Het misverstand bij Paulus over de rechtvaardiging en de wet – leren van de rabbijnen

Het (mogelijke) misverstand bij Paulus over de rechtvaardiging door geloof raakt de Christelijke theologie in zijn fundamenten, zeker de theologie van de Reformatie. Overweeg eens het volgende fragment uit het boek Judaism, door Georg Foot Moore. (p. 495 en aantekening 209).

Wat de rechtvaardige mens die in zonde gevallen is, onderscheidt, is zijn berouw, zijn terugkeer of tesjoeva – een middel dat God, die de zwakheid van de mens kent en zijn zonde voorzien heeft, genadig schiep vóór de wereld tot stand kwam. Paulus’ definitie van rechtvaardigheid als volmaakte overeenstemming met de wet van God zou daarom nooit zijn aanvaard door een Joodse tegenstander, voor wie het gelijk zou hebben gestaan aan toegeven dat God de mens had bespot door hem redding aan te bieden op voorwaarden waarvan zij beiden wisten dat ze onmogelijk waren – God, omdat hij de mens had gemaakt tot een schepsel uit het stof met al zijn menselijke zwakheden (Psalm 103, 14) en in hem de ‘kwade impuls’ had ingeplant; de mens, bovenal de gewetensvolle mens, in zijn dagelijkse ervaring van eigen zwakte en moreel falen. God was te goed, te redelijk, om een volmaaktheid te eisen waartoe hij de mens niet in staat had gesteld. Doorgaan met het lezen van “Het misverstand bij Paulus over de rechtvaardiging en de wet – leren van de rabbijnen”

Ik ben gekomen…om de Wet te vervullen…

[Israel Bible Center, vertaling door Google Translate]

De beroemde woorden van de Messias over de Torah verklaren: “Denk niet dat ik ben gekomen om de Wet of de Profeten af ​​te schaffen; Ik ben niet gekomen om af te schaffen, maar om te vervullen” (Mat 5:17 NASB) Dit vers is ontelbare keren uitgelegd in kerkpreken, academische lezingen en wetenschappelijke commentaren. Wat kan ik eventueel toevoegen aan dit oude gesprek? Er zijn veel invalshoeken om dit onderwerp te benaderen, maar ik zal me op één ervan concentreren door een eenvoudige vraag te stellen: hoe, precies en op welke manier heeft Jezus de Torah in het evangelie van Mattheüs vervuld?

Het is gebruikelijk dat moderne volgelingen van Jezus zich voorstellen dat er een soort hemelse checklist is die de Messias moest invullen. Veel moderne joden denken er ook zo over. Mattheüs gebruikt inderdaad het Griekse werkwoord πληρόω (plerao), “vervullen”, in wat lijkt op een “lijst” van Messiaanse profetieën. Volgens Mattheüs 1-2, zou Yeshua geboren zijn om Jesaja 7:14 te vervullen – “een maagd zal zwanger worden…” (Matt 1:22-23); de geboorte van Bethlehem zou Micha 5:2 vervullen: “en jij, Bethlehem…” (Matt 2:5-6); Yeshua’s aanwezigheid in Egypte zou Hos 11:1 vervullen: “uit Egypte riep ik mijn zoon” (Matt 2:15); Herodes slachtte kinderen om Jer. 31:15: “Er werd een stem gehoord in Rama …” (Matt 2:17-18); Jezus ging in Nazareth wonen om te vervullen: “hij zal een Nazarener genoemd worden” (Matt. 2:23). Een algemeen idee dat deze lijst met profetische passages wachtte op toekomstige “vervullingen” om van de lijst te worden afgevinkt, kan behoorlijk ver verwijderd zijn van wat Mattheüs eigenlijk bedoelde over te brengen. Al zijn citaten uit de Schrift zijn herinneringen aan het verleden, in plaats van ‘voorspellingen’ van de toekomst.

Volgens Mattheüs herhaalt, herbeleeft en herhaalt Yeshua de ervaringen van Israël die in de Schrift worden beschreven. Net als Israël kwam Yeshua uit Egypte, zwierf door de woestijn en werd verzocht. Hij ging door de wateren van de Jordaan om een ​​nieuwe levensfase in te gaan. Wat er met Israël gebeurde, gebeurde met Yeshua. Het Aramese equivalent van het Griekse πληρόω (plerao) is קִיֵּם (qiyem), wat ‘vestigen’, ‘houden’ of ‘rechtop staan’ betekent. Evenzo betekenen קְיָים (qiyam) en קְיָימָא (qiyama) iets stevigs – zoals een wet, gelofte of verbond. In het Hebreeuws is קִיֵּם (qiyem) “vervullen” of “volbrengen” (Ps 119:28), maar ook “oprichten” en “opbouwen” (Jes 44:26; 58:12; 61:4) en “bevestigen” ” of “bevestigen” (Ruth 4:7; Est 9:29).

Dit is de manier waarop Jezus de Wet en de Profeten vervulde: het leven van de Messias weerspiegelde al deze gebeurtenissen tijdens de lange reis van Israël als volk. Alles wat Yeshua deed, vaststelde, bevestigde en bekrachtigde, is hoe God zijn volk door de pagina’s van de geschiedenis leidde.

De oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament

Door Eli Lizorkin, vertaald door DeepL.

De originele teksten van de documenten die wij hebben leren kennen als het Nieuwe Testament werden geschreven door Joden die Christus volgden (in de oude betekenis van het woord) in een taal die het best kan worden omschreven niet eenvoudigweg als Koine (of gewoon) Grieks, maar als “Koine Judeo-Grieks”.

Allereerst, wat is Koine Grieks? Koine Grieks (dat verschilt van Klassiek Grieks) was de gemeenschappelijke, multi-regionale vorm van Grieks gesproken en geschreven tijdens de Hellenistische en Romeinse perioden van de oudheid. Ik denk echter niet dat de taal die we in het Nieuwe Testament zien ALLEEN als Koine Grieks kan worden beschreven. Er zijn elementen van het Koine Grieks dat in het Nieuwe Testament wordt gebruikt die de significante verbinding met het Hebreeuws en de eerste-eeuwse Joodse cultuur benadrukken. Ik geef er de voorkeur aan om het “Judeo-Grieks” (of Koine Judeo-Grieks) te noemen.

Wat is Judeo-Grieks? Joods-Grieks is eenvoudigweg een gespecialiseerde vorm van Grieks die door Joden werd gebruikt om te communiceren. Deze vorm van Grieks behield veel woorden, zinnen, grammaticale structuren en denkpatronen die kenmerkend waren voor de Hebreeuwse taal. We hebben gelijkaardige voorbeelden in andere talen: het bekende Joods-Duits (Jiddisch), Joods-Spaans (Ladino), en de minder bekende Joods-Farsi, Joods-Arabische, Joods-Italiaanse, en Judees-Georgische talen.

Dus is Joods-Grieks echt Grieks? Ja, maar het is Grieks dat de patronen van Semitisch denken en uitdrukken heeft geërfd. Op die manier verschilt het van de vormen van Grieks die door andere bevolkingsgroepen worden gebruikt.

Ik ben het er niet mee eens dat het Nieuwe Testament eerst in het Hebreeuws werd geschreven en later in het Grieks werd vertaald. In plaats daarvan denk ik dat het in het Grieks is geschreven door mensen die “Joods” dachten. Belangrijker nog, de schrijvers van het Nieuwe Testament dachten meertalig. Mensen die een verscheidenheid aan talen spreken, slagen er ook in om in een verscheidenheid aan talen te denken. Wanneer zij echter spreken, importeren zij regelmatig iets uit een andere taal in die taal. Het is nooit een kwestie van “of”, maar alleen van “hoeveel”.

Wij moeten bedenken dat de Griekse versie van de Hebreeuwse Bijbel (gewoonlijk de Septuagint genoemd) in het Grieks werd vertaald door vooraanstaande Joodse geleerden uit die tijd. Volgens de legende maakte elk van de 70 afzonderlijke Joodse wijzen afzonderlijke vertalingen van de Hebreeuwse Bijbel en toen deze klaar waren, kwamen zij allemaal perfect overeen. Zoals ik al zei, het is een legende! Het getal 70 is waarschijnlijk symbolisch voor de 70 naties van de wereld in het oude Jodendom.

Deze vertaling was niet alleen bedoeld voor Grieks sprekende Joden, maar ook voor niet-Joden, zodat ook zij toegang konden krijgen tot de Hebreeuwse Bijbel. U kunt zich voorstellen hoeveel Hebreeuwse woorden, zinnen en denkpatronen op elke bladzijde van de Septuagint voorkomen, ook al is deze in het Grieks geschreven.

Dus afgezien van het feit dat de schrijvers van het Nieuwe Testament Joods en Hebreeuws dachten, hebben we ook te maken met het feit dat het merendeel van hun citaten uit het Oude Testament afkomstig is uit een ander door Joden geschreven, Grieks-talig document – de Septuagint. Is het verwonderlijk dat het Nieuwe Testament vol staat met Hebreeuwse vormen, uitgedrukt in het Grieks?!

Terzijde: het gebruik van de Septuagint door de schrijvers van het Nieuwe Testament is eigenlijk een heel opwindend concept. De Joodse tekst van de Hebreeuwse Bijbel die vandaag de dag wordt gebruikt is de Masoretische Tekst (afgekort MT). Toen de Dode Zee Rollen uiteindelijk werden onderzocht, bleek dat er niet één, maar drie verschillende families van Bijbelse tradities bestonden in de tijd van Jezus.

Eén daarvan kwam sterk overeen met de Masoretische tekst, één kwam sterk overeen met de Septuagint, en één schijnt connecties te hebben met de Samaritaanse Torah. Dit geeft onder andere aan dat de Septuagint die door het Nieuwe Testament wordt geciteerd van grote waarde is, omdat deze gebaseerd was op een Hebreeuwse tekst die minstens even oud is als de oorspronkelijke basistekst van de (latere) Masoretische Tekst (MT).

Vergaderen rondom een tekst – wat de Kerk verloor toen ze geen synagoge meer was

Het belangrijkste kenmerk van de synagoge was de centrale plaats die de Torah innam in het leven van de joodse gemeenschap. De tekst werd bestudeerd, vereerd, voor het dagelijks leven toepasbaar gemaakt en uit het hoofd geleerd. De gesprekken over de betekenis van de tekst werden zelf als heilige schrijft gezien, eerst als torah sjebe’al peh (goddelijk onderwijs dat mondeling werd doorgegeven) op dezelfde hoogte geplaats als de geschreven openbaring van Gods wil en uiteindelijk in de eerste eeuwen van de Diaspora ook schriftelijk vastgelegd. De gemeenschap van messiaanse joden, de gemeente van Christus, week hier in beginsel niet van af. Alleen door het Woord van Christus centraal te stellen was er een gemeenschap van discipelen van de messias Jezus. Dat Woord van Christus moest immers “rijkelijk in ons wonen” (Kol. 3:16). Dat is niet verwonderlijk als we weer eens beseffen dat het vroege Christendom als een vorm van jodendom beschouwd moet worden.

Wat de Christelijke gemeenschappen echter relatief vroeg in de geschiedenis hebben opgegeven is precies deze kern van de synagoge. De constitutie van de gemeenschap werd niet langer verbonden met de centrale plaats van het apostolisch getuigenis van Jezus, de christelijke variant van de mondelinge Torah, , noch de Hebreeuwse Bijbel ook die volgens Jezus zelf – in de bewoording van Johannes – de waarheid was (Joh. 17:17) en volgens Lukas 24 van Hem getuigde.

Twee gevolgen zijn daaraan verbonden. In de eerste plaats heeft die centrale functie van de Schrift als het hart van de gemeenschap steeds tot gevolg gehad, dat men zich realiseerde dat niet de overheid in het land van de ballingschap het opperste gezag had, maar de God die Zijn onderwijs aan Zijn volk had geschonken. Het is door het Boek dat een gemeenschap zich verbonden weet met een hoogste goddelijke instantie die de alledaagse, zichtbare realiteit te boven gaat. Het Boek is de fysieke representatie van het feit dat de joodse gemeenschap verbonden is met een transcendente authoriteit. Wanneer dat wegvalt wordt het mogelijk andere autoriteiten toe te laten. Zonder het Boek werd de identiteit van de gemeenschap niet langer beleefd als “belichaamd” in een historisch verhaal, waarin de oorsprong van de gemeenschap buiten de samenleving werd geplaatst.

Het tweede gevolg was, dat een religieuze samenkomst zonder de centrale betekenis van een Heilige Schrift een sacrale duiding van de eredienst mogelijk maakte. Een priesterlijk, ceremoniele, liturgische duideling van de eredienst werd nu mogelijk. In plaats van het Woord kon in het vroege Katholicisme beeld en ceremonieel samen als een toegang tot de goddelijke presentie worden opgevat.

Het christendom dat het centrale idee van de synagoge losliet, heeft daarmee de kracht verloren zich als een kontrasterende minderheid tegenover de gehele samenleving op te stellen. In plaats van een bron van profetische kritiek op de machten die er nu eenmaal zijn, werd zij uiteindelijk tot de religieuze ondersteuning van die machten. In het Constantinisme gaat elk wezenlijk onderscheid tussen wereld en gemeente verloren. De gemeente van de messias van Israel gaat als Christelijke kerk samenvallen met de samenleving als geheel.

 

Is het Christendom anti-Joods? – door John J. Parsons

 

Is het christendom anti-Joods?
Een korte blik op interpretatieve factoren

door John J. Parsons

Vele tegenwoordige kerkelijke leiders lijken er opvattingen over etnisch Israël op na te houden die geïnstitutionaliseerde vooroordelen en een “anti-Joods” vooroordeel uitdrukken. Maar hoe is de kerk zo ver verwijderd geraakt van de Joodse wortels van het geloof? Is het christendom in wezen antisemitisch in zijn perspectief? Is is het mogelijk om een oprecht Christen te zijn en toch anti-Joods?

Doorgaan met het lezen van “Is het Christendom anti-Joods? – door John J. Parsons”

Is Kerstmis een Heidens feest?

Is Kerstmis een Heidens feest?

Dr. Eli Lizorkin-Eyzenberg

Laten we beginnen met een beetje duister beeld. Nergens in de Heilige Schrift wordt ons verteld over een feest ter herdenking van de geboorte van Christus Jezus. Niets in de Schrift geeft ons enig zeker bewijs over de datum van deze grootse gebeurtenis.

Het gebrek aan Schriftuurlijke nauwkeurigheid over de feiten rond de geboorte van de koning van Judea staat in schril contrast met de beschikbare details over zijn dood (elk van de vier Evangeliën geeft het exacte tijdstip van Jezus’ dood).

In de late tweede eeuw bespotte de Griekse kerkvader Origenes de jaarlijkse vieringen van Romeinse geboortedagen, door ze af te doen als puur heidense praktijken. Dit suggereert dat christelijke gemeenschappen nog geen Kerstmis vierden tijdens het leven van Origenes (c.165-264). De eerste kerkelijke figuur die de datum van Jezus’ geboorte besprak was Clement (ca. 200), een Egyptische prediker uit Alexandrië. Maar 25 december werd niet eens genoemd. Tegen het midden van de vierde eeuw vinden we echter dat de westerse kerken de geboorte van Christus al op 25 december vierden, terwijl de oosterse kerken dat op 7 januari deden.

Hoe kwamen de vroege christenen tot deze datering?

Verrassend genoeg volgde de vroege kerk een zeer Joods idee – dat het begin en het einde van belangrijke verlossende gebeurtenissen vaak op dezelfde datum plaatsvinden (Babylonische Talmoed, Rosh Hashana 10b-11a). In het begin van de derde eeuw meldde Tertullianus dat, omdat hij precies wist wanneer Jezus stierf (14e Nissan of 25 maart), hij ook precies wist wanneer hij verwekt was! Hij had het hoogstwaarschijnlijk bij het verkeerde eind met zijn conclusies, maar wij kunnen nu tenminste zien hoe men tot de datum van Kerstmis is gekomen.

De logica ging als volgt: Als Jezus op 25 maart werd verwekt, zou zijn geboorte op 25 december vallen als we de 9 maanden van Maria’s zwangerschap zouden uittellen. Dit is vooral intrigerend omdat 1 januari vroeger werd gevierd als de dag van de besnijdenis van Christus (8 dagen na de avond van 24 december).

Het is zeer belangrijk op te merken dat het pas in de 4e-6e eeuw van de gewone jaartelling was dat de christenen de plaatselijke heidense feesten begonnen te “kerstenen” van de volkeren die zij trachtten te evangeliseren. Het lijdt geen twijfel dat het in die tijd was, maar niet eerder, dat Kerstmis enkele van zijn heidense tradities begon te krijgen. Waarom? Omdat tot ca. 300-320 n.Chr. de christenen een tegenculturele oorlog voerden met de heidenen van de Romeinse en Perzische wereld. Bijgevolg waren zij nog niet in de stemming voor culturele aanpassingen.

Aangezien 25 december als veronderstelde geboortedatum van Christus in omloop was 100-150 jaar voordat de praktijk van het “kerstenen” van heidense vieringen begon, is het onredelijk om te concluderen dat deze datum werd aangenomen om de Romeinse heidenen te behagen, zoals de populaire samenzweringstheorie suggereert.

Het is waar dat in 274 n.C. een Romeinse keizer 25 december uitriep tot “de dag van de onoverwonnen zon” (Sol Invictus). Dat was echter zo’n 70 jaar nadat de christenen 25 december hadden gekozen als hun kerstdatum. (Bovendien kan het decreet zelf zijn uitgevaardigd om de nieuw ingestelde christelijke viering de kop in te drukken). Voordat we onze hoofdvraag beantwoorden, denk ik dat we eerst een paar verwante vragen moeten beantwoorden:

Is Kerstmis een Bijbelse feestdag?

Nee. Het werd niet door God in de Bijbel bevolen.

Bevat de viering van Kerstmis elementen die van heidense oorsprong zijn?

Absoluut. Daar is geen enkele twijfel over mogelijk.

Is 25 december de juiste datum voor de viering van de Geboorte?

Mogelijk, maar hoogst onwaarschijnlijk.

Is vaccinatie het teken van het Beest?

 

door Eli Lizorkin (Israel Bible Center)

In tijden van crisis brengt de Bijbel troost en duidelijkheid voor miljoenen over de hele wereld. Nu we geconfronteerd worden met de moeilijkheden en onzekerheden van een wereldwijde pandemie, is de Schrift een herinnering aan vroegere beproevingen en toekomstige hoop. Toch gebruiken veel lezers de bijbelse tekst als een soort kristallen bol die gecodeerde zinspelingen biedt op huidige hachelijke situaties. Recentelijk hebben sommigen het “merkteken van het beest” in Openbaring gelezen als een gecodeerde verwijzing naar Covid-vaccins. Bij demonstraties tegen vaccinaties zijn spandoeken getoond met daarop de weigering van de demonstranten om “het merkteken van het beest te aanvaarden”. Maar dit begrip van Openbaring verwijdert het merkteken uit zijn historische context en dwingt een moderne veronderstelling op een oud idee. De oorspronkelijke, Joodse betekenis van het merkteken heeft niets te maken met het ontvangen van vaccins. In plaats daarvan is het dragen van het merkteken van het beest een symbolische manier om aan te geven dat iemand de geboden van God heeft verlaten. Doorgaan met het lezen van “Is vaccinatie het teken van het Beest?”

Preekschets voor Hebreeën 7 – Melchizedek als type

Melchisedek een Type.

I. Wat wordt bedoeld met Koning? Wat met Priester? Wat is het idee van Koningschap en van Priesterschap?

(1) Het idee van Koningschap werd tot op zekere hoogte aangekondigd bij de schepping van Adam. Een koning is een mens naar het beeld van God, die op aarde God zelf vertegenwoordigt, en aan wie, rechtstreeks van God, zonder tussenkomst van enig ander, macht en heerschappij is gegeven, opdat hij kan willen naar het verstand, naar de goedheid en wijsheid van God.

(2) Onder priesterschap wordt verstaan de gemeenschap met God – datgene wat de mens de liefde van God brengt – datgene wat God de aanbidding en de dienst van de mens brengt. Het behoeft nauwelijks te worden toegevoegd dat koningschap en priesterschap niet kunnen bestaan zonder profetie; want hoe kan er heerschappij zijn in de naam van God, of hoe kan er een bemiddeling zijn van de liefde van God tot de mens, en van onze aanbidding van en gehoorzaamheid aan God, tenzij er in de eerste plaats een manifestatie is van God Zelf, een openbaring van Zijn karakter? Christus is daarom Profeet, Priester en Koning.

II. Melchisedek, groter dan Abraham, is ook groter dan het Levitische priesterschap, en is dus een type van Christus, die boven Aäron staat, en wiens priesterschap volmaakt is.

III. Melchisedek verschijnt in de geïnspireerde geschiedenis als priester uitsluitend door Goddelijke benoeming en recht. Zijn priesterlijke waardigheid is persoonlijk; zijn positie is rechtstreeks door God gegeven; zijn priesterschap is inherent. Kijk nu naar de vervulling. Jezus is de eeuwige Vader. Dezelfde Schriften die Hem beschrijven als een Kind geboren, als een Zoon gegeven, die stilstaan bij Zijn menselijkheid, verklaren ons Zijn eeuwige goddelijkheid. Hij heeft geen begin van dagen, geen einde van leven. Het Zijne is nu een voortdurend, geen opvolgend priesterschap; niet naar de wet van een vleselijk gebod, maar naar de kracht van een eeuwig, een onverbrekelijk leven.

Nicoll, W. Robertson. The Sermon Outline Bible Commentary (twaalfdelige set met de beste navigatie en bijbellink) (Kindle Locations 98197-98203). E4 Group. Kindle Editie.

In het begin was het Woord – De Catena Aurea van Thomas over Joh. 1:1a

Een fraai voorbeeld van de diepgravende wijsgerige beschouwingen van de kerkvaders. 

HOOFDSTUK I 1a. In den beginne was het Woord.

Terwijl alle andere Evangelisten met de Menswording beginnen, spreekt Johannes, voorbijgaand aan de Ontvangenis, Geboorte, opvoeding en groei, onmiddellijk over de Eeuwige Generatie, zeggende: In den beginne was het Woord. Doorgaan met het lezen van “In het begin was het Woord – De Catena Aurea van Thomas over Joh. 1:1a”

De innerlijke farao -Ex. 10:28, 29

Na de plaag van de duisternis stemde Farao erin toe het Joodse volk uit te zenden – maar op zijn eigen voorwaarden. Toen Mozes deze voorwaarden weigerde, kwam Farao terug en stuurde Mozes boos weg.

De zucht naar macht
(וַיֹּאמֶר לוֹ פַרְעֹה לֵךְ מֵעָלָי . . . כִּי בְּיוֹם רְאֹתְךָ פָנַי תָּמוּת: וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה כֵּן דִּבַּרְתָּ וגו”: (שמות י:כח-כט

Farao zei [tegen Mozes]: “Verlaat mijn aanwezigheid! De dag dat je mijn gezicht ziet zul je sterven!” Mozes antwoordde: “U hebt juist gesproken.” Exodus 10:28-29

Elk kwaad is eigenlijk een “gevallen” versie – d.w.z. een vervorming – van een of andere vorm van heiligheid. Farao was de gevallen uitdrukking van G-ds vermogen om de grenzen van de natuur te overschrijden. In zijn gevallen vorm veranderde deze macht in Farao’s arrogante minachting voor elke autoriteit anders dan de zijne. In deze context, toen de Farao tegen Mozes zei dat “de dag dat je mijn gezicht ziet, je zult sterven”, waarschuwde hij Mozes (onbewust) dat niemand G-ds oneindigheid kan aanschouwen en leven. Mozes was het daarmee eens: geen eindig, geschapen wezen kan G-ds oneindigheid ervaren en blijven bestaan als een eindig wezen; hij zal worden geabsorbeerd door de ervaring en “oplossen” in G-ds oneindigheid.

Echter, G-d is niet gebonden aan Zijn eigen regels; Hij kan een individu toestaan om deze ervaring te “overleven”. Dit is precies wat Hij deed met Mozes, om hem toe te staan Farao’s kwaad te vernietigen door G-ds bovennatuurlijke kracht te openbaren door middel van de plagen.

We hebben allemaal onze innerlijke “Farao,” d.w.z., een hardnekkige oppositie of vijandigheid tegen heiligheid. Wanneer deze “Farao” is overwonnen, zullen de andere obstakels voor een positief, gezond leven volgen.

Uitleg van de parasja van deze dag door Rabbi Gordon