7 aanwijzingen voor een waarachtige revival van de Kerk

1

We belijden dat Gods Woord niet alleen de waarheid is (Joh. 17:17), maar het is ook voldoende, zoals we lezen in 2 Tim. 3:16.

Als het dus gaat om de vraag hoe de kerk een “revival” kan meemaken, zullen we er ook goed aan doen naar het Woord te luisteren. Wat is de eerste voorwaarde van een revival? Dat het volk als één man bijeenkomt. Zo lezen we in Neh. 8:2. “…verzamelde heel het volk zich als één man op het plein dat voor de Waterpoort ligt.” Er is dorst, en er is eenheid onder degenen die dorsten naar het Woord. Er moet levend water komen. En dat komt er, ze vragen er zelf om: “Breng het boek!”
Dat zou de strijdkreet van de nieuwe Reformatie moeten zijn. “Breng het Boek! Breng Gods Woord! Want we komen om van de dorst! Prikkelende alcohol van charismatische vernieuwers is er genoeg; dronken zijn we geworden, en we worden nu met een kater wakker. breng het Boek!”
Doorgaan met het lezen van “7 aanwijzingen voor een waarachtige revival van de Kerk”

De valse profeten van de Charismatische beweging – #3

Laten we nog eens kijken naar een belangrijke tekst in verband met de claims van de Charismatische beweging.

2 Petrus 2:1 Maar er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die heimelijk verderfelijke afwijkingen in de leer zullen invoeren. Daarmee verloochenen zij zelfs de Heere, Die hen gekocht heeft, en brengen zij een snel verderf over zichzelf.
2 En velen zullen hen, door wie de weg van de waarheid gelasterd zal worden, op hun verderfelijke wegen navolgen.
3 En zij zullen u door hebzucht met verzonnen woorden uitbuiten. Het vonnis over hen is reeds lang in werking en hun verderf sluimert niet. Doorgaan met het lezen van “De valse profeten van de Charismatische beweging – #3”

Bijbelbespreking Heemstede – 4 september 2019 – 2 Johannes

Dit is een korte brief, geschreven door Johannes ergens tussen 60 en 95, aan de “uitverkoren vrouw.” Dat zou een belangrijke zuster in de gemeente kunnen zijn of het is een aanduiding van de gemeente zelf. De “kinderen” zijn dus ofwel de volwassen en getrouwde kinderen van deze vermoedelijke weduwe – haar man wordt niet genoemd – of het zijn de leden van de gemeente.
Ze is belangrijk omdat ze “kuria” (letterlijk: “heerseres”) wordt genoemd, en niet een “gunè” (“mevrouw”) is. Doorgaan met het lezen van “Bijbelbespreking Heemstede – 4 september 2019 – 2 Johannes”

Wie is toch de God van onze vaders? – De namen van God (1/30)

Ex. 3:13-15

“De God van uw vaderen heeft mij naar u toe gezonden.” Maar wie is Hij?

Het is blijkbaar niet genoeg om te zeggen dat “de God van onze vaderen” ons zal bevrijden. Dat ons voorgeslacht ergens in geloofde, brengt ons niet in een relatie met de God die zij kenden. Daarom moet er een nieuwe openbaring komen van de Naam, van Gods Persoon, voor deze generatie.

Dat veronderstelt wel dat die generatie een vraag stelt: “Wat is Zijn Naam?” Over Wie heb je het Mozes, wie is dan die God die bevrijden wil, tegen alle historische wetten en vanzelfsprekendheden in? Wie is Hij dan wel, dat Hij de ontembare dwang van de Farao breken kan?

De Naam is even krachtig als mystereus. Het lijkt er bijna op, dat het antwoord aan Mozes ontwijkend is. In een cultuur die gewend is vele namen te gebruiken, van Amon-Ra tot Osiris, zodat het karakter van een godheid nauwkeurig wordt vastgelegd, is deze Naam een niet-naam. “IK BEN DIE IK BEN”. Op de plaats in de zin waar de Naam moet staan, wordt het begin herhaald. “Wie ben jij? Ik ben wie ik ook maar ben. Hou maar op met vragen.” In de zin waarin naar die Naam wordt gevraagd – zodat deze god onderscheiden kan worden van al die andere, zodat Hij náást die andere goden zijn plaats krijgt, krijgt Mozes geen naam te horen.

Maar tegelijkertijd is dit een Naam die alle andere namen overtreft door de belofte die erin besloten ligt. Dit “zijn” van deze God is niet een onverschillig bestaan, maar juist een aanduiding van een onbegrijpelijke tegenwoordigheid binnen de geschiedenis. “Ik zal er voor jullie zijn, steeds zó, als ik er voor jullie zijn wil.” Hij is niet vast te leggen op een bepaalde eigenschap. Van deze God kun je en daarom mag je ook geen beeld maken. Deze God ontplooit een ontelbare veelheid van eigenschappen steeds zó als Zijn volk het nodig heeft. “Ik zal er voor je zijn, zoals ik er voor jou zijn zal. ”

Moet het als een “eigennaam” klinken, dan kan Mozes de korte formule gebruiken: JHWH, “Hij zal er zijn” betekent dat vermoedelijk, of: “Hij zal het doen zijn.” Dat is de God die hoog verheven boven alle goden van Egypte, Zich toch bemoeit met de geschiedenis van de kinderen van Abraham. Hij heeft Mozes gezonden, en in die zending ligt een raadsbesluit opgesloten: de Heere zal Zijn volk bevrijden uit Egypte. Hij doet het en Hij alleen. Mozes mag het aankondigen. De zogenaamde goden – letterlijk, die de naam van een god dragen – staan machteloos. In tien plagen wordt getoond hoe machteloos de Egyptische goden zijn over hun vermeende levensterrein. En wanneer zij zijn verslagen, is deze HEERE nog steeds God. “Dat is Zijn Naam voor eeuwig, dat is Zijn Naam die herinnerd, gevierd, vereerd moet worden, van de ene generatie op de andere. Zodat niemand meer vragen kan: wie is toch de God van onze vaderen?

Conversatie over straf en oordeel

https://www.podbean.com/media/share/pb-6duqd-a1b5e7
Audio opname van een conversatie over straf en oordeel. Wat is het karakter van de aardse straffen van God? De “straf” dus die in dit leven zichtbaar wordt, zoals bij voorbeeld de vervloeking van Kaïn en de verwarring van de talen. In het gesprek vooral veel aandacht voor het idee van “kareth”, het afgesneden worden van het leven tijdens het leven zelf.

Conversatie over de zonde, de Behemoth en de Leviathan

https://www.podbean.com/media/share/pb-m9bhn-a1b547
Audio opname van het eerste deel van een gesprek over de betekenis van de zonde in Gods schepping en heilsplan. Heeft God de zonde gewild? Of heeft de zonde van de mens Hem verrast? Beide opties zijn eigenlijk onaanvaardbaar. Vanuit Gods eeuwige raadsbesluit is de zonde een factor waar Hij gebruik van maakt om het karakter van Zijn liefde in Christus te openbaren en Zijn Heiligheid in degenen die uiteindelijk onder het oordeel vallen. Dat is het perspectief van Gods wrekende gerechtigheid en soevereine handelen aan de mens – zoals bij voorbeeld uitgedrukt in de TULIP variant van het Calvinisme). 

Tevens: wat is eigenlijk Gods antwoord aan Jobs vraag, waarom de rechtvaardigen in deze wereld moeten lijden? Waar is Gods actieve gerechtigheid dan eigenlijk? Het antwoord ligt enigszins verhuld in de passage over Behemoth en Leviathan – en niet in het nijlpaard en de krokodil – van Job 42.