Een dialoog n.a.v. Tom de Wal

Zoals u al heeft gemerkt ben ik het niet eens met uw mening over Tom de Wal, als zijnde een dwaalleraar, en als ik mij niet vergis zelfs de grootste in Nederland. Dat is nogal een uitspraak en dan kan ik het niet laten om te reageren en een broeder in Christus te verdedigen hoewel ik denk dat hij dat uitstekend zelf kan doen.
Vanwaar deze hetze tegen medegelovigen die anders denken, spreken en geloven ( leven) dan u doet?

Ik waardeer het wel dat u bereid bent om hierover in gesprek te gaan. Laat ik dat ten eerste maar even zeggen. Of we het uiteindelijk samen eens zullen zijn kan ik niet garanderen, en ik vermoed dat dat ook niet gaat lukken. Maar laten we aan het begin van dit gesprek twee dingen vaststellen. In de eerste plaats twijfel ik er niet aan dat u een oprechte gelovige bent. Ik ga u ook niet vragen dat voor mij te bewijzen. En ik ga ook geen enkele poging doen om u daarvan te overtuigen. Ik ga er vanuit dat wij elkaar kunnen erkennen als broeder en zuster in Christus.

In de tweede plaats: Er is geen sprake van een hetze. Wel van een kritisch onderscheiden van het ware en het valse in de prediking van deze Tom de Wal.

U schrijft:

Iedereen die wedergeboren is is een broeder of zuster toch? Bent u zelf wedergeboren ? Ik weet zelf dat juist dàt het grote verschil is tussen gelovigen en gelovigen. Zelf ben ik christelijk opgegroeid en ging ik trouw elke zondag naar de kerk en heb ik geloofsbelijdenis gedaan in de Gereformeerde kerk ( nu PKN) toen ik 18 was. Toch had ik daarna ( daardoor) geen zekerheid dat ik een kind van God was en behouden ( gered) was. Die zekerheid kwam echter wél toen ik wedergeboren werd enkele jaren later in 1981.
De bijbel spreekt heel duidelijk over de wedergeboorte in Johannes 3 in het gesprek van Jezus en Nicodemus. U zult het ongetwijfeld kennen en hopelijk ook zelf hebben meegemaakt. Zo niet, dan begrijp ik dat u Tom de Wal niet begrijpt. Maar als u wél opnieuw geboren bent zou u dit niet moeten doen en de Geest van God zou u dat laten weten. Wellicht heeft u vele jaren theologie gestudeerd en heeft u  veel kennis van en over de bijbel.. Hoewel ik daar op zich niets op tegen heb ( en veel belangrijker nog, God ook niet) is het gevaar wel aanwezig om  kennis te verheffen boven het kennen van God. Dit is absoluut niet hetzelfde.

In de eerste plaats ben ik opgegroeid in de Vergadering van Gelovigen, in die context tot bekering gekomen, toegelaten tot het avondmaal et cetera. Ik weet dat ik behouden ben, wedergeboren, dat de Here Jezus voor mijn zonden gestorven is en dat ik een kind van God ben.

In de tweede plaats ben ik het helemaal met u eens dat een louter theoretische kennis van de Bijbel op zich helemaal niets zegt. Maar u spreekt hier gewoon wat vermoedens uit. Ik heb inderdaad vele jaren theologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam, ben zelfs gepromoveerd op een onderwerp uit de christelijke ethiek. Ik heb mij nog nooit op mijn status als gepromoveerd theoloog, of op mijn verleden als docent aan de vrije Universiteit, of op mijn huidige positie als predikant beroepen. In mijn video’s ben ik een gelovige die de verkondiging van een bepaalde sectie van de kerk in Nederland tegen het Bijbelse licht wil houden. Dat neemt echter niet weg dat mijn kennis van de grondtalen, van de kerkgeschiedenis, van de Bijbelse theologie me wel in staat stelt om te beoordelen of wat iemand zegt over een Bijbelse tekst hout snijdt, in overeenstemming is met het duidelijke onderwijs van de Here Jezus en Zijn apostelen.

De bijbel zegt duidelijk dat wonderen en tekenen de gelovigen zullen volgen en dat God het evangelie bevestigde door de tekenen die er op volgden. De wonderen en tekenen zijn niet het doel van de evangelie prediking maar volgen wél op de correcte prediking in de kracht van de Heilige Geest. Als tekenen voor de ongelovigen en als de vervulling van God’s beloften voor Zijn kinderen.

En hier gaan we grote verschillen krijgen. De Bijbel zegt helemaal niet dat wonderen en tekenen de gelovigen zullen volgen. De Bijbel zegt (1) dat het onderwijs van de apostelen gepaard zou gaan met wonderen en tekenen. En dat is ook logisch omdat hun gezag nog bevestigd moest worden. En de Bijbel zegt (2) dat God meegetuigde met “degenen die het als eerste gehoord hebben”. En dat zijn nu net weer de apostelen. Dit is immers het hele citaat waar u een deel van gebruikt hebt: “… Waarover aanvankelijk gesproken is door de Heer en die aan ons – dat zijn niet de apostelen – bevestigd is door hen die het gehoord hebben – dat zijn wel de apostelen –, terwijl God bovendien meegetuigde – dus getuigenis gaf aan de bevestiging door hen die het gehoord hebben – zowel door tekenen als wonderen en allerlei krachten en uitdelingen van de Heilige Geest naar zijn wil” (Heb .2:4).

Het zou te ver voeren om op al uw kritiek punten op Tom de Wal in te gaan, maar hier enkele tegenwerpingen.
U heeft er een probleem mee dat hij een platform wil bieden voor de werking van de Heilige Geest, wat is het probleem hiermee. Is er in de traditionele kerken wel ruimte voor de Heilige Geest om te bewegen en te spreken of ligt alles al vast van begin tot eind in de liturgie. Dat was wel mijn ervaring in mijn vorige kerk en er gebeurde dan ook helemaal niets.

Ik heb er een probleem mee dat hij zegt dat de Heilige Geest afhankelijk is van het platform dat hij en zijn gemeente aan de Geest zouden willen bieden, en dat de Geest blijkbaar verschijnen wil op de tijdstippen die hij en zijn gemeente daarvoor hebben ingeruimd. Ik vind dat een vorm van laster tegenover de Geest.

De Heilige Geest kan zowel spreken in een bijeenkomst waarin dit van tevoren wordt vastgelegd, maar ook in een bijeenkomst die thuis door een predikant of een werkgroep is voorbereid. Uiteindelijk komt het ook niet aan op de middelen of vormen die we kiezen, maar op de ruimte die een ieder in zijn hart overlaat aan het werk van de Geest – dus niet alleen zorgvuldige menselijke voorbereiding, maar ook een biddende en luisterende houding tijdens die voorbereiding.

Wat bedoelt u met traditionele kerken? Er zijn kerken die zijn uitgeblust, en er zijn kerken waarin mensen proberen vanuit hun vlees een spektakel tot stand te brengen, dat de indruk moet wekken dat er sprake is van het werk van de Geest. In de stille ruimte van de “traditionele kerk” is de Geest net zozeer bij machte om te bewegen in het hart van mensen, als tijdens de spectaculaire bijeenkomsten van De Wal en dergelijke. Het vastleggen van een liturgie kan net zozeer een werk van de Geest zijn. Overigens in mijn ervaring van de laatste tijd – ik woon nu in Knokke maar daarvoor kerkte ik in Heemstede, in de Vergadering van Gelovigen – is er steeds grote ruimte geweest voor het werk van de Geest. En dat probeer ik ook in de kerk van Knokke te bereiken. Maar ik blijf mij ervan bewust dat het werk van de Geest niet afhankelijk is van wat mensen doen.

Dan zegt u dat Tom kennis en onderwijs onbelangrijk vindt of zelfs minacht. Dat heeft hij helemaal niet gezegd, hij heeft zelf theologie gestudeerd en zijn hele bediening heeft tot doel goed, bijbels onderwijs te geven. Wat al voor vele mensen, inclusief mijzelf, levensveranderend is gebleken.

Voor mij zijn dit allemaal loze beweringen. De Wal heeft letterlijk gezegd dat kennis onbelangrijk is in een van zijn preken. Want je moest niet door mensen, maar door de Geest onderwezen zijn. Dat is meestal de uitvlucht van degenen die de inspanning niet hebben opgebracht om werkelijk theologie te studeren. Ik weet zeker dat De Wal geen universitaire studie theologie gedaan heeft.

Ik ben het ook niet met u eens dat het doel van De Wal het is om goed bijbels onderwijs te geven. Er is bij hem geen focus te bespeuren op de uitleg van de Bijbel. De Bijbel wordt wel geciteerd en gebruikt om een basis te leggen voor een theologie die De Wal aan zijn vrienden in Amerika ontleent. Dat berust meer op spectaculaire ervaringen, dromen, uitspraken van profeten, de overtuiging dat wij het Koninkrijk moeten vestigen en dergelijke typisch charismatische leerstellingen. De Bijbel moet daarbij als buikspreekpop gaan dienen. Ik heb vele malen meegemaakt dat De Wal zomaar hier en daar een citaat uit de Bijbel haalt, zoals uit of Psalm 91 toen de corona crisis begon, om die dan plompverloren – en geheel en al verkeerd – op ons toe te passen.

En dat is niet zijn enige fundamentele theologische vergissing. Nog afgezien van het feit dat hij geen enkel oog heeft voor de betekenis van Israël, dat hij de grondtalen niet kent, en dat hij desondanks de arrogantie heeft om te zeggen dat de boodschap die hij brengt vanuit de hemel is gedownload. Daarmee heeft hij de pretentie dat zijn boodschap precies zo is als God het bedoeld heeft. En hij pretendeert daarmee een profeet te zijn die rechtstreeks Gods Woord kan brengen. Het is echter ondenkbaar dat hij die status heeft als steeds maar weer blijkt dat zijn theologische uitspraken in strijd zijn met wat de Bijbel leert – en dat is aantoonbaar het geval.

Dan even over dromen ontvangen van God, niet meer voor deze tijd? Hoeveel moslims zijn er wel niet die een droom hebben gehad over Jezus Christus en daardoor bekeerd werden tot het christendom. Uiteraard zijn niet alle dromen afkomstig van God en moeten we altijd voorzichtig zijn met de interpretatie ervan. Sowieso mag dat niet in contrast zijn met het Woord van God.

Het conflict gaat niet over de vraag of God een mens niet kan beïnvloeden door middel van dromen, want u zegt terecht dat veel moslims tot bekering zijn gekomen juist door dromen. Het punt is dat De Wal heeft uitgesproken dat dromen nieuwe openbaringen kunnen brengen, en dat God voortdurend bij iedereen die openbaring geven wil. En vervolgens spreekt hij over een procedure om in die dromen verschil te gaan maken tussen wat God ons wil zeggen en wat wij uit onszelf zeggen die lijkt op een methode die we kennen uit de occulte hoek. Ik heb elders al een filmpje gemaakt over de absurditeit van zijn leer over dromen.

Dan heeft u het over het schudden en/ of vallen in de Geest. Ik denk dat het duidelijk is vanuit de bijbel dat mensen die demonen hadden en door Jezus werden bevrijd daarbij manifestaties vertoonden zoals schreeuwen en stuiptrekkingen.

In de eerste plaats geloof ik niet dat het hier gaat over mensen die bevrijd worden van demonen. Wat uit Canada is komen overwaaien is een vallen en schudden in de Geest als een teken van het vervuld worden met de Heilige Geest. In de tweede plaats is het juist de maanzieke (epileptische) jongen in Mattheus 17 die dikwijls valt en schudt. Wanneer hij door Jezus bevrijd wordt, komt zijn lijf juist tot rust. Het tegendeel dus van het vervuld raken van de Heilige Geest bij het schudden en vallen in de trant van de Toronto Blessing.

Ook geloof ik dat God’s kinderen fysieke uitingen kunnen hebben door bv een overweldigende blijdschap die God hen geeft. Wel erken ik dat er ook ‘ fake’ en dubieuze manifestaties kunnen plaatsvinden. Altijd blijven opletten en bidden voor onderscheidingsvermogen hier dus. Maar niet de baby met het badwater weggooien in ieder geval.

Het gaat mij erom dat dergelijke verschijnselen massaal worden opgeroepen in bepaalde samenkomsten, dat mensen elkaar daarin kopiëren, en dat het tot een wanordelijke samenkomst leidt waarin naar mijn overtuiging het werk van de Geest juist wordt overschaduwd door de behoefte van het vlees aan spektakel. In mijn ervaring werkt de Geest meestal in de stilte en de innerlijkheid van het hart en brengt Hij daar de grote wonderen van bekering en inzicht en erkenning van de Here Jezus tot stand.

Tenslotte vind u dat Tom ‘ licht’ verkeerd of uit de context uitlegt.( Epheziers 1:17). U zegt terecht dat het hier gaat om het kennen van Hem, Christus. Maar als we de tekst verder lezen lezen we ook over het kennen ( beseffen) van de kracht die nu in ons werkt (in vers 19). De onmeetbare grootheid van Zijn kracht in ons die geloven. Dat is een openbaring die God wil dat we die hebben. Zijn kracht is IN ons, we zijn niet meer  zwakke en zondige mensen. God noemt ons niet meer zo, maar heiligen, zonen Gods en meer dan overwinnaars.

Hier citeert u verkeerd. Het gaat om de kennis van de uitnemende grootte van zijn kracht jegens ons die geloven, niet die in ons is die geloven. Er is geen sprake van dat Gods kracht in ons is. Gods kracht kan juist alleen maar door ons werken wanneer we zelf zwak zijn en onze zwakte erkennen. Zo heeft juist de apostel Paulus dat mogen meemaken: “Mijn genade is u genoeg; want de kracht wordt in zwakheid volbracht.” En dan zegt de apostel dat “de kracht van Christus op mij woont” (niet in mij) – 2 Kor. 12:9.

Ik hoop hiermee één en ander te hebben toegelicht en ben benieuwd naar uw reactie.
God’s zegen,

Beste xxx  Nogmaals dank voor je berichtje. Of wij nu van mening verschillen of niet, over Tom de Wal of over welke andere zaak dan ook, ik wens je het beste en Gods zegen op je leven, je werk en je relaties toe. Ik vind het jammer dat wij verdeeld zijn, maar ik ben blij dat ik in jou toch ook weer een zuster in de Here kan herkennen. 

De hanepoten van de demonen in de Talmoed – Berachot 6a

We lezen in de Babylonische Talmoed, Berachot 6a:

We hebben geleerd: Abba Benjamin zegt, “als het oog het vermogen had om ze te zien, zou niemand de demonen kunnen verdragen.” Abaye zei: “ze zijn groter in aantal dan wij en omringen ons als de randen van een veld.”

Rabbi Huna zei: “ieder van ons heeft er 1000 op zijn linkerhand en 10.000 op zijn rechterhand.”

Raba zegt: “het gedrang bij de lezingen in de Babylonische leerhuizen is aan hen te wijten. Vermoeidheid in de knieën is aan hen te wijten. De slijtage van de kleren van de geleerden is te wijten aan het feit dat ze er tegen aan wrijven. Gekneusde voeten zijn aan hen te wijten. Als iemand ze wil ontdekken, moet hij gezeefde as nemen en die rond zijn bed strooien, en ’s morgens zal hij iets zien dat lijkt op de voetafdrukken van een haan. Als iemand ze wil zien, laat hij dan de nageboorte nemen van een zwarte poes, de nakomeling van een zwarte poes, de eerstgeborene van een eerstgeborene, laat hem die op vuur roosteren en tot fijn poeder vermalen, en daarna iets daarvan in zijn ogen doen, en hij zal hen kunnen zien. Hij moet het ook in een ijzeren pijp gieten en die verzegelen met een ijzeren verzegeling zodat zij (de demonen) het niet van hem zullen stelen. Hij moet ook zijn mond sluiten, om schade te voorkomen.

Rabbi Bibi ben Abaye deed dit, zag ze en lijdt schade. De geleerden echter hebben voor hem gebeden en hij herstelde. Doorgaan met het lezen van “De hanepoten van de demonen in de Talmoed – Berachot 6a”

Bijbelbespreking over Filippi #1 – Fil. 1:1-11

De brief aan de Filippenzen – verslag van de bespreking op dinsdag 13/10/2020

#1 inleiding

Paulus schrijft deze brief tijdens zijn gevangenschap in Rome tussen 61 en 63 n.Chr.

Het is een hele persoonlijke brief omdat Paulus deze kleine gemeente heel goed kent.

De stad is vernoemd naar Philip II van Macedonië, de vader van Alexander de grote. De stad heette eerst Krenides, was beroemd om zijn goud en koper.

In Handelingen 16 lezen we hoe deze gemeente begonnen is. Lydia de purperverkoopster heeft de leiding over een kleine groep vrouwen die buiten de stad een joodse eredienst houden. Haar bekering is het middel om een kleine gemeente te doen ontstaan.

#2 vers 1, 2 – de groet


Paulus stelt zich niet voor als apostel, maar samen met de motie is als een slaaf van Christus Jezus. Bij het woord slaaf moet je niet denken aan zoiets als negerslavernij, maar aan lijfeigenen. Ze zijn dienstknechten, maar ook eigendom van Christus Jezus.

Paulus schrijft aan de “heiligen”, zoals christenen genoemd kunnen worden. Immers wij zijn “geheiligd”, apart gezet en gewijd voor een bijzondere opdracht.

Genade zij u – een vaste formule van de begroeting. Wij hebben in ons dagelijks leven Gods genade nodig en Zijn vrede. (De genade van onze redding uit het oordeel wordt hier niet bedoeld.)

#3 vers 3-11 – het gebed van Paulus


De blijdschap

In de eerste plaats is Paulus dankbaar en kan met blijdschap bidden voor de gemeente van Filippi. Het is mooi te zien hoe Paulus deze gemeente in gedachte heeft in zijn gebeden. Goed ook om te weten dat Paulus het tot een gewoonte had gemaakt om voor anderen te bidden.

De reden

In de tweede plaats is er een reden voor zijn blijdschap, namelijk dat de gemeente van Filippi “gemeenschap met het evangelie” vertoont. Dat wil zeggen ze voelen zich betrokken bij de verspreiding van het evangelie, dus bij het werk van Paulus. Maar deze arme gemeente brengt ook geld bij elkaar voor de ondersteuning van het werk van Paulus.

De hoop

In de derde plaats heeft hij de hoop of het vertrouwen dat de gemeente van Filippi een goede toekomst heeft. God is een goede werk begonnen in die gemeente, en hij zal dat ook voltooien tot de dag komt dat Christus terugkeert.

In de vierde plaats verwijst Paulus naar de ondersteuning die hij van de gemeente heeft ontvangen tijdens zijn gevangenschap. Paulus heeft zich tegenover de Romeinse rechter moeten verantwoorden, maar omschrijft dat als “de verdediging en bevestiging van het evangelie.” Paulus is immers gevangen gezet vanwege aanklachten die te maken hebben met zijn verkondiging. De strijd tegen Paulus is een strijd tegen het evangelie.

De gemeente van Filippi is daarbij betrokken, zij dragen een deel van de lasten van Paulus. Maar dan hebben ze ook deel aan de beloning van Paulus. Dat zegt hij met de mooie uitdrukking: “mede deelgenoten van mijn genade.”

De liefde

In de vierde plaats maakt hij duidelijk dat hij liefde voelt voor de gemeente en naar ze verlangt (om ze weer te zien). Dat is een verlangen “met het hart van Christus Jezus.” Wat betekent dat? Ook wij kunnen meemaken dat we in liefde voor een broeder of zuster voelen, eenvoudig omdat we weten dat Christus die broeder of zuster liefheeft.

(Het is een ding om God lief te hebben. Maar het is misschien nog mooier om lief te hebben wat God liefheeft. Vergelijk dat met een tweede huwelijk met een vrouw die al kinderen heeft uit een vorig huwelijk. Als je niet alleen maar die vrouw liefhebt maar ook haar kinderen dan staat dat hoger dan wanneer je die kinderen alleen maar als een last ziet.)

De groei

In de vijfde plaats bidt Paulus om de groei van de gemeente van Filippi. Maar dat is niet een groei in aantal maar een groei in kwaliteit van geloof. Uitgangspunt is de liefde (voor God, voor de Here Jezus, voor het evangelie, voor de naaste). Deze liefde moet gaan overvloeien. Maar daar is kennis en inzicht (fijngevoeligheid) voor nodig. De kennis van Gods Woord, en het vermogen om dat verstandig toe te passen. Liefde is dus niet blind, maar vertrouwd op Gods Woord, en is ook verstandig.

Het doel

In de zesde plaats hebben we het doel van dit alles, namelijk dat ze in het leven steeds de goede keuzes maken – beproeven wat het beste is – zodat we bij de terugkeer van Jezus “zuiver en onberispelijk” zullen zijn.

Dat is niet onze eigen prestatie maar eerder te vergelijken met de vrucht die aan een boom groeit. Paulus zegt: “vervuld met de vrucht van de gerechtigheid.” Wanneer onze liefde overvloeit in kennis en inzicht, en we zorgvuldig proberen te leven, kan die vrucht van de gerechtigheid bij ons groeien. De wortel is Jezus Christus, wij zijn de boom, onze goede werken zijn de vrucht, en uiteindelijk is het hoogste doel daarvan de “heerlijkheid en lof van God.”

Loader Loading...
EAD Logo Taking too long?

Reload Reload document
| Open Open in new tab

Download [2.49 KB]

De Onbewogen Beweger die wij God noemen

Het eerste Godsbewijs bij Thomas:

De eerste demonstratie (argument of bewijs) bij Thomas van Aquino wil duidelijk maken dat een reflectie op alles wat voor onze waarneming toegankelijk is, op een of andere manier vergt dat wij het in verband brengen met iets wat niet relatief maar absoluut is. Zonder dat verband is voor de werkelijkheid geen volledig voor ons intellect bevredigende verklaring te geven. Wat is dan het kenmerk van de werkelijkheid dat Thomas hier gebruikt en op welke manier komt dan het absolute in zicht?

1. Het uitgangspunt is de gedachte dat er “zijnden” (ik gebruik hier de traditionele terminologie) bestaan die in beweging zijn.
Plaatselijke beweging, groter of kleiner worden, veranderen van eigenschap, inclusief veranderingen in het intellect en het gemoed, in de meest algemene zin in beweging zijn.

2. Uiteindelijk wordt alles wat (in onze waarneming) in beweging is door iets anders (dat waarneembaar of denkbaar is) bewogen.
Er is altijd een beweger wanneer we spreken over de werkelijkheid die in beweging is.

3. In zover iets in beweging is, bewogen is kan een zijnde niet zelf dit bewegende zijn.
Wat betekent het immers om iets te bewegen? Dat betekent dat er een zijnde is dat zijn werkzaamheid uitoefent op iets anders dat het beweegt. Iets (een zijnde) kan in beginsel niet zichzelf bewegen.

4. Alles wat iets anders beweegt, wordt zelfs weer door iets anders bewogen. Maar als dat het laatste woord is, hebben we te maken met een eindeloze reeks van bewogen bewegers. Wanneer men op die wijze in het eindeloze doorgaat, is er nergens een voldoende grond van het bewogen zijn. Geen enkele beweging vindt dan een definitieve verklaring voor het optreden ervan. A beweegt B, B beweegt C et cetera. Maar dat en wat A, B etc. zelf zijn wordt dan niet verklaard. Wanneer we dus zeggen dat alles wat in beweging is door iets anders is bewogen, vinden we uiteindelijk geen verklaring. Er is geen voldoende grond in ons denken aan te wijzen voor deze eindeloze reeks van bewegingen.

Het is zeker mogelijk hierbij stil te blijven staan en aan te nemen dat ons denken in de verklaring van de werkelijkheid dus wezenlijk onvoltooid en eindeloos is. Daarin ligt een rationele grondslag voor het atheïsme.

Het is echter niet onredelijk om te denken, dat het begrip “in beweging zijn” ons toch de mogelijkheid aanwijst van een uiteindelijke verklaring. Elk van de zijnden die als beweger optreedt, zou dat uiteindelijk alleen zijn in kracht van iets anders dat zelf niet deel uitmaakt van de rij “bewogen bewegers”, maar die rij te boven gaat. De mogelijkheid dus van een onbewogen beweger.

5. Het is belangrijk dat we hier verschil maken tussen bewegen en veroorzaken. Wanneer we alleen maar kijken naar oorzakelijkheid is het denkbaar, dat we een eerste oorzaak vinden, die weliswaar altijd al werkelijk was (dus niet bewogen is) maar toch een eindig zijnde is. Van een dergelijk zijnde kunnen we dan zeggen dat het nooit is waargenomen, misschien zelfs nu niet meer bestaat, en uiteindelijk zelf bewogen, dat wil zeggen veranderd is.

Met het begrip bewegen bedoelen we dat het ene het andere “beweegt” tot zijn, dat wil zeggen ertoe brengt om te zijn. Dat is ruimer dan “oorzakelijkheid.” Onze waarneming immers wordt niet veroorzaakt, maar wordt wel bewogen, zowel door een ander vermogen uit ons bewustzijn als door datgene wat wordt waargenomen.

In beweging zijn betekent dat iets weliswaar zelf is wat het is, maar niet op grond van wat het is, is. Elk zijnde is in bezit van zijn eigen werkelijkheid – maar het is niet werkelijk omdat het dit zijnde en niet iets anders is. De zijnden zijn niet de grond van de verklaring van hun eigen bestaan.

Opnieuw kunnen we hier afstand doen van de behoefte tot verklaring. Opnieuw kunnen we hier denken aan een eindeloze beweging van eindige gronden van beweging. Maar evenzeer kunnen we nu gaan denken aan een onbewogen beweger die de grond is van het in beweging zijn van alle zijnden. Er is geen redelijke noodzaak waarom we hier niet kunnen denken aan een zijnde, dat door zichzelf is wat het is. En dat alle andere zijnde in beweging brengt.

6. Thomas spreekt dan over het op zich staande Zijn – “esse per se subsistens”- in onderscheid van het zijnde, dat per definitie eindig is. Het absolute echter kan niet als “eindig” worden begrepen. Het is in (een of alle opzichten) niet relatief op iets anders, het is immers zelf niet bewogen. De onbewogen beweger staat niet alleen maar aan het begin van de reeks van bewegingen en valt dan in de tijd, maar gaat de gehele reeks van bewegingen te boven, en fundeert het geheel. het is conceptuel noodzakelijk dit absolute buiten de tijd te denken. Het gaat dan niet om een eerste oorzaak in tijdelijke zin, die aan alle andere oorzaken vooraf zou gaan, waarvan kan worden gezegd dat het misschien nu niet meer is, en waarvan moet worden gezegd dat het maar eindig is. (Oorzakelijkheid brengt het begrip tijdelijkheid met zich mee; “grond” niet, dat begrip is ruimer dan oorzaak.)

Een dergelijke onbewogen beweger, zegt Thomas, is datgene wat mensen bedoelen als ze “God” zeggen. Daarin ligt dan een aanknopingspunt met het Christelijk geloof.

Het moeilijke geloof van Abraham – en wij?

MEDITATIE

Er zijn mensen die zeggen dat het makkelijk is “om te geloven.” Dat denken ze, omdat ze menen dat geloof alleen bestaat in het uitspreken van allerlei troostende boodschappen. “God is liefde”-roepen. “De Heere is mijn herder” zingen of zeggen. Zo komt het geloof bij hun over. En dan en verhaal doorvertellen waar niemand wat aan heeft… Makkelijk, niet waar? Doorgaan met het lezen van “Het moeilijke geloof van Abraham – en wij?”