De afgelopen maanden is er veel discussie geweest over de voedselvoorziening in de Gazastrook. Terwijl sommige bronnen spraken over een hongersnood, tonen recente, door de VN geleide onderzoeken aan dat er geen sprake is van een hongersnood in Gaza – en dat die er ook nooit is geweest volgens de officiële definitie. Hier zijn de actuele gegevens.
Deuteronomium 18:10–11 somt negen (soms tien) verboden praktijken op, telkens in het Hebreeuws met een eigen technische term, en de rabbijnse traditie heeft aanzienlijke moeite gedaan om elke term precies te duiden. De verzen luiden:
Er mag onder u niemand gevonden worden die zijn zoon of dochter door het vuur laat gaan, een waarzegger, een wolkenduider, een wichelaar of een tovenaar, of iemand die bezweringen uitspreekt, een dodenbezweerder of een geestenbezweerder, of iemand die de doden raadpleegt. Lees verder →
Deuteronomium 18:6–8 is een korte bepaling die gemakkelijk over het hoofd wordt gezien, maar ze vormt een echte breuklijn in de wetgeving van de Thora voor de stam Levi, en de klassieke en moderne commentatoren die zich hierover hebben gebogen, zijn het niet helemaal eens over wat die breuklijn precies inhoudt. De Masoretische tekst luidt, in de standaardindeling:
וכי יבא הלוי מאחד שעריך מכל ישראל אשר הוא גר שם ובא בכל אות נפשו אל המקום אשר יבחר ה׳
En wanneer een Leviet komt, uit een van uw poorten, uit welk deel van Israël dan ook waar hij heeft gewoond, en met al het verlangen van zijn ziel komt naar de plaats die de HEER zal kiezen…
ושרת בשם יהוה׳ אלהיו ככל אחיו הלוים העמדים שם לפני ה׳
…dan zal hij dienen in de naam van de HEER, zijn God, net als al zijn broeders, de Levieten, die daar voor de HEER staan.
חלק כחלק יאכלו לבד ממכריו על האבות
Een gelijk deel zullen zij eten, naast wat hij heeft uit de verkoop van het [bezit] van de vaderen.Lees verder →
De nachtelijke bekladding van een banner van Christenen voor Israël (CVI) op het christelijke festival New Wine door journaliste Rinke Verkerk is meer dan een daad van vandalisme. Het is een symboolhandeling die de kern raakt van een diepgaande maatschappelijke en ideologische polemiek.
Hoewel Verkerk haar actie als een noodzakelijke morele daad presenteert, onthult een analyse van de feiten en de context een zorgwekkend patroon van activistische overmoed, het misbruiken van een journalistieke positie en het negeren van de reële, escalerende dreiging waarmee CVI wordt geconfronteerd. De actie is niet alleen juridisch en ethisch onaanvaardbaar, maar dreigt ook het publieke debat verder te vergiftigen door een gevaarlijk narratief te versterken dat losstaat van de werkelijkheid.Lees verder →
A UN commission reported last year that Israel had “committed genocide against the Palestinian population in the Gaza Strip,” arguing that Israeli military operations caused unprecedented harm to children. The report cites Hamas‑run casualty figures claiming 20,000 children killed and 44,000 injured since October 7, 2023, along with allegations of torture, disappearances, and sexual violence against minors in detention.
Israel rejects the report entirely, calling it defamatory and biased. Officials say the IDF consistently tries to minimize harm to children, pointing to medical access, vaccinations, and field hospitals. Israel also refused to cooperate with the Commission, arguing it would not receive fair or non‑discriminatory treatment, meaning the report was produced without Israeli input or access to Gaza.
WATCH THE VIDEO (DUTCH)
Independent critics raise methodological objections. UN Watch, a Geneva‑based NGO, argues the Commission relies heavily on uncorroborated witness statements, draws conclusions about intent without forensic evidence, and devotes disproportionate attention to Israeli actions while giving little space to Hamas’s attacks. They also note that casualty numbers come from Hamas‑run health agencies, not independent verification, and that the Commission’s terminology—such as “settler violence”—generalizes all Israeli residents of the West Bank based on extremist minorities.
Some commentators challenge the genocide framing itself. One argument, quoted in the Jerusalem Post, claims that even Hamas’s own figures—20,000 child deaths, roughly 1.7% of Gaza’s child population—do not meet the threshold for genocide. Others say the report provides no specific evidence of deliberate targeting of children.
Earlier critiques of the Commission were even sharper, accusing it of relying on anonymous testimonies, ignoring Hamas’s October 7 attacks, and producing reports in which more than 90% of the content condemns Israel. Some commentators describe the genocide accusation as a form of “blaming the victim,” comparing it to historical blood libels and framing it as part of a propaganda war against Israel.
De theologie van Robbert Veen beweegt zich op een terrein waar maar weinig christelijke denkers zich wagen: de radicale heroriëntatie op het jodendom als oorsprong én toetssteen van het christelijk geloof. Zijn werk laat zien hoe diep het christendom is gevormd door Griekse filosofie en Romeinse macht, en hoe ver dat soms afstaat van de wereld waarin Jezus leefde en sprak. Wat hij voorstelt is geen cosmetische correctie, maar een terugkeer naar het joodse hart van de Schrift.
In zijn exegeses klinkt een scherpe kritiek door op vertrouwde dogma’s. Niet om te provoceren, maar omdat hij vindt dat veel van wat wij “christelijke leer” noemen niet uit de Bijbel zelf komt, maar uit de geschiedenis van de kerk. Zijn herlezing van Paulus is daar een goed voorbeeld van: niet de Paulus van de Reformatie of de systematische theologie, maar de Paulus van de synagoge, de diaspora en de Griekse tekst. Een Paulus die niet de breuk met Israël belichaamt, maar juist de trouw van God aan Israël bevestigt.
Wat zijn werk bijzonder maakt, is de waardering voor de rabbijnse traditie. Niet als exotische aanvulling, maar als de wereld waarin de Schrift ademt. Zijn onderwijs in Hebreeuws, Grieks en Talmoedische denkvormen is bedoeld om christenen opnieuw te leren lezen, zonder de bril van latere dogmatiek. Dat maakt zijn theologie soms confronterend, maar ook bevrijdend: het opent ruimte voor een geloof dat niet tegenover Israël staat, maar er middenin.
Veen schrijft buiten de institutionele kerk, maar niet buiten het christelijk geloof. Juist die positie geeft hem de vrijheid om te zoeken naar een vorm van theologie die trouw is aan de Messias én aan Israël. Het schuurt, het daagt uit, maar het wijst ook een weg terug naar de bron. In een tijd waarin veel tradities wankelen, is dat misschien precies wat nodig is.
Translate this site
Zoek op deze site
Abonneer je op dit blog d.m.v. e-mail
Voeg je bij 418 andere abonnees
Koinonia on Spreaker
Ds. R.A. Veen, voluit Robbert Adrianus Veen, is een Nederlandse theoloog en filosoof, geboren in Amsterdam in 1956. Zijn theologische werk is sterk beïnvloed door Karl Barth, John Howard Yoder en Menno Simons. Tegenwoordig werkt hij aan de relatie tussen het (rabbijnse) jodendom en het christendom en publiceert daarover op zijn website. (koinoniabijbelstudie.nl)
Ds. Veen was universitair docent "Christelijke Geloofs- en Zedenleer vanuit Dopers Perspectief" aan de Vrije Universiteit, voor het Doopsgezind Seminarium. Hij was tevens predikant in de Doopsgezinde Broederschap in Enkhuizen, Zeerijp, Zijldijk en Bussum. Na een periode als predikant in de Protestantse Kerk Nederland (Ter Apel, IJmuiden) werkte hij drie jaar in Knokke, België, voor de Verenigde Protestantse Kerk in België - de VPKB. In 2023 ging hij met emeritaat en woont sindsdien in de Noord-Hollandse gemeente Anna Paulowna.