“Op de zetel van Mozes” – Rabbijns gezag voor Christenen op grond van Mattheus 23 en Deuteronomium 17

“Gerechtigheid, gerechtigheid moet u najagen, opdat u leeft en het land dat de Heere u geeft, in bezit neemt.” – Deut. 16:20

De formulering in Matteüs 23:1 “De Schriftgeleerden en de Farizeeën zijn gezeten (en niet per se: gaan zitten) op de stoel van Mozes” is, zoals ik elders al eens uitgebreid heb uiteengezet, een massieve bevestiging van het gezag van de Rabbijnen. De woorden die erop volgen maken duidelijk dat Mattheüs veronderstelt dat Christenen aan de Wet van Mozes gebonden blijven en dat dit met zich meebrengt dat degenen aan wie de “woorden van God zijn toevertrouwd” (Rom. 3:2) ook het gezag en de competentie hebben om de Wet, waarvan geen titel of jota verloren zal gaan (Mat 5:18) met het oog op de praktijk van het leven uit te leggen en toe te passen. “Daarom, (omdat zij deze positie rechtmatig innemen), al wat zij u zeggen, (en niet alleen voor een beperkte tijd of in een bijzonder gebied van het leven) dat u in acht moet nemen, neem dat in acht (en bestudeer het en maak het u eigen), en doet dat (conform de visie van de Schriftgeleerden en de Farizeeën).” Doorgaan met het lezen van ““Op de zetel van Mozes” – Rabbijns gezag voor Christenen op grond van Mattheus 23 en Deuteronomium 17”

Gebod, gebed en berachot – KLIVE! 23 juli 2020

Nog weer even over de aantekeningen in mijn notitieboeken, nu uit de voorbereiding van de Bijbelbespreking in Heemstede over 1 Johannes 3.

Het doen van de gerechtigheid is een handelen volgens de Geest, zodat de rechtvaardige eis van de Wet in ons vervuld zou worden. D.w.z. dat we leven volgens de Wet van Christus, d.i. de Torah van God zoals die in het kader van het Nieuwe Verbond fungeert.

En we spreken over het gebed – is het vrij en spontaan alleen? Of is er ook aanleiding om vaste gebeden te gebruiken? Het jodendom helpt ons de spanning te verstaan tussen spontaan (kawanah) en vastgesteld (keva). Wat zijn bij voorbeeld de “zegenspreuken”of berachot die in het jodendom zo’n grote rol spelen?

Leren van de Rabbijnen – het gebed (4)

Het sjema – deel 2

De vraag is in welke relatie christenen staan tot wat we hier eerst genoemd hebben “de geloofsbelijdenis van Israël.” En bij die vraag is het van groot belang om ons niet te laten beïnvloeden door een gangbaar modern vooroordeel. Vanuit onze historische positie is het vanzelfsprekend om het christendom en het Jodendom als twee volstrekt gescheiden en aparte godsdiensten te beschouwen. Maar dat heeft te maken met de geschiedenis van de relatie tussen christenen en joden vanaf het einde van de tweede eeuw. In de eerste eeuw, de apostolische tijd, is er geen sprake van een dergelijk onderscheid. De grenzen tussen beide zijn heel beweeglijk en nog niet tot een tegenstelling verhard. Er is nog geen muur die beide van elkaar scheidt. Doorgaan met het lezen van “Leren van de Rabbijnen – het gebed (4)”

Geliefde vijanden vanwege ulieden – Koinonia Live! over Israël en de gemeente van Christus

Wat is dit toch een onuitputtelijk onderwerp! Toch is dit voorlopig mijn laatste bijdrage over Israël en de gemeente van de Messias Jezus. Vanaf volgende week gaan we ons bezighouden met een ander, actueel onderwerp, namelijk de Charismatische beweging. We bespreken de geschiedenis, de verschillende vormen, de theologische achtergrond, de uitwassen en het goede dat er ongetwijfeld ook in deze beweging plaatsvindt. Het is onze bedoeling te waarschuwen en voor te lichten en tot een redelijke – en Bijbelse – afweging te komen.