De conversatie met het naturalisme

Het verschil in perspectief tussen een naturalist en mij kan misschien op deze manier nader bepaald worden: de fysica behandelt alles wat in de menselijke ervaring rechtstreeks kan worden bereikt. Het beweeglijke, veranderlijke, dat een bepaalde plaats heeft in de ruimte een bepaalde duur in de tijd, het levende en het psychische, maar ook de ruimte en de tijd zelf – voorzover deze door bijzondere experimenten en theorievorming ook bereikt kunnen worden. Als zodanig is de fysica een deel-wetenschap, omdat het de werkelijkheid op een specifieke manier benadert, dus niet over het levende als zodanig, of over het psychische als zodanig spreken kan. Alleen de stoffelijke dingen zijn het voorwerp van onderzoek in de fysica.

 


Een korte toelichting op deze post vind je hier:


De naturalist is iemand die zegt dat in het stoffelijke een voldoende verklaring kan worden gevonden voor alles wat bestaat zonder uitzondering. Een “spiritualist” is iemand die daarentegen meent dat juist uit de stelling dat alles stoffelijk is – in de ruime zin waarin ook kwantumvelden in de definitie vallen – blijkt dat er meer is dan het stoffelijke. Een dergelijke uitspraak is immers zelf niet stoffelijk en niet een effect van een natuurlijke oorzaak.  Doorgaan met het lezen van “De conversatie met het naturalisme”

Het charismatische gevoel – meditatie over Romeinen 1:1

“Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het Evangelie van God”

I

In de uitleg van dit vers heb ik elders benadrukt dat de uitdrukking “evangelie van God” in het Grieks een fraaie dubbelzinnigheid vertoont. “Evangelie” zou ik hier in de meest ruime zin willen nemen, en niet willen beperken tot de boodschap van de evangelisten, of zelfs maar tot de oproep tot bekering aan zondaars. Evangelie als “goede boodschap” lijkt hier de totale openbaring van God over Zichzelf te omvatten. Dan blijkt een aantal verzen later, dat alles wat God over Zichzelf te melden had aan het einde van de tijden, wordt uitgedrukt in het “evangelie van de Zoon.” Evangelie in het eerste vers staat wat mij betreft gelijk aan Gods volledige openbaring van Zichzelf. De uitdrukking “van Zijn Zoon” maakt duidelijk dat deze volledige openbaring heeft plaatsgevonden in Christus. Zo zegt de schrijver van de brief aan de Hebreeën: “Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon.” Daarin ligt een historisch onderscheid. Doorgaan met het lezen van “Het charismatische gevoel – meditatie over Romeinen 1:1”

Kan God straffen met een besmettelijke ziekte? – opnieuw over corona

We lezen in Deuteronomium 28:

“Als u al de woorden van deze wet die in dit boek geschreven zijn, niet nauwlettend houdt, door deze heerlijke en ontzagwekkende Naam, de Here, uw God, te vrezen, dan zal de Here uw plagen en de plagen van uw nageslacht uitzonderlijk maken; het zullen grote en aanhoudende plagen, en kwaadaardige en aanhoudende ziekten zijn.” Doorgaan met het lezen van “Kan God straffen met een besmettelijke ziekte? – opnieuw over corona”

Gehoorzaamheid aan de wet van Christus – (2) – Een wetsvrije gemeente

Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.

Een manier om aan de consequenties van deze tekst te ontkomen, ligt besloten in de reconstructie van de oorspronkelijke context van deze uitspraak. Allerlei veronderstellingen spelen daarbij een rol. Doorgaan met het lezen van “Gehoorzaamheid aan de wet van Christus – (2) – Een wetsvrije gemeente”

Leren van de Rabbijnen – het gebed (4)

Het sjema – deel 2

De vraag is in welke relatie christenen staan tot wat we hier eerst genoemd hebben “de geloofsbelijdenis van Israël.” En bij die vraag is het van groot belang om ons niet te laten beïnvloeden door een gangbaar modern vooroordeel. Vanuit onze historische positie is het vanzelfsprekend om het christendom en het Jodendom als twee volstrekt gescheiden en aparte godsdiensten te beschouwen. Maar dat heeft te maken met de geschiedenis van de relatie tussen christenen en joden vanaf het einde van de tweede eeuw. In de eerste eeuw, de apostolische tijd, is er geen sprake van een dergelijk onderscheid. De grenzen tussen beide zijn heel beweeglijk en nog niet tot een tegenstelling verhard. Er is nog geen muur die beide van elkaar scheidt. Doorgaan met het lezen van “Leren van de Rabbijnen – het gebed (4)”