Omdat de joodse wortels de Christelijke gemeente dragen – Beit Ahavat Torah

U draagt de wortel niet, maar de wortel draagt u – Rom. 11.18

Het Christendom is een beweging die in en vanuit het jodendom van de eerste eeuw van de jaartelling is begonnen.

Dit is een eenvoudig, onbetwistbaar gegeven dat de leidraad geeft voor ons begrip van het Christendom van de eerste eeuw. Maar niet alleen onze historische kennis van dat begin is hier van belang. Dat zou alleen een historische interesse kunnen bevredigen. Het wordt onvoldoende begrepen dat dit feit ook van direkt belang is voor ons begrip van het Christendom in de huidige tijd. Elk normatief begrip van het christendom, haar definitie, haar manier van denken, haar relatie tot de wereld, is fundamenteel te begrijpen vanuit de relatie tot het jodendom waaruit ze is ontstaan. De begrippen, leerstellingen, de hoop en verwachting, de ethiek en de manier waarop het een gemeenschap opbouwt, tot in haar liturgie en vormen van gebed, zijn wezenlijk en niet accidenteel door het eerste-eeuwse jodendom bepaald.

Dat geeft ook aan, dat de verhouding tussen het Christendom en het gelijktijdige Rabbijnse jodendom eerder dat van twee broers is. Beide grote religies kwamen voort uit dezelfde broedkamer: het jodendom van de eerste eeuw, het Tweede Tempel jodendom. Hoe kwam het ertoe dat deze tweelingbroers uit elkaar gingen? Die vraag is moeilijker te beantwoorden dan de vraag wat scheiding heeft gemaakt tussen Jacob en Ezau. Als het Christendom begon als een joodse sekte – zodat het Rabbijnse jodendom de oudere broer moet zijn – wanneer heeft dan de scheiding plaatsgevonden? En op welke manier heeft het Christendom zich van haar wortels losgemaakt? En vooral, welke prijs heeft het Christendom moeten betalen voor die losmaking?

Vele vragen hebben antwoord nodig, als we goed willen begrijpen wat hier aan de orde is. Het is gangbaar in het Protestantisme geworden, om het jodendom van de eerste eeuw af te doen als een “afvallige religie.” Joden zijn de halstarrige weigeraars. die verblind door de duivel niet kunnen zien dat de Messias al is gekomen. Vooral het idee dat zij, de Rabbijnse joden dus, geheel en al onder de wet staan en de prachtige christelijke vrijheid niet kunnen ervaren, samen met het idee dat elke vorm van gehoorzaamheid aan de wet meteen wetticisme of legalisme is, dat het jodendom is blijken steken in uiterlijke vormen en geen innerlijk geloof kent, en dat het leeft in strijd met de christelijke vrijheid, ja zelfs door God in de steek is gelaten, is diep in de protestantse en evangelische wereld doorgedrongen.

Van joodse kant is het natuurlijk de goddelijkheid van de Messias – Jezus als de Zoon van God – de voornaamste reden Christenen onmiddellijk als afgodendienaars te zien. De pogingen de status van de Messias uit het Oude Testament te bewijzen bevorderen het onderlinge gesprek niet. Men spreekt van een hopeloos misverstand over de betekenis van de Messiaanse teksten in de Tenach, en over het ontbreken van het belangrijkste kenmerk van de ware Messias, het aanbreken van het vrederijk voor de hele wereld. Lange eeuwen van verguizing en vervolging in de naam van Jezus dragen ook nog eens bij aan een algemene sfeer van vijandschap. Het feit dat de Noachidische geboden door Christenen niet worden aanvaard – hoewel het Apostelconvent die in Handelingen 15 aan de gemeente had opgelegd – maakt in joodse ogen de Christelijke kerk tot een onaanvaardbare collectie heidenen. Die zich ook nog tooien met de titel van het “ware Israel” om zodoende theologisch Israël geheel en al terzijde te schuiven.

Het schisma tussen jodendom en christendom is niet alleen een feit dat we onder ogen moeten zien. Het is niet alleen een belangrijke historische vraag, die nog steeds niet volledig bevredigend is beantwoord. Het is ook, gezien het optreden van het Messiaanse jodendom, een theologische vraag van de eerste orde. Is de ware vorm van het christendom de joodse vorm? Is er een Messiaans jodendom denkbaar, dat overneemt van het rabbijnse jodendom wat passend is, steeds aangevuld met de verwijzing naar Yashua (Jesjoea)? Is dat terecht opgevat door vele rabbijnse autoriteiten als een vorm van geestelijke diefstal? Of is dat toch de enige vorm van Christendom die theologisch aanvaardbaar is? Dan zou het nodig kunnen zijn het huwelijk tussen het Griekse denken en het oorspronkelijk joodse evangelie van Jezus/Jesjoea te ontbinden. Als het inderdaad tot ontrouw tegenover de God van Israel heeft geleid is dat zeker een echtscheidingsgrond die niet geloochend kan worden. De dogmatiek van de kerk zou van oorsprong Grieks kunnen zijn, triniteit, verkiezingsleer, eschatologie, de verhouding van kerk en staat, de morele eisen in de gemeente, dat alles zou in een Griekse en Latijnse context tot hopeloze verwarring geleid kunnen hebben. Alleen een stevige rejudaisering, d.w.z. een herbronning, een herorientatie, een bekering van het Christendom zou het authentieke geluid van Jesjoea ha-mosjieach nog kunnen redden.

Cross inside Star of David in Sky

Is er een gereformeerde of evangelische Christen te vinden die zo radikaal durft te breken met de traditie?

De komende tijd zal ik uitgebreid spreken, schrijven en video’s maken over dit thema. Daarvoor heb ik Beit Ahavat Torah opgericht. Onder die naam zet ik het werk van Koinonia Bijbelstudie Live! voort. KBL hield zich vooral bezig met de polemiek met de charismatische beweging, en deed veel “gewone” bijbeluitleg in een evangelisch-gereformeerd kader. BAT zal zich echter vooral richten op het jodendom (Leren van de Rabbijnen) en op het schisma van jodendom en christendom, alsmede op een vorm van herstel in een vorm van Messiaans jodendom.

Zie dit maar als een uitnodiging om mee te doen en te denken.

 

De gezichten van de Torah – leren van de Rabbijnen

Dit is de eerste tekst – een soort preekschets – uit Bereshit Rabbah, een deel van een grote verzameling van dergelijke commentaren op de Torah die we kennen onder de naam Midrasj Rabbah.

De grote Rabbi Hoshaya opende [met het vers (Mishlei 8:30)] “Ik [de Thora] was een amon voor Hem en ik was elke dag een speelbal voor Hem.”

De tekst uit Spreuken 8:30 opent een serie overwegingen over de vraag op welke manier de Torah al voor het begin van de schepping aanwezig was. Christenen vullen dat graag in door te zeggen dat de wijsheid, die in Spreuken 8 als een persoon wordt voorgesteld, gelijk staat aan de Messias. Het is Gods Woord en wijsheid die aan het begin staat van de schepping en dus in een Christelijk perspectief gelijk moete worden gesteld aan de Messias Jezus. `Door Wie Hij ook de werelden gemaakt heeft…` (Hebr. 1:2). Ook Christenen is het echter wel duidelijk dat de `speelbal`, of het `lievelingskind` uit de Spreuken in eerste instantie moet worden geidentificeerd met de Torah.

Wat betekent het woord `amon` nu echter? Als het over deze speelbal of lievelingskind gaat, en als dat inderdaad naar de Torah verwijst, kan de vraag opkomen op welke manier God de Schepping bedoeld heeft. Ofwel de Torah volgens het Jodendom of de Messias volgens het Christendom neemt op een specifieke wije deel aan het scheppingswerk. En dat wordt mede bepaald door de betekenis van het woord amon. Is het de personificatie van de Torah? Of is het juist een bijnaam voor de Messias? In bide gevallen gaat het om het karakter van de schepping, om het karakter dat door de amon bepaald wordt.

Wat kan amon allemaal betekenen?

Amon betekent “pedagoog” (d.w.z. oppas).

Is de Torah een oppas of een pedagoog die de schepping begeleidt zoals een Griekse slaaf die jonge kinderen naar school brengt en vreemde talen leert?

Amon betekent ‘bedekt’. Amon betekent ‘verborgen’.

En dan, is de Torah te vergelijken met een geheim of verborgenheid? Een zaak van grote waarde die in de schepping verborgen moet worden?

 En er is iemand die zegt dat amon ‘geweldig’ betekent.

Goed, dat de Torah geweldig is, maakt haar tot een belangrijk onderdeel van de schepping. Maar kan dat rechtvaardigen dat we ons leven wijden aan de studie van de Torah? Of ons leven wijden aan de navolging van deze Messias? Wat zijn de gezaghebbende woorden achter deze titels?

Amon betekent “oppas”, zoals in (Bamidbar 11:12) “Zoals een oppas (omein) een zuigeling draagt.”

In Numeri 11 klaagt Mozes tegen de Heere dat Hij de last van het volk op hem heeft gelegd. En dat terwijl Mozes toch niet ´dit volk gebaard heeft, zodat U zou kunnen zeggen, draag het in uw schoot, zoals een verzorger (omein) een zuigeling draagt?´ Is de Torah dan alleen maar bedoeld als de verzorger van een zuigeling, van een schepping die nooit tot volwassenheid komt?

Amon betekent “bedekt”, zoals in (Eichah 4:5). scharlaken hebben afvalhopen omarmd.”

Klaagliederen brengt weer een ander mogelijk aspect van de Torah-omein naar voren. Is de Torah dan juist een negatieve kracht in de wereld die hen ´die met karmozijnrode stof vertrouwd waren “ertoe brengt om nu het vuil te omarmen?¨ Klaagl. 4:5.

Amon betekent “verborgen”, zoals in (Esther 2:7) “Hij verborg (omein) Hadassah.” Amon betekent “groot”, zoals in (Nahum 3:8) “Bent u beter dan No-amon [die in de rivieren woont]?” wat de Targum weergeeft als: “Ben je beter dan Alexandrië de Grote (amon), die tussen de rivieren woont?”

Ook de benaderingen van de Torah die in deze verzen ligt, voldoen niet echt. Moet de Torah juist als een kwetsbare kostbaarheid beschermd worden tegen de mensen, zoals Esther (Hadassa) beschermd moest worden tegen de koning van Perzië? Is de Torah een of andere grootheid in de wereld, die concureert met de wijsheid van de Griekse cultuur – zoals die is belichaamd in Alexandrië?

Als alternatief betekent amon “ambachtsman”. “Ik was het werktuig van Hashem van de ambachtsman.”

Rabbi Hoshaya kiest voor deze betekenis. Amon betekent werktuig. De schepping is een werk, dat vraagt om uitvoerende krachten, een plan en dus een architect, en een doel.

Zoals de wereld doet, doet een koning van vlees en bloed die een kasteel bouwt dat niet vanuit zijn eigen kennis, maar eerder vanuit de kennis van een architect, en de architect niet bouw het vanuit zijn eigen kennis, maar hij heeft eerder boekrollen en boeken om te weten hoe kamers en deuropeningen te maken. Zo ook Hashem staarde in de Thora en schiep de wereld. Op dezelfde manier zegt de Thora: “Door de reishis schiep de Eeuwig [de hemelen en de aarde],” en reishis betekent Torah, zoals in “Hasjem maakte mij [de Torah] het begin (reishis) van Zijn weg” (Mishlei 8:22).

Nu valt alles op zijn plaats. God schiep de wereld be-reshies, in het begin. Wat is dat begin? Het is het begin van Zijn weg, van de geschiedenis die door de Heere is begonnen en door Hem zal worden voltooid. En dat begin is, Joods gezegd, de Torah. Overweeg dat eens. Het boek van de Wet en de Onderwijzing van de Heere is tevens de blauwdruk van de wereld. De Torah is het middel waarmee een wereld wordt geschapen die het mogelijk maakt dat de Torah wordt gedaan, d.w.z. wordt bestudeerd en gehoorzaamd door schepselen.

Op soortgelijke wijze zullen Christenen zeggen dat de wereld is geschapen door het Woord van God, zodat er een ruimte en een tijd ontstond waarin dat Woord vlees zou kunnen worden, zodat Jezus kon laten zien wat in een gevallen wereld de volkomen vervulling van de Torah was.

Toen de Schepper een wereld maakte, deed Hij dat om de Torah te openbaren. Dat is de Torah die het Jodendom kent. De Rabbijnse Torah – de tweevoudige van geschreven en mondelinge – is het functionele equivalent van de Christelijke leer van de Messias. Toen de Schepper een wereld maakte, deed Hij dat om Zijn Woord, d.w.z. Zijn Zoon te openbaren. De openbaring van die Zoon is echter de bevestiging van Gods Woord, d.w.z. van de Torah, en zelfs de volmaakte openbaring ervan. De Rabbijnse Torah en het vleesgeworden Woord zijn eigenlijk, d.w.z. in principe een en hetzelfde.

De Heere wordt jouw God – leren van de rabbijnen

De Tzemach Tzedek 1) had yechidus – een persoonlijk gesprek over het Joodse leven en denken – met de Alter Rebbe 2) op de maandag van Teitzei, 6 Elul 5564 (1804); de Rebbe vertelde hem: “Op Shabbat Tavo 5528 (1768) gaf mijn Rebbe (de Maggid van Mezritch) een “Torah-les” beginnend met V’shavta ad Havayeh Elokecha, d.i. u zult terugkeren tot de HEERE uw God. Hij legde uit dat de avoda (het werk of de dienst, hier in het bijzonder het gebed) van teshoeva (berouw, terugkeer, maar ook terugbrengen) een niveau moet bereiken waarop Havayeh (de naam van de HEERE), de transcendente God voorbij alle werelden, wordt tot Eloheicha. De Heere wordt tot jouw God! De verborgen en eeuwige God wordt tot jouw God en op die wijze zichtbaar in de wereld.

Het hebreeuwse woord ‘ad betekent tot. Terugkeren tot de Heere jouw God is de letterlijke betekenis. Hier wordt het echter uitgelegd alsof er staat V’shavta Havayeh ad Eloheicha, van de verborgen Heere overgaan naar “jouw God” zodat de onzichtbare God zichtbaar wordt gemaakt in de geschapen wereld. Want Elohiem is numeriek gelijk aan hatva (natuur), en zoals we zien, “in het begin schiep Elohiem de hemelen en de aarde enz.” HEERE is de onzichtbare God, maar Elohiem is de zichtbare God die in de schepping werkt.

De discipelen van de Maggid waren diep geroerd door deze onderwijzing. De tzadik R. Meshulam Zusya van Anipolim, bekend door zijn nederigheid, zei dat hij de hoogten van zo’n teshoeva niet kon bereiken, en daarom wilde hij het woord teshoeva opsplitsen in zijn componenten, want elke letter van het woord teshoeva is de beginletter van een vers:

 

 

  • T: Tamim – “Wees oprecht met de Heere uw God.”
  • Sh: Shiviti – “Ik heb God altijd voor mij gesteld.”
  • U: V’ahavta – “Heb je medemens lief als jezelf.”
  • V: B’chol – “Ken Hem in al uw wegen.”
  • H: Hatznei’a – “Loop discreet met uw God.”

Toen mijn vader me dit vertelde, concludeerde hij: “Het woord teshuva bestaat uit vijf (Hebreeuwse) letters, elke letter een pad en een methode in de avoda van teshoeva.” Hij legde elke methode uitgebreid uit. Elke methode brengt iemand van een potentiële toestand naar de werkelijkheid via de avoda van davening (gebed). Door het gebed wordt de Heere tot jouw God en daardoor meer zichtbaar in de wereld! Teshoeva is daarom niet alleen terugkeren, maar het is ook heling, herstel.

Door jouw terugkeer en heling, wordt de wereld zelf hersteld en verbeterd.

[Gebaseerd op Hayom Yom, 3 Tisjri.]

 

  1. Rabbi Menachem Mendel van Lubavitch, derde leider van Chabad-Lubavitch; (1789-1866); schoonzoon en opvolger van R. Dovber van Lubavitch; bekend onder de titel van de verzameling responsa die hij schreef, ‘Tzemach Tzedek’.
  2. Rabbi Schneur Zalman van Liadi, 1745-1812, oprichter en eerste Rebbe van de Chabad-tak van het chassidisme, ook bekend als “de Rav”, en als Baal HaTanya; woonde in Li’ozna en Liadi, Wit-Rusland; hij is de auteur van Tanya, een klassieke tekst van de chassidische traditie, en Shulchan Aruch HaRav, een code van de Joodse wet.

Ik ben gekomen…om de Wet te vervullen…

[Israel Bible Center, vertaling door Google Translate]

De beroemde woorden van de Messias over de Torah verklaren: “Denk niet dat ik ben gekomen om de Wet of de Profeten af ​​te schaffen; Ik ben niet gekomen om af te schaffen, maar om te vervullen” (Mat 5:17 NASB) Dit vers is ontelbare keren uitgelegd in kerkpreken, academische lezingen en wetenschappelijke commentaren. Wat kan ik eventueel toevoegen aan dit oude gesprek? Er zijn veel invalshoeken om dit onderwerp te benaderen, maar ik zal me op één ervan concentreren door een eenvoudige vraag te stellen: hoe, precies en op welke manier heeft Jezus de Torah in het evangelie van Mattheüs vervuld?

Het is gebruikelijk dat moderne volgelingen van Jezus zich voorstellen dat er een soort hemelse checklist is die de Messias moest invullen. Veel moderne joden denken er ook zo over. Mattheüs gebruikt inderdaad het Griekse werkwoord πληρόω (plerao), “vervullen”, in wat lijkt op een “lijst” van Messiaanse profetieën. Volgens Mattheüs 1-2, zou Yeshua geboren zijn om Jesaja 7:14 te vervullen – “een maagd zal zwanger worden…” (Matt 1:22-23); de geboorte van Bethlehem zou Micha 5:2 vervullen: “en jij, Bethlehem…” (Matt 2:5-6); Yeshua’s aanwezigheid in Egypte zou Hos 11:1 vervullen: “uit Egypte riep ik mijn zoon” (Matt 2:15); Herodes slachtte kinderen om Jer. 31:15: “Er werd een stem gehoord in Rama …” (Matt 2:17-18); Jezus ging in Nazareth wonen om te vervullen: “hij zal een Nazarener genoemd worden” (Matt. 2:23). Een algemeen idee dat deze lijst met profetische passages wachtte op toekomstige “vervullingen” om van de lijst te worden afgevinkt, kan behoorlijk ver verwijderd zijn van wat Mattheüs eigenlijk bedoelde over te brengen. Al zijn citaten uit de Schrift zijn herinneringen aan het verleden, in plaats van ‘voorspellingen’ van de toekomst.

Volgens Mattheüs herhaalt, herbeleeft en herhaalt Yeshua de ervaringen van Israël die in de Schrift worden beschreven. Net als Israël kwam Yeshua uit Egypte, zwierf door de woestijn en werd verzocht. Hij ging door de wateren van de Jordaan om een ​​nieuwe levensfase in te gaan. Wat er met Israël gebeurde, gebeurde met Yeshua. Het Aramese equivalent van het Griekse πληρόω (plerao) is קִיֵּם (qiyem), wat ‘vestigen’, ‘houden’ of ‘rechtop staan’ betekent. Evenzo betekenen קְיָים (qiyam) en קְיָימָא (qiyama) iets stevigs – zoals een wet, gelofte of verbond. In het Hebreeuws is קִיֵּם (qiyem) “vervullen” of “volbrengen” (Ps 119:28), maar ook “oprichten” en “opbouwen” (Jes 44:26; 58:12; 61:4) en “bevestigen” ” of “bevestigen” (Ruth 4:7; Est 9:29).

Dit is de manier waarop Jezus de Wet en de Profeten vervulde: het leven van de Messias weerspiegelde al deze gebeurtenissen tijdens de lange reis van Israël als volk. Alles wat Yeshua deed, vaststelde, bevestigde en bekrachtigde, is hoe God zijn volk door de pagina’s van de geschiedenis leidde.

Het belang van de brabbelwartaal in de Charismatische gemeente

Aflevering 11 van een serie podcasts over de Charismatische beweging.
Deze serie is mijn laatste bijdrage aan de discussie over de ketterij van de Charismatische beweging. In deze aflevering spreek ik voor de laatste keer over het thema van de tongen- d.w.z. de brabbelwartaal die in de Charismatische gemeente wordt uitgegeven voor een engelentaal of een persoonlijke, door God gegeven gebedstaal.

De wassing met water – Naäman en de kamerling

Schriftlezing en preek in De Hoeksteen, op 15 mei 2022. in deze dienst hebben twee mensen belijdenis afgelegd. De preek legt uit wat het betekent te “belijden” aan de hand van twee teksten.

In 2 Koningen 5 lezen we over de genezing en de bekering van de Syrische hoofdman Naäman. We leren hem kennen in zijn arrogantie wanneer hij eerst weigert de opdracht van de profeet Elisa op te volgen. Maar daarna zien we hem in zijn nederigheid wanneer hij zich zevenmaal wast in de Jordaan. Na zijn genezing weet en belijdt hij: de God van Israël is de ware God.

Die overtuiging heeft de kamerling uit Ethiopië al, maar hij leert dat Jezus Christus, de lijdende knecht uit Jesaja 53, de Zoon van deze God is. Op die belijdenis wordt hij dan door Filippus gedoopt.

De prioriteit van het gebed – leren van de rabbijnen

Iemand vroeg me deze week waarom ik me – als Christelijke predikant en theoloog – zo druk maak om de joodse uitleg van de Wet van Mozes die, zo zei hij, toch niet meer voor ons geldt?

Nu is dat geen eenvoudige kwestie maar een die een uitgebreide uitleg vergt. Wat is dan de betekenis van de Torah voor Christenen? Hoe spreekt Paulus eigenlijk over de Torah en tegen wie zegt hij dan dat de Torah niet langer geldig zou zijn? Zegt hij dat eigenlijk wel? En wat is dan de zin van de woorden van onze Heer Jezus dat Hij niet gekomen is om de Torah te ontbinden, maar om die te vervullen? Allemaal zaken waar ik al eerder over heb geschreven en gesproken.

Een passage uit de Sjoelchan Aroech, de middeleeuwse codex van de Halacha.

Ik wil liever laten zien wat de waarde van de joodse halacha is voor ons, dan er in abstrakte vorm over praten. Natuurlijk is er verschil. Wat voor joden halacha is, d.w.z. een verplichting in een nauwkeurig omschreven levenswijze, is voor ons een aanwijzing. Wij leren van de rabbijnen, zoals onze Meester ons opdraagt in Mattheus 23:1, 2. Wat voor ons “wettelijk” bindend is, dat is het gebod van de Heer Jezus en de Noachidische geboden die de apostelen aan de gemeente oplegde in Handelingen 17.

Maar wij leren inderdaad van de rabbijnen. Het citaat dat ik hier wil voorleggen is maar een van vele teksten die wij ons ter harte zouden kunnen nemen. Ik geef hier de vertaling:

“Zodra de dag aanbreekt, wanneer een lichtstraal van de zon in het oosten schijnt, omdat dit de tijd is waarin gebeden kan worden (want als je dan gebeden had, zou je verplichting vervuld zijn), is het verboden om met werken te beginnen of je in je zaken te verdiepen of op reis te gaan voordat je gebeden hebt, zoals er gezegd wordt: “Gerechtigheid zal hem voorafgaan en [pas daarna] zal hij zijn voetstappen op de weg zetten. “Gerechtigheid” verwijst naar het gebed, want wij verklaren de gerechtigheid van onze Schepper, en daarna mogen wij onze voetstappen op de weg zetten naar onze persoonlijke ondernemingen.”

 

We kunnen hier een aantal zaken van leren.

  1. Dat we ons gebed in de ochtend tot een vaste gewoonte zouden moeten maken. De dag begint met gebed.
  2. Dat alles wat belangrijker lijkt te zijn zal moeten wachten: je begint de dag niet met zaken doen, of een reis voorbereiden, hoe dringend dat ook is. Je omgang met de Heere God gaat altijd voor.
  3. Dat de reden daarvan is, dat we geroepen zijn om te getuigen van de gerechtigheid van onze God en Vader – d.w.z. gebed is, hoe privé ook, een getuigenis tegenover de wereld – tegenover de engelen zou Paulus misschien zeggen.
  4. Dat het gebed niet alleen een smeken is vanwege onze belangen, maar ook een verklaring, een “proclamatie” van de soevereine God die ons leidt en dat wij in Zijn dienst staan.

Zouden we dat niet ook kunnen betogen vanuit het Nieuwe Testament? Misschien wel, maar dat zou dan alleen maar een afleiding zijn uit bepaalde beginselen die we vinden over het bidden. De rest is dan persoonlijke keuze. Wat verstaat het NT onder gebed? Eigenlijk weten we dat niet precies, omdat we de praktijk van de eerste gemeente niet kennen en niet weten welke joodse vanzelfsprekendheden voor de eerste Christenen gegolden hebben. Daarom leren we van de rabbijnen, omdat zij bewaard en uitgewerkt hebben wat de eerste joodse Christenen ook al deden en vanzelfsprekend vonden.

https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/4297853/jewish/Chapter-8-Activities-Which-are-Forbidden-From-Daybreak-Until-After-Morning-Prayers.htm

 

Gaat heiliging vanzelf? Over “Christomonisme” in de ethiek

Een tijd geleden zag ik een antwoord op de vraag “Kan ik nog omgang hebben met mijn atheïstische vrienden.” Het antwoord was pastoraal, sympathiek, inlevend. Maar er zat een gedeelte in dat om enig commentaar vraagt. Het heeft te maken met de status van de “heiliging.” Zo heel in het algemeen gezegd is de heiliging het levenslange proces waarin de Heilige Geest ons gelijkvormig(er) maakt aan Christus. Maar de vraag is of en hoe onze persoonlijke verantwoordelijkheid en onze eigen wil en ons eigen gedrag – gedrag dus dat van ons uitgaat, dat we kiezen en doen – daarin een rol speelt. “Christomonisme” is de opvatting dat  de Heilige Geest het in ons doet. Maar is dat het volledige antwoord op de vraag hoe heiliging werkt? In het pastorale antwoord werd dat zó uitgelegd: Doorgaan met het lezen van “Gaat heiliging vanzelf? Over “Christomonisme” in de ethiek”

De oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament

Door Eli Lizorkin, vertaald door DeepL.

De originele teksten van de documenten die wij hebben leren kennen als het Nieuwe Testament werden geschreven door Joden die Christus volgden (in de oude betekenis van het woord) in een taal die het best kan worden omschreven niet eenvoudigweg als Koine (of gewoon) Grieks, maar als “Koine Judeo-Grieks”.

Allereerst, wat is Koine Grieks? Koine Grieks (dat verschilt van Klassiek Grieks) was de gemeenschappelijke, multi-regionale vorm van Grieks gesproken en geschreven tijdens de Hellenistische en Romeinse perioden van de oudheid. Ik denk echter niet dat de taal die we in het Nieuwe Testament zien ALLEEN als Koine Grieks kan worden beschreven. Er zijn elementen van het Koine Grieks dat in het Nieuwe Testament wordt gebruikt die de significante verbinding met het Hebreeuws en de eerste-eeuwse Joodse cultuur benadrukken. Ik geef er de voorkeur aan om het “Judeo-Grieks” (of Koine Judeo-Grieks) te noemen.

Wat is Judeo-Grieks? Joods-Grieks is eenvoudigweg een gespecialiseerde vorm van Grieks die door Joden werd gebruikt om te communiceren. Deze vorm van Grieks behield veel woorden, zinnen, grammaticale structuren en denkpatronen die kenmerkend waren voor de Hebreeuwse taal. We hebben gelijkaardige voorbeelden in andere talen: het bekende Joods-Duits (Jiddisch), Joods-Spaans (Ladino), en de minder bekende Joods-Farsi, Joods-Arabische, Joods-Italiaanse, en Judees-Georgische talen.

Dus is Joods-Grieks echt Grieks? Ja, maar het is Grieks dat de patronen van Semitisch denken en uitdrukken heeft geërfd. Op die manier verschilt het van de vormen van Grieks die door andere bevolkingsgroepen worden gebruikt.

Ik ben het er niet mee eens dat het Nieuwe Testament eerst in het Hebreeuws werd geschreven en later in het Grieks werd vertaald. In plaats daarvan denk ik dat het in het Grieks is geschreven door mensen die “Joods” dachten. Belangrijker nog, de schrijvers van het Nieuwe Testament dachten meertalig. Mensen die een verscheidenheid aan talen spreken, slagen er ook in om in een verscheidenheid aan talen te denken. Wanneer zij echter spreken, importeren zij regelmatig iets uit een andere taal in die taal. Het is nooit een kwestie van “of”, maar alleen van “hoeveel”.

Wij moeten bedenken dat de Griekse versie van de Hebreeuwse Bijbel (gewoonlijk de Septuagint genoemd) in het Grieks werd vertaald door vooraanstaande Joodse geleerden uit die tijd. Volgens de legende maakte elk van de 70 afzonderlijke Joodse wijzen afzonderlijke vertalingen van de Hebreeuwse Bijbel en toen deze klaar waren, kwamen zij allemaal perfect overeen. Zoals ik al zei, het is een legende! Het getal 70 is waarschijnlijk symbolisch voor de 70 naties van de wereld in het oude Jodendom.

Deze vertaling was niet alleen bedoeld voor Grieks sprekende Joden, maar ook voor niet-Joden, zodat ook zij toegang konden krijgen tot de Hebreeuwse Bijbel. U kunt zich voorstellen hoeveel Hebreeuwse woorden, zinnen en denkpatronen op elke bladzijde van de Septuagint voorkomen, ook al is deze in het Grieks geschreven.

Dus afgezien van het feit dat de schrijvers van het Nieuwe Testament Joods en Hebreeuws dachten, hebben we ook te maken met het feit dat het merendeel van hun citaten uit het Oude Testament afkomstig is uit een ander door Joden geschreven, Grieks-talig document – de Septuagint. Is het verwonderlijk dat het Nieuwe Testament vol staat met Hebreeuwse vormen, uitgedrukt in het Grieks?!

Terzijde: het gebruik van de Septuagint door de schrijvers van het Nieuwe Testament is eigenlijk een heel opwindend concept. De Joodse tekst van de Hebreeuwse Bijbel die vandaag de dag wordt gebruikt is de Masoretische Tekst (afgekort MT). Toen de Dode Zee Rollen uiteindelijk werden onderzocht, bleek dat er niet één, maar drie verschillende families van Bijbelse tradities bestonden in de tijd van Jezus.

Eén daarvan kwam sterk overeen met de Masoretische tekst, één kwam sterk overeen met de Septuagint, en één schijnt connecties te hebben met de Samaritaanse Torah. Dit geeft onder andere aan dat de Septuagint die door het Nieuwe Testament wordt geciteerd van grote waarde is, omdat deze gebaseerd was op een Hebreeuwse tekst die minstens even oud is als de oorspronkelijke basistekst van de (latere) Masoretische Tekst (MT).