Heeft Petrus op Gods gezag de Wet van Mozes overtreden?

 JEWS AND GENTILES IN THE ECCLESIA: EVALUATING THE THEORY OF INTRA-ECCLESIAL JEW-GENTILE DISTINCTION By David B. Woods

4.3 [p. 36]

Petrus was een vrome, gezagsgetrouwe Jood, die naar eigen zeggen “nooit iets gewoons en onreins gegeten had”. Toch vertelt Handelingen ons: En [Petrus] zeide tot het huisgezin van Cornelius],

“Gij weet, dat het een Jood verboden is met een vreemdeling om te gaan of hem te benaderen. En aan mij heeft God getoond, dat ik geen mens gemeen of onrein mag noemen. Daarom – en zonder enig bezwaar te maken – ben ik gekomen, toen men mij verzocht. Daarom vraag ik, om welke reden gij mij gezonden hebt? Doorgaan met het lezen van “Heeft Petrus op Gods gezag de Wet van Mozes overtreden?”

Keizer: geef ons heden ons dagelijks brood?

Lechem Ha-Machar: Brood van morgen

De evangeliën van Mattheüs en Lucas gebruiken het Griekse woord epiousion, “Geef ons heden ons epiousionbrood”. Maar het Griekse epiousion is een hapax legomenon, dat wil zeggen, het komt nergens anders voor in het klassieke, bijbelse of hellenistische Grieks. Het had geen woordenboekdefinitie of precedent in de Griekse literatuur en was dus een mysterie voor de vroege heidense kerken, die besloten het te vertalen als “dagelijks” of “nodig”.

In de Latijnse Vulgaat en latere Engelse vertalingen werd het weergegeven als “ons dagelijks brood”, ondanks het feit dat Jesjoea leerde dat zijn discipelen niet hoefden te bidden voor hun voedsel en kleding. De traditionele Engelse vertaling “dagelijks brood” heeft nooit een legitieme basis gehad.

Maar gelukkig hebben wij fragmenten van het Onze Vader in het Aramees, geciteerd door de Kerkvaders, die toegang hadden tot nu verloren gegane Aramese geschriften van de Ebionieten en andere Joodse christenen. Zij ontdekten dat het oorspronkelijke Aramese woord machar was, dat “van de toekomst, van de morgen” betekent. De morgen is een verwijzing naar het komende Messiaanse Tijdperk, waarin God bij de mensheid zal wonen en de Malchoet (het koninkrijk) in de harten van de mensheid zal wonen. Het “brood van de morgen” is een mystieke uitdrukking die verwijst naar de goddelijke leringen, ma’da (kennis), en razim (geheimen, openbaringen) die in de hemelen verborgen waren en in het komende Messiaanse Tijdperk bekend zouden worden, zoals die welke Jesjoea onder vier ogen openbaarde tijdens zijn sedermaaltijden met de discipelen. Daarom is er in het oorspronkelijke Aramees een contrasterend Semitisch parallellisme tussen “deze dag,” d.w.z. nu, in ons dagelijks leven, en “de morgen,” dat verwijst naar de ‘Olam Ha-Ba of het komende messiaanse tijdperk, wanneer Gods Malchoet volledig gevestigd zal zijn op aarde, d.w.z. in het menselijk hart en in de wereld.

Lewis Keizer, The Pre-Christian Teachings of Yeshua, p. 113 (PDF)

Waarom is het Messiaanse jodendom niet aanvaardbaar voor de orthodoxie?

Door ARI MONTANARI

Als ik een groene appel neem en hem rood verf, is het dan nog een appel? Als ik het christendom neem en het beschilder met elementen van het jodendom, waarvan het al veel elementen heeft overgenomen en herzien uit het jodendom, zou het dan nog christendom zijn? Wordt een geloof, of een godsdienst, of een systeem van theologieën die met elkaar overeenstemmen, ook beschouwd als van hetzelfde merk? Als ik je David noem, of Dovid, of Davide, ben je dan nog David? Is dit niet hetzelfde met het messiaanse merk van het christendom? Terwijl de theologie hetzelfde is, of identiek, maar zij incorporeren sommige rabbijnse tradities, hoe zij die ook gebruiken, is het nog steeds gewoon het oude christendom?

 

Ik weiger te erkennen dat de messiaans-christelijke variant van hun religie ook maar iets met het jodendom te maken heeft. Zij kozen er op een dag voor om de heilige elementen, tradities en praktijken van het geloof van de G-d van Israël te gebruiken om hun vroegere Joden, die nu christelijke bekeerlingen zijn, een nieuwe naam te geven. Het feit blijft hetzelfde, wanneer iemand het geloof van zijn vaderen in het Jodendom verlaat en de Christelijke godsdienst omarmt, geworteld in het Katholicisme, – of hij dat nu leuk vindt of niet, het is zo -, wanneer hij dit doet is hij niet langer Jood maar Christen.

 

Christenen zijn niet toegestaan onder de wet van terugkeer in Israël. Als een Jood een strategische keuze maakt om zijn geloof in Hashem af te wijzen en het geloof van de Paus te omarmen, is het die persoon niet toegestaan om terug te keren naar het Land Israël onder de Wet van Terugkeer. Misschien vinden de liberalen mijn visie extreem, maar wat zegt de Torah van Hashem? Na’aseh V’nishma is één antwoord. Eerst zullen we doen en gehoorzamen en dan zullen we luisteren en leren. Velen hebben dit vandaag de dag verdraaid om het negeren van de voorschriften en geboden van Torah te rechtvaardigen. Nu hebben we “geleerden” die de Torah herinterpreteren om hun seculiere en moderne wereldbeelden en levensstijlen te rechtvaardigen.

 

Onthoud, zij die Torah verwerpen krijgen nu hun beloning op aarde. Zij die Torah verwerpen zijn verworpen en onbekend voor Hashem als Joden. Zij die de Torah verwerpen en om het even welk theologisch of religieus systeem buiten de Torah omhelzen, zijn een deel van een ander geloofssysteem, messiaanse christenen inbegrepen. Dit omvat voormalige Joden die de Assemblies of God omhelzen, of The Foursquare Church, of de MJAA, UMJC of welke christelijke entiteit dan ook die deze valse titel toestaat, op ongepaste wijze gebruikmakend van de tradities van het Jodendom. In een recent artikel op de JPost door Tamara Zieve, schreef zij een geweldig stuk over waarom messianisten worden afgewezen door het mainstream Judaïsme en Israël.

 

Zij wijst op een verwijzing van Rabbi David Rosen van het Opperrabbinaat van Israël die duidelijk zegt:

 

“Als mensen geloven dat Jezus één van de drie-enige personen van God is, dan moeten zij eerlijk zijn als zij zichzelf als christen identificeren.”

 

Het is duidelijk dat dit de waarheid is en dat hier de grens moet worden getrokken. Als je gelooft zoals Rabbi Rosen opmerkte, dan ben je niet van het Joodse geloof. En Joden zullen, net als wij, u onder het christelijke merk scharen en zijn bereid ons geloof te verdedigen tegen elke aanval of poging tot bekering als een agressieve daad om de Joodse cultuur, traditie en het geloof van de G-d van Israël te vernietigen en te elimineren. Want wij hebben meer dan 3000 jaar stand gehouden en hebben oorlogen en kruistochten overleefd, en zullen pogingen om Israël te kerstenen of pogingen om Joden te bekeren door hun christelijke liefde, overleven. Want wij zijn Joden, bevolen om Joden te zijn en zullen altijd Joden blijven, trouw aan Hashem, voordat wij ooit hun pogingen erkennen om ons te bekeren met welke tactiek dan ook die zij ook afleiden en tegen ons gebruiken. Assimilatie en integratie is waar wij onze ergste vijand vinden.

 

Het christendom is de essentie van integratie en assimilatie. Het is de antithese van Joodse tradities, voorschriften en Joodse cultuur. Deuteronomium 13 is duidelijk, wij zullen de Heere onze G-d volgen, Zijn geboden onderhouden, naar Zijn stem luisteren, Hem aanbidden, en ons aan Hem vastklampen. Want het is een test en een test die we niet zullen falen. Want deze waarschuwing van Hashem is duidelijk voor ons dat deze pogingen om te misleiden, te proselitiseren, te bekeren of te manipuleren voor altijd verworpen zullen worden .

 

Want de Tora is eeuwigdurend, onveranderlijk en voor alle generaties.

Hypocriet of zelfingenomen? – Lewis Keizer

Hypokritos was een term uit het Griekse theater, die “toneelspeler, aansteller” betekent. Jezus predikte tegen “huichelaars” in het Griekse Nieuwe Testament volgens de klassieke interpretatie, maar er was geen dergelijk Aramese woord.

Waarom? Omdat er bij de Joden geen traditie van theater was, dus geen woord voor “huichelaar” of toneelspeler. Het Griekse woord voor huichelaar in het Nieuwe Testament is een verkeerde vertaling van de Aramese uitdrukking nasa beaf “de neus ophalen,” wat betekent:  de neus ophalen, of op iemand neerkijken, d.w.z. zelfingenomen te zijn. Wanneer de Jezus van het Nieuwe Testament tekeer gaat tegen de farizeeërs uit Judea als huichelaars, is dat christelijke anti-farizeïsche polemiek.

Maar de Farizeeën waren geen huichelaars. Zij beoefenden ijverig wat zij vast geloofden dat rechtvaardig was. Wat de historische Jesjoea verafschuwde was hun zelfingenomen houding dat God hen liefhad en het gewone volk verachtte, gewone mensen. Hij bekritiseerde hen omdat zij nasa beaf, met hun neus neerkeken op gewone mensen.


Lewis Keizer, The Pre-Christian Teachings of Yeshua, p. 92

Opnieuw: een geheel andere visie op wat we al denken te weten

[voetnoot 68 uit THE PRE-CHRISTIAN TEACHINGS OF YESHUA]

“Paulus beweert dat hij zijn evangelie niet geleerd heeft van de Apostelen of van enige discipelen. Want noch heb ik het van een mens ontvangen, noch is het mij geleerd, maar het is mij door openbaring van Jezus Christus geschied. Galaten 1.12 Dit en 1 Korinthe zijn de enige plaatsen waar Paulus in zijn authentieke brieven spreekt over zijn Christus-visioen.

Twee generaties later geeft de schrijver van Lucas-Handelingen twee veel dramatischer versies van Paulus’ Christusvisioen – zijn bekering op de weg naar Damascus. Beide versies in Handelingen zeggen dat Paulus een verblindend licht zag en de stem van de levende Christus hoorde. Zijn metgezellen, zo wordt ons verteld, zagen ook het licht, maar werden in tegenstelling tot Paulus niet verblind. In het ene verslag horen zijn metgezellen de stem, in het andere horen zij de stem niet. De verslagen in Handelingen zijn waarschijnlijk niet historisch, maar legendarisch. Uit wat Paulus zegt over zijn visioen van de opgestane Jezus in Korinthe, waar hij het vergelijkt met de ervaringen van de andere apostelen “…toen verscheen hij aan Jakobus; daarna aan al de apostelen; en het laatst van al, als aan het ontijdig geboren kind, verscheen hij ook aan mij”, lijkt hij niet te spreken over een verblindend visioen op de weg naar Damascus, maar over het gezien hebben in een visioen (ophthai).

Paulus berispt de Korinthische charismatische tongsprekers met de woorden: Ik dank God, dat ik meer in tongen spreek dan gij allen. Toch spreek ik in de kerk liever vijf woorden met mijn verstand om anderen te onderrichten, dan tienduizend woorden in een tong. Met andere woorden, Paulus zegt dat hij goddelijke leiding ontvangt door zijn noëtische faculteit, de nous, het hogere verstand, of geestelijk zicht. Op een andere plaats (II Cor. 12.2f.) vertelt hij van het maken van een Merkabah-opstijging in trance naar de Derde Hemel van het kabbalistische Pardes (Paradijs). Het lijkt het meest waarschijnlijk dat de geloofsbrieven van Paulus als apostel voortkwamen uit privé visioenen en openbaringen.”

THE PRE-CHRISTIAN TEACHINGS OF YESHUA – Lewis Keizer

Een nieuw boek, het tweede van vandaag. Het raakt opnieuw de kwestie waarmee ik nu worstel en die ik als volgt formuleerde:

Mijn aanhoudende probleem: een zuiver “joods”, d.w.z. talmoedisch messiaans jodendom, lijkt het belang van de persoon van Christus te verliezen. Wellicht vanwege het op Aristoteles gebaseerde middeleeuwse jodendom in de trant van Maimonides, waarop het moderne rabbijnse jodendom gebaseerd is. Het is dan eigenlijk een joodse jas met een klein evangelisch sjaaltje. Is het dan niet beter zuiver joods te blijven? (Met respect voor het evangelische Christendom als buurman – of verre nazaat.)
Een zuiver evangelisch messiaans jodendom lijkt een baptisten theologie te bevatten met een joodse aankleding – die dan ook afkomstig is uit de sfeer van het Talmoedisch, d.i. middeleeuws jodendom. In dat geval zit de joodse jas verkeerd op het evangelische lijf. Is het dan niet beter gewoon “evangelisch” te blijven? (Maar dan met respect voor het jodendom als buurman, als verre voorouder?)

Doorgaan met het lezen van “THE PRE-CHRISTIAN TEACHINGS OF YESHUA – Lewis Keizer”

Het joodse karakter van de leer van de triniteit – Richard Robinson

Uit: The Jewish Nature of the Doctrine of the Trinity, Richard A. Robinson 

Om enkele voorlopige richtingen samen te vatten die een Messiaans-Joodse theologie van de Drie-eenheid zou kunnen nemen: zij zou beginnen met de ene God, net zoals de Hebreeuwse Bijbel dat doet. Het Shema zou benadrukt worden als een kernverklaring over God, zowel wat betreft Zijn uniciteit als in Gods contrast met de goden van de afgodendienst. Wij zouden deze theologie verder ontwikkelen door te verwijzen naar zowel het milieu van het oude Nabije Oosten als naar de bijbelse voorstelling van een veelheid van de ene God.

Wij zouden ons verder beroepen op oudtestamentische en intertestamentische uitspraken over Wijsheid en soortgelijke grootheden. Zoals wij de bijbelse drie-enige God tegenover de goden van de afgodendienst stellen, zo zouden wij ook overgaan tot het stellen van de Drie-eenheid tegenover zowel het Grieks-Romeinse heidendom als de middeleeuwse joodse opvattingen, waarvan de laatste het moderne jodendom inspireren.

Wij zouden moeten onderstrepen dat de Drie-eenheid niet afgodisch is, een voortdurende beschuldiging van de Joodse gemeenschap, en bovendien dat de hedendaagse Joodse theologie betreffende de ene, onverdeelde, numeriek één God meer schatplichtig is aan de Aristotelische filosofie dan aan de bijbelse achtergrond. En misschien zouden wij meer de nadruk leggen op de Vader dan vaak gedaan wordt in het moderne populaire christendom, waarin de Vader soms verwaarloosd wordt ten gunste van de Zoon en de Geest.

En tenslotte zouden wij de leer van de Geest op soortgelijke wijze ontwikkelen, hoewel mij tot op heden niet bekend is dat er veel werk is verricht om de Geest in verband te brengen met het Joodse milieu. Zeker is dat er in de Hebreeuwse Bijbel en in de Joodse traditie veel ruw materiaal is met betrekking tot de Geest van God.

Dit zijn dus enkele inleidende beschouwingen die mogelijk een “messiaans-Joodse theologie” van de Drie-eenheid kunnen informeren.

[ Richard A. Robinson, Senior Researcher, Jews for Jesus, San Francisco CA
Presented at the Far West Regional Meeting of The Evangelical Theological Society, Pasadena CA April 11, 2014

Mijn aanhoudende probleem: een zuiver “joods”, d.w.z. talmoedisch messiaans jodendom, lijkt het belang van de persoon van Christus te verliezen. Wellicht vanwege het op Aristoteles gebaseerde middeleeuwse jodendom in de trant van Maimonides, waarop het moderne rabbijnse jodendom gebaseerd is. . Het is dan eigenlijk een joodse jas met een klein evangelisch sjaaltje. Is het dan niet beter zuiver joods te blijven? (Met respect voor het evangelische Christendom als buurman – of verre nazaat.)

Een zuiver evangelisch messiaans jodendom lijkt een baptisten theologie te bevatten met een joodse aankleding – die dan ook afkomstig is uit de sfeer van het Talmoedisch, d.i. middeleeuws jodendom. In dat geval zit de joodse jas verkeerd op het evangelische lijf. Is het dan niet beter gewoon “evangelisch” te blijven? (Maar dan met respect voor het jodendom als buurman, als verre voorouder?)

Israel moet de Torah bestuderen – Chaim Potok

Uit “The Chosen”:

“Rabbi Halafta, de zoon van Dosa, leert ons: “Wanneer tien mensen bij elkaar zitten en zich met de Tora bezighouden, dan verblijft de Tegenwoordigheid van God in hun midden, zoals er gezegd wordt: “God staat in de gemeente der godvruchtigen. En vanwaar kan men aantonen dat hetzelfde voor vijf geldt? Omdat er gezegd wordt: “Hij had zijn band op de aarde gegrondvest. En waaruit blijkt dat dit ook voor drie geldt? Omdat er gezegd wordt: “Hij oordeelt onder de rechters. En waaruit blijkt dat dit ook voor twee geldt? Omdat er gezegd wordt: “Toen spraken zij, die de Here vreesden, de een met de ander, en de Here gaf acht en hoorde. En waaruit kan aangetoond worden dat hetzelfde ook voor één geldt? Omdat er gezegd wordt: “In elke plaats waar Ik Mijn Naam laat gedenken, zal Ik tot u komen en Ik zal u zegenen. ” Doorgaan met het lezen van “Israel moet de Torah bestuderen – Chaim Potok”

Anti-judaïsme in het vroege christendom

14 Want gij, broeders, zijt navolgers geworden der gemeenten Gods die in Judéa zijn in Christus Jezus; dewijl ook gij hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers, gelijk als zij van de Joden;
>>>>15 Welke ook gedood hebben den Heere Jezus en hun eigen profeten, en ons hebben vervolgd, en Gode niet behagen, en allen mensen tegen zijn,<<<<
16 En verhinderen ons te spreken tot de heidenen, dat zij zalig mochten worden; opdat zij allen tijd hun zonden vervullen zouden. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.
Mattheüs is de bron van die woorden waarvan de moderne christenen wensen dat ze nooit geschreven waren: “Zijn bloed zij over ons en over onze kinderen!” (Matth. 27:25). De parallellen met de passage in 1 Thess. zijn duidelijk en talrijk.
Het is niet nodig het lange en droevige proces te verhalen waardoor de christenen het jodendom eerst als een rivaal en daarna als een zondebok zijn gaan zien. De ontwikkeling kan getraceerd worden aan de hand van talrijke passages in het Nieuwe Testament, de Apostolische Vaders, en andere vroegchristelijke schrijvers. Na de verwoesting van de Tempel en de verschrikkingen die het gevolg waren van de eerste Joodse opstand, werd het een gewoonte te geloven dat dit alles het rechtstreekse oordeel van God was, gericht tegen Israël wegens zijn aandeel in de dood van Jezus. dood van Jezus. […]
1 Thess. 2:14-16 toont ons dat er een tijd was in Paulus’ carrière waarin Paulus, onder invloed van een apocalyptische verwachting, zijn tijd vooruit was in het uiten van een historisch-theologisch anti-judaïsme.
Enkele tientallen jaren later werden soortgelijke opvattingen wijder verbreid en zijn zij kenmerkend geworden voor de christelijke kerk gedurende het grootste deel van haar geschiedenis.
(John C. Hurd in: ANTI-JUDAISM IN EARLY CHRISTIANITY, Volume 1, PAUL AND THE GOSPELS, 1986
 ISBN 0-88920-167-6)