Met Christus gestorven en opgestaan – de heiliging in Romeinen 6:1-10

Korte uitleg van de Romeinenbrief hoofdstuk 6:1-10.

[Voor audio alleen zie onderaan deze post.]

In dit hoofdstuk begint Paulus te spreken over de heiliging. We zijn met Christus gestorven. D.w.z. we zijn gerechtvaardigd, bevrijd van zonde en schuld, en zo is onze positie tegenover God veranderd.

Maar niet alleen onze positie, maar ook ons leven is ingrijpend veranderd. De mensen die zeggen dat we ” in de zonde”  kunnen blijven leven, vergeten dat ook onze toestand is veranderd.

Omdat we zijn gerechtvaardigd door “één plant” te worden met Christus, zijn we ook “één plant” geworden met Christus in Zijn opstanding. Zoals Hij is opgestaan in Zijn nieuwe, eeuwige leven, zo staan wij ook met hem op, zodat wij “wandelen in de vernieuwing van ons leven.”

Zo was de zonde vanzelfsprekend in ons oude leven – maar die oude mens is nu gestorven, het “lichaam van de zonde” is teniet gedaan. Heiliging begint dus met een verandering van onze toestand. Maar, zoals zal blijken, er is nog veel meer te zeggen.

De gezindheid van Christus – Filippi 1:25 – 2:11

We hebben de vorige keer gezien hoe Paulus zijn leven samenvat. “Te leven is voor mij Christus en te sterven is winst.” Vanuit die houding kan hij rustig aanvaarden wat God voor hem bestemd heeft. Zo bereidt hij dan ook de conclusie dat zijn werk nog niet gedaan is. “In het vlees te blijven is nodiger ter wille van u.” Hij vertrouwt er zelfs op dat hij zal blijven leven. De gemeente heeft hem nog nodig. Hun vooruitgang in geloof en de groei van zijn blijdschap is voor hem de hoofdzaak.

Doorgaan met het lezen van “De gezindheid van Christus – Filippi 1:25 – 2:11”