Jezus en de mondelinge wet (1) – uit mijn dissertatie

Wij moeten ons afvragen wat Jezus’ reactie was op de farizeïsche tradities. Stond Hij werkelijk zo ver af van de manier waarop de Farizeeën de wet uitlegden? We kunnen Jezus niet zomaar identificeren met een vorm van farizeïsme, en de klassieke visie vertelt ons dat Jezus zich verzette tegen de farizeese uitleg van de Torah. Wij moeten ten minste enkele bewijzen onderzoeken. Doorgaan met het lezen van “Jezus en de mondelinge wet (1) – uit mijn dissertatie”

Bewezen of aangewezen? Rom. 1:1-4 en de kracht van een vooroordeel

Het trinitarisch schema en het triomfantalisme van de Kerk toont zich in de exegese, ook van de brief aan de Romeinen. Ik geef hier een klein voorbeeld daarvan uit Rom. 1:1-4. Staat er nu “bewezen” en betekent “Zoon van God” hier hetzelfde als “God de Zoon”? Of vinden we hier bij Paulus een vorm van adoptianisme, zoals in heel de vroege kerk?

Hypocriet of zelfingenomen? – Lewis Keizer

Hypokritos was een term uit het Griekse theater, die “toneelspeler, aansteller” betekent. Jezus predikte tegen “huichelaars” in het Griekse Nieuwe Testament volgens de klassieke interpretatie, maar er was geen dergelijk Aramese woord.

Waarom? Omdat er bij de Joden geen traditie van theater was, dus geen woord voor “huichelaar” of toneelspeler. Het Griekse woord voor huichelaar in het Nieuwe Testament is een verkeerde vertaling van de Aramese uitdrukking nasa beaf “de neus ophalen,” wat betekent:  de neus ophalen, of op iemand neerkijken, d.w.z. zelfingenomen te zijn. Wanneer de Jezus van het Nieuwe Testament tekeer gaat tegen de farizeeërs uit Judea als huichelaars, is dat christelijke anti-farizeïsche polemiek.

Maar de Farizeeën waren geen huichelaars. Zij beoefenden ijverig wat zij vast geloofden dat rechtvaardig was. Wat de historische Jesjoea verafschuwde was hun zelfingenomen houding dat God hen liefhad en het gewone volk verachtte, gewone mensen. Hij bekritiseerde hen omdat zij nasa beaf, met hun neus neerkeken op gewone mensen.


Lewis Keizer, The Pre-Christian Teachings of Yeshua, p. 92

De verspieders – Likkutei Sichot

 

De Sidra van Sjelach bevat de episode van de verspieders die Mozes uitzond om inlichtingen in te winnen over het land Kanaän. Tien van de twaalf verspieders keerden terug met geringschattende berichten, dat het land weliswaar vruchtbaar was, maar dat de inwoners te sterk waren en hun steden te goed bewaakt om door de Israëlieten verslagen te kunnen worden. Het hele verhaal is doorschoten met moeilijkheden. Hoe konden de verspieders, zo kort na de wonderbaarlijke bevrijding uit Egypte, twijfelen of G-d hun de overwinning zou geven? Hoe kon het moreel van de Israëlieten zo gemakkelijk gebroken worden? Waarom hebben Kaleb en Jozua, de enige getrouwe stemmen onder de verspieders, de onrust niet weggenomen door de grote catalogus van wonderen te noemen waarin het volk getuige was geweest van de macht van G-d? Het is duidelijk dat er een zekere onrust lag onder de oppervlakte van het gedrag van de verspieders. Wat dat was, en hoe het ons kan beïnvloeden, is het onderwerp van deze Sicha. Doorgaan met het lezen van “De verspieders – Likkutei Sichot”

Vergaderen rondom een tekst – wat de Kerk verloor toen ze geen synagoge meer was

Het belangrijkste kenmerk van de synagoge was de centrale plaats die de Torah innam in het leven van de joodse gemeenschap. De tekst werd bestudeerd, vereerd, voor het dagelijks leven toepasbaar gemaakt en uit het hoofd geleerd. De gesprekken over de betekenis van de tekst werden zelf als heilige schrijft gezien, eerst als torah sjebe’al peh (goddelijk onderwijs dat mondeling werd doorgegeven) op dezelfde hoogte geplaats als de geschreven openbaring van Gods wil en uiteindelijk in de eerste eeuwen van de Diaspora ook schriftelijk vastgelegd. De gemeenschap van messiaanse joden, de gemeente van Christus, week hier in beginsel niet van af. Alleen door het Woord van Christus centraal te stellen was er een gemeenschap van discipelen van de messias Jezus. Dat Woord van Christus moest immers “rijkelijk in ons wonen” (Kol. 3:16). Dat is niet verwonderlijk als we weer eens beseffen dat het vroege Christendom als een vorm van jodendom beschouwd moet worden.

Wat de Christelijke gemeenschappen echter relatief vroeg in de geschiedenis hebben opgegeven is precies deze kern van de synagoge. De constitutie van de gemeenschap werd niet langer verbonden met de centrale plaats van het apostolisch getuigenis van Jezus, de christelijke variant van de mondelinge Torah, , noch de Hebreeuwse Bijbel ook die volgens Jezus zelf – in de bewoording van Johannes – de waarheid was (Joh. 17:17) en volgens Lukas 24 van Hem getuigde.

Twee gevolgen zijn daaraan verbonden. In de eerste plaats heeft die centrale functie van de Schrift als het hart van de gemeenschap steeds tot gevolg gehad, dat men zich realiseerde dat niet de overheid in het land van de ballingschap het opperste gezag had, maar de God die Zijn onderwijs aan Zijn volk had geschonken. Het is door het Boek dat een gemeenschap zich verbonden weet met een hoogste goddelijke instantie die de alledaagse, zichtbare realiteit te boven gaat. Het Boek is de fysieke representatie van het feit dat de joodse gemeenschap verbonden is met een transcendente authoriteit. Wanneer dat wegvalt wordt het mogelijk andere autoriteiten toe te laten. Zonder het Boek werd de identiteit van de gemeenschap niet langer beleefd als “belichaamd” in een historisch verhaal, waarin de oorsprong van de gemeenschap buiten de samenleving werd geplaatst.

Het tweede gevolg was, dat een religieuze samenkomst zonder de centrale betekenis van een Heilige Schrift een sacrale duiding van de eredienst mogelijk maakte. Een priesterlijk, ceremoniele, liturgische duideling van de eredienst werd nu mogelijk. In plaats van het Woord kon in het vroege Katholicisme beeld en ceremonieel samen als een toegang tot de goddelijke presentie worden opgevat.

Het christendom dat het centrale idee van de synagoge losliet, heeft daarmee de kracht verloren zich als een kontrasterende minderheid tegenover de gehele samenleving op te stellen. In plaats van een bron van profetische kritiek op de machten die er nu eenmaal zijn, werd zij uiteindelijk tot de religieuze ondersteuning van die machten. In het Constantinisme gaat elk wezenlijk onderscheid tussen wereld en gemeente verloren. De gemeente van de messias van Israel gaat als Christelijke kerk samenvallen met de samenleving als geheel.

 

De innerlijke farao -Ex. 10:28, 29

Na de plaag van de duisternis stemde Farao erin toe het Joodse volk uit te zenden – maar op zijn eigen voorwaarden. Toen Mozes deze voorwaarden weigerde, kwam Farao terug en stuurde Mozes boos weg.

De zucht naar macht
(וַיֹּאמֶר לוֹ פַרְעֹה לֵךְ מֵעָלָי . . . כִּי בְּיוֹם רְאֹתְךָ פָנַי תָּמוּת: וַיֹּאמֶר מֹשֶׁה כֵּן דִּבַּרְתָּ וגו”: (שמות י:כח-כט

Farao zei [tegen Mozes]: “Verlaat mijn aanwezigheid! De dag dat je mijn gezicht ziet zul je sterven!” Mozes antwoordde: “U hebt juist gesproken.” Exodus 10:28-29

Elk kwaad is eigenlijk een “gevallen” versie – d.w.z. een vervorming – van een of andere vorm van heiligheid. Farao was de gevallen uitdrukking van G-ds vermogen om de grenzen van de natuur te overschrijden. In zijn gevallen vorm veranderde deze macht in Farao’s arrogante minachting voor elke autoriteit anders dan de zijne. In deze context, toen de Farao tegen Mozes zei dat “de dag dat je mijn gezicht ziet, je zult sterven”, waarschuwde hij Mozes (onbewust) dat niemand G-ds oneindigheid kan aanschouwen en leven. Mozes was het daarmee eens: geen eindig, geschapen wezen kan G-ds oneindigheid ervaren en blijven bestaan als een eindig wezen; hij zal worden geabsorbeerd door de ervaring en “oplossen” in G-ds oneindigheid.

Echter, G-d is niet gebonden aan Zijn eigen regels; Hij kan een individu toestaan om deze ervaring te “overleven”. Dit is precies wat Hij deed met Mozes, om hem toe te staan Farao’s kwaad te vernietigen door G-ds bovennatuurlijke kracht te openbaren door middel van de plagen.

We hebben allemaal onze innerlijke “Farao,” d.w.z., een hardnekkige oppositie of vijandigheid tegen heiligheid. Wanneer deze “Farao” is overwonnen, zullen de andere obstakels voor een positief, gezond leven volgen.

Uitleg van de parasja van deze dag door Rabbi Gordon