Blijf in het geloof – verkondiging over Kol. 1:15-23 in Bergschenhoek – zondag 17 november 2019

Verkondiging in de Hervormde Gemeente Bergschenhoek, op 17 november 2019.

AUDIO: https://raveen1956.podbean.com/e/blijf-in-het-geloof-gefundeerd-en-vast-verkondiging-over-kol-115-23/

VIDEO – zie onderaan de pagina

Wie is Jezus? (En niet: wie is Jezus volgens jouw mening.) Wij hebben dezelfde verwarring in onze kerken als destijds in Kolosse. Beseffen we wel dat uit Hem en door Hem en voor Hem en tot Hem alle dingen zijn geschapen?

Wie zijn wij? Weten we nog waarom we verzoening nodig hebben (gehad)? Dat wij vervreemd waren van het leven van God en vijandig gezind waren en leefden in de zonden? En hoe ver het werk van de verzoening reikt? Dat het de hele schepping omvat en dat het Gods doel was om ons heilig, smetteloos en onberispelijk voor Zich te stellen?

Wat heeft God voor ons in de verzoening gedaan? Jezus kwam en droeg onze zonden in “het lichaam van Zijn vlees” en heeft zo vrede gebracht. Zo zijn we van vijanden tot kinderen van God geworden. Staan we daar nog bij stil?

Wat wordt er in een tijd van theologische chaos van ons gevraagd? Steeds iets nieuws bedenken om het evangelie voor de wereld aantrekkelijk te maken? Moeten we meegaan in de spektakelkerk die nu in opkomst is?

Dit zijn de vragen waar de tekst ons een antwoord op aanreikt. Met als kern: vast te blijven houden aan het eenmaal aan de heiligen overgeleverde geloof (Judas 4).

Geloof en gehoorzaamheid – voorbereiding voor de verkondiging in Hilversum op 25/8 2019

Waarom het evangelie de heerschappij van Christus over ons leven betekent…

Hier is de preek zoals die uiteindelijk werd uitgesproken:

 

In onze cultuur hebben mensen een hekel aan het woord gehoorzaamheid. De meeste mensen denken dat het hooguit geldt voor werknemers en soldaten. En dan nog alleen maar binnen de nauwe grenzen van de wet. Wij hebben onze vrijheid lief. We hebben, terecht, een hekel aan alle vormen van slavernij. En dat is heel juist want de ene mens zou niet over de andere mens moeten heersen.

Deze drang tot vrijheid hebben wij zelfs van de Bijbel geleerd. Het evangelie van Jezus Christus is het evangelie van de bevrijding. Van de bevrijding van de Wet van Mozes die alleen maar veroordelen kon. De bevrijding tot een leven waarin de liefde regeert en niet de regeltjes van de moraal.

Maar als we het daarbij zouden laten, krijgen we de Bijbel tegen ons. Geloof in Jezus gaat altijd samen met gehoorzaamheid aan Hem. Het is net als met kinderen in een gezin. Als een kind zou verklaren dat hij of zij de ouders liefheeft, terwijl het tegelijkertijd die ouders volledig ongehoorzaam is en alleen maar doet wat hij zelf wil, spreekt dat kind met zijn gedrag zijn woorden tegen. Maar zo is het ook met ons als gelovigen.

De apostel Johannes schrijft in zijn eerste brief: “hieraan weten wij dat wij Hem kennen, als wij Zijn geboden bewaren” (1 Johannes 2:3). In diezelfde brief zegt hij: “Wie zegt in Hem te blijven, moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft” (1 Joh. 1:6). Jezus zelf zegt in het evangelie: “waarom noemen jullie mij Heer, heer, en doen niet wat ik zeg?” (Lucas 6:46). Petrus verkondigt in zijn eerste brief, dat wij zijn uitverkoren om Jezus Christus te gehoorzamen (1 Pe. 1:2) terwijl ongelovige mensen degenen zijn “die het evangelie van God niet gehoorzaam zijn” (1 Pe. 4:17).

Het is zeker waar dat het evangelie van Christus gaat over de liefde van God die zich naar ons heeft uitgestrekt. Het is zeker waar dat wij in de protestantse traditie staan waarin voorrang wordt gegeven aan de genade van God, die ons zonder tegenprestatie, zonder “werken” wil behouden – eeuwig leven wil geven. Maar het is evenzeer waar, dat het Nieuwe Testament voortdurend waarschuwt tegen de gedachte, dat dit het hele evangelie zou zijn. Wij zijn behouden door genade alleen en uit geloof. Wie met gelovig vertrouwen de Heere God aanroept, zegt Paulus, zal behouden worden. Maar de verwachting is dat iemand die tot bekering is gekomen, de liefde van God heeft ervaren, God dankbaar is voor zijn redding, nu ook gehoorzaam is aan de Here Jezus Christus. Zo hebben we dat gelezen in Johannes 14.

“Als u mij liefhebt, neem dan mijn geboden in acht.”

“Wie mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die mij liefheeft.”

“Als iemand mij liefheeft, zal hij mijn woord in acht nemen.”

En negatief geformuleerd:

“Wie mij niet liefheeft, neemt mijn woorden niet in acht.”

Maar zijn we wel in staat om Gods geboden te bewaren en te doen? Daar gaat de passage over in Johannes 14 die we hebben gelezen. Want het antwoord op die vraag is eenvoudigweg: nee! Er is immers niemand die goed doet. Maar naast de vier uitspraken over gehoorzaamheid die we gelezen hebben, staat een hele reeks van beloften over de voorwaarden van onze gehoorzaamheid. Hoe is het mogelijk dat een mens van harte de geboden van Christus onderhoudt? Welnu dat komt, door de aanwezigheid van God in ons leven. Zowel de Vader, als de Zoon als de Heilige Geest zijn bij ons en in ons. Daaraan ontlenen wij het vermogen om God gehoorzaam te zijn.

1.

In de eerste plaats lezen we dat wij een helper hebben. De Heilige Geest wordt hier een parakleet genoemd. Dat is een Grieks woord en heel veel betekenissen. Het betekent letterlijk iemand die wordt opgeroepen om naast je te gaan staan, om mee te helpen, te troosten, te adviseren, te vermanen, om voor jou op te treden, jouw aan te moedigen en je advocaat te zijn, D.w.z. je verdediging op zich te nemen. Jezus bidt de vader om deze andere helper, die lijkt op Hem, zoals Hij in Zijn leven de Parakleet was van de discipelen. Maar nu komt de Geest in Zijn plaats om te onderwijzen zoals Jezus, te bemoedigen zoals Jezus en voor zijn discipelen te bemiddelen, net zoals Jezus.

Deze Geest blijft bij ons tot in eeuwigheid, zegt onze tekst. Hij is bij ons om ons te helpen, en hij is in ons om onze kracht te geven. Hoe doet de Geest dat dan? Sleutel is dat de Geest hier een titel meekrijgt: Hij is de Geest van de waarheid. Het is deze Geest die de waarheid van het evangelie aan ons helder maakt, het ons in prent. Deze Geest is Degene die ons verduidelijken wil wie Jezus is en wat Hij van ons wil.

2.

In de tweede plaats lezen we dat ook de Zoon van God bij ons en in ons is. De wereld ziet Jezus niet, maar wij kregen de belofte “U zult Mij zien, want Ik leef en u zult leven.” Wij zien, dat wil zeggen wij kennen en begrijpen Hem. Na de opstanding zouden de discipelen Hem letterlijk zien. Gelovigen zijn bij machte om de aanwezigheid van Jezus al in dit leven waar te nemen hij heeft immers gezegd: “Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten” (Heb. 13:5). Zo heeft Hij ook gezegd: “Zie ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Mat. 28:20). Maar we hebben niet alleen de belofte dat Hij bij ons of naast ons zal staan, en we hebben niet alleen de belofte dat Hij ons zelf vasthouden, maar we hebben zelfs de belofte dat ze in een nog diepere eenheid met Hem zijn. Wij zijn een geworden met Jezus Christus doordat Zijn Geest in ons woont. Jezus beloofde dat na de opstanding de discipelen zouden begrijpen dat Hij een dergelijke onbreekbare band met God de Vader had, “u zult inzien dat Ik in Mijn Vader ben. Maar diezelfde band is er ook tussen de Here Jezus en ons. Want vers 20 vervolgt met de woorden: “en u in Mij, en Ik in u”!

3.

Maar dan is er ook nog de aanwezigheid van God de Vader. Wie de Here Jezus liefheeft, en Zijn Woord in acht zal nemen, wordt ook door God de Vader liefgehad. Dan geeft Jezus weer een belofte. “Wij”, dat is de Vader en de Zoon, “Wij zullen naar hem toekomen en bij hem intrek nemen.” Iedereen die Jezus liefheeft, is voorwerp van de liefde van God de Vader. En dan neemt die God intrek bij ons. Hij kan dan bij ons wonen.

4.

De Heilige Geest, is de Geest van de waarheid. De Geest, deze Parakleet, is ook onze onderwijzer. Hij brengt in herinnering wat Jezus tot ons gesproken heeft. Hij zal het ons uitleggen. Want alleen als wij Zijn woorden, Zijn geboden kunnen begrijpen, zijn we in staat die geboden ook te gehoorzamen.

Geloof het betekent de Here Jezus kennen; en Hem kennen betekent en moet leiden tot dat wij Hem liefhebben; en als wij Hem liefhebben dan verzekerd Godons van Zijn bijzondere nabijheid: de Geest blijft in ons tot in eeuwigheid; Vader en de Zoon nemen hun intrek in ons leven. Natuurlijk is dat alles beeldspraak. Maar dat maakt het niet minder waar. God de Vader zendt tot ons de Heilige Geest in de Naam van Zijn Zoon.

Voor Johannes is dit de voorwaarde van de gehoorzaamheid. Zonder een Helper, een Parakleet is dat onmogelijk. Zonder kennis en inzicht in de woorden van Jezus is dat onmogelijk. Daarom biedt de Zoon aan de Vader om de zending van de Geest. Opdat wij niet alleen maar in Hem zouden geloven, maar Hem ook gehoorzaam zouden zijn.

De sleutel tot deze gehoorzaamheid, denk ik, bestaat in het regelmatig lezen en overdenken van Gods Woord. Dat vergt inzet en discipline. De bijbel is immers geen makkelijk boek. Maar de vrucht van bijbelstudie is groot: we leren Jezus kennen door Gods Woord, we leren Zijn geboden begrijpen en toepassen, we ontdekken de trouwe aanwezigheid van Christus in ons leven.

Over het gebed – verkondiging in Lisse

De verkondiging in Lisse op 23 september 2018.

De aanleiding voor deze prediking was tweevoudig. In de eerste plaats had de leiding van de kindernevendienst gekozen voor het gebed van Daniel in Dan. 6. Een gebed tegen het bevel van de koning in, maar in een riskante gehoorzaamheid aan Gods bevel.

De andere aanleiding was het feit dat juist deze zondag de verjaardag van mijn vader zou zijn geweest, die vele jaren geleden, op 67-jarige leeftijd, plotseling gestorven was. Zijn dood was ondanks mijn fervente gebeden om hem te sparen en nog langer bij ons te mogen hebben. Geen verhoring dus van dat gebed.

Het belangrijkste thema van de verkondiging was dit: God antwoordt op al onze gebeden. Maar Hij verhoort ze niet alle. Ons vragen moet uitmonden in de overgave: niet mijn wil, maar Uw wil geschiede. Het antwoord is – na deze worsteling met onze eigen wil – de vrede Gods die alle verstand te boven gaat (Fil. 4).

Vijf stellingen:

1. Het gebed wordt niet altijd verhoord, maar wel altijd beantwoord.

2. Het gebed verandert niet Gods wil, maar verandert onze eigen wil in de overgave.

3. Ons gebed neemt ons in dienst van onze Koning – waar wij voor bidden wordt ook onze verantwoordelijkheid.

4. Ons gebed wordt volkomen door de werking van de Heilige Geest – het grote “vertaalbureau” in de hemel.

5. Ons gebed is in de eerste plaats lofzegging, de Heere God Zelf moet het belangrijkste voorwerp zijn van ons gebed, en niet onze verlangens en wensen.

U bent de Christus, de Zoon van de levende God – verkondiging in Katwijk

Hetzelfde thema als in de ochtenddienst in Aalst. Wat betekent het belijden van Jezus voor ons?

De tekst geeft een groot aantal aanwijzingen.

In de eerste plaats: we zijn in de om,geving van Caesarea Filippi, de stad gewijd aan de Griekse cultuur en godsdienst en aan de macht van de keizer. Hoe kunnen juist in de omgeving dan zeggen dat Jezus de Christus is? Want die titel betekent dat Hij de enige, door God aangestelde koning is, hoger dan de keizer. En dat Hij de enige weg tot de waarheid is. Daarmee is alles waar Caesarea Filippi voor staat weersproken. In feite is Petrus’ belijdenis verraad aan de bezettende macht, en een dwaasheid in de ogen van de grieken.

In de tweede plaats: je kunt Jezus als de Christus belijden, zonder te weten wat je doet. Dat blijkt uit het vervolg, waar Jezus moet uitleggen dat de Zoon des Mensen niet triomnfanbtelijk Zijn plaats in de wereld boven de keizer zal innemen, maar dat Gods weg met Hem door het lijden en de dood heen moet gaan.Het belijden van Jezus is het belijden van een gekruisigde koning!

In de derde plaats: er is veekl verwarring over wie Jezus is in de wereld van toen en in de wereld van nu. Maar het beslissende verschil tussen wat de mensen over Jezus zeggen en wat Petrus belijdt is, dat in al die mooie titels die mensen aan Jezus geven Hij in de marge van de geschiedenis blijft staan. Jezus komt er a.h.w. bij, Hij is een van de profetyen, een van de grote religieuze leiders, een bijzonder mens etc. Maar dat Hij uniek is wordt alleen door Petrus uitgesproken. Er kan maar één Christus zijn!

Ook in onze PKN is de verwarring groot. De enorme verschillen in belijden tussen de verschillende gemeenten in de PKN bewijzen dat. Maar laten we die rode draad vasthouden als een getuigenis naar de wereld toe: Hij is de Christus, de Zoon van de levende God.

Volg Mij na!

Over de navolging van Jezus heeft iedereen weleens gehoord. We menen wel te weten wat dat betekent: dat wij ervoor kiezen om Hem als ons voorbeeld te nemen, Hem na te doen, bij voorbeeld wanneer we lezen in het Nieuwe Testament dat de Heer Jezus zieken geneest en zich nederig opstelt. Dan willen we dat ook gaan doen, want dat is dan de manier waarop we ons als Christenen kunnen waarmaken. Als we zo denken, dan lijken we op de man waarover het evangelie vandaag ons vertelt, dat hij uit eigener beweging de Heer Jezus opzoekt en tegen Hem zegt: “Heer, ik wil U wel volgen, waar u ook heengaat.” Nu, dat is toch een mooi en vroom woord, daar zal de Heer Jezus blij mee zijn, dat er nu eindelijk iemand is die Hem wil navolgen. Hij heeft net meegemaakt dat de Samaritanen Hem verworpen hebben. Dat lezen we in de vezen 51 tot 56 hiervoor. Dan komt deze man toch als geroepen? Wat prachtig is dat toch, dat iemand de Heer Jezus wil navolgen?

Maar tot onze verbijstering is het antwoord van de Heer afwijzend: de Zoon des mensen heeft geen enkele plek waar Hij zijn hoofd kan neerleggen. En blijkbaar is dat woord precies raak, want we horen niets meer van deze man. Dit is blijkbaar wat Hij wilde: bij de Heer Jezus een veilige plek vinden, om rust te kunnen krijgen, een plek om te wonen. Zelfs vossen en vogels die toch voortdurend in beweging zijn hebben nog weleens een rustplek: vogels maken nesten en vossen graven holen. Maar met de Zoon des mensen is het anders gesteld. Geen rust is er te vinden. Zijn missie drijft Hem voort. En blijkbaar was dat niet de bedoeling van deze man die zo graag een navolger wilde zijn.

Er is nog iets anders met hem aan de hand. Hij benadert de Heer Jezus net zoals alle andere leerlingen van rabbijnen in die tijd. Je werd geacht aan de leraar te vragen of je hem mocht navolgen. Maar de Heer Jezus is niet zoals alle andere leraren. De navolging is geen vrije keuze van iemand. Als het wel een vrije keuze was, dan zou je ook voorwaarden kunnen stellen, kunnen onderhandelen over wat wel en niet mogelijk is. Je kunt zeggen dat je iemand wilt navolgen tot op zekere hoogte, of alleen in de zomer, als je toch geen werk hebt, of alleen in je vrije tijd. Of misschien zelfs alleen maar op zondag in de kerk. Maar het is geen vrije keuze. De navolging is een gebod van de Heer zelf. Hij roept iemand op Hem na te volgen.

Dat gebeurt dan ook met de tweede man in het voorbeeld. De Heer zegt tegen hem: Volg Mij na. En dan zegt die man, ‘wel, dat is een goed idee, dat doe ik graag, maar ik heb op dit moment net even geen tijd, want mijn vader is net overleden en ik moet nu de begrafenis gaan voorbereiden, maar als dat klaar is kom ik meteen weer bij je terug.’

Dan denk je toch bij jezelf: wat prachtig. Iemand die de Heer Jezus wil navolgen. Daar zal de Heer toch blij mee zijn. En het is toch begrijpelijk dat hij eerst zijn vader moet gaan begraven. Dat is familieplicht, heel vanzelfsprekend. En dat duurt ook geen weken, maar hooguit een dag en dan is die man toch bereid om de Heer na te volgen.

Maar tot mijn en ieders verbazing is opnieuw het woord van de Heer afwijzend. Laat de doden hun doden maar begraven, dat kun je best aan iemand anders overlaten, want er is dat veel dringender is dan deze vrome verplichting. En dat is het verkondigen van het Koninkrijk. Wat doet de dood er nog toe? Nu het Koninkrijk van het eeuwige leven zo nabij is gekomen?

En dan is er nog die derde man, evenzeer verbazend, die ook positief antwoord geeft op de oproep van de Heer om Hem na te volgen. “Ja, ik wil u volgen, maar ik moet wel eerst even thuis laten weten dat ik nu met u meetrek, anders maken ze zich ongerust en ik wil niet dat ze over mij bezorgd zijn. “Sta me toe dat ik eerst afscheid neem van hen die in mijn huis zijn.” En opnieuw is het antwoord van de Heer Jezus afwijzend. Kijk eens, als je aan het ploegen bent, dan kijk je toch niet achterom, dan kijk je alleen nog maar vooruit, naar het ongeploegde land dat voor je ligt. Als je omkijkt dan kom je tot stilstand, dan beweeg je niet meer.

Wie geschokt is door deze woorden van de Heer Jezus moet beseffen dat Hij onderweg is; Hij is op reis, onderweg naar Jeruzalem waar door Zijn kruisdood heen het Koninkrijk van God beginnen zal. Vanwege dat reisdoel wordt al het andere onbelangrijk. Wat kan het er nog toe doen, dat je de doden moet begraven, als het Koninkrijk op het punt staat aan te breken, waarin iedereen weer zal herleven? Nu het Rijk van het Volmaakte Leven op het punt staat aan te breken, moet je niet langer met de dood bezig zijn.

Wat kan het er nog toe doen, dat je met je familie moet rekening houden, nu het Koninkrijk op het punt staat aan te breken. De verkondiging van het Koninkrijk is immers de beste manier om voor je familie te zorgen. Je mag niet achteruit kijken, maar je moet vooruitkijken. Juist als het land geschikt moet worden gemaakt voor de toekomst van het Koninkrijk, moet je het verleden vergeten, de oude bindingen vallen weg, alle vanzelfsprekendheden en tradities waaraan je zou willen vasthouden moet je opgeven. Niet achteruit kijken!

Een algemene regel over hoe je Jezus moet navolgen staat hier natuurlijk niet. Je kunt niet het bevel dat aan deze mensen specifiek gericht is op ons zelf gaan toepassen. Waar het om gaat is het karakter van de reis van Jezus en op welke manier Hij reisgenoten naar zich toetrekt.  En op welke manier we nu met Hem onderweg kunnen zijn.

In de eerste plaats: een ieder van ons wordt door de Heer Jezus persoonlijk geroepen. Niemand kan van een ander weten op welke manier en hoe dat gebeurd is. Niemand kan dat van een ander beoordelen. We kunnen onze reisgenoten niet ondervragen over waarom ze aan hun reis begonnen en met welke redenen, maar mogen gerust zijn in de gedachte dat een ieder van ons persoonlijk en op een bijzondere wijze door de Heer geroepen is.

In de tweede plaats, voor ons allemaal is de oproep om de Heer Jezus na te volgen een gebod, een beschikking van de Koning kun je zeggen, die je niet kunt en mag negeren. Het is geen zaak van persoonlijke vrijheid, of van een hoogst persoonlijke levenskeuze, van een privé beslissing om het nu maar eens met het Christelijk geloof te proberen. En als dat niet werkt kunnen we altijd nog Boeddhist, Ietsist of humanist worden. Niemand kiest voor de Heer, maar de Heer kiest voor hem of haar. Hij is immers de Heer. Zou ik Hem kiezen, dan ben ik eerder een cliënt, of een vriend, of een bewonderaar. Maar dat is niet de navolging van Jezus als Heer!

In de derde plaats, door de navolging ontstaat een hoogst persoonlijke band met de Heer Jezus. De navolging geldt immers niet een moreel systeem, of een ideologie, of een instituut – nee, zelfs niet het instituut van de kerk – maar de Heer zelf en de Heer alleen.

In de vierde plaats: de navolging betekent een wending in het leven, voortaan niet meer voor jezelf te leven, vanuit eigen ideeën, eigen belangen, eigen gevoelens, maar Hem na te volgen, Hem voor ogen te houden, Hem te vereren en te dienen. Dat wordt de invulling van het persoonlijke leven. Zelfs te midden van onze eigen zorgen over het eigen leven, is dit de kern van ons bestaan. Soms in alle zwakte lijkt het in de marge te staan, en soms is het heel sterk en kun je je er niet aan onttrekken, maar realiteit is het altijd.

In de vijfde plaats is het een breuk met de machten die ons leven lijken te beheersen. De macht van het bezit voor de rijke jongeling, de eer en het belang van de familie, de zorg om het algemeen wezen en de staat, maar ook – en dat wilde ik vooral weer even noemen – de zorg om de religie, om de vroomheid, om de kerk ook. We kunnen ons vreselijk druk maken omd e kerk en haar voortbestaan, maar als we vergeten waarom die kerk er is, en waarom we gemeente zijn, dan werken we aan een afgodsbeeld. Die kerk is ‘van de Heer Jezus’ zelf – dat wil zeggen dat als Zijn naam er niet
wordt groot gemaakt, als Hij er niet het middelpunt en centrum van is, als het daarbij toch weer uitsluitend en vooral om ons gaat draaien, als het in de kerk moet gaan over onze belangen, onze zorgen, onze behoeften, onze troost – dan is die kerk vergeefs, dan is het een afgod die concurreert met Christus.

Leven in de navolging van de Heer Jezus betekent met Hem meetrekken in zijn vernedering, zijn kruisdood, maar dan ook met Hem leven in de eeuwigheid, samen met Hem de lofzang zingen waarin God alle eer krijgt.

Het enige wat nodig is, van onze kant, is de eerste stap te zetten zodat we op de weg van de navolging komen te staan. Vervolgens zal die weg ons voorttrekken, onze voeten richting geven, en zo gaan we dan samen met Hem onderweg naar Jeruzalem. De eerste stap, in de navolging, hier en nu wordt dat van ons gevraagd. En natuurlijk, als we die stap eenmaal gezet hebben en terugkijken, dan zien we dat Hij het was die ons naar zich toetrok. Wie die eerste stap niet zet, heeft zich onbeweeglijk en star tegenover de Heer geplaatst.

Vader in de hemel, help ons uw stem te horen en de eerste stap te zetten om de Heer Jezus na te volgen. Maak ons bereid alles achter ons te laten wat ons hindert daarbij, U weet wat in ons hart is en wat voor ons een obstakel is. Neem het dan weg, Heere, en laat ons Hem zien, die zich voor ons gegeven heeft en die ons liefheeft.

AMEN