Hoe kunnen we het antisemitisme bestrijden?

Door Kenneth Stern

Het is veel gemakkelijker te beschrijven hoe antisemitisme werkt dan wat ertegen werkt.

Antisemitisme is een haat. In wezen is het een samenzweringstheorie die stelt dat Joden samenzweren om niet-joden kwaad te berokkenen. Zoals de meeste samenzweringstheorieën, biedt het gemakkelijke antwoorden op moeilijke problemen. Doorgaan met het lezen van “Hoe kunnen we het antisemitisme bestrijden?”

Eten of niet eten? –

Door Prof. Pinchas Shir en Dr. Eli Lizorkin-Eyzenberg (Israel Bible Center)

Het boek Openbaring bevat zeven brieven, bestemd voor de zeven gemeenten van Christus-volgelingen in de Romeinse provincie Lydië. Sommige van de ontvangers waren Joden, maar de meesten niet. Tot de zevende vergadering, in de stad Laodicea, zegt Hij: “Zie, Ik sta aan de deur en klop; indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en met hem dineren en hij met Mij” (Openb. 3:20).

Sommige christenen zeggen, terwijl ze een zoeker toespreken: “Jezus klopt aan de deur van je hart. Doe voor hem open en hij zal in je hart komen”. De mensen van deze gemeente kenden God echter al. Zij waren echter gelovigen wier levensstijl geen echte gemeenschap toeliet met de Joodse Messias en andere (waarschijnlijk Joodse) volgelingen van Jezus.

Joden aten niet wanneer zij de huizen van hun niet-Joodse kennissen bezochten, omdat niet-Joden gebruik maakten van de soorten voedsel die door de Torah verboden waren. Omdat zij er over het algemeen niet voor terugschrokken om voedsel te kopen dat al op de markt aan Romeinse goden was geofferd. Joden hadden er geen moeite mee om in hun eigen huizen met niet-Joden te eten, waar de door de Tora vereiste toewijding aan reinheid gewaarborgd was. Dit moet niet verward worden met de kwestie waarmee Paulus Petrus confronteerde in Antiochië.

De kwestie die Paulus met Petrus had (verhaald door Paulus in Galaten 2) had te maken met het verbreken van de gemeenschap met heidenen die nu Israëls God in Christus aanbaden, maar zich niet tot het Judaïsme bekeerden. Toen Paulus Petrus uitdaagde en tegen hem zei dat hij “leefde als een heiden”, verwees hij niet naar Petrus’ vermeende niet-joodse levensstijl, maar dat Petrus “leefde” (d.w.z. levend was gemaakt) in Christus op precies dezelfde wijze als heidenen in Christus levend waren gemaakt – uit genade door geloof, en niet vanwege gehoorzaamheid aan de Torah (Ef.2:1-22). Petrus’ apostolische opdracht om in de eerste plaats Joden te dienen, maakt onze moderne de-Judaïserende interpretatie (van “leef als een niet-Jood”) niets minder dan absurd. Dit was in overeenstemming met wat Petrus zelf meemaakte toen een groep niet-Joodse Godvrezenden de Heilige Geest van Israëls God ontvingen, zonder eerst als Joden volledig toegewijd te zijn aan de gehele Torah! (Handelingen 10)

Jezus’ berisping aan de gemeente te Laodicea is hard, maar biedt toch ongelooflijke hoop. Laodiceaanse Christen-volgelingen moeten hun heidense wegen verlaten of het oordeel tegemoet zien. Maar als zij zich in overeenstemming brengen met de brief van het Concilie van Jeruzalem (Handelingen 15), waarin niet-Joodse gelovigen werden herinnerd aan de Tora-vereisten voor inwoners van Israël, zou de Joodse Messias Jezus hun huizen persoonlijk bezoeken om samen met hen een intieme gemeenschap rond de tafel te hebben. Er was geen groter voorrecht voor zowel Jood als niet-Jood!

Er zijn nog meer verborgen schatten die op je liggen te wachten als je de Schriften begint te lezen vanuit een Joods perspectief.

Wie is toch de God van onze vaders? – De namen van God (1/30)

Ex. 3:13-15

“De God van uw vaderen heeft mij naar u toe gezonden.” Maar wie is Hij?

Het is blijkbaar niet genoeg om te zeggen dat “de God van onze vaderen” ons zal bevrijden. Dat ons voorgeslacht ergens in geloofde, brengt ons niet in een relatie met de God die zij kenden. Daarom moet er een nieuwe openbaring komen van de Naam, van Gods Persoon, voor deze generatie.

Dat veronderstelt wel dat die generatie een vraag stelt: “Wat is Zijn Naam?” Over Wie heb je het Mozes, wie is dan die God die bevrijden wil, tegen alle historische wetten en vanzelfsprekendheden in? Wie is Hij dan wel, dat Hij de ontembare dwang van de Farao breken kan?

De Naam is even krachtig als mystereus. Het lijkt er bijna op, dat het antwoord aan Mozes ontwijkend is. In een cultuur die gewend is vele namen te gebruiken, van Amon-Ra tot Osiris, zodat het karakter van een godheid nauwkeurig wordt vastgelegd, is deze Naam een niet-naam. “IK BEN DIE IK BEN”. Op de plaats in de zin waar de Naam moet staan, wordt het begin herhaald. “Wie ben jij? Ik ben wie ik ook maar ben. Hou maar op met vragen.” In de zin waarin naar die Naam wordt gevraagd – zodat deze god onderscheiden kan worden van al die andere, zodat Hij náást die andere goden zijn plaats krijgt, krijgt Mozes geen naam te horen.

Maar tegelijkertijd is dit een Naam die alle andere namen overtreft door de belofte die erin besloten ligt. Dit “zijn” van deze God is niet een onverschillig bestaan, maar juist een aanduiding van een onbegrijpelijke tegenwoordigheid binnen de geschiedenis. “Ik zal er voor jullie zijn, steeds zó, als ik er voor jullie zijn wil.” Hij is niet vast te leggen op een bepaalde eigenschap. Van deze God kun je en daarom mag je ook geen beeld maken. Deze God ontplooit een ontelbare veelheid van eigenschappen steeds zó als Zijn volk het nodig heeft. “Ik zal er voor je zijn, zoals ik er voor jou zijn zal. ”

Moet het als een “eigennaam” klinken, dan kan Mozes de korte formule gebruiken: JHWH, “Hij zal er zijn” betekent dat vermoedelijk, of: “Hij zal het doen zijn.” Dat is de God die hoog verheven boven alle goden van Egypte, Zich toch bemoeit met de geschiedenis van de kinderen van Abraham. Hij heeft Mozes gezonden, en in die zending ligt een raadsbesluit opgesloten: de Heere zal Zijn volk bevrijden uit Egypte. Hij doet het en Hij alleen. Mozes mag het aankondigen. De zogenaamde goden – letterlijk, die de naam van een god dragen – staan machteloos. In tien plagen wordt getoond hoe machteloos de Egyptische goden zijn over hun vermeende levensterrein. En wanneer zij zijn verslagen, is deze HEERE nog steeds God. “Dat is Zijn Naam voor eeuwig, dat is Zijn Naam die herinnerd, gevierd, vereerd moet worden, van de ene generatie op de andere. Zodat niemand meer vragen kan: wie is toch de God van onze vaderen?

Geliefde vijanden vanwege ulieden – Koinonia Live! over Israël en de gemeente van Christus

Wat is dit toch een onuitputtelijk onderwerp! Toch is dit voorlopig mijn laatste bijdrage over Israël en de gemeente van de Messias Jezus. Vanaf volgende week gaan we ons bezighouden met een ander, actueel onderwerp, namelijk de Charismatische beweging. We bespreken de geschiedenis, de verschillende vormen, de theologische achtergrond, de uitwassen en het goede dat er ongetwijfeld ook in deze beweging plaatsvindt. Het is onze bedoeling te waarschuwen en voor te lichten en tot een redelijke – en Bijbelse – afweging te komen.

Over de Kerk en Israël – #2

De vier fundamentele mogelijkheden:

1. De kerk komt in de plaats van Israël – de Verbondstheologie van Van Genderen en Velema
2. Israël komt weer in beeld na de opname van de gemeente – dispensationalisme, John MacArthur
3. Israël en de gemeente gaan gescheiden heilswegen – Berkhof
4. Messiaanse joden blijven deel uitmaken van Israël en “geheel Israël zal behouden worden”- Mark Kinzer