Leren van de Rabbijnen – het gebed (4)

Het sjema – deel 2

De vraag is in welke relatie christenen staan tot wat we hier eerst genoemd hebben “de geloofsbelijdenis van Israël.” En bij die vraag is het van groot belang om ons niet te laten beïnvloeden door een gangbaar modern vooroordeel. Vanuit onze historische positie is het vanzelfsprekend om het christendom en het Jodendom als twee volstrekt gescheiden en aparte godsdiensten te beschouwen. Maar dat heeft te maken met de geschiedenis van de relatie tussen christenen en joden vanaf het einde van de tweede eeuw. In de eerste eeuw, de apostolische tijd, is er geen sprake van een dergelijk onderscheid. De grenzen tussen beide zijn heel beweeglijk en nog niet tot een tegenstelling verhard. Er is nog geen muur die beide van elkaar scheidt. “Leren van de Rabbijnen – het gebed (4)” verder lezen

7 aanwijzingen voor een waarachtige revival van de Kerk

1

We belijden dat Gods Woord niet alleen de waarheid is (Joh. 17:17), maar het is ook voldoende, zoals we lezen in 2 Tim. 3:16.

Als het dus gaat om de vraag hoe de kerk een “revival” kan meemaken, zullen we er ook goed aan doen naar het Woord te luisteren. Wat is de eerste voorwaarde van een revival? Dat het volk als één man bijeenkomt. Zo lezen we in Neh. 8:2. “…verzamelde heel het volk zich als één man op het plein dat voor de Waterpoort ligt.” Er is dorst, en er is eenheid onder degenen die dorsten naar het Woord. Er moet levend water komen. En dat komt er, ze vragen er zelf om: “Breng het boek!”
Dat zou de strijdkreet van de nieuwe Reformatie moeten zijn. “Breng het Boek! Breng Gods Woord! Want we komen om van de dorst! Prikkelende alcohol van charismatische vernieuwers is er genoeg; dronken zijn we geworden, en we worden nu met een kater wakker. breng het Boek!”
“7 aanwijzingen voor een waarachtige revival van de Kerk” verder lezen

De triviale God – de theologie van David de Vos

Een volledige preek van David de Vos nader onder de loep genomen. Niet om kritisch deze broeder neer te sabelen, maar om te begrijpen wat er in de evangelische wereld aan het gebeuren is.

Wat is er zo wonderlijk in mijn ogen aan deze prediking?

1. De lage positie die Gods Woord in de prediking inneemt. Een verkeerde exegese dan ook nog van Mattheus 28, Romeinen 10 en Exodus 33 t.a.v. het weinige dat in de preek uit Gods Woord voortkomt.
2. De pretentie dat de prediker een profeet is die Gods (nieuwe) woorden kan spreken.
3. De pretentie openbaringen van God te hebben ontvangen (de jonge vrouw met heupklachten.)
4. De overdracht van menselijke ervaringen op God – God communiceert door liefde, zoals wij die ervaren met partners en kinderen. (Twee lange anecdotes onderbouwen dat…)
5. De infantilisering van de gelovigen – we worden als kleine kinderen geacht op de schoot van onze Hemelse Vader te kruipen en God is iemand die ons onderwijst zoals een vader zijn kind leert fietsen. Dat soort beelden lijkt op het eerste gezicht aardig, maar leidt tot een godsbeeld dat uit de ervaring en niet uit Gods Woord wordt opgebouwd.
6. De eenzijdigheid van het godsbeeld – God is een gezellige opa geworden die schik met ons heeft. Geen gebod, geen heiliging, geen “verterend vuur” , geen majesteit, maar overal trivialiteit.
7. De pretentie – “net als Mozes” – dat God iemand is die naast je kan zitten in de auto en het “gaaf” vindt om te horen dat jij zo lekker aan het preken bent geweest.
8. Het allesbeheersende idee dat God ” meer nabij is dan we denken en dat we geen sfeer van heiligheid moeten opbouwen – terwijl Hij toch de Heilige is – vergelijk dat maar eens met Jesaja 6.

Kortom: de god van David de Vos is een getrivialiseerde ‘god’ , geschapen naar zijn beeld, die perfect past bij zijn ervaringen en behoeften, maar bitter weinig te maken heeft met de God van de Bijbel.

Karl Barth leerde dat de God van het Rooms-Katholicisme en van de Vrijzinnigheid eigenlijk geen relatie hadden met de God van de Bijbel. Moeten we er nu aan toevoegen dat de God in de evangelische prediking daar ook niets meer mee te maken heeft? Dan hebben we met de opkomst van een derde ketterij te maken: de charismatisch-evangelische afgoderij.