De wil van de drie-enige God

We lezen in Johannes 5:30, “Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft.”

Als dan de Unieke Zoon van God alleen de wil van de Vader wilde en niet Zijn eigen wil zoekt, wat moeten we dan zeggen over het feit dat mensen hun eigen wil willen doen? Als Hij die gelijk is aan de Vader, zich zo vernederd heeft onder de wil van de Vader?

Want zo zien wij Hem: de Zoon wordt mens, de Zoon wordt een speelbal in de handen van zondaars, de Zoon onderwerpt zich aan de kruisiging en sterft. Dat is de weg van de Zoon! Omdat Hij niet Zijn eigen wil doet, maar gehoorzaam de weg gaat die de Vader bepaald heeft.

Het is de Vader die wil, het is de Zoon die gehoorzaamt en het is de Heilige Geest die Hem daartoe de kracht geeft. Gods macht in een drievoudige openbaring. Daarom zegt de Zoon: “Ik ben niet gekomen om Mijn eigen wil te doen”, want wat de Zoon wilde, is wat de Vader wilde. Daarom zouden wij ook de wil moeten doen van de Vader, zoals die is geopenbaard in de Zoon, en Hem gehoorzaam zijn in de kracht van de Heilige Geest.

De discipelen en wij

Alles wat tot de discipelen wordt gezegd in het evangelie, is van toepassing op ons.
Niet alles wat tot de discipelen wordt gezegd in het evangelie, is van toepassing op ons.

Het is maar hoe je dat woord “van toepassing” wilt opvatten. De woorden van de Bergrede bijvoorbeeld. Over het bidden in hoofdstuk 6, of het liefhebben van de vijanden in hoofdstuk 5. Zou dat niet van toepassing zijn op ons? Het is denk ik rechtstreeks van toepassing op ons. En de reden daarvan is eenvoudig deze, dat in de opdrachten van de Bergrede de discipelen geen andere of bijzondere positie innemen dan wij. De Bergrede is het manifest van de Koning voor Zijn Koninkrijk. De discipelen maken daar deel van uit. Maar ook wij, zegt Petrus: “want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwige Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, Jezus Christus.” “De discipelen en wij” verder lezen

7 aanwijzingen voor een waarachtige revival van de Kerk

1

We belijden dat Gods Woord niet alleen de waarheid is (Joh. 17:17), maar het is ook voldoende, zoals we lezen in 2 Tim. 3:16.

Als het dus gaat om de vraag hoe de kerk een “revival” kan meemaken, zullen we er ook goed aan doen naar het Woord te luisteren. Wat is de eerste voorwaarde van een revival? Dat het volk als één man bijeenkomt. Zo lezen we in Neh. 8:2. “…verzamelde heel het volk zich als één man op het plein dat voor de Waterpoort ligt.” Er is dorst, en er is eenheid onder degenen die dorsten naar het Woord. Er moet levend water komen. En dat komt er, ze vragen er zelf om: “Breng het boek!”
Dat zou de strijdkreet van de nieuwe Reformatie moeten zijn. “Breng het Boek! Breng Gods Woord! Want we komen om van de dorst! Prikkelende alcohol van charismatische vernieuwers is er genoeg; dronken zijn we geworden, en we worden nu met een kater wakker. breng het Boek!”
“7 aanwijzingen voor een waarachtige revival van de Kerk” verder lezen