Leren van de Rabbijnen – de naastenliefde

Leren van de rabbijnen

“Heb uw naaste lief als uzelf.” Over dit gebod, het tweede deel van de samenvatting van de wet die de Heer Jezus geeft in Mattheus 22:34-40 (zie ook Marcus 12:28-34; Lucas 10:25-28) is heel veel geschreven en gezegd. De verschillende interpretaties hebben te maken met de relatie van de tweede gebod tot het gebod om God boven alles lief te hebben, de betekenis van de term “naaste”, de strekking van het woord liefhebben, en de vraag wat de vergelijking “als uzelf” precies te betekenen heeft. Ook het feit dat dit gebod, dat woordelijk aansluit bij Leviticus 19:18, in een samenvatting van de wet voorkomt, is aanleiding voor diepe gedachten. En daar gaat het mij nu niet om. “Leren van de Rabbijnen – de naastenliefde” verder lezen

Gebedsverhoring

Gods kinderen bidden tot Hem om allerlei redenen, en met allerlei goede dingen op het oog. We bidden om genezing van iemand, we bidden om de bekering van iemand, we bidden om een wending in tijden van vervolging en oorlog. En toch gebeurt het niet. Het gebed is in overeenstemming met Gods wil. God wil de vervolging niet, God wil de oorlog niet, God wil de ziekte niet, God wil het ongeloof niet. En toch gebeurt het. Waarom legt God het gebed in ons hart om vervolgens niet te doen wat wij bidden? Waarom heeft Hij dat gebed dan op onze harten gelegd? “Gebedsverhoring” verder lezen

Glibberen op het internet

Kierkegaard hield een dagboek bij, en daar stond op de eerste pagina geschreven: nulla dies sine linea – geen dag zonder regel. Minstens één regel per dag!
Mooie gedachte voor een dagboek, maar is het een goed idee om aan miljarden woorden en miljoenen teksten die elke dag op Internet verschijnen, er nog meer aan toe te voegen? Deze aantallen betreffen dan trouwens nog alleen die teksten en die woorden die voor jou relevant kunnen zijn. Want er is veel meer. “Glibberen op het internet” verder lezen

De verleiding van de zonde – Confessiones B. 1, c. V, #10 en 11

V Niemand zondigt zonder reden

Augustinus heeft in een groot aantal paragrafen het verhaal verteld van zijn jeugd en zijn jeugd zonden. Trots, diefstal en seksuele begeerte komen het meeste voor. Wat is echter het motief dat bij de zonde een rol speelt? Daarover spreekt hij in de volgende paragrafen. Het staat voor Augustinus vast dat niemand zondigt ter wille van de zonde, niemand de zonde als zodanig wil en doet. Misschien wordt hij hierbij geleid door de uitspraken van Paulus in Romeinen 7. Wanneer wij het goede willen doen, is het kwade voorhanden. Elke zondaar bedoelt het goede – minstens het goede voor hem of haar – wanneer hij of zij zondigt. Wat is dan eigenlijk de oorzaak van de zonde in mij? “De verleiding van de zonde – Confessiones B. 1, c. V, #10 en 11” verder lezen

Leren van de Rabbijnen – Het gebed (2)

Naar aanleiding van Kitzoer Sjoelchan Aroech een paar opmerkingen over de “heiligheid van de synagoge en het Leerhuis”- waarom heilig? En wat betekent dat voor de kerk als “gewijde ruimte”, als “godshuis”?
En dan het bidden van formuliergebeden en Psalmen. Waar is dat goed voor? We moeten toch aan het “vrije gebed” de voorkeur geven?
En hoe zit het met de voorschriften over lichamelijke reinheid bij het gebed? Is ook daar in ieder geval een principe aan te ontlenen?

Antwoord: (1) ook studeren is eredienst, (2) Psalmen bidden of formuliergebeden lezen helpt ons op het niveau te komen waar ons vrije gebed spontaan en zinrijk is en (3) we mogen best ook opletten dat we niet in een fysiek onreine toestand vóór God staan in gebed. Het lichamelijke doet ertoe! (Omdat het ook onze geest beïnvloed.)