De reden van het zijn (19/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 19

Hij [Prediker] heeft het allemaal gezegd. De verhandelingen over het menselijk leven, over het vertrouwen dat men in de mens moet stellen (onze ontelbare proclamaties over het geloof in de mens!) worden hier op de proef gesteld en er blijft niets van over. De toespraak eindigt, niet omdat de wijze meent zijn boek voltooid te hebben, maar omdat er niets meer over is, omdat er niets van de menselijke grandioze overblijft. Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (19/19)”

De reden van het zijn (18/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 18

Kroning (XII)
XII, 1: “Gedenkt uw Schepper in de dagen uwer jeugd, eer de dagen des kwaads komen, en eer de jaren komen, waarin gij zult zeggen: “Ik heb aan dezelve geen lust meer.””
Bedenk, in de trots van uw jeugd, dat u een schepsel bent. Dit is een beslissende realiteit. U bent zelf een schepsel en geen schepper. Schepsel, dat wil zeggen, u hebt een oorsprong die u een bepaald wezen heeft gegeven. U bent niet het begin van alles. Het is van essentieel belang dat de jongere die denkt dat hij altijd opnieuw begint, daaraan herinnerd wordt[119]. Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (18/19)”

De reden van het zijn (17/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 17

De God die geeft
God is, in Prediker, vooral de gever.
(…) God (…) heeft Zijn gaven niet voor Zijn volk gereserveerd, Hij heeft aan ieder mens gegeven.[110]
Het is hier dat de genade in Qohelet aanwezig is: in de veelheid van deze erkenning die God geeft. Maar deze gaven zijn niet theologisch gekwalificeerd. Zij staan niet in de orde van godsdienstige gepastheid! [111]
Dan komen alle verworvenheden, zouden wij kunnen zeggen! Qohelet beveelt aan goed te eten, goed te drinken, zich te verheugen, zichzelf plezier te verschaffen wanneer dat mogelijk is (II, 24, III, 13). Maar dit is een geschenk van God! En dit plaatst dit genot onmiddellijk op een ander vlak dan dat van de post-epicureeërs. Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (17/19)”

De reden van het zijn (16/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 16

(…) Alles wat wij vernietigen zal weer opgebouwd worden. Wat wij als slecht beoordelen, zal gelukkig eindigen… Tegenstrijdige werken, maar niettemin werken!
Om waarachtig mens te zijn, kan men niet anders doen dan proberen de hele werkelijkheid te bekijken, te begrijpen, te onderzoeken, te analyseren, en dat is een zware zorg. Maar het komt van God. Het is zelfs een gave van God: een verbazingwekkende zaak[105].
III, 9: “Ik heb de zorg gezien, die God aan de mensenzonen gegeven heeft om te verzorgen.” Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (16/19)”

De reden van het zijn (15/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 15

Tegenstrijdigheid
III, 1-11
“Er is een tijd voor alles
en een tijd voor alles onder de hemel:
tijd om te baren en tijd om te sterven;
Tijd om te planten en tijd om de plant te plukken;
tijd om te doden en tijd om te genezen;
tijd om te bezuinigen en tijd om op te bouwen;
tijd om te wenen en tijd om te lachen;
tijd om te rouwen en tijd om te dansen;
tijd om stenen te gooien en tijd om stenen te verzamelen;
tijd om te zoenen en tijd om niet te zoenen;
tijd om te zoeken en tijd om te verliezen;
Tijd om te bewaren en tijd om weg te werpen;
tijd om te scheuren en tijd om te naaien;
tijd om te zwijgen en tijd om te haten;
tijd voor oorlog en tijd voor vrede. Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (15/19)”

De reden van het zijn (14/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 14

Epiloog
Als we een modern vocabulaire overnemen, zouden we kunnen zeggen dat Qohelet de “crisis” naar voren brengt.
(…)
Hij brengt een gedachte naar voren die meer dan modern is, want in plaats van wanorde, onzin, onsamenhangendheid en tegenstrijdigheid uiteindelijk als ongelukken te beschouwen, als een kwaad dat uit de weg geruimd moet worden en als een secundaire of toevallige gebeurtenis, laat Qohelet dit alles zien als een inherent kenmerk van het menselijk leven en het maatschappelijk leven. Hij integreert wanorde en tegenstrijdigheid in het “normale” wezen van de mensheid.[90] Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (14/19)”

De reden van het zijn (13/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 13

Het stel is prachtig, helaas is de kans oneindig klein dat het werkelijkheid wordt! Bij het opnieuw zoeken naar wijsheid en het opsporen van de waanzin, ontmoet Qohelet de vrouw. En het is dan (VII, 26-29) dat wij tegen deze muur aanlopen:

“Dit is wat ik gevonden heb, bitterder dan de dood is een vrouw die een strik is, wanneer haar hart een val is en haar armen ketenen. Wie de God behaagt, ontsnapt, maar de verliezer wordt gevangen genomen. Kijk eens wat ik gevonden heb, zegt de Verzamelaar, één voor één, om de reden te vinden die ik nog steeds zoek, maar niet gevonden heb! één man, vond ik op de duizend, maar één vrouw onder hen allen, vond ik niet. Kijk alleen naar wat ik gevonden heb: dat God de mens eerlijk gemaakt heeft, maar zij zoeken te veel naar rede. (Lys vertaling)[86] Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (13/19)”

De reden van het zijn (12/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 12

Beproevingen van de wijsheid
De twee pijlers van de Wijsheid zijn dus het besef van eindigheid en het onderscheiden van de dood in alles.[77]
(…) tot de conclusie gekomen zijnde, dat alles ijdelheid was, is het te zeggen.[78]
V, 6: “In de overvloed van dromen zijn ijdelheden en woorden in overvloed. Maar vreest God.” [79] Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (12/19)”

De reden van het zijn (11/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 11

Is er dan geen ware Wijsheid?
Het is waar dat er geen wijsheid is, geen zin, en toch zullen wij leven, en toch zullen wij handelen, en toch zullen wij in staat zijn tot geluk en hoop. De enige ware Wijsheid waarop de mens aanspraak kan maken, is deze onderscheiding van een mogelijke afwezigheid van Wijsheid, van waaruit het leven opgebouwd moet worden – het negatieve uitgangspunt.[66] Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (11/19)”

De reden van het zijn (10/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 10

Ironie
De dwaas doet anderen verliezen en verliest zichzelf. “De lippen van een dwaas verliezen hem, het begin van de woorden van zijn mond is dwaasheid en het einde van zijn spreken is kwade dwaasheid.” Dit is geen oordeel van veroordeling, het is geen uitsluiting of “racisme”, het is ook geen verwerping en ontkenning van relatie, maar het is wel zo. De gek is respectabel, maar hij doet kwaad. Wij zien het elke dag in onze maatschappij.[61] Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (10/19)”