֔ה כַּאֲשֶׁ֖ר דִּבֶּר־לָ֑ךְ וְלִשְׁמֹ֖ר כָּל־מִצְוֺתָֽיו׃

And the LORD has affirmed this day that you are, as He promised you, His treasured people who shall observe all His commandments,

2. Het belang van trouw bezoek aan de synagoge


Rabin de zoon van R. Ada zegt

אָמַר רָבִין בַּר רַב אַדָּא, אָמַר רַבִּי יִצְחָק: כׇּל הָרָגִיל לָבֹא לְבֵית הַכְּנֶסֶת וְלֹא בָּא יוֹם אֶחָד, הַקָּדוֹשׁ בָּרוּךְ הוּא מְשָׁאֵיל בּוֹ,

Additionally, Ravin bar Rav Adda said that Rabbi Yitzḥak said: One who is accustomed to come to the synagogue and did not come one day, the Holy One, Blessed be He, asks about him, as it were, to determine what happened to him,

Hier vinden we de gedachte dat wie regelmatig bezoeker is van de synagoge en dan ineens wegblijft, door God wordt opgezocht. Wat is er gebeurd? God geeft een zegen aan degenen die wegblijft ter wille van een andere Mitsva, een “hogere” opdracht, maar geeft geen zegen aan degenen die de synagoge verzuimd ter wille van een persoonlijk belang.
We zouden daaruit de les kunnen leren, dat de opdracht uit Hebreeën om “de onderlinge bijeenkomst niet te verzuimen”, zo moet worden verstaan: wie de samenkomst van de gemeente vermijdt, ter wille van het eigen belang, maar normaal gesproken de gemeente bezoekt, berooft God. God wil immers de stem van Zijn knechten horen op de plaats die Hij voor het gebed bepaald heeft, en dat is in de samenkomst. (Immers het gebed moet bij voorkeur worden verricht in een samenkomst waarin ook een lofzang (rinah) wordt gezongen.) Wie wegblijft vanwege een persoonlijk belang, toont daarmee een gebrek aan geloof en vertrouwen in God. Het gebed in de samenkomst heeft prioriteit boven de zorg voor het eigen belang. Zoals in het Onze Vader de heiliging van Gods Naam voorrang heeft – dat zijn de eerste drie beden – boven het gebed voor een persoonlijke noden.

3. Een vaste plaats voor het persoonlijk gebed


אָמַר רַבִּי חֶלְבּוֹ, אָמַר רַב הוּנָא: כׇּל הַקּוֹבֵעַ מָקוֹם לִתְפִלָּתוֹ — אֱלֹהֵי אַבְרָהָם בְּעֶזְרוֹ.

Concerning another aspect of the constancy of prayer, Rabbi Ḥelbo said that Rav Huna said: One who sets a fixed place for his prayer, the God of Abraham assists him. Since prayer parallels the Temple service, it is a sign of respect to set a fixed place for this sacred rite (Rabbi Yoshiyahu Pinto). The God of Abraham assists him because this pious custom evokes Abraham’s conduct.

De God van Abraham wil in het bijzonder degene bijstaan die een vaste plaats (in zijn huis) inricht voor het persoonlijke gebed. Dat Abraham een dergelijke plaats had wordt afgeleid uit Genesis 19:27. Abraham gaat naar de plaats waar hij gestaan had, en staan verwijst naar het gebed op grond van Psalm 106:30. (Het 18-gebed wordt dan ook “amidah” genoemd omdat het staande wordt uitgesproken.)
Leren we daarvan dat ook wij een vaste plaats voor het gebed zouden moeten hebben? Dat wil zeggen in ons eigen huis een vaste plaats voor ons persoonlijke gebed? Misschien is hier een samenhang met de woorden van de Heer Jezus dat wij bij het persoonlijke gebed in onze “binnenkamer” moeten gaan, en de deur sluiten. Er is loon voor degene die zo in het verborgene bidt tot een Vader die in het verborgene kijkt. Het gebed moet niet worden verricht om jezelf tot een schouwspel te maken voor anderen, en het moet niet een omhaal van woorden bevatten zoals de volken.

4. Zeven wijsheden


We leren uit het volgende gedeelte van een aantal amoraim, dat het normaal is om een toespraak over de Bijbel aan te horen, terwijl de verdienste daarvan ligt in de haast – dus in de inspanning om daar op tijd te zijn, wat een teken is van ons verlangen om onderwezen te worden. Ook het verdragen van de drukte bij een samenkomst van meerdere geleerden kent deze bijkomende verdiensten. Blijkbaar is deze bijkomende verdiensten datgene wat het innerlijk motief van de daad uitdrukt. Waarom herhalen wij een traditie? Omdat ze ons begrip ervan willen vergroten. Heel wijs is ook deze: het bezoek aan een familie die in de rouw is, ligt in de stilte waarin we hen laten spreken, en niet zelf met voorbarige woorden van troost aankomen. Vasten heeft als positieve zijde dat ze kunnen wegschenken aan de armen. Een toespraak bij een begrafenis heeft tot doel om het gevoel van verlies te verhogen. En tenslotte is het doel, dat wil zeggen de verdienste, van het bijwonen van een huwelijk alleen maar een felicitaties en complimenten die men geeft aan bruid en bruidegom. (Woorden tellen echt mee!)

5. Het belang van geloof als “diep respect voor de hemel” – de “jirat hasjamajim”


וְאָמַר רַבִּי חֶלְבּוֹ, אָמַר רַב הוּנָא: כׇּל אָדָם שֶׁיֵּשׁ בּוֹ יִרְאַת שָׁמַיִם — דְּבָרָיו נִשְׁמָעִין, שֶׁנֶּאֱמַר: ״סוֹף דָּבָר הַכֹּל נִשְׁמָע אֶת הָאֱלֹהִים יְרָא וְגוֹ׳״.

And Rabbi Ḥelbo said that Rav Huna said: Any person who has the fear of Heaven, his words are heeded, as it is stated: “The end of the matter, all having been heard: Fear God, and keep His commandments; for this is all of man” (Ecclesiastes 12:13). The Gemara explains: “The end of the matter, all having been heard,” refers to the words of one “who keeps His commandments; for this is all of man.”

Wie gelooft, dat wil zeggen God “vreest” en Zijn geboden houdt, wordt door God in zijn gebeden gehoord. Geloven en gehoorzamen vatten samen waartoe de mens in zijn relatie met God geroepen is. Meer valt er niet te zeggen: het is het einde van de zaak (sof davar).
Het is goed om daar weer eens aan herinnerd te worden dat geloof, gehoorzaamheid en gebed bij elkaar horen. De Rabbijnen benadrukken dat de schepping van de wereld bedoeld was opdat er een mens zou zijn, die kon geloven (vrezen) en gehoorzamen.
De drie uitspraken doen mij denken aan de Here Jezus. (1) De hele wereld is alleen geschapen ter wille van Hem. (2) de hele wereld samen heeft dezelfde waarde als hij, (3) de hele wereld is geschapen om voor hem een maan te zijn, dat wil zeggen alles draait om hem. Ik denk dat wij dat zouden kunnen opvatten als een verwijzing naar de Here Jezus als mens. De wereld is geschapen om de heerlijkheid van de Messias te laten blijken, et cetera.

http://drawyomi.blogspot.com/2012/08/brachot-6.html

Eredienst Knokke 27 september 2020 – in De Branding

Eredienst De Hoeksteen – VPKB Knokke-Heist
27 september 2020

Voorganger ds. Robbert Veen

1. Muziek vooraf
2. Welkom, Mededelingen
3. Stil gebed
4. Votum en groet
5. Psalm 84:1, 4
6. Gebed
7. Gez. 192:1-6
8. Schriftlezing en verkondiging
9. Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God de Vader
Die een bron van vreugde is
louter goedheid en genade
licht in onze duisternis
Hij, de Koning van de kosmos
het gesternte zingt Zijn eer
heeft uit liefde mij geschapen
en tot liefde keer ik weer

Ik geloof in Jezus Christus
Die voor ons ter wereld kwam
Zoon van God en Zoon des mensen
goede Herder, Offerlam
Door te lijden en te sterven
groot is het geheimenis
schenkt Hij mij het eeuwig leven
dat uit God en tot God is

Ik geloof dat mijn Verlosser
door de dood is heengegaan
en op Pasen God zij glorie
uit het graf is opgestaan.
Door het brood dit is Mijn lichaam
door de wijn dit is Mijn bloed
geeft de Vredevorst mij vrede
maakt Hij alle dingen goed

Viering Avondmaal

10. Gez. 330

11. Dankgebed, Voorbeden, Stil gebed, Onze Vader

12. Slotlied:

Vervuld van uw zegen
gaan wij onze wegen
van hier, uit dit huis
waar uw stem wordt gehoord
in Christus verbonden
tezamen gezonden
op weg in een wereld
die wacht op uw woord

Om daar in genade
uw woorden als zaden
te zaaien tot diep in het donkerste dal
door liefde gedreven
om wie met ons leven
uw zegen te brengen
die vrucht dragen zal

13. Uitzending en zegen

14. Amenlied (Gez. 456:3)

Het Paasoffer – Exodus 12:7-13

EXODUS 12


7 En zij zullen van het bloed nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de huizen waarin zij het eten zullen.


Van het bloed te nemen – in het bloed is immers het leven, en het verschieten van het bloed van het dier als een plaatsvervanger van het bloed van een mens, is het bijzondere symbool van de verzoening. Dat is de strekking van het bloedige offer.
Het bloed moet worden genomen door een huisgezin, dat wil zeggen door de vader van het huis. Vanwege de onreinheid van het volk werd later bepaald dat de Levieten dit offer zouden uitvoeren, volgens 2 Kronieken 30:17, “er waren er velen onder de gemeente die zich niet geheiligd hadden. Daarom waren de Levieten belast met het slachten van de paaslammeren voor ieder die niet rein was, om hen voor de Heere te heiligen.”

Strijken – met een bundel hyssop als een soort kwast gedoopt in het bloed werden de zijkanten van de deur bestreken. Waarom de zijkanten? Omdat de verderfengel door deze deur zou binnengaan en dan zowel links als rechts het teken van de bescherming zou zien.

De bovendorpel – dit woord lijkt in het bijzonder te slaan op de opening boven de deur die in Egyptische huizen was voorzien van een vlechtwerk van latjes. Doorgaans denkt men hier echter simpelweg aan de bovenkant van een deur, maar dit is alleen een opening in het huis waar een kleed voor kon worden gehangen.


8 En het vlees moet u dezelfde nacht nog eten; op vuur gebraden, met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten.


Gebraden – bij de offers in het Oude Testament moet het vlees doorgaans gekookt. Zie de beschrijving van het priesterlijke werk van de zonen van Eli in 1 Samuel 2:13, 14. Waarom gebraden? Braden gaat sneller en is eenvoudiger dan koken; het vuur kan gezien worden als een symbool van het oordeel; koken van een heel dier is lastiger dan het braden ervan.

Met bittere kruiden – letterlijk met bitterheden. In de Misjna vinden we wilde sla, brandnetels, en andijvie onder andere als voorbeelden van bittere kruiden.


9 U mag daarvan niets rauw eten, en zeker niet in water gekookt, maar alleen op vuur gebraden, met zijn kop, met zijn poten en zijn ingewanden.


Niets rauw eten – zoals in vele andere godsdiensten gebruikelijk was, met name in de Griekse godsdienst van Bacchus.

Met zijn kop, met zijn poten – waarom het hele dier? Omdat het hier een symbool is van de eenheid van Israël, of omdat het een symbool is van het ongebroken lichaam van Christus, die het ware Paaslam is.

De ingewanden – volgens de Joodse traditie werden die ingewanden er eerst uitgehaald, gewassen, het bloed werd eruit gehaald en daarna werden ze weer teruggeplaatst in het lam.


10 U mag daarvan ook niets overlaten tot de morgen. Wat er de volgende morgen van over is, moet u met vuur verbranden.


Niets overlaten – het gehele lam moet door de familie en de gasten in één maaltijd worden opgegeten. Wat er overbleefvan de maaltijd zoals de botten en vleesresten moest worden verbrand om te voorkomen dat het op een minachtende wijze werd gebruikt, bijvoorbeeld wordt weggegooid.

Met vuur verbranden – zonder dat dit zelf een ceremoniële betekenis had.


11 En zo moet u het eten: uw middel omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand. U moet het met haast eten, het is Pascha voor de HEERE.


Uw middel omgord et cetera – geheel en al voorbereid op een lange reis. Niet aangekleed zoals je het in huis gewend zou zijn. Deze verplichting geldt volgens sommigen alleen maar voor deze eerste viering van het Pasen, terwijl anderen ook nog op de huidige dag dit als voorschrift nemen.
Met haast – want je weet niet wanneer de reis naar het beloofde land begint.


12 Want Ik zal in deze nacht door het land Egypte trekken en alle eerstgeborenen in het land Egypte treffen, van de mensen tot het vee. En Ik zal aan al de goden van de Egyptenaren strafgerichten voltrekken, Ik, de HEERE.


Ik zal door het land Egypte trekken – dat is de reden van dit nieuwe feest en een verklaring van de uitdrukking Pesach. De eerstgeborenen van elk huis zal worden geraakt. Dat geldt niet per se voor het vee, want het lijkt erop dat daarmee de dieren worden aangeduid die als symbool bij de verschillende Egyptische goden behoren. De uitdrukking “aan al de goden van de Egyptenaren” lijkt dus een verklaring te geven voor het slaan van de eerstgeborenen van het vee.


13 En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf teweegbrengt, als Ik het land Egypte zal treffen.


Het bloed zal u tot een teken zijn – het is een teken voor God of de verderfengel, ten behoeve van de Israëlieten. Het is niet een teken voor de Israëlieten.

Zal Ik u voorbijgaan – dat is de kern van Pesach, Wanneer God voorbijgaat (passah) aan de Israëlieten van wie de deuren met bloed zijn gemarkeerd.

Ik geloof in God omdat Hij is – wijsgerige reflectie over de bron van ons geloof

Er zijn mensen die zeggen dat ze eenvoudig weten dat God bestaat, dat ze eenvoudig ervaren dat de Heilige Geest in hen werkt, of dat God tegen hen spreekt in hun gevoelsleven. Vaak is dit het laatste bolwerk in de discussie met atheïsten wanneer de argumenten op zijn: ik weet het gewoon.


Ik geef een korte toelichting op de tekst in deze video:

“Ik geloof in God omdat Hij is – wijsgerige reflectie over de bron van ons geloof” verder lezen