Christendom is kwetsbaar voor complottheorieën

Hoe beginnen complottheorieën? Sommige komen voort uit de noëtische effecten van het gebrekkige denken. Maar andere komen voort uit “de god van deze wereld”, die “het verstand van de ongelovigen verblindt, opdat zij het licht van het evangelie der heerlijkheid van Christus niet zien” (2 Kor. 4:4). De leugens en het bedrog van de duivel begonnen met Adam en Eva, en complottheorieën waren al in de tijd van Jesaja wijdverbreid (Jes. 8:11-13).

U mag geen samenzwering noemen alles wat dit volk een samenzwering noemt; en waar zij voor bevreesd zijn, daarvoor mag u niet bevreesd zijn en niet schrikken. De HEERE van de legermachten, Hem moet u heilig achten. Hij is uw vrees en Hij is uw verschrikking.

Kijk maar eens naar deze uitspraken, allemaal afkomstig van een enkel bericht op Facebook:

1. Mede door Hollywood zijn mensen het narretief van 11 september gaan geloven.

Hollywood is dus de bron van de mythe (?) dat Al Qaida achter de aanslag op de Twin Towers stak? In werkelijkheid heeft president George Bush dat bedacht en uitgewerkt? (Was een populaire complottheorie voor een korte tijd in de VS.) Een extremer voorbeeld is de QAnon theorie dat Obama en Clinton de leiders zijn van een grote groep pedofielen. Er zijn zelfs leden van Amerikaanse Huis van Afgevaardigden die in het openbaar deze theorie aanhangen. 

2. En nine eleven was ook het begin om de populatie verstrekkende privacy rechten te ontnemen in de naam van veiligheid, never waste a good crisis.

Privacy rechten ontnemen, is ook een populaire gedacht onder complotdenkers in de VS. Trump maakte daar gebruik met de suggestie dat hij en zijn campagne door Obama waren bespioneerd. Net als alle andere complottheorieën is er een element van feitelijkheid: vanwege de terrorisme dreiging zijn surveillance mogelijkheden voor allerlei politie eenheden (FBI, NSA etc.) wel degelijk uitgebreid. Maar staat dat gelijk aan “privacy rechten ontnemen”?

3. Men sprak over een nieuw normaal, het uitsluiten zou normaal moeten worden, en nu al zien we dat men het krediet systeem wil uit rollen op basis van deze uitsluitende QR code die men gebruikte, ook richting een CO2 budget, dit om de klimaat crisis te bestrijden.

Omdat niet-gevaccineerden in een beperkte tijdspanne niet werden toegelaten in plaatsen waar besmetting moeilijk te vermijden was, werd ineens geklaagd over een tweedeling van de samenleving. Maar de rechten van degenen die geen covid wilden krijgen leken er niet veel toe te doen. Voor de rest buitelen de complot-ideeën over elkaar heen. Een dergelijke ademloze manier van spreken Moet het gebrek aan feitenkennis en de gebrekkige logika verbergen achter een lading hartstocht. Maar een geschreeuwde leugen is net zo goed een afwijking van de waarheid – die trouwens in veel gevallen zou moeten luiden: we weten het niet. 

4. De wereld bood ook meteen de redder, ook al was er geen oversterfte.

Ook populair: er was geen oversterfte. Dat kon met eenvoudige statistieken worden weerlegd, maar juist degenen die geen kaas van statistiek of wiskunde hadden gegeten, sprongen er bovenop om te beweren dat die oversterfte er niet was. 

De redder was het vaccin, en daar werd nogal over gschamperd. Sommigen hadden het over het teken 666 dat op moleculair niveau met het vaccin door een demonische Bill Gates in het vaccin zou worden meegesmokkeld. 

5. Momenteel is er wel sprake van oversterfte, al anderhalf jaar precies vanaf het moment dat de wereld hun redder in viervoud bood.

De verklaringen daarvoor zijn heel plausibel, maar natuurlijk niet voor complotmaniakken die het verband met de besmettingsgraad van vorig jaar niet willen zien, en niet naar andere oorzaken zoeken. 

6. Jezus komt spoedig weer op de wolken, de tekenen getuigen daar van ook rond de woke agenda en wat er gebeurt in het middenoosten rondom Israel, dat weinig aandacht krijgt door alle afleiding.

De “woke agenda” is een teken van de spoedige wederkomst van Christus. Wie vindt het gek dat ik met mensen die dit soort zaken beweren niet eens in discussie wil? 

In het Nieuwe Testament waarschuwde Jezus zijn volgelingen voor zijn tweede komst: “Ziet toe dat niemand u op een dwaalspoor brengt” (Matt. 24:4; Markus 13:5). Paulus spoorde gelovigen aan: “Laat niemand u misleiden met loze woorden” (Ef. 5:6) en “Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden” (2 Thess. 2:3). Johannes zegt: “Kleine kinderen, laat niemand u misleiden” (1 Joh. 3:7).

Belijdende christenen die deze theorieën geloven, bevinden zich op het gevaarlijke doornige terrein dat Jezus beschrijft in Mattheüs 13:22, waar, zoals William Hendriksen het formuleert, “Constante bezorgdheid over wereldse zaken de geest en het hart vullen met duistere voorgevoelens.” In plaats van te streven naar het bewaren van de eenheid van de Geest in de band van de vrede door nederigheid, zachtmoedigheid, geduld en liefde (Ef. 4:2-3), brengen zij de werken van het vlees voort en voeden zij tweedracht en verdeeldheid waardoor gelovigen partij kiezen, ruzie maken en met elkaar vechten (Gal. 5:20). Wanneer het zover is, is de duivel erin geslaagd zijn eeuwenoude instrumenten van misleiding en verdeeldheid te gebruiken om de kerk te ontwrichten, en het onderstreept de waarschuwing van Petrus dat “wat iemand overwint, daaraan is hij onderworpen” (2 Petr. 2:19).

Het zijn juist de complotdenkers die binnen de Christelijke kerk de misleiders blijken te zijn, juist wanneer ze hard schreeuwen dat de rest van de kerk de demonische samenzwering niet wil zien. Wat dit “volk” een samenzwering noemt, laten wij dat niet zo noemen en Jes. 8:12, 13 volgen.

Uit Kie Tavo – Deuteronomium 27

Dit is het gedeelte dat 11 vervloekingen weergeeft, uitgesproken door de Levieten, tussen de bergen Ebal en Gerizim. Volgens de Talmoed werd na elke vervloeking in de richting van de berg Ebal een corresponderende zegen uitgesproken in de richting van de berg Gerizim. (Er staat immers dat de Levieten moesten zegenen…) Opvallend is de zorg die hier wordt besteed aan het verhinderen van geheime misdrijven tegen de zwakkeren: dieren, gezinsleden, gedaagden in een rechtszaak etc.

In drie delen: Doorgaan met het lezen van “Uit Kie Tavo – Deuteronomium 27”

Kust de Zoon of: eert de zuiverheid

 

“Eert” of “Kust” (Psalm 2:12) – נשׁקו־בר

1. Rabbijns bezwaar tegen de vertaling “Kust de Zoon”

a. Bar (בר) is een Hebreeuws woord dat “zuiverheid” betekent (Psa. 24:4; 73:1) (4) d.w.z., “eer brengen aan zuiverheid”.
b. Of: Bar is een Aramees woord dat “zoon” betekent (bijv. Bar Kochba).
c. David leefde honderden jaren vóór de ballingschap en dus voordat de Joden Aramees begonnen te gebruiken
d. Geen reden om Aramees te gebruiken in het licht van het gebruik van het Hebreeuwse ben in v.7.

2. Reactie op de  onjuiste Joodse vertaling:

a. Het woord bar komt drie keer voor in Spr. 31:2 als “zoon”. (3)
b. Een Fenicische inscriptie uit de 9e eeuw vGT gebruikt bar als “zoon” – zeldzaam maar een woord dat in gebruik was in Davids tijd.
c. Dichters waren gewend zeldzame woorden te gebruiken. In het Bijbels Hebreeuws is bar een poëtische vorm.
d. De vermaning is gericht aan de niet-Joodse koningen. Daarom is het passend dat een niet-Hebreeuws woord wordt gebruikt.
e. Ben is het Joodse woord, bar is het niet-Joodse woord. Het 1e woord is Zijn relatie tot God als Zijn Zoon, het 2e woord is in Zijn relatie tot de niet-Joodse machten.
f. Het idee van “kus” is er een van politieke onderwerping (1 Sam. 10:1) (1) en religieuze aanbidding (1 Kon. 19:18; Hos. 13:2). (2)

“Zalig zijn zij die hun toevlucht tot Hem nemen” (v. 12) (Een versie van Johannes 3:16 in Tenach.)


(1) 1 Sam 10:1  Toen nam Samuel een oliekruik, en goot ze uit op zijn hoofd, en kuste hem, en zeide: Is het niet alzo, dat de HEERE u tot een voorganger over Zijn erfdeel gezalfd heeft?

(2) 1 Kon 19:18  Ook heb Ik in Israel doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en allen mond, die hem niet gekust heeft.

Hos 13:2  En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een gegoten beeld gemaakt, afgoden naar hun verstand, die altemaal smedenwerk zijn; waarvan zij nochtans zeggen: De mensen, die offeren, zullen de kalveren kussen.

(3) Spr 31:2  Wat, o mijn zoon, en wat, o zoon mijns buiks? ja, wat, o zoon mijner geloften?

Spr.  31:2  מה־ברי ומה־בר־בטני ומה בר־נדרי׃

(4) Psalm 24:4  Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert;

Psalm 24:4  נקי כפים ובר־לבב אשׁר לא־נשׂא לשׁוא נפשׁי ולא נשׁבע למרמה׃

De exegetische basis van het cessationisme – Pollock over Edwards

Darren Pollock, in zijn boek over Jonathan Edwards (1), en het fundament van zijn cessationisme in de Schrift:
” Het ophouden van de wonderbare gaven van de Geest was, zo benadrukte Edwards, geen straf, geen zwakheid, of iets voor de kerk om over te treuren. Veeleer maakte God rond het einde van de eerste eeuw een einde aan deze categorie van gaven, eenvoudig omdat zij niet meer nodig waren toen zij hun functie hadden vervuld. Het doel van de wonderbare gaven was eenvoudig om de genademiddelen voor de kerk vast te stellen:
“wat de buitengewone gaven [van de Geest] voornamelijk beoogden, was die blijvende openbaring van de gezindheid en de wil van God door Zijn Woord in te voeren en vast te stellen, als het grote genademiddel en de blijvende regel van geloof en praktijk door alle eeuwen heen.”
De buitengewone gaven in het Oude Testament en in het tijdperk van de wonderen in de eerste eeuw werden verleend om de canon van Gods volmaakte openbaring in de Schrift vast te stellen en om de vestiging van de ontluikende kerk in de wereld te helpen. Door de geschiedenis heen deelde God alleen buitengewone gaven uit, wanneer Hij een nieuwe bedeling inwijdde, waarvan de instelling op een zwakheid met de oude bedeling wees.
De buitengewone gaven waren dus alleen nodig, wanneer de genademiddelen onvolmaakt waren ingesteld. Edwards beschrijft deze periode als de kinderschoenen of kinderjaren van de kerk, en interpreteert Paulus’ verwijzingen naar “kinderlijke dingen” in de 1 Korinthe 13:8-13 passage als een verwijzing naar de wonderbaarlijke gaven die hij zojuist besproken had.”
[Noot RAV: verrassend, omdat ik dat nog niet wist van Edwards – of misschien bleef het onbewust ‘hangen’ – en dit precies mijn eigen interpretatie van deze tekst in 1 Kor. 13 is!]
Pollock: “Gedurende de onrijpheid van de kerk, voordat zij haar wortels in de wereld had verzonken en voordat zij een vaste regel voor haar geloof en praktijk had, fungeerden de buitengewone gaven als oefenwielen om haar door dat stadium heen te dragen, en als “leidende koorden” om haar te leiden en de vaste orde in te luiden die haar door het kerkelijke tijdperk heen zou ondersteunen vóór de wederkomst van Christus. “

(1)

The Exegetical Basis of Jonathan Edwards’ Cessationism,

De reden van het zijn (19/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 19

Hij [Prediker] heeft het allemaal gezegd. De verhandelingen over het menselijk leven, over het vertrouwen dat men in de mens moet stellen (onze ontelbare proclamaties over het geloof in de mens!) worden hier op de proef gesteld en er blijft niets van over. De toespraak eindigt, niet omdat de wijze meent zijn boek voltooid te hebben, maar omdat er niets meer over is, omdat er niets van de menselijke grandioze overblijft. Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (19/19)”

De reden van het zijn (18/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 18

Kroning (XII)
XII, 1: “Gedenkt uw Schepper in de dagen uwer jeugd, eer de dagen des kwaads komen, en eer de jaren komen, waarin gij zult zeggen: “Ik heb aan dezelve geen lust meer.””
Bedenk, in de trots van uw jeugd, dat u een schepsel bent. Dit is een beslissende realiteit. U bent zelf een schepsel en geen schepper. Schepsel, dat wil zeggen, u hebt een oorsprong die u een bepaald wezen heeft gegeven. U bent niet het begin van alles. Het is van essentieel belang dat de jongere die denkt dat hij altijd opnieuw begint, daaraan herinnerd wordt[119]. Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (18/19)”

De reden van het zijn (17/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 17

De God die geeft
God is, in Prediker, vooral de gever.
(…) God (…) heeft Zijn gaven niet voor Zijn volk gereserveerd, Hij heeft aan ieder mens gegeven.[110]
Het is hier dat de genade in Qohelet aanwezig is: in de veelheid van deze erkenning die God geeft. Maar deze gaven zijn niet theologisch gekwalificeerd. Zij staan niet in de orde van godsdienstige gepastheid! [111]
Dan komen alle verworvenheden, zouden wij kunnen zeggen! Qohelet beveelt aan goed te eten, goed te drinken, zich te verheugen, zichzelf plezier te verschaffen wanneer dat mogelijk is (II, 24, III, 13). Maar dit is een geschenk van God! En dit plaatst dit genot onmiddellijk op een ander vlak dan dat van de post-epicureeërs. Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (17/19)”

De reden van het zijn (16/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 16

(…) Alles wat wij vernietigen zal weer opgebouwd worden. Wat wij als slecht beoordelen, zal gelukkig eindigen… Tegenstrijdige werken, maar niettemin werken!
Om waarachtig mens te zijn, kan men niet anders doen dan proberen de hele werkelijkheid te bekijken, te begrijpen, te onderzoeken, te analyseren, en dat is een zware zorg. Maar het komt van God. Het is zelfs een gave van God: een verbazingwekkende zaak[105].
III, 9: “Ik heb de zorg gezien, die God aan de mensenzonen gegeven heeft om te verzorgen.” Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (16/19)”

De reden van het zijn (15/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 15

Tegenstrijdigheid
III, 1-11
“Er is een tijd voor alles
en een tijd voor alles onder de hemel:
tijd om te baren en tijd om te sterven;
Tijd om te planten en tijd om de plant te plukken;
tijd om te doden en tijd om te genezen;
tijd om te bezuinigen en tijd om op te bouwen;
tijd om te wenen en tijd om te lachen;
tijd om te rouwen en tijd om te dansen;
tijd om stenen te gooien en tijd om stenen te verzamelen;
tijd om te zoenen en tijd om niet te zoenen;
tijd om te zoeken en tijd om te verliezen;
Tijd om te bewaren en tijd om weg te werpen;
tijd om te scheuren en tijd om te naaien;
tijd om te zwijgen en tijd om te haten;
tijd voor oorlog en tijd voor vrede. Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (15/19)”

Heeft Petrus op Gods gezag de Wet van Mozes overtreden?

 JEWS AND GENTILES IN THE ECCLESIA: EVALUATING THE THEORY OF INTRA-ECCLESIAL JEW-GENTILE DISTINCTION By David B. Woods

4.3 [p. 36]

Petrus was een vrome, gezagsgetrouwe Jood, die naar eigen zeggen “nooit iets gewoons en onreins gegeten had”. Toch vertelt Handelingen ons: En [Petrus] zeide tot het huisgezin van Cornelius],

“Gij weet, dat het een Jood verboden is met een vreemdeling om te gaan of hem te benaderen. En aan mij heeft God getoond, dat ik geen mens gemeen of onrein mag noemen. Daarom – en zonder enig bezwaar te maken – ben ik gekomen, toen men mij verzocht. Daarom vraag ik, om welke reden gij mij gezonden hebt? Doorgaan met het lezen van “Heeft Petrus op Gods gezag de Wet van Mozes overtreden?”