De reden van het zijn (1/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 1

Na binnen een ruime “marge” (tussen de zevende eeuw v. Chr. en het einde van de derde eeuw) gevarieerd te hebben, wordt onze tekst tegenwoordig gedateerd tussen 350 en 250, met een voorkeur voor de periode van de verovering van Alexander, iets ervoor of iets erna, d.w.z. rond 320.
(…)
Zonder twijfel komt Qohelet van qahal, dat vergadering betekent, maar het schijnt dat de afgeleide daarvan een creatie is die eigen is aan ons boek. Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (1/19)”

De Bijbel en de (liberale) democratie – een kapitel politieke theologie

Een (lange) uitzending van Koinonia Bijbelstudie Live! die geheel gewijd is aan politieke theologie.

Aan de hand van Romeinen 13 en Openbaring 13, 1 Samuel 16 en 2 Samuel 5 bespreken we het idee van soevereiniteit in de Bijbel, met bijzondere aandacht voor de blauwdruk van de goede koning in Deuteronomium 17.

Maar we zetten dat naast de kritische analyse van het idee van de (liberale) democratie in het werk van de franse filosoof Georges Burdeau, die met een aantal illusies en vooroordelen over de democratie afrekende.

De algemene conclusie is dat de Christelijke kerk zeer kritisch zal moeten zijn over de “machten die er nu eenmaal zijn”, en niet moet denken dat de liberale democratie – of welke andere staatsvorm dan ook – als een bondgenoot van het evangelie kan worden gezien.

Het welvaartsevangelie is geen vorm van Christendom

Leidt een goed en trouw christen zijn tot een goede gezondheid, een lang leven, het hebben van een overvloed aan bezittingen, en materiële rijkdom?

Dat is het subtiele/niet zo subtiele geloof van een soort christendom dat vaak het “welvaartsevangelie” wordt genoemd.

Er is een groeiend aantal christenen dat dat gelooft – een schokkende hoeveelheid, eigenlijk. En ook niet alleen in de Verenigde Staten – dit is een groeiend geloof over de hele wereld. Ik denk dat dit voor een groot deel gebeurt omdat het charismatische christendom op veel plaatsen de snelst groeiende vorm van christendom is, en het welvaartsevangelie is iets dat de charismatische kringen meer lijkt te hebben besmet dan andere.

Hoewel ik geloof dat wij als christenen voorzichtig moeten zijn met het verklaren van wie binnen is en wie buiten (ik voel de toorn van de ketterjagers, dus ik weet hoe dat is), kunnen wij, als het gaat om dit geloofssysteem dat een goed christen zijn associeert met materialisme, gezondheid en rijkdom, niet zwijgen of over woorden heen stappen: het welvaartsevangelie staat volledig buiten de christelijke godsdienst. Het is geen christendom, punt uit.

Hier zijn 5 redenen waarom:

1 Het welvaartsevangelie moedigt ons aan om op geld gericht te zijn in plaats van op mensen.
Binnen de welvaartbeweging is het uiteindelijke doel hoe men van hier (gebrek aan materiële rijkdom) naar daar (een overvloed aan materiële rijkdom) kan komen.

Dit plaatst de uiteindelijke focus van deze godsdienst op materialisme- maar dat is niet waar het christendom op gericht is.

Het christendom is een godsdienst die gericht is op andere mensen – hoe andere mensen lief te hebben, hoe andere mensen te discipelen in de wegen van Jezus, en hoe de tastbare agent van God te zijn in de levens van anderen. Niets van het ware christendom gaat over uzelf, sterker nog, Jezus zei dat u, om christen te worden, eigenlijk aan uzelf moest sterven.

2. Het welvaartsevangelie bevordert een op prestaties gebaseerde godsdienst.
Het christendom is geen godsdienst die om prestaties draait, maar het welvaartsevangelie draait wel om prestaties.

Het welvaartsevangelie leert dat als u X, Y, en Z doet (één daarvan houdt meestal in dat u geld stuurt naar een kerel op TV), dat u er dan meer voor terug zult krijgen (een concept dat zij “zaaien” noemen). Dit paradigma ziet Gods gunst als iets dat u verdient door te doen, in plaats van iets dat u vrijelijk ontvangt door Gods genade alleen.

In feite blies Jezus dit concept uit het water toen Hij Gods liefde en gunst beschreef als zijnde als de regen die valt op hen die goed doen en op hen die kwaad doen. Hij ging zelfs verder met te zeggen dat God eigenlijk vriendelijk is voor de goddelozen.

Maar in plaats van Gods liefde en zegen te zien als iets dat vrijelijk door zijn genade gegeven wordt, associeert het welvaartsevangelie Gods gunst met juist gedrag, en interpreteert moeilijke tijden als God die zijn gunst achterhoudt. Maar volgens de Bijbel is niets van dat alles waar.

3. Het welvaartsevangelie bevordert een van de meest veroordeelde zonden in de Schrift: hebzucht.
Het welvaartsevangelie is een evangelie van meer, en dat staat volledig haaks op waar het in het christendom om gaat.

Een van de meest veroordeelde zonden in de Schrift is die van de hebzucht, en men gaat zelfs zo ver dat men zegt dat hebzucht afgoderij is. De apostel Paulus vond hebzucht zelfs zo’n weerzinwekkende vorm van afgoderij, dat hij de christenen gebood zelfs te weigeren een maaltijd te delen met iemand die beweerde christen te zijn, maar die hebzuchtig was.

In plaats daarvan is de christelijke boodschap er een van te leren tevreden te zijn met wat men heeft. In de 10 Geboden wordt ons geleerd om niet te “begeren”, wat hetzelfde is als zeggen: “gij zult tevreden zijn met wat gij hebt.” Nogmaals, Paulus heeft het hierover en erkent dat het leven cycli zal hebben waarin u overvloed hebt, en cycli waarin u niet genoeg hebt, maar dat wat God voor ons op al die plaatsen wil, is dat wij tevreden zijn met wat wij hebben.

Bottom line: als u hebt wat u nodig hebt, maar toch meer wilt – vooral terwijl anderen het zonder moeten stellen – bent u hebzuchtig, en deze zonde wordt bijbels gezien als goddeloosheid, ook al verontschuldigt de moderne maatschappij (en het veramerikaniseerde christendom) haar.

4. Het welvaartsevangelie bevordert het elitisme onder het lichaam van Christus.
Een van de centrale overtuigingen van het christendom is dat wij allen op een gelijk speelveld staan in Gods ogen. Wij zijn allen naar het beeld van God geschapen en hebben een onovertrefbare waarde, zozeer zelfs dat Jezus voor ons gestorven is. Voor degenen onder ons die christen zijn, zegt de Bijbel dat wij allen deel uitmaken van “één lichaam” en dat wij gelijk zijn. Het welvaartsevangelie heeft echter een manier om een elitestatus van christenen te creëren – want als je echt rijk bent, moet dat wel zijn omdat je het beter doet dan alle anderen.

Een voorbeeld: een paar jaar geleden betoogden de welvaartspredikers Kenneth Copeland en Jesse Duplantis dat zij in privé-jets moesten vliegen, omdat commercieel vliegen met een luchtvaartmaatschappij was alsof je in een “lange buis met een stelletje demonen” stapte. Zij klaagden ook hoe vervelend het zou zijn voor mensen om naar hen toe te komen en om gebed te vragen… daarom “moeten” zij in privé-jets vliegen.

Dit soort walgelijk elitarisme staat niet alleen buiten het christendom, het staat er haaks op. Het weerspiegelt op geen enkele manier de dakloze Jezus, die omging met de ergste der zondaars.

5. Het welvaartsevangelie perverteert Gods bedoeling met materiële zegening.
Kan of wil God zegenen met materiële overdaad? Zeker! De Bijbel zegt dat elke goede en volmaakte gave die wij ontvangen van God komt. Maar het welvaartsevangelie vergeet dat, in gevallen waarin God iemand zegent met financiële of materiële overvloed, die zegen met een specifiek doel komt: om anderen te zegenen.

Wanneer God ons meer geeft dan wat wij nodig hebben, doet Hij dat in de hoop dat wij Hem zullen eren door het te delen met anderen die niet genoeg hebben. De vroegste gemeente in het boek Handelingen is in feite op deze premisse gesticht – toen zij meer hadden dan nodig was, deelden zij hun rijkdom, zodat er “geen armen onder hen waren”.

Het idee dat God sommige mensen meer geeft dan wat zij nodig hebben, zodat zij kunnen genieten van het luxe leventje, terwijl de mensen om hen heen sterven van honger en ziekte, is een walgelijke perversie van het eigenlijke Evangelie.

Er zijn genoeg dingen die de kerk vandaag de dag doden, maar een van de grootste dingen die de kerk doden is de opkomst van een valse, anti-christelijke godsdienst, waarvan zoveel mensen ten onrechte denken dat hij deel uitmaakt van het christendom.

Laat ik er geen doekjes om winden: het welvaartsevangelie en degenen die het prediken maken geen deel uit van de christelijke godsdienst. Zij hebben gewoon hun eigen godsdienst van materialisme verzonnen en noemen die ten onrechte “christelijk”.

Origineel:

5 Reasons The “Prosperity Gospel” Is Actually A Non-Christian Religion

Israel moet de Torah bestuderen – Chaim Potok

Uit “The Chosen”:

“Rabbi Halafta, de zoon van Dosa, leert ons: “Wanneer tien mensen bij elkaar zitten en zich met de Tora bezighouden, dan verblijft de Tegenwoordigheid van God in hun midden, zoals er gezegd wordt: “God staat in de gemeente der godvruchtigen. En vanwaar kan men aantonen dat hetzelfde voor vijf geldt? Omdat er gezegd wordt: “Hij had zijn band op de aarde gegrondvest. En waaruit blijkt dat dit ook voor drie geldt? Omdat er gezegd wordt: “Hij oordeelt onder de rechters. En waaruit blijkt dat dit ook voor twee geldt? Omdat er gezegd wordt: “Toen spraken zij, die de Here vreesden, de een met de ander, en de Here gaf acht en hoorde. En waaruit kan aangetoond worden dat hetzelfde ook voor één geldt? Omdat er gezegd wordt: “In elke plaats waar Ik Mijn Naam laat gedenken, zal Ik tot u komen en Ik zal u zegenen. ”

Luister, luister naar deze grote leer. Een gemeente is tien. Het is niets nieuws dat de heilige Tegenwoordigheid temidden van de tien woont. Een groep is vijf. Het is ook niets nieuws dat de heilige Tegenwoordigheidotemidden van vijf woont. Rechters, dat zijn er drie. Als de heilige Tegenwoordigheid niet bij de rechters zou wonen, zou er geen gerechtigheid in de wereld zijn. Ook dit is dus niet nieuw. Dat de Tegenwoordigheid zelfs onder twee kan verblijven is ook niet onmogelijk te begrijpen. Maar dat de Tegenwoordigheid in één kan verblijven! In één! Zelfs in één! Dat is al een machtig iets. Zelfs in één! Als één mens Tora studeert, is de Tegenwoordigheid bij hem. Als één mens Tora studeert, is de Meester van het Heelal al in de wereld. Een machtig iets!

En de Meester van de Wereld in de wereld brengen is ook zichzelf oprichten uit het stof. Torah verheft ons uit het stof! Torah geeft ons kracht! Torah kleedt ons! Thora brengt de Tegenwoordigheid! Het zingend gezang stierf weg. Hij sprak met een rechte, luide stem, die door de verschrikkelijke stilte in de synagoge klonk.

“Maar Torah bestuderen is niet zo’n eenvoudige zaak. Tora is een taak voor de hele dag en de hele nacht. Het is een taak vol gevaar. Leert Rabbi Meïr ons niet: “Wie langs de weg loopt en studeert, en zijn studie afbreekt en zegt: “Hoe fijn is die boom, hoe fijn is dat veld: hem beschouwt de Schrift alsof hij zijn leven verbeurd had”?

Ik zag Danny snel naar zijn vader kijken, en toen zijn ogen neerslaan. Zijn lichaam verslapte een beetje, een glimlach speelde om zijn lippen, en ik dacht zelfs dat ik hem zachtjes hoorde zuchten. ‘Hij had zijn leven verbeurd! Zijn leven! Zo groot is de studie van Tora. En nu, luister naar dit woord. Wiens taak is het om Tora te bestuderen? Van wie eist de Meester van het Heelal: “Gij zult er dag en nacht over mediteren”? Van de wereld? Neen! Wat weet de wereld van Tora? De wereld is Esav! De wereld is Amelek! De wereld zijn de Kozakken! De wereld is Hitler, moge zijn naam en nagedachtenis uitgewist worden! Van wie dan wel? Van het volk Israël!

Wij zijn bevolen Zijn Torah te bestuderen! Wij zijn bevolen om in het licht van de Tegenwoordigheid te zitten! Daartoe zijn wij geschapen! Leert de grote en heilige Rabbi Yochanan, zoon van Zakkai ons niet: “Indien gij veel Torah geleerd hebt, schrijf uzelf dan geen verdienste toe, want daartoe zijt gij geschapen”? Niet de wereld, maar het volk Israël! Het volk Israël moet Zijn Torah bestuderen!

[…]

‘De wereld doodt ons! De wereld velt onze huid van ons lichaam en werpt ons in de vlammen I De wereld lacht Thora uit! En als zij ons niet doodt, verleidt zij ons wel! Zij misleidt ons! Het verontreinigt ons! De wereld is Amalek! Het is niet de wereld die geboden wordt Tora te bestuderen, maar het volk Israël!

Luister, luister naar deze machtige leer: Zijn stem werd plotseling lager, stiller, intiemer. “Er staat geschreven: “Deze wereld is als een voorportaal voor de toekomende wereld; bereidt u voor in het voorportaal, opdat gij de zaal moogt binnengaan.” De betekenis is duidelijk: Het voorportaal is deze wereld, en de hal is de toekomende wereld. Luister. In gematriya komen de woorden “deze wereld” uit op honderd drieënzestig, en de woorden “de-wereld-to-come” komen uit op honderd vierenvijftig. Het verschil tussen “deze wereld” en de “de-wereld-tot-komt,” komt uit op negen. Negen is de helft van achttien. Achttien is chai, het leven. In deze wereld is er maar de helft van chai. Wij leven maar half in deze wereld! Slechts half levend!

[…]

“Wij weten dat er zonder Tora maar een half leven is. Wij weten dat wij zonder Torah stof zijn. Wij weten dat wij zonder Tora, slechts een gruwel zijn.” Hij zei dit rustig, bijna alsof het een litanie was. Zijn ogen waren nog steeds open, en hij keek Danny nu rechtstreeks aan. “Wanneer wij Torah bestuderen, dan luistert de Meester van het Heelal. Dan hoort Hij onze woorden. Dan zal Hij onze wensen vervullen. Want de Meester van het Heelal belooft kracht aan hen die zich met Tora bezighouden, zoals er geschreven staat: “Opdat gij sterk moogt zijn”, en Hij belooft lengte van dagen, zoals er geschreven staat. “Opdat uw dagen verlengd mogen worden”. Moge Torah een fontein van wateren zijn voor allen die er van drinken, en moge Hij de Messias spoedig en in onze dagen tot ons brengen. Amen!

De leeftijd van het heelal in cosmologie en Genesis – door Dr. Gerald Schroeder

Volgens een mogelijke lezing van de beschrijving van God en de natuur door de oude commentatoren, kan de wereld tegelijk jong en oud zijn.

Een van de duidelijkst waargenomen tegenstellingen tussen Tora en wetenschap is de leeftijd van het heelal. Is het miljarden jaren oud, zoals de wetenschappelijke gegevens, of is het duizenden jaren oud, zoals de Bijbelse gegevens? Wanneer wij de generaties van de Bijbel optellen, komen wij op 5700-plus jaren. Terwijl de gegevens van de Hubble-telescoop of van de landtelescopen in Hawaï, de leeftijd op ongeveer 15 miljard jaar aangeven. Doorgaan met het lezen van “De leeftijd van het heelal in cosmologie en Genesis – door Dr. Gerald Schroeder”

Anti-judaïsme in het vroege christendom

14 Want gij, broeders, zijt navolgers geworden der gemeenten Gods die in Judéa zijn in Christus Jezus; dewijl ook gij hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers, gelijk als zij van de Joden;
>>>>15 Welke ook gedood hebben den Heere Jezus en hun eigen profeten, en ons hebben vervolgd, en Gode niet behagen, en allen mensen tegen zijn,<<<<
16 En verhinderen ons te spreken tot de heidenen, dat zij zalig mochten worden; opdat zij allen tijd hun zonden vervullen zouden. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.
Mattheüs is de bron van die woorden waarvan de moderne christenen wensen dat ze nooit geschreven waren: “Zijn bloed zij over ons en over onze kinderen!” (Matth. 27:25). De parallellen met de passage in 1 Thess. zijn duidelijk en talrijk.
Het is niet nodig het lange en droevige proces te verhalen waardoor de christenen het jodendom eerst als een rivaal en daarna als een zondebok zijn gaan zien. De ontwikkeling kan getraceerd worden aan de hand van talrijke passages in het Nieuwe Testament, de Apostolische Vaders, en andere vroegchristelijke schrijvers. Na de verwoesting van de Tempel en de verschrikkingen die het gevolg waren van de eerste Joodse opstand, werd het een gewoonte te geloven dat dit alles het rechtstreekse oordeel van God was, gericht tegen Israël wegens zijn aandeel in de dood van Jezus. dood van Jezus. […]
1 Thess. 2:14-16 toont ons dat er een tijd was in Paulus’ carrière waarin Paulus, onder invloed van een apocalyptische verwachting, zijn tijd vooruit was in het uiten van een historisch-theologisch anti-judaïsme.
Enkele tientallen jaren later werden soortgelijke opvattingen wijder verbreid en zijn zij kenmerkend geworden voor de christelijke kerk gedurende het grootste deel van haar geschiedenis.
(John C. Hurd in: ANTI-JUDAISM IN EARLY CHRISTIANITY, Volume 1, PAUL AND THE GOSPELS, 1986
 ISBN 0-88920-167-6)

Is Mozes nog van belang voor Christenen? – Nicolas Schaser antwoordt

Volgens Hebreeën is “Jezus meer heerlijkheid waardig geacht dan Mozes” (3:3). Sommigen hebben dit zo geïnterpreteerd dat Jezus Mozes vervangt, en dat het nieuwe verbond van Christus in de plaats komt van het Mozaïsche verbond. Vanuit dit christelijke perspectief zijn Mozes en het verhaal dat zijn naam draagt (Genesis-Deuteronomium) verdrongen door Jezus en het Nieuwe Testament. Deze conclusie overschrijdt echter de grenzen van de vergelijking die Hebreeën maakt tussen Jezus en Mozes. Voor de schrijver van Hebreeën heeft Jezus “meer heerlijkheid” dan Mozes, maar deze overtuiging devalueert Mozes of de eerste vijf boeken van de Bijbel niet.

Hebreeën zegt dat Jezus “getrouw was aan Hem die Hem heeft aangesteld, zoals ook Mozes getrouw was in heel het huis [van God]” (3:2). Het epistel gebruikt Mozes als een sjabloon van geloof voor Jesjoea om na te volgen, want “Mozes was getrouw in (ἐν; en) geheel Gods huis als een dienstknecht, om te getuigen van de dingen die later gesproken zouden worden” (3:5). Terwijl Mozes een trouwe dienstknecht was in de goddelijke huishouding, “is Messias trouw over (ἐπὶ; epi) zijn huis als een zoon” (3:6). Hebreeën prijst het geloof van Mozes, maar ziet ook Jezus als superieur aan Mozes.

Toch zou de bewering van Hebreeën, dat Jezus een hogere positie bekleedt dan Mozes, niet verwonderlijk moeten zijn. Het zou inderdaad buitengewoon vreemd zijn voor Joden die meenden dat zij de Messias hadden geïdentificeerd, als zij hem niet superieur achtten aan Mozes, en aan alle anderen! Dit Joodse begrip van de Messias wordt samengevat in de middeleeuwse rabbijnse tekst Yalkut Shimoni, die een verheerlijkt beeld geeft van de Messias, gebaseerd op Jesaja 52:13 – “Zie, mijn knecht zal verstandig handelen. Hij zal hoog, en verheven, en hoog verheven zijn.” Volgens de midrasj betekent dit dat de “Messias hoger zal zijn dan Abraham… meer verheven dan Mozes… en meer verheven dan de dienende engelen” (2.338). Deze interpretatie van Jesaja verheft de Messias, maar zij schaft Abraham niet af, belastert Mozes niet, en schakelt de engelen niet uit.

Voor de schrijver van Hebreeën doet de overtreffende heerlijkheid van Jezus geen afstand van Mozes zijn eigen heerlijkheid. Het feit dat “Jezus meer heerlijkheid (δόξα; doxa) waardig geacht is dan Mozes” (Hebr. 3:3) veronderstelt de voortdurende heerlijkheid van Mozes – de vergelijking is geen nulsomspel. De rabbijnse midrasj Leviticus Rabbah (ca. 5e eeuw CE) biedt een nuttige parallel met Hebreeën. In een vergelijking tussen Mozes en Aäron beweren de rabbijnen dat God “de heerlijkheid van Aäron (כבודו שׁל אהרון; kavodo shel Aharon) vóór de heerlijkheid van Mozes plaatste, aangezien er geschreven staat: ‘Dit zijn de geslachten van Aäron en Mozes’ [Num 3:1]. ‘Mozes en Aäron’ staat er niet geschreven, maar wel ‘Aäron en Mozes'” (Leviticus Rabbah 33:4). De midrasj concludeert dat, in dit geval, Aäron meer eer verdient dan Mozes, maar de rabbijnen zouden er nooit van dromen Mozes te belasteren of de eerste vijf boeken van de Schrift terzijde te schuiven. Zo kan (en moet) de opvatting van de Hebreeërs dat Jezus de grootste eer waardig zou zijn, samengaan met het grootste respect voor Mozes en zijn verhaal in de Torah.

Met andere woorden, voor christenen is Mozes nog steeds belangrijk.