Openbaring: hebreeuwse profetie of Griekse toekomstvoorspelling?

Door de geschiedenis van zijn interpretatie onder christenen heen, is het boek Openbaring een tijdloze boodschap gebleven, vaak verbonden met hedendaagse strijd. Bijgevolg zijn de echte mensen, het oorspronkelijke publiek aan wie Johannes schreef, verloren gegaan in het gewoel. Mensen begonnen Openbaring strikt te lezen als een boodschap aan de universele kosmische kerk, waarvan de waarheid door de eeuwen heen doorklinkt. Zij vergaten die vroege Christus-volgelingen in Klein-Azië aan wie deze woorden werden verkondigd.

Welke interpretaties wij vandaag ook mogen hebben van deze hemelse boodschap, de boodschap moet zinvol zijn geweest voor het oorspronkelijke publiek in de tijd van Johannes. Het zou pijnlijk wreed zijn hun werelden te geven die niet op hen van toepassing zijn; woorden die bedoeld waren voor duizenden jaren nadat hun vervolgingen voorbij waren.

Voor hedendaagse lezers is het buitengewoon gebruikelijk om profetie te zien als voorspellend. Voor een Israëlitische geest was profetie echter in de eerste plaats een verkondiging van een reeds bekende waarheid, een oproep om terug te keren naar iets dat vergeten was, en een waarschuwing om de belangrijke zaken niet te vergeten.

…………………….

Wij moedigen iedereen aan om Openbaring te lezen en te herlezen in zijn historische culturele setting, het te lezen als een Joods boek, als een boodschap aan echte mensen die onderdrukt en vervolgd werden. En we weten dat het herlezen in dit licht elke keer weer nieuwe inzichten zal opleveren. Dat is wat wij onze lezers aanmoedigen te doen nu wij doelbewust een dergelijk traject zijn ingeslagen.

Vertaling van: Lizorkin-Eyzenberg, Eli; Shir, Pinchas. Hebreeuwse inzichten uit de Openbaring (Joodse Studies voor Christenen door Dr. Eli Lizorkin-Eyzenberg Boek 5) (p. 24). Kindle Editie.

De Torah voor de zonen van Noach: geen afgoderij

Rabbi Moshe Weiner:

In dit gedeelte worden de details uiteengezet van de volgende negen verplichtingen en zes verboden, die gebaseerd zijn op fundamentele beginselen die impliciet voortvloeien uit het gebod aan de heidenen dat afgoderij verbiedt:

1. Weten dat er een God is, en dat Hij alles wat bestaat geschapen heeft.

2. Om het “juk van de Hemel” (kabalat ol Malchoet Shamayim) te aanvaarden en de Zeven Geboden voor niet-Joden te vervullen, volgens hun details en uitleg binnen de Mondelinge Torah.

3. God te vrezen.

4. Om God lief te hebben.

5. Niet vals te profeteren in de naam van God.

6. Niet te profeteren in de naam van een afgod, of anderen over te halen een afgod te aanbidden of een van de zeven geboden te overtreden.

7. Niet te luisteren naar een valse profeet, of hij valselijk profeteert in de naam van God of in de naam van een afgod.

8.Te luisteren naar een ware profeet, die spreekt in de naam van God, en de aanwijzingen van een ware profeet op te volgen.

9. Geen nieuwe godsdienst of gebod te scheppen. Dit omvat het verbod voor een niet-Jood om een geheiligde dag van rituele terughoudendheid in acht te nemen, zoals er staat (Gen. 8: 22), “lo yishbotu” (” Zij zullen geen sabbat maken”).

10. Niet toe te voegen aan of af te trekken van de zeven geboden, of enig deel daarvan, zoals zij voor heidenen door God door Mozes bij de Sinaï werden gegeven.

11. Zich niet te verdiepen in de studie van delen van de Torah die geen betrekking hebben op de Noachide Code. (Dit is ook een uitloper van het gebod voor wetten en rechtbanken.)

12. Geloof en vertrouwen in God te hebben, wat inhoudt alleen tot Hem te bidden en Hem te vragen te voorzien in de dingen die men nodig heeft.

13. God loven en danken, wat inhoudt dat een persoon God moet danken.

14. Ernaar te streven Gods wegen na te volgen die door de profeten van de Hebreeuwse Bijbel werden geprezen, en iemands temperament en karaktereigenschappen te verbeteren en ze te vestigen op de wegen waarvan bekend is dat ze in Gods ogen juist zijn.

15. Om zijn daden te evalueren en berouw te tonen voor zijn wandaden, en om zijn wegen ten goede te veranderen.

Weiner, Rabbi Moshe. De Goddelijke Code: De Gids voor het naleven van de Noachide Code, geopenbaard vanaf de berg Sinaï in de Torah van Mozes (pp. 43-44). Ask Noah International Inc. Kindle Editie.

De innerlijke farao -Ex. 10:28, 29

Na de plaag van de duisternis stemde Farao erin toe het Joodse volk uit te zenden – maar op zijn eigen voorwaarden. Toen Mozes deze voorwaarden weigerde, kwam Farao terug en stuurde Mozes boos weg.

De zucht naar macht
(וַיֹּאמֶר לוֹ פַרְעֹה לֵךְ מֵעָלָי . . . כִּי בְּיוֹם רְאֹתְךָ פָנַי תָּמוּת: וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה כֵּן דִּבַּרְתָּ וגו”: (שמות י:כח-כט

Farao zei [tegen Mozes]: “Verlaat mijn aanwezigheid! De dag dat je mijn gezicht ziet zul je sterven!” Mozes antwoordde: “U hebt juist gesproken.” Exodus 10:28-29

Elk kwaad is eigenlijk een “gevallen” versie – d.w.z. een vervorming – van een of andere vorm van heiligheid. Farao was de gevallen uitdrukking van G-ds vermogen om de grenzen van de natuur te overschrijden. In zijn gevallen vorm veranderde deze macht in Farao’s arrogante minachting voor elke autoriteit anders dan de zijne. In deze context, toen de Farao tegen Mozes zei dat “de dag dat je mijn gezicht ziet, je zult sterven”, waarschuwde hij Mozes (onbewust) dat niemand G-ds oneindigheid kan aanschouwen en leven. Mozes was het daarmee eens: geen eindig, geschapen wezen kan G-ds oneindigheid ervaren en blijven bestaan als een eindig wezen; hij zal worden geabsorbeerd door de ervaring en “oplossen” in G-ds oneindigheid.

Echter, G-d is niet gebonden aan Zijn eigen regels; Hij kan een individu toestaan om deze ervaring te “overleven”. Dit is precies wat Hij deed met Mozes, om hem toe te staan Farao’s kwaad te vernietigen door G-ds bovennatuurlijke kracht te openbaren door middel van de plagen.

We hebben allemaal onze innerlijke “Farao,” d.w.z., een hardnekkige oppositie of vijandigheid tegen heiligheid. Wanneer deze “Farao” is overwonnen, zullen de andere obstakels voor een positief, gezond leven volgen.

Uitleg van de parasja van deze dag door Rabbi Gordon

Zijn de heidenen de “stenen” waaruit Gods kinderen kunnen ontstaan? – Luk. 3:7, 8

Door Eli Lizorkin (Israel Bible Center)

Een van de klassieke thema’s in de vervangingstheologie (het geloof dat christenen de Joden hebben “vervangen” in de verbondsrelatie met God) is dat zelfs stenen veranderd kunnen worden in kinderen van God. Een aantal teksten uit het Nieuwe Testament (b.v. Lucas 3:7-8) worden vaak gebruikt om deze traditionele theologie te ondersteunen.

Johannes de Doper, bijvoorbeeld, sprak tot zijn Judeese medebroeders:

“Gij adderengebroed, wie heeft u gewaarschuwd te vluchten voor de toekomende toorn? Draagt dan vruchten die met berouw overeenstemmen, en begint niet bij uzelf te zeggen: ‘Wij hebben Abraham tot vader,’ want ik zeg u dat God uit deze stenen kinderen kan verwekken tot Abraham.” (Lucas 3:7-8)

De verkeerde veronderstelling is dat deze teksten een “Joden” versus “heidenen” mentaliteit beschrijven, terwijl zij in werkelijkheid “Joden” en “Betere Joden” tegenover elkaar stellen. Deze Joodse profeet confronteerde zijn mede-Joden die dachten dat zij door zijn waterwassing kunnen gaan zonder echte levensveranderende bekering en toch Gods vergeving kunnen ontvangen. In een soortgelijk voorval zei Jezus, in zijn confrontatie met enkele Judeeërs die zich tegen hem verzetten: “Als jullie Abrahams kinderen zijn, doe dan de daden van Abraham.” (Johannes 8:39)

Tenslotte citeren zij die de vervangingstheologie omarmen vaak Paulus’ woorden aan de Christus-volgende vergadering in Rome om (ten onrechte) hun opvatting te ondersteunen dat christenen de Joden hebben vervangen als Gods uniek uitverkoren volk:

“…niet alsof het woord van God heeft gefaald. Want zij zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn; ook zijn zij niet allen kinderen, omdat zij Abrahams nakomelingen zijn, maar: “door Izak zullen uw nakomelingen genoemd worden. Dat wil zeggen, niet de kinderen van het vlees zijn kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als nakomelingen beschouwd”. (Rom. 9:6-8)Een oud Joods gebed (Ribon Kol HaOlamim) dat vandaag de dag regelmatig wordt gebruikt, werpt licht op de dwaling die Jezus, Johannes de Doper en Paulus allen trachtten te corrigeren.

“Meester van de eeuwigheid, het is niet vanwege onze gerechtigheid dat wij u onze smeekbeden voorleggen, maar vanwege uw grote barmhartigheid. Wat is onze trouw?! Wat is onze gerechtigheid? …Wat kan men U zeggen, Here God, God van onze vaderen?! …maar wij zijn kinderen van uw geliefde Abraham, aan wie U gezworen hebt op de berg Moria. Wij zijn het zaad van Izaäk, zijn enige zoon, die op het altaar werd gebonden. Wij zijn de getuigende gemeenschap van Jakob, door U uitverkoren en tot het uiterste bemind…”

Het kind van het vlees is Ismaël, terwijl het kind van de belofte Izaäk is (merk op dat zowel Izaäk als Ismaël levende, ademende zonen van Abraham waren!). Het contrast tussen Isaak en Ismaël is niet tussen twee verschillende “rassen”, maar tussen twee zonen van dezelfde vader, die ervoor kozen om zich op radicaal verschillende manieren tot God te verhouden: de één in trouw (Gen.22) en de ander in rebellie (Gen.16:12). Izaäks leven in het hele Boek Genesis werd gekenmerkt door geloof en gehoorzaamheid aan God. Izaäk was niet alleen bloedverwant met zijn vader, maar ook door op dezelfde manier te leven (en Gods gunst te ontvangen) als zijn vader deed – uit genade door geloof.

Met andere woorden, Johannes de Doper, Paulus en Jezus zijn het er allen over eens dat, hoewel de band met Abraham zeer speciaal is, het een “Abraham-achtig” trouw en vertrouwend leven is onder de gezegende belofte van God dat iemands uiteindelijke “behoren” tot Israël opnieuw bevestigt.

De bekering van heidenen – een Messiaans joods perspectief

De bekering van heidenen
Door John Fischer | 7 juli 2005

* Dit artikel is een bewerking van het hoofdstuk “The Legitimacy of Conversion” (De legitimiteit van bekering), door John Fischer, in Voices of Messianic Judaism (Stemmen van Messiaans Jodendom), Dan Cohn-Sherbok, ed. (Lederer Books, 2001).


Messiaans Jodendom heeft de neiging gehad om toekomstgericht te zijn sinds zijn eerste verschijning (of heropkomst) op het toneel van de moderne geschiedenis. Deze toekomstgerichtheid heeft twee aspecten: generationeel en eschatologisch. Wij zijn bezorgd dat wij niet alleen Joodse kinderen hebben, maar ook Joodse kleinkinderen en achterkleinkinderen. Zoals wij dagelijks in de synagoge bidden, “zoals voor mij, zo ook voor mijn nakomelingen”, willen wij dat zij hun Joodse erfenis, tradities en geloof beleven en liefhebben. Maar zoals er een duidelijke anticiperende dimensie is in het klassieke Jodendom, zo is het ook bij ons. Wij kijken reikhalzend uit naar de komst van Olam HaBa, het Messiaanse Tijdperk, en de heerschappij – voor ons, de wederkomst – van de Messias. Dit is de kern van onze visie op de toekomst, en tot op zekere hoogte vormt het onze visie op de toekomst. Doorgaan met het lezen van “De bekering van heidenen – een Messiaans joods perspectief”

Overdenkingen over Michael Wyschogrod’s kritiek op het Joodse Christendom

Overdenkingen over Michael Wyschogrod’s kritiek op het Joodse Christendom
Door Jon C. Olson | 10 januari 2005

Zit er enige waarde in de theologische bezwaren van een orthodoxe Jood tegen het Joodse Christendom? Veel, in alle opzichten! Kunnen gelovigen in Jesjoea het eens zijn met al deze bezwaren, en toch trouw zijn? In geen geval! Echter, in verschillende gevallen zijn de bezwaren dichter bij de waarheid dan wat ze weerstaan. Binnen het traditionele Jodendom, Christendom en Messiaans Jodendom bestaan al bronnen voor antwoorden op trouw discipelschap. Het doel van dit artikel is om na te denken over specifieke theologische bezwaren van Michael Wyschogrod tegen het Joodse Christendom. Doorgaan met het lezen van “Overdenkingen over Michael Wyschogrod’s kritiek op het Joodse Christendom”

Naar een definitie van Messiasbelijdend Jodendom

Door Russ Resnik | 4 oktober 2003

Addendum 1: Wat bedoelen we met “Joods”?
De theologiecommissie van de UMJC definieert Messiasbelijdend Jodendom als een Joodse gemeentebeweging voor de Messias:

Messiaans Jodendom is een beweging van Joodse gemeenten en op gemeenten gelijkende groeperingen, toegewijd aan Jesjoea de Messias, die de verbondsverantwoordelijkheid van Joods leven en Joodse identiteit omhelzen, geworteld in de Torah, uitgedrukt in traditie, en vernieuwd en toegepast in de context van het Nieuwe Verbond.

Aangezien het bijvoeglijk naamwoord “Joods” twee keer voorkomt in deze basisverklaring, en duidelijk de kern vormt van onze zelfdefinitie, moeten we definiëren wat we met de term bedoelen. Zo’n definitie mag geen theologische finaliteit hebben, maar moet functioneel duidelijk en nuttig zijn voor de grotere Messiaans-Joodse zelfdefinitie.

Het kan nuttig zijn om te beginnen met twee moderne verdraaiingen van de term Joods terzijde te schuiven. Doorgaan met het lezen van “Naar een definitie van Messiasbelijdend Jodendom”

Eten of niet eten? –

Door Prof. Pinchas Shir en Dr. Eli Lizorkin-Eyzenberg (Israel Bible Center)

Het boek Openbaring bevat zeven brieven, bestemd voor de zeven gemeenten van Christus-volgelingen in de Romeinse provincie Lydië. Sommige van de ontvangers waren Joden, maar de meesten niet. Tot de zevende vergadering, in de stad Laodicea, zegt Hij: “Zie, Ik sta aan de deur en klop; indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en met hem dineren en hij met Mij” (Openb. 3:20).

Sommige christenen zeggen, terwijl ze een zoeker toespreken: “Jezus klopt aan de deur van je hart. Doe voor hem open en hij zal in je hart komen”. De mensen van deze gemeente kenden God echter al. Zij waren echter gelovigen wier levensstijl geen echte gemeenschap toeliet met de Joodse Messias en andere (waarschijnlijk Joodse) volgelingen van Jezus.

Joden aten niet wanneer zij de huizen van hun niet-Joodse kennissen bezochten, omdat niet-Joden gebruik maakten van de soorten voedsel die door de Torah verboden waren. Omdat zij er over het algemeen niet voor terugschrokken om voedsel te kopen dat al op de markt aan Romeinse goden was geofferd. Joden hadden er geen moeite mee om in hun eigen huizen met niet-Joden te eten, waar de door de Tora vereiste toewijding aan reinheid gewaarborgd was. Dit moet niet verward worden met de kwestie waarmee Paulus Petrus confronteerde in Antiochië.

De kwestie die Paulus met Petrus had (verhaald door Paulus in Galaten 2) had te maken met het verbreken van de gemeenschap met heidenen die nu Israëls God in Christus aanbaden, maar zich niet tot het Judaïsme bekeerden. Toen Paulus Petrus uitdaagde en tegen hem zei dat hij “leefde als een heiden”, verwees hij niet naar Petrus’ vermeende niet-joodse levensstijl, maar dat Petrus “leefde” (d.w.z. levend was gemaakt) in Christus op precies dezelfde wijze als heidenen in Christus levend waren gemaakt – uit genade door geloof, en niet vanwege gehoorzaamheid aan de Torah (Ef.2:1-22). Petrus’ apostolische opdracht om in de eerste plaats Joden te dienen, maakt onze moderne de-Judaïserende interpretatie (van “leef als een niet-Jood”) niets minder dan absurd. Dit was in overeenstemming met wat Petrus zelf meemaakte toen een groep niet-Joodse Godvrezenden de Heilige Geest van Israëls God ontvingen, zonder eerst als Joden volledig toegewijd te zijn aan de gehele Torah! (Handelingen 10)

Jezus’ berisping aan de gemeente te Laodicea is hard, maar biedt toch ongelooflijke hoop. Laodiceaanse Christen-volgelingen moeten hun heidense wegen verlaten of het oordeel tegemoet zien. Maar als zij zich in overeenstemming brengen met de brief van het Concilie van Jeruzalem (Handelingen 15), waarin niet-Joodse gelovigen werden herinnerd aan de Tora-vereisten voor inwoners van Israël, zou de Joodse Messias Jezus hun huizen persoonlijk bezoeken om samen met hen een intieme gemeenschap rond de tafel te hebben. Er was geen groter voorrecht voor zowel Jood als niet-Jood!

Er zijn nog meer verborgen schatten die op je liggen te wachten als je de Schriften begint te lezen vanuit een Joods perspectief.

Onopgeefbare verbondenheid met Israël! – Opgeven?

Een bericht in Trouw:

De Protestantse Kerk in Nederland moet af van de speciale plek voor Israël en het jodendom. Ze kan zich beter verbinden aan de strijd tegen antisemitisme, vindt een groep liberale theologen.

Toen ik de overgang maakte naar de protestantse kerk in Nederland, las ik natuurlijk ook de kerkorde. Daar wordt gesproken over de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël. De Christelijke kerk kan zich niet losmaken van haar wortels en mag zich niet distantieren  van het volk Israël. Die uitspraak, hoe sympathiek die ook klinkt, is niet zonder haar problemen. Over welk Israël hebben wij het dan? Bedoelen wij iedereen die uit een Joodse moeder geboren is? Bedoelen wij iedereen die nu in de staat Israël woont? Gaat het hier om het Bijbelse Israël waaruit de messias is voortgekomen? Of gaat het hier om het Israel van de toekomst, omdat in de visie van velen in de eindtijd God opnieuw d.m.v. zijn uitverkoren volk in de wereld handelen zal?


Het is ook niet helemaal duidelijk waaruit deze verbondenheid dan zal moeten blijken. Dat hangt af van die definitie van Israël. Onvoorwaardelijke steun aan de politiek van de staat Israël bedreigt onze solidariteit met Palestijnse christenen. En een verbondenheid met het Bijbelse Israël betekent hooguit een andere manier van lezen van het Oude Testament. Het is blijkbaar de bedoeling dat elke stroming in de protestantse kerk in Nederland haar eigen invulling kan geven aan deze woorden.

Door liberale theologen wordt nu het voorstel gelanceerd deze vage beginselverklaring te vervangen door de meer concrete stelling dat de protestantse kerk zich verbonden weet met de strijd tegen antisemitisme. Ik ben bang dat we hiermee de verbondenheid met Israël reduceren tot een strijd tegen het antisemitisme. Een onnodige nadruk, omdat de kerk zich verbonden zou moeten weten met de strijd tegen racisme van welke aard dan ook. Maar ook hier hebben we te maken met een vaagheid die verdeeldheid bevordert. ” Het verschil tussen antizionisme en antisemitisme is flinterdun” schrijft Rabbijn Jacobs. 

Het voorstel van deze liberale theologen is volgens mij symptomatisch voor een geheel ander ziektebeeld in de protestantse kerk. Theologen bedenken allerlei stellingen waarin de bijbelse leer nog maar nauwelijks doorklinkt. De centrale vraag, ook bij het opstellen van de kerkorde, had moeten zijn: wat zegt de Schrift? Die spreekt niet over verbondenheid met Israël, en laat het zeker niet aan ons over om Israel te definiëren zoals het ons goed dunkt. Een paar aandachtspunten: 

  • Het christendom is wezenlijk messiaans Jodendom en in die zin wel degelijk een – maar niet de enige –  voortzetting ervan. We blijven verbonden met het jodendom van het verleden en het heden, omdat we in zekere zin deel uitmaken van Israël. Rom. 11:18, 19.
  • Het volk Israël kan niet worden geïdentificeerd met het volk dat in het land woont: niet allen zijn Israël die uit Israël zijn (Rom. 9:6). 
  • Ons gebed zou moeten zijn, zoals het gebed van Paulus: “de wens van mijn hart en mijn gebed voor hen tot God is, dat zij behouden worden.” Het Israël waar Paulus dan over spreekt is ongetwijfeld het orthodoxe Jodendom. Een Israël dat naar een wet van de gerechtigheid jaagt (Rom. 9:31). 
  • Wij zien uit naar de tijd dat heel Israel behouden zal worden. Wat het evangelie betreft, zijn Joden en Christenen gescheiden wegen gegaan. Maar wij bevestigen de onomkeerbare verkiezing van Israël op grond van Gods onberouwelijke belofte (Rom. 11:25-29). 
  • Intussen is er niets dat de gemeente van Christus ontvangen heeft, dat niet uit het Jodendom is voortgekomen (Rom. 9:1-5). En dat geldt zelfs voor ons inzicht in wat de geboden van God voor ons betekenen: Mattheus 23:1, 2.

De stelling over de “onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël” was te vaag, maar goed bedoeld. Het voorstel om het te vervangen met “strijd tegen antisemitisme” is politiek correct en een glijdende schaal. Nog even en dat spreken we nog alleen maar over racisme. De band van gemeente en het “Israël van God” is onloochenbaar: de gemeente is de Messiaanse gemeenschap van joden en heidenen, die geënt is op het Bijbelse Israël. Het christendom is “een” jodendom – zou Jacob Neusner kunnen zeggen.

De reductie van het Bijbelse getuigenis tot verbondenheid met het volk of strijd tegen antisemitisme, zonder de juiste Bijbelse invulling van de inhoud daarvan,  is zonder waarde.