Is vaccinatie het teken van het Beest?

 

door Eli Lizorkin (Israel Bible Center)

In tijden van crisis brengt de Bijbel troost en duidelijkheid voor miljoenen over de hele wereld. Nu we geconfronteerd worden met de moeilijkheden en onzekerheden van een wereldwijde pandemie, is de Schrift een herinnering aan vroegere beproevingen en toekomstige hoop. Toch gebruiken veel lezers de bijbelse tekst als een soort kristallen bol die gecodeerde zinspelingen biedt op huidige hachelijke situaties. Recentelijk hebben sommigen het “merkteken van het beest” in Openbaring gelezen als een gecodeerde verwijzing naar Covid-vaccins. Bij demonstraties tegen vaccinaties zijn spandoeken getoond met daarop de weigering van de demonstranten om “het merkteken van het beest te aanvaarden”. Maar dit begrip van Openbaring verwijdert het merkteken uit zijn historische context en dwingt een moderne veronderstelling op een oud idee. De oorspronkelijke, Joodse betekenis van het merkteken heeft niets te maken met het ontvangen van vaccins. In plaats daarvan is het dragen van het merkteken van het beest een symbolische manier om aan te geven dat iemand de geboden van God heeft verlaten. Doorgaan met het lezen van “Is vaccinatie het teken van het Beest?”

Preekschets voor Hebreeën 7 – Melchizedek als type

Melchisedek een Type.

I. Wat wordt bedoeld met Koning? Wat met Priester? Wat is het idee van Koningschap en van Priesterschap?

(1) Het idee van Koningschap werd tot op zekere hoogte aangekondigd bij de schepping van Adam. Een koning is een mens naar het beeld van God, die op aarde God zelf vertegenwoordigt, en aan wie, rechtstreeks van God, zonder tussenkomst van enig ander, macht en heerschappij is gegeven, opdat hij kan willen naar het verstand, naar de goedheid en wijsheid van God.

(2) Onder priesterschap wordt verstaan de gemeenschap met God – datgene wat de mens de liefde van God brengt – datgene wat God de aanbidding en de dienst van de mens brengt. Het behoeft nauwelijks te worden toegevoegd dat koningschap en priesterschap niet kunnen bestaan zonder profetie; want hoe kan er heerschappij zijn in de naam van God, of hoe kan er een bemiddeling zijn van de liefde van God tot de mens, en van onze aanbidding van en gehoorzaamheid aan God, tenzij er in de eerste plaats een manifestatie is van God Zelf, een openbaring van Zijn karakter? Christus is daarom Profeet, Priester en Koning.

II. Melchisedek, groter dan Abraham, is ook groter dan het Levitische priesterschap, en is dus een type van Christus, die boven Aäron staat, en wiens priesterschap volmaakt is.

III. Melchisedek verschijnt in de geïnspireerde geschiedenis als priester uitsluitend door Goddelijke benoeming en recht. Zijn priesterlijke waardigheid is persoonlijk; zijn positie is rechtstreeks door God gegeven; zijn priesterschap is inherent. Kijk nu naar de vervulling. Jezus is de eeuwige Vader. Dezelfde Schriften die Hem beschrijven als een Kind geboren, als een Zoon gegeven, die stilstaan bij Zijn menselijkheid, verklaren ons Zijn eeuwige goddelijkheid. Hij heeft geen begin van dagen, geen einde van leven. Het Zijne is nu een voortdurend, geen opvolgend priesterschap; niet naar de wet van een vleselijk gebod, maar naar de kracht van een eeuwig, een onverbrekelijk leven.

Nicoll, W. Robertson. The Sermon Outline Bible Commentary (twaalfdelige set met de beste navigatie en bijbellink) (Kindle Locations 98197-98203). E4 Group. Kindle Editie.

In het begin was het Woord – De Catena Aurea van Thomas over Joh. 1:1a

Een fraai voorbeeld van de diepgravende wijsgerige beschouwingen van de kerkvaders. 

HOOFDSTUK I 1a. In den beginne was het Woord.

Terwijl alle andere Evangelisten met de Menswording beginnen, spreekt Johannes, voorbijgaand aan de Ontvangenis, Geboorte, opvoeding en groei, onmiddellijk over de Eeuwige Generatie, zeggende: In den beginne was het Woord. Doorgaan met het lezen van “In het begin was het Woord – De Catena Aurea van Thomas over Joh. 1:1a”

Openbaring: hebreeuwse profetie of Griekse toekomstvoorspelling?

Door de geschiedenis van zijn interpretatie onder christenen heen, is het boek Openbaring een tijdloze boodschap gebleven, vaak verbonden met hedendaagse strijd. Bijgevolg zijn de echte mensen, het oorspronkelijke publiek aan wie Johannes schreef, verloren gegaan in het gewoel. Mensen begonnen Openbaring strikt te lezen als een boodschap aan de universele kosmische kerk, waarvan de waarheid door de eeuwen heen doorklinkt. Zij vergaten die vroege Christus-volgelingen in Klein-Azië aan wie deze woorden werden verkondigd.

Welke interpretaties wij vandaag ook mogen hebben van deze hemelse boodschap, de boodschap moet zinvol zijn geweest voor het oorspronkelijke publiek in de tijd van Johannes. Het zou pijnlijk wreed zijn hun werelden te geven die niet op hen van toepassing zijn; woorden die bedoeld waren voor duizenden jaren nadat hun vervolgingen voorbij waren.

Voor hedendaagse lezers is het buitengewoon gebruikelijk om profetie te zien als voorspellend. Voor een Israëlitische geest was profetie echter in de eerste plaats een verkondiging van een reeds bekende waarheid, een oproep om terug te keren naar iets dat vergeten was, en een waarschuwing om de belangrijke zaken niet te vergeten.

…………………….

Wij moedigen iedereen aan om Openbaring te lezen en te herlezen in zijn historische culturele setting, het te lezen als een Joods boek, als een boodschap aan echte mensen die onderdrukt en vervolgd werden. En we weten dat het herlezen in dit licht elke keer weer nieuwe inzichten zal opleveren. Dat is wat wij onze lezers aanmoedigen te doen nu wij doelbewust een dergelijk traject zijn ingeslagen.

Vertaling van: Lizorkin-Eyzenberg, Eli; Shir, Pinchas. Hebreeuwse inzichten uit de Openbaring (Joodse Studies voor Christenen door Dr. Eli Lizorkin-Eyzenberg Boek 5) (p. 24). Kindle Editie.

De noodzaak en de methode van Bijbelstudie – Rabbi Chaim Tscholkowsky

“Iemand die wijs wil worden, moet zich bezighouden met veel studie” (Niddah 70b). Dit betekent dat men veel tijd moet besteden aan het overdenken van een tekst, aan het goed onderzoeken ervan.

Het is niet voldoende om een tekst één of twee keer te bestuderen, maar men moet zich er keer op keer in verdiepen, want bij elke herbestudering zal hij iets geheel nieuws ontdekken. Onze Rabbijnen van gezegende herinnering drukten dit idee uit toen zij zeiden (Chagigah 9b): “Er is geen vergelijking tussen de honderdste keer dat een tekst bestudeerd wordt en dezelfde tekst die voor de honderd en eerste keer bestudeerd wordt.”

Als alternatief leert onze oorspronkelijke tekst: als men wijsheid verlangt, moet hij niet gaan werken, zijn waren verkopen en zaken doen, maar zich alleen bezighouden met veel studie, apart zittend en in alle rust. Zoals onze Rabbijnen van gezegende herinnering verklaarden: “Niet allen die veel werken, worden wijs” (Aboth 2:5). En zij zeiden verder: “Iemand die wijs wil worden, moet bidden in zuidelijke richting en iemand die rijk wil worden, moet bidden in noordelijke richting.” (Bava Batra 25b).

Tscholkowsky, Rabbi Chaim. De Manieren van Talmoed: Rabbi Yitzhak Companton’s Meesterwerk over Talmoedstudie (p. 2). Kindle Editie.

De Torah voor de zonen van Noach: geen afgoderij

Rabbi Moshe Weiner:

In dit gedeelte worden de details uiteengezet van de volgende negen verplichtingen en zes verboden, die gebaseerd zijn op fundamentele beginselen die impliciet voortvloeien uit het gebod aan de heidenen dat afgoderij verbiedt:

1. Weten dat er een God is, en dat Hij alles wat bestaat geschapen heeft.

2. Om het “juk van de Hemel” (kabalat ol Malchoet Shamayim) te aanvaarden en de Zeven Geboden voor niet-Joden te vervullen, volgens hun details en uitleg binnen de Mondelinge Torah.

3. God te vrezen.

4. Om God lief te hebben.

5. Niet vals te profeteren in de naam van God.

6. Niet te profeteren in de naam van een afgod, of anderen over te halen een afgod te aanbidden of een van de zeven geboden te overtreden.

7. Niet te luisteren naar een valse profeet, of hij valselijk profeteert in de naam van God of in de naam van een afgod.

8.Te luisteren naar een ware profeet, die spreekt in de naam van God, en de aanwijzingen van een ware profeet op te volgen.

9. Geen nieuwe godsdienst of gebod te scheppen. Dit omvat het verbod voor een niet-Jood om een geheiligde dag van rituele terughoudendheid in acht te nemen, zoals er staat (Gen. 8: 22), “lo yishbotu” (” Zij zullen geen sabbat maken”).

10. Niet toe te voegen aan of af te trekken van de zeven geboden, of enig deel daarvan, zoals zij voor heidenen door God door Mozes bij de Sinaï werden gegeven.

11. Zich niet te verdiepen in de studie van delen van de Torah die geen betrekking hebben op de Noachide Code. (Dit is ook een uitloper van het gebod voor wetten en rechtbanken.)

12. Geloof en vertrouwen in God te hebben, wat inhoudt alleen tot Hem te bidden en Hem te vragen te voorzien in de dingen die men nodig heeft.

13. God loven en danken, wat inhoudt dat een persoon God moet danken.

14. Ernaar te streven Gods wegen na te volgen die door de profeten van de Hebreeuwse Bijbel werden geprezen, en iemands temperament en karaktereigenschappen te verbeteren en ze te vestigen op de wegen waarvan bekend is dat ze in Gods ogen juist zijn.

15. Om zijn daden te evalueren en berouw te tonen voor zijn wandaden, en om zijn wegen ten goede te veranderen.

Weiner, Rabbi Moshe. De Goddelijke Code: De Gids voor het naleven van de Noachide Code, geopenbaard vanaf de berg Sinaï in de Torah van Mozes (pp. 43-44). Ask Noah International Inc. Kindle Editie.

De innerlijke farao -Ex. 10:28, 29

Na de plaag van de duisternis stemde Farao erin toe het Joodse volk uit te zenden – maar op zijn eigen voorwaarden. Toen Mozes deze voorwaarden weigerde, kwam Farao terug en stuurde Mozes boos weg.

De zucht naar macht
(וַיֹּאמֶר לוֹ פַרְעֹה לֵךְ מֵעָלָי . . . כִּי בְּיוֹם רְאֹתְךָ פָנַי תָּמוּת: וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה כֵּן דִּבַּרְתָּ וגו”: (שמות י:כח-כט

Farao zei [tegen Mozes]: “Verlaat mijn aanwezigheid! De dag dat je mijn gezicht ziet zul je sterven!” Mozes antwoordde: “U hebt juist gesproken.” Exodus 10:28-29

Elk kwaad is eigenlijk een “gevallen” versie – d.w.z. een vervorming – van een of andere vorm van heiligheid. Farao was de gevallen uitdrukking van G-ds vermogen om de grenzen van de natuur te overschrijden. In zijn gevallen vorm veranderde deze macht in Farao’s arrogante minachting voor elke autoriteit anders dan de zijne. In deze context, toen de Farao tegen Mozes zei dat “de dag dat je mijn gezicht ziet, je zult sterven”, waarschuwde hij Mozes (onbewust) dat niemand G-ds oneindigheid kan aanschouwen en leven. Mozes was het daarmee eens: geen eindig, geschapen wezen kan G-ds oneindigheid ervaren en blijven bestaan als een eindig wezen; hij zal worden geabsorbeerd door de ervaring en “oplossen” in G-ds oneindigheid.

Echter, G-d is niet gebonden aan Zijn eigen regels; Hij kan een individu toestaan om deze ervaring te “overleven”. Dit is precies wat Hij deed met Mozes, om hem toe te staan Farao’s kwaad te vernietigen door G-ds bovennatuurlijke kracht te openbaren door middel van de plagen.

We hebben allemaal onze innerlijke “Farao,” d.w.z., een hardnekkige oppositie of vijandigheid tegen heiligheid. Wanneer deze “Farao” is overwonnen, zullen de andere obstakels voor een positief, gezond leven volgen.

Uitleg van de parasja van deze dag door Rabbi Gordon