Buiten de legerplaats? Maar hoe dan?

Het is van groot belang vanuit welk omvattend verhaal (raamwerk van interpretatie) we de schrift lezen.

Wat bedoelt Heb 13:13 met de woorden: “Laten wij dan naar Hem uitgaan buiten de legerplaats en Zijn smaad dragen.”

Triomfantalisme: (J.N. Darby)
“De legerplaats is het judaïsme. De Hebreeën hebben zich nooit grondig afgescheiden, hoewel christenen, en het was het doel van de Apostel in het schrijven aan hen, door de openbaring van een hemelse Christus, als een centrum van een nieuw systeem van christendom (Heb. 8: 2 spreekt van de “ware tabernakel die geen mens heeft opgericht.”), om hen volledig af te scheiden van het Joodse systeem, hen volledig te scheiden van het Joodse systeem van godsdienst, met zijn gewijd aards priesterschap, zijn tabernakel en haar offers.”

En Moshe nam de Tent, en zette die op buiten het kamp, ver van het kamp, en hij noemde die de Tent der Ontmoeting. En het geschiedde, dat een ieder, die de Here zocht, uitging naar de Tent der Ontmoeting, die buiten het kamp was. (Ex. 33:7)

Sforno:
וקרא לו אהל מועד, [en hij noemde het de tent der ontmoeting] …opdat het volk zou weten dat G’d daar met hem (Mozes) zou communiceren in tegenstelling tot binnen de grenzen van het kampement van het volk.

Waarom ik geen Christen meer ben (1)

Soms kun je pas achteraf zien welke weg je bent gegaan. Dat geldt zeker voor een weg waarin je nadenkt over de waarheid van het christelijk geloof.

Voor wie mij nog onvoldoende kent, wil ik proberen het samen te vatten. Mijn vertrekpunt was de evangelische theologie, door mijn teleurstelling over die theologie kwam ik uit bij de liberale theologie en de daaraan gekoppelde filosofie van het christendom. Maar ook daarin teleurgesteld heb ik mij vooral gewijd aan het praktische werk binnen de christelijke gemeente en de vele ethische vragen die uit die praktijk omhoog komen. Ik wilde een docent christelijke ethiek zijn, en zocht het theologische fundament daarvan eerst in de theologie van Karl Barth, maar later in een hernieuwd begrip van de waarde van de evangelische theologie (Don Carson, John MacArthur).

Gedurende heel deze ontwikkeling bleef ik gefascineerd door de theologie van het Jodendom, en vooral door de rabbijnse geschriften. Als mijn theologisch nadenken kan worden vergeleken met een rivier die voortdurend aan het stromen was, dan was mijn kennis van het Jodendom de vaste bedding waarin dat denken zich moest afspelen.

In de laatste vier of vijf jaar werden de vragen die voortkwamen uit de confrontatie met het Jodendom steeds sterker en moeilijker te beantwoorden. Het leidde tot een stroomversnelling, waarin een nieuw gewicht toekwam aan oude vragen: is de leer van de triniteit een vorm van afgoderij? Ligt dat aan de formuleringen van de oude kerkvaders of is dat een principiële zaak? Moet Paulus opnieuw worden geïnterpreteerd omdat het duidelijk zou zijn dat hij binnen de kaders van het Jodendom blijft? Moet de christelijke ethiek worden geherformuleerd als een vorm van halacha of als verwant aan een van de vormen van filosofische ethiek? Heeft de christelijke theologische traditie tegenover ons geloof niet dezelfde functie als de rabbijnse literatuur (Midrasj, Misjna en Talmoed) voor het Jodendom? Is het, gezien de overmacht van het charismatische denken, niet beter om de identiteit van een christen af te wijzen? Maar wat zijn we dan? Leerlingen van rabbi Jezus? Messiaanse (niet-) joden? Wat is dan nog onze relatie met de christelijke kerk? Of moeten we die relatie ook opgeven omdat de kerken hopeloos van het fundament zijn afgeweken?

Al deze vragen kunnen worden samengevat onder de titel: hoe moet een huidige theologie eruitzien als het begrip van het geloof in Yeshua niet meer wordt bepaald door de theologie van de vervanging – de kerk komt in de plaats van Israël – en de relatie tot de joodse theologie positief bepaald wordt – al wat de rabbijnen zeggen dat wij moeten doen, verplicht ons, Mattheus 23:2.

In een reeks van artikelen en video’s hoop ik over deze kwesties te blijven spreken, hardop nadenken is het. Geenszins kom ik tot dogmatische beslissingen, maar ik probeer te delen waartoe mijn zoeken naar antwoorden mij gebracht heeft. Één ding weet ik wel: ik ben niet langer een christen.

 


#1 omdat ik de standaard theologie van

het Christendom niet langer accepteren kan Doorgaan met het lezen van “Waarom ik geen Christen meer ben (1)”

Israel moet de Torah bestuderen – Chaim Potok

Uit “The Chosen”:

“Rabbi Halafta, de zoon van Dosa, leert ons: “Wanneer tien mensen bij elkaar zitten en zich met de Tora bezighouden, dan verblijft de Tegenwoordigheid van God in hun midden, zoals er gezegd wordt: “God staat in de gemeente der godvruchtigen. En vanwaar kan men aantonen dat hetzelfde voor vijf geldt? Omdat er gezegd wordt: “Hij had zijn band op de aarde gegrondvest. En waaruit blijkt dat dit ook voor drie geldt? Omdat er gezegd wordt: “Hij oordeelt onder de rechters. En waaruit blijkt dat dit ook voor twee geldt? Omdat er gezegd wordt: “Toen spraken zij, die de Here vreesden, de een met de ander, en de Here gaf acht en hoorde. En waaruit kan aangetoond worden dat hetzelfde ook voor één geldt? Omdat er gezegd wordt: “In elke plaats waar Ik Mijn Naam laat gedenken, zal Ik tot u komen en Ik zal u zegenen. ” Doorgaan met het lezen van “Israel moet de Torah bestuderen – Chaim Potok”

Waarom was Mozes het oneens met God?

door Eli Lizorkin

In een vroege interactie vertelde God Mozes dat Hij zijn engel zal sturen om Israël langs de weg te leiden. Het volk van Israël werd gewaarschuwd Gods boodschapper niet ongehoorzaam te zijn, omdat hij hun overtredingen niet zou vergeven als ze tegen hem in opstand zouden komen. (Ex. 23:21)

Mozes benaderde God inderdaad met een zeer stoutmoedig verzoek; Hij vroeg God om in plaats daarvan Israël persoonlijk te vergezellen, en weigerde ergens heen te gaan zonder Zijn eigen persoonlijke aanwezigheid (Ex. 33:12-16). Waarom nam hij het risico God uit te dagen? Waarom was Mozes het oneens met God? Doorgaan met het lezen van “Waarom was Mozes het oneens met God?”

De verschillende vormen van Jodendom in de eerste eeuw en het beginnende Christendom

Uit: Judaism in the New Testament, Bruce Chilton en Jacob Neusner, 1995, pp. 1-18

Vertaling met DeepL

JUDAÏSME IN HET NIEUWE TESTAMENT OF HET BIJZONDERE JUDAÏSME VAN HET NIEUWE TESTAMENT? 

Diversiteiten binnen religies komen op verschillende manieren tot uitdrukking. Wanneer we alle bewijzen van het christendom of van het jodendom onderzoeken, binnen enkele ruime grenzen, vinden we alles en zijn tegendeel. Alleen al de diversiteit van de schriftelijke bewijzen (om nog maar te zwijgen van de archeologische bewijzen) toont aan waar het om gaat. Twee reeksen verklaringen volstaan. De paus, erfgenaam van Petrus, is hoofd van de Kerk; alle kerkelijke autoriteit berust bij de plaatselijke pastorie; er is in het geheel geen kerkelijke autoriteit. De Torah is het letterlijke woord van God in alle details, zodat, daarom, allen die “Israël” willen zijn, de Torah moeten houden precies zoals het geformuleerd is. De Torah drukt Gods wil en doel voor de mensheid uit, maar de formulering is van deze wereld. De Torah is het werk van de mensheid, het verslag van aspiratie, geen openbaring. Doorgaan met het lezen van “De verschillende vormen van Jodendom in de eerste eeuw en het beginnende Christendom”

Het schisma verdiept zich – anti-judaïsme in de kerk van de 4e eeuw

Het vierde-eeuwse keizerlijke christendom recapituleerde en ontwikkelde een belangrijke interpretatieve positie verder, namelijk dat zowel de hoge god als zijn goddelijke zoon de joden en het jodendom volledig hadden afgezworen.

In deze kerkelijke opvatting, was Jezus specifiek gekomen om te onderwijzen tegen de Joodse interpretatie van de Joodse wet. Overigens, dat had Mozes ook gedaan en zo ook alle profeten in de periode voor de incarnatie. Al deze heilige mannen, zo leerde de kerk, en ook de Zoon van God zelf, hadden de tempel en zijn bloedige offers, hadden de vleselijke besnijdenis veroordeeld, hadden de Joodse naleving van de Sabbat bekritiseerd, en de Joodse praktijken in het algemeen. Zo ook Paulus, en zo ook de andere apostelen van de eerste generatie. Doorgaan met het lezen van “Het schisma verdiept zich – anti-judaïsme in de kerk van de 4e eeuw”

De gezichten van de Torah – leren van de Rabbijnen

Dit is de eerste tekst – een soort preekschets – uit Bereshit Rabbah, een deel van een grote verzameling van dergelijke commentaren op de Torah die we kennen onder de naam Midrasj Rabbah.

De grote Rabbi Hoshaya opende [met het vers (Mishlei 8:30)] “Ik [de Thora] was een amon voor Hem en ik was elke dag een speelbal voor Hem.”

Doorgaan met het lezen van “De gezichten van de Torah – leren van de Rabbijnen”