Bijbelstudie moet met zijn tweeën…

Joden bestuderen de Tora zelden alleen; de studie van de Tora is vaker wel dan niet een sociale en zelfs gemeenschappelijke bezigheid. Meestal bestuderen Joden Joodse teksten in paren, een methode die havruta (“gemeenschap”) wordt genoemd. In havruta worstelt het tweetal om de betekenis van elke passage te begrijpen en bespreekt het hoe die toe te passen op de grotere onderwerpen die aan de orde komen en zelfs op hun eigen leven. Soms studeren zij om zich voor te bereiden op het bijwonen van een lezing, en soms komen zij bijeen om zich in een tekst te verdiepen, los van een georganiseerde les. Doorgaan met het lezen van “Bijbelstudie moet met zijn tweeën…”

De verspieders – Likkutei Sichot

 

De Sidra van Sjelach bevat de episode van de verspieders die Mozes uitzond om inlichtingen in te winnen over het land Kanaän. Tien van de twaalf verspieders keerden terug met geringschattende berichten, dat het land weliswaar vruchtbaar was, maar dat de inwoners te sterk waren en hun steden te goed bewaakt om door de Israëlieten verslagen te kunnen worden. Het hele verhaal is doorschoten met moeilijkheden. Hoe konden de verspieders, zo kort na de wonderbaarlijke bevrijding uit Egypte, twijfelen of G-d hun de overwinning zou geven? Hoe kon het moreel van de Israëlieten zo gemakkelijk gebroken worden? Waarom hebben Kaleb en Jozua, de enige getrouwe stemmen onder de verspieders, de onrust niet weggenomen door de grote catalogus van wonderen te noemen waarin het volk getuige was geweest van de macht van G-d? Het is duidelijk dat er een zekere onrust lag onder de oppervlakte van het gedrag van de verspieders. Wat dat was, en hoe het ons kan beïnvloeden, is het onderwerp van deze Sicha. Doorgaan met het lezen van “De verspieders – Likkutei Sichot”

Waarom was Mozes het oneens met God?

door Eli Lizorkin

In een vroege interactie vertelde God Mozes dat Hij zijn engel zal sturen om Israël langs de weg te leiden. Het volk van Israël werd gewaarschuwd Gods boodschapper niet ongehoorzaam te zijn, omdat hij hun overtredingen niet zou vergeven als ze tegen hem in opstand zouden komen. (Ex. 23:21)

Mozes benaderde God inderdaad met een zeer stoutmoedig verzoek; Hij vroeg God om in plaats daarvan Israël persoonlijk te vergezellen, en weigerde ergens heen te gaan zonder Zijn eigen persoonlijke aanwezigheid (Ex. 33:12-16). Waarom nam hij het risico God uit te dagen? Waarom was Mozes het oneens met God? Doorgaan met het lezen van “Waarom was Mozes het oneens met God?”

De zeven wetten van Noach – vanuit Joods perspectief

https://mechon-mamre.org/jewfaq/gentiles.htm

Volgens de Tora-traditie gaf God Noach en zijn gezin zeven geboden om in acht te nemen toen hij hen redde van de zondvloed. Deze geboden, die de Noachitische of Noachidische geboden worden genoemd, worden door de traditie geleerd, maar ook voorgesteld in Genesis hoofdstuk 9, en zijn als volgt:

  1. geen afgoderij te bedrijven
  2. geen godslastering te begaan
  3. geen moord te plegen
  4. geen verboden seksuele betrekkingen te hebben
  5. geen diefstal te plegen
  6. geen vlees eten dat van een levend dier afgesneden is
  7. rechtbanken op te richten om overtreders van de andere zes wetten te straffen.

Doorgaan met het lezen van “De zeven wetten van Noach – vanuit Joods perspectief”

De Torah in het hart..

Het was een geliefd gezegde van R. Meïr :

Leer met heel uw hart en met heel uw ziel Mijn wegen kennen en waak aan de deuren van Mijn Tora.

Bewaak Mijn Tora in uw hart en laat de vreze voor Mij voor uw ogen zijn.

Houd uw mond weg van alle zonde, en reinig en heilig uzelf van alle schuld en ongerechtigheid.

Dan zal Ik overal bij u zijn.

Competitie tussen Joden en Christenen in de eerste eeuwen

De vele klachten in de oudchristelijke literatuur over heidense christenen die “Judaïseerden” – d.w.z. die vrijwillig sommige joodse gebruiken overnamen – en de kritiek op en de keizerlijke wetten tegen heidense bekeringen tot het jodendom leveren het bewijs.

Het getuigt niet alleen van de aantrekkelijkheid van de synagoge, maar ook van de moeite die de synagoge zich getroostte om aantrekkelijk te zijn.

De Joden van de late oudheid hielden zich, precies zoals hun hedendaagse christelijke tegenhangers, actief bezig met zending, waarbij zij heidenen, hetzij heidenen of christenen, trachtten over te halen om Jood te worden.

Het lawaai en de hoeveelheid van de christelijke anti-Joodse scheldwoorden,  duidden op de onzekerheid van de jongere gemeenschap tegenover haar veel meer gevestigde Joodse rivaal.

De christelijke polemiek contra Iudaeos, onthult in feite de intensiteit van de rivaliteit van de kerk met de synagoge, terwijl beide gemeenschappen wedijverden om een beperkte hulpbron: nieuwe bekeerlingen.

Het Christendom als een vorm van Jodendom

Bruce Chilton en Jacob Neusner – Judaism in the New Testament

Het Jodendom dat vertegenwoordigd wordt door de Misjna en latere geschriften, biedt kennis van God door de Tora en onderricht over de juiste levenswijze door het leren van de Torah. God komt de wereld binnen door de Torah, en de levenswijze van dat Jodendom vindt zijn definitie in bedachtzame studie van de Torah en het in praktijk brengen van zijn leringen. Voor de christenen is Jezus Christus, de menswording van God, de menswording van diezelfde kennis en onderricht, en het verslag van zijn dagen op aarde in de Evangeliën vormt een verhaal van wat er gebeurt wanneer God vlees wordt. De levenswijze die door beide Judaismes wordt uiteengezet, vindt haar definitie in de navolging van God. De mensheid is gemaakt “naar ons beeld, naar onze gelijkenis” (Genesis 1:26; 9:6). De taak van Israël is dus te laten zien wat het betekent om “als God” te zijn. Het individu en “Israël” dienen als voorbeelden van hetzelfde, namelijk Gods liefde, die des te groter is omdat de persoon en de sociale entiteit van die liefde op de hoogte zijn: Doorgaan met het lezen van “Het Christendom als een vorm van Jodendom”

Een joods-christelijk idee in de 4e eeuw: alleen de Messias maakt verschil

Pseudo-Clementine Recognitions 1.50.5–6

“Maar wat ik zeg is dit: Het was te verwachten dat Christus zou worden ontvangen door de Joden, tot wie Hij kwam, en dat zij zouden geloven in Hem, die verwacht werd voor het heil van het volk, volgens de overleveringen van de vaderen; maar dat de heidenen afkerig van Hem zouden zijn, omdat noch belofte noch aankondiging aangaande Hem aan hen was gedaan, en Hij zelfs nooit aan hen bekend was gemaakt, zelfs niet bij naam. Toch zeiden de profeten, tegen de orde en volgorde der dingen in, dat Hij de verwachting van de heidenen zou zijn, en niet van de Joden.581581 Gen. xlix. 10. En zo geschiedde het. Want toen Hij kwam, werd Hij in het geheel niet erkend door hen die Hem schenen te verwachten, als gevolg van de overlevering van hun voorvaderen; terwijl zij die in het geheel niets van Hem hadden gehoord, zowel geloven dat Hij is gekomen, als hopen dat Hij nog komen zal. En zo blijkt in alle dingen de profetie getrouw, die zei dat Hij de verwachting der heidenen was. De Joden hebben zich dus vergist met betrekking tot de eerste komst van de Heer; en alleen op dit punt is er onenigheid tussen ons en hen. Want zijzelf weten en verwachten dat Christus komen zal; maar dat Hij reeds gekomen is in nederigheid – zelfs Hij die Jezus genoemd wordt – weten zij niet. En dit is een grote bevestiging van Zijn komst, dat allen niet in Hem geloven.”

Commentaar van  Annette Reed ( Messianism between Judaism and Christianity, p. 4)

Als we beter kijken, blijkt dat wat een eenvoudig verschil lijkt te zijn, zeer ambivalent is: als uiteenlopende messiaanse overtuigingen een punt van onderscheid zijn tussen christenen en joden, dan is dat alleen omdat messianisme de eigen oorsprong van het christendom markeert als jodendom. Bijgevolg kunnen zogenaamde “joods-christenen” de essentiële identiteit van het jodendom en het christendom verdedigen op precies dezelfde gronden als de zogenaamde “niet-joods-christenen” het tegendeel kunnen doen, want “niet-Joodse christenen” kunnen pleiten voor hun essentiële verschil.

 

Volgde Jezus de Mondelinge Torah?

Uit: ” Messianic Jewish Liturgical Practices”, dissertatie 2014, door Elizabeth Ames

Men zegt dat het Messiasbelijdende Jodendom begon met Jezus’ eerste bekeerlingen in het Nieuwe Testament. Hoewel die tijd vaak wordt gezien als het begin van de christelijke kerk, moet men niet vergeten dat Jezus zelf joods was, net als al zijn eerste volgelingen. Pas na de bekering van Cornelius en zijn gezin in Handelingen 10 kwamen er heidenen in de gelederen.

Jezus was een praktiserende Jood gedurende Zijn hele leven op aarde. Een duidelijk voorbeeld staat in Johannes 8 en Marcus 14. Deze passages verhalen van twee verschillende gelegenheden waarbij de godsdienstige leiders geen fout in Jezus konden vinden met betrekking tot de wet of de tradities.

Het naleven van de Torah en de mondelinge traditie komt ook tot uiting in Zijn onderricht. Passages waarin Jezus de interpretaties van de wet en de tradities in twijfel trekt, worden vaak opgevat als bewijs dat Jezus de wet afschafte. Dit zou een onjuiste opvatting van Jezus’ onderwijs zijn. In plaats daarvan veroordeelde Jezus de hypocrisie van de religieuze leiders, niet hun onderricht; Hij verklaarde dat Hij kwam om de Wet te “vervullen” of “te handhaven”, maar niet om deze af te schaffen; en Hij parallelleerde ook rabbinaal materiaal in Zijn eigen onderricht.

Een voorbeeld van hoe Jezus de Wet en tradities handhaafde is de manier waarop Hij de laatste Pesach-maaltijd gebruikte. Jezus stuurde Petrus en Johannes vooruit op Zichzelf en de andere discipelen om de juiste Pesach-voorbereidingen te treffen. Net als ieder huishouden in Jeruzalem troffen zij voorbereidingen voor de maaltijd en het daarop volgende feest dat een week duurde.

Zij controleerden onder andere of alle zuurdesem uit het huis en de bovenzaal verwijderd was; kochten de wijn, het ongezuurde brood en de bittere kruiden; brachten het lam dat in de Tempel geofferd zou worden; braadden het; en dekten de tafel.

Burge beschrijft de scène die volgde op deze manier:

“Tijdens de maaltijd interpreteerde Christus, zoals andere leraren en rabbi’s overal in Jeruzalem deden, de rituele elementen van het Pesachmaal terwijl zij aten.”

Maar in tegenstelling tot de andere rabbijnen werd Zijn interpretatie van het ongezuurde brood en een van de bekers met wijn bekend als het Laatste Avondmaal, de Communie of de Eucharistie. Nadat Jezus het brood, dat het leven voorstelt, met de traditionele zegen had gezegend, identificeerde Hij het met het “komende offer” van Zijn leven. Jezus herinterpreteerde ook een van de bekers met wijn. Het blijkt dat zelfs in die tijd de maaltijd rond vier bekers rode wijn kan zijn georganiseerd. Geleerden geloven dat het de derde beker was die Jezus nam en identificeerde met “zijn offervrije toewijding”.

Nadat Jezus op de traditionele manier gedankt had, droeg Hij hen allen op te drinken en identificeerde de beker met Zijn bloed en een nieuw verbond.

Als Jezus de bedoeling had gehad om de Torah en de mondelinge tradities af te schaffen, dan was Pesach de optimale gelegenheid om dat te demonstreren. Dit is de eerste verordening die Israël geboden werd te houden. Het werd ingesteld voordat de Wet werd gegeven en meerdere malen herhaald binnen de Wet (Exodus 12, Leviticus 23, Numeri 9, 28, 33, en Deuteronomium 16). In plaats van te zeggen dat het niet langer nodig was om Pesach te houden, bracht Jezus nieuw leven en een nieuwe betekenis in de Wet en de tradities van Pesach, terwijl Hij de gelovigen opdroeg: “Doet dit tot gedachtenis aan Mij” (Lukas 22:19, 1 Kor. 11:24-25)

Het Christelijk Jodendom van Paulus (3) vergelijking met de Misjna

Uit: Who and what is “Israel” in the Judaism of St Paul? (Paul Chilton en Jacob Neusner) hoofdstuk 4 (Theory of the Social Entity)  van “Judaism in the New Testament”

HET VINDEN VAN EEN PLAATS VOOR HEIDENEN BINNEN ISRAËL

Hoe heeft Paulus specifiek een plaats gevonden voor heidenen binnen Israël? Het antwoord komt tot ons vanuit zijn diepe bespiegelingen in Romeinen over wie en wat Israël is. De conclusie die hij trok was dat Israël een etnische groep vormt, een familie naar het vlees. Maar er is een ander Israël, een Israël naar de geest, en tot dit andere Israël, het andere dan het etnische, konden heidenen toetreden, en door hun geloof in Christus sloten zij zich inderdaad aan bij dat Israël naar de geest, dat zijn definitie vindt in het geloof. Doorgaan met het lezen van “Het Christelijk Jodendom van Paulus (3) vergelijking met de Misjna”