Jashoea, Jesjoea of Jehosjoea – of gewoon Jezus?

Was “Jahshoea” de echte naam van Jezus?

Ondanks de bewering van sommigen dat de Hebreeuwse naam van Jezus als “Yahshua” moet worden gespeld, is er absoluut geen bewijs voor deze naam in enige bekende Hebreeuwse of Aramese bronnen uit de oudheid. In de Joods-Griekse taal van het Nieuwe Testament wordt “Jezus” geschreven als Ἰησοῦς (Iēsous). Terugvertaald in het Hebreeuws/Aramees is de naam Jesjoea of Yeshua (ישׁוּע) of Jehoshoea / Yehoshua (יהושׁוע).

De naam Jesjoea (ישׁוּע) was gebruikelijk in de Tweede Tempelperiode en komt ook bijna dertig keer voor in de Hebreeuwse Bijbel (bijv. Ezra 3:2; Neh 3:19; 1 Kron 24:11). “Yeshua” (Jezus) is een verkorte versie van “Yehoshua” (Jozua). Als Yehoshua (יהושׁוע) “de Heer redt” betekent, dan betekent Yeshua (ישׁוּע) ofwel “hij [d.w.z. de Heer] redt” of gewoon “redding”. In feite maakt het Joods-Grieks geen onderscheid tussen “Jesjoea” en “Jehosjoea” en vertaalt het beide als Ἰησοῦς (Iēsous of “Jezus”).

De oorsprong van Jezus’ naam in het Hebreeuws omvat waarschijnlijk zowel de werkwoorden “zijn” (היה) als “redden” (ישע). In het evangelie van Matteüs staat de reden waarom de Messias “Jezus” wordt genoemd, omdat er een rechtstreeks taalkundig verband bestaat tussen zijn naam en de redding van Gods volk: “Gij zult zijn naam ‘Jezus’ noemen, want hij zal zijn volk redden van hun zonden” (1:21). Voor zover Jezus’ naam afkomstig is van het Hebreeuwse woord voor “redding”, is Matteüs’ argument volkomen logisch: Miriams zoon moet “redding” worden genoemd, juist omdat “hij/de Heer zijn volk zal redden” van hun zonden.

Het probleem met “Yahshua” is niet dat de oorspronkelijke naam van Jezus niet van beide wortels afkomstig kan zijn (in feite kan dit wel het geval zijn, aangezien “Jezus” zo nauw verwant is aan “Yehoshua”). Het belangrijkste punt is dit: terwijl de naam “Jesjoea” algemeen voorkomt in Joodse bronnen, is de spelling/uitspraak van “Jehosjoea” helemaal niet bekend. Uiteindelijk moeten we afspreken dat, ook al klinkt het vanuit theologisch perspectief misschien passend voor “Jah zal redden” – en dus om te speculeren dat Jezus’ naam “Yahshua” zou kunnen zijn geweest – zolang er geen bewijs van het tegendeel wordt gevonden, de naam “Yahshua” alleen in het hypothetische domein bestaat; dat wil zeggen, “Yahshua” is alleen een echte naam in de gedachten van degenen die ervoor pleiten.

Van: Messianic Jewish Book Club

Hoe kunnen we het antisemitisme bestrijden?

Door Kenneth Stern

Het is veel gemakkelijker te beschrijven hoe antisemitisme werkt dan wat ertegen werkt.

Antisemitisme is een haat. In wezen is het een samenzweringstheorie die stelt dat Joden samenzweren om niet-joden kwaad te berokkenen. Zoals de meeste samenzweringstheorieën, biedt het gemakkelijke antwoorden op moeilijke problemen. Doorgaan met het lezen van “Hoe kunnen we het antisemitisme bestrijden?”

De polarisatie tussen gevaccineerden en anti-vaccers

11 november 2021 door Willem J. Ouweneel

Een van de dingen die mij verdrietig maken, is het feit dat de groeiende polarisatie tussen gevaccineerden en ongevaccineerden ook de christenheid steeds meer in haar greep krijgt. Dat is ook niet zo’n wonder. Als ik het interview met huisarts Els van Veen lees, denk ik:hoe is het mogelijk dat het Nederlandse volk zulke voorlichting krijgt, zelfs van artsen? Ik ben ontzettend blij met de respons van een andere arts, Alie Hoek-van Kooten, die dokter Els stuk voor stuk weerlegd heeft. Ik ben het 200 procent met Alie eens. Maar wat helpt dat? Talloze antivaxxers zullen Els’ argumenten – naast vele soortgelijke argumenten, afkomstig van alternatieve websites –
dankbaar aangrijpen om zich niet te laten vaccineren en daarmee de pandemie langer te laten voortduren dan nodig is. En alsjeblieft, laten de meningsverschillen niet tot oorlog leiden. Dat gevaar is levensgroot.

Daarmee zullen we moeten leven, en daarbij ook nog eens respect hebben voor het standpunt van de andere partij. Ik snap de argumenten van sommige ongevaccineerden (hoewel die meestal op onjuiste informatie gebaseerd zijn), maar ik ben het er niet mee eens. Ik hoop dat die mensen ook de argumenten van Alie tot zich nemen en er wat mee doen. En alsjeblieft, laten de meningsverschillen niet tot oorlog leiden. Dat gevaar is levensgroot. Er zijn al gemeenten die over deze kwestie uiteengespat zijn. Er zijn al gemeenten die een QR-code eisen voordat ze mensen binnenlaten. En omgekeerd zijn er ook gemeenten waar ze op je loeren of je al ziekteverschijnselen vertoont, omdat hun wijs gemaakt is dat de gevaccineerden binnen enkele jaren ernstig ziek zullen worden, zo niet zullen overlijden aan het vaccin. Dit is wel een asboluut dieptepunt: vaxxers die stiekem hopen dat de anti-vaxxers corona zullen krijgen (lekker puh), en anti-vaxxers die op je loeren om te zien of je al ziek bent van het vaccin. Christenen die stiekem of openlijk uitkijken naar het ziek worden of zelfs de dood van andere christenen. Kan het nog erger? Nou, het volgende is ook wel erg: Daniël van Deutekom beroept zich in een tweet op Romeinen 5:3-4. Het is dwaas om de Bijbel te laten buikspreken en op die manier ook nog eens een slachtofferjasje aan te trekken.

Beide redeneringen zijn even overtrokken. Het is dwaas om de Bijbel te laten buikspreken en op die manier ook nog eens een slachtofferjasje aan te trekken. Kijk eens hoe zielig wij antivaxxers zijn… Hou toch op, zeg. Er is in ons land helemaal geen vaccinatieplicht (zoals in sommige andere landen wel), en die komt er ook niet. We leven zelfs in een land waar de kerken helemaal vrijgelaten worden (behalve door de radicale pers), al zijn de meeste kerken zo verstandig de aanbevelingen van het RIVM zo goed mogelijk te volgen. Wél is het zo, dat RIVM en overheid sterke aandrang uitoefenen om mensen tot vaccinatie aan te zetten, en daar hebben ze groot gelijk in. Maar drang is geen dwang. Je maakt jezelf alleen maar zielig als je van jezelf dan toch een slachtoffer of zelfs een martelaar maakt.

Ik ben bioloog, en daarom interesseren de biologisch-medische aspecten van de coronacrisis mij zeer. Maar ik ben ook theoloog, en daarom ben ik zo verdrietig over de
oneerbiedige wijze waarop steeds meer geestelijke ‘smaakmakers’ in dit land met de Bijbel omgaan. Ik zei het eerder tegen Jaap Dieleman en Paul Visser: Onderzoek nu toch eens waar Openbaring 13 echt over gaat. En nu zeg ik tegen Daniël: Onderzoek nu toch eens waar Romeinen 5 echt over gaat. Je doet me denken aan de man die de tijd van zijn baas misbruikte om tegenover zijn collega’s te ‘getuigen’. Ten slotte ontsloeg zijn baas hem, omdat de man een dief van de baas z’n tijd was. En hoe reageerde de man? Hij was een martelaar, die nu moest lijden voor de naam van Christus… Is dat je bedoeling, Daniël? Ben jij nu ook een martelaar van Christus, omdat de mensen je bekritiseren vanwege jouw anti-vaxxersopvatting? Ben je nu een martelaar van Christus, omdat je geen QR-code hebt en nu dus geen restaurant of bioscoop binnen mag? Ik zou niet graag naar een restaurant gaan waar ze een loopje nemen met de QR-code, want ik wil geen slachtoffer worden van ongevaccineerde gasten. (Je kunt ook besmet worden door een gevaccineerde, maar die kans is aanzienlijk kleiner.)

Ben je nu een martelaar van Christus, omdat je geen QR-code hebt en nu dus geen restaurant of bioscoop binnen mag?

Laat me eindigen aan wat een verpleegkundige mij mailde juist toen ik met deze column bezig was: ‘Als verpleegkundige op de long- (nu corona-)afdeling in het ziekenhuis in … ben ik u zo dankbaar voor uw blogs! Het is zo moeilijk te begrijpen dat zoveel broeders en zusters zo negatief over vaccineren zijn en er hele “Bijbelse theorieën” op na houden. Ik zie iedere dag wat corona teweegbrengt; ik heb zoveel mensen naar de IC gebracht of bijgestaan in hun laatste uren. Mijn collega’s en ik zijn moe en verdrietig!’
Precies. En ik ben als bijbelleraar al even ‘moe en verdrietig’ over het misbruik dat van de Bijbel gemaakt wordt om de antivaxxers aan te moedigen in hun negatieve houding.

https://cip.nl/cip+/88169-zijn-ongevaccineerden-bezig-martelaren-voor-de-naam-van-christus-te-worden/FRgKBgFdVS11bhNORhpLcRkZEhU

‘k Ben ver van U – meditatie over Guido Gezelle

Wat heb ik, zonder u,
Dat ik beminnen zal?

‘k Ben ver van u

(Guido Gezelle)

[embedyt] https://www.youtube.com/watch?v=C7bgcuYHj3c[/embedyt]

Wat hebben wij dan zonder Hem? De vraag zelf is een teken van zijn aanwezigheid. Door die aanwezigheid beseffen wij onze sterfelijkheid, ontvangen wij het getuigenis van de zonde, maar ook van de onrust van ons hart.

Het is arrogantie wanneer een mens dit besef en dit getuigenis negeert zonder de bron ervan te zoeken. Wie God zoeken zullen Hem vinden, en wie God vinden zullen Hem prijzen. Wie Hem niet zoekt zal iets anders vinden.

Fantasie versterkt de ervaring, en de ervaring schept een illusie, in de meest gevoeligen onder ons het besef van een verlangen en een kloof. “Laat alles zijn voorbij, gedaan, verleden, dat afscheid tussen ons en diepe kloven spant.” In deze onwetendheid wordt een ander dan God aangeroepen. Met schone namen. Een eeuwig licht. Een Vaderland. Een lieve zon. De Eeuwige. Een “alschone blomme”.

De dichter dicht: “Wat kan ik, zonder u, als eeuwig, eeuwig, sterven. Wat heb ik, zonder u, dat ik beminnen zal?”  Dat wij ver van hem zijn, leidt tot het gebed dat alleen Hij die afstand kan overbruggen. God heeft dat gedaan door ons aan te roepen, door ons geloof te schenken. Hij is ons verkondigd. Hij is ons gepredikt. Wij hebben Zijn Woord gehoord. Zo is ons geloof gewekt in de menswording van Gods zoon. Dan kennen wij Hem.

En wanneer wij Hem zo kennen, hebben wij andere schone namen. Mijn Heer en mijn God. Mijn bevrijder en Verlosser. Zoon van God, die wij aanbidden. Beeld van de Vader. Al Gods volheid, Zijn genade, en Zijn liefde onverdeeld.

‘k Was ver van U, maar U bent in mij, mij nabij zoals niets anders.

Corona en Leviticus 13

De enige periode in de geschiedenis die met onze coronatijd te vergelijken is, is de Middeleeuwen. De plagen van de melaatsheid en de pest hebben het leven van miljoenen mensen verwoest. Vanuit India bereikte de melaatsheid Zuid-Europa al in de vierde eeuw voor Christus. In de zesde en zevende eeuw na Christus werd de melaatsheid een algemeen verschijnsel in Europa. Een hoogleraar in de volksgezondheid beschrijft het als volgt:

“Melaatsheid was de grote vloek die zijn schaduw wierp over het dagelijks leven in de Middeleeuwen. De angst voor alle andere ziekte bij elkaar vielen in het niets bij de dodelijke angst voor de melaatsheid . Zelfs de Zwarte Dood in de 14e eeuw en de syfilis aan het eind van de 15e eeuw veroorzaakten niet zo’n verschrikkelijke angst.” Doorgaan met het lezen van “Corona en Leviticus 13”

Johannes (10) – De tempelreiniging

Johannes 2:13-25

Wij hebben vaak een beeld van Jezus als een mens vol liefde en ontferming, een aardige man die alleen maar vriendelijke dingen zei. Instinctief reageren wij met afwijzing als we lezen dat Jezus soms helemaal niet aardig was. In het gedeelte dat wij nu voor ons hebben, krijgen we een inzicht in de persoonlijkheid van Jezus, dat met dat vriendelijke beeld in strijd is. Jezus is in één opzicht volkomen onverdraagzaam. Hij verdraagt het niet, wanneer mensen God niet eerbiedig benaderen. Hij wordt woedend wanneer Hij ziet dat mensen in de tempel de Naam van God misbruiken om er handel mee te drijven. Jezus Christus eiste eerbied tegenover God.

Dat is een algemeen beginsel in de bijbel. Het is een principe dat in de schepping is ingebouwd. God eist dat alles wat Hij geschapen heeft Hem eer geeft. Alles in de schepping doet dat ook, behalve zondige mensen. En daarom is de Zoon van God gekomen, zodat het weer mogelijk wordt dat zondige mensen God de eer geven die Hem toekomt, zodat ze weer beantwoorden aan het doel van hun geschapen zijn. En alles wat uiteindelijk God niet zal verheerlijken, Hem niet de eer zal geven die Hem toekomt, alles wat niet in overeenstemming is met Zijn wezen, dat zal Hij uiteindelijk moeten verwijderen. Dat is het oordeel. Daarom is het zo belangrijk om God te eren, en voor een christen betekent dat alle eer te geven aan de Zoon van God, die de heerlijkheid van God openbaart en is.

Het is zeker waar dat Jezus Christus kwam om te openbaren dat God een God van liefde is. Maar we kunnen niet spreken over Gods liefde, als we niet ook – ik zal niet zeggen eerst – gesproken hebben over de zonde. De kern van de zonde is ongeloof, en de kern van ongeloof is afgoderij, en de kern van afgoderij is dat God niet de eer krijgt die Hem toekomt. In ons gedeelte gaat Jezus aan het begin van zijn zending de Tempel binnen. Dat is wat Johannes ons vertelt. Het is de eerste keer, aan het begin van Zijn zending. Hij zou nog een keer de Tempel binnengaan, maar dat is aan het einde van Zijn zending, vlak voor het paasfeest wanneer Hij gekruisigd wordt. Dat vinden we in de andere evangeliën. Hier komt Hij de tempel binnen en Hij heeft in het geheel geen boodschap van liefde, maar Hij brengt een oordeel. De boodschap van Gods liefde is betekenisloos als mensen niet eerst begrijpen dat hun zonden een oneindige afstand scheppen tussen hen en God.

Jezus gaat naar Jeruzalem. Elke joodse man gaat elk jaar voor het Paasfeest naar de Tempel in Jeruzalem. Er zullen er in die tijd meer dan 2 miljoen geweest zijn, 2 miljoen joden in Jeruzalem vieren het Paasfeest. Op de 10e dag wordt een lam gekocht, op de 14e dag wordt tussen 3 en 6 uur ‘s middags dat lam geslacht, en die avond wordt er feest gevierd. Daarmee werd herdacht dat God het volk uit Egypte bevrijd had. Met dat feest werd herdacht dat God machtig is om in de geschiedenis van mensen in te grijpen. Op dezelfde manier is de opstanding van Jezus voor de kerk een gedachtenis aan de macht die God heeft in de geschiedenis.

Die 2 miljoen joden hadden een lam nodig. Dus moesten er mensen zijn om de dieren van het offer te verkopen. Er zullen minstens 100,000 lammeren nodig zijn geweest elk jaar. En omdat handel alleen was toegestaan in een reine muntsoort, waren er ook geldwisselaars. Op zich was dat niet erg. In de straten van Jeruzalem hadden deze handelaren hun werk kunnen doen. Het was immers niet praktisch, wanneer je van ver moest komen naar Jeruzalem, om het lam met je mee te nemen. Maar toen werd er een praktische beslissing genomen met grote religieuze gevolgen. Waarom zou je die handelaren niet laten werken in de voorhof van de heidenen? Dat was toch een gedeelte van de tempel met een lage graad van heiligheid. En dus werd er in de ruimte die bestemd was voor heidenen om de God van Israël te aanbidden, handel gedreven in allerlei offerdieren en waren er wisselkantoren. En dan komt de Messias naar de tempel, zoals de profeet Maleachi al gezegd had: “plotseling zal naar Zijn tempel komen die Here Die u aan het zoeken bent… Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen?” (Mal. 3:1, 2) Even verder in de profetie wordt gesproken over de reiniging van de Levieten, en dat de Messias daar zal zitten als iemand die zilver smelt en reinigt. Zo komt Jezus hier in de tempel, als een directe vervulling van de profetie van Maleachi.

De voorhof van de tempel was op dat moment een chaos. Overal in de stad en ook hier waren grote menigten bijeen. En de meeste van hen liepen nu rond bij de tempel, omdat daar de aanbidding plaatsvond. Met het woord tempel bedoelen we nu het hele complex van gebouwen en omheinde ruimten rondom de eigenlijke tempel – met het Heilige en het Heilige der Heiligen. Misschien was het wel zo gegaan, dat de voorhof de beste plaats bleek te zijn om dieren te verkopen, de handelaren waren beetje bij beetje opgeschoven van de straat naar de voorhof, door onderlinge wedijver gedreven. En ze probeerde allemaal hun eigen waren aan de man te brengen in competitie met anderen. En omdat ze dit alles alleen rond  het Paasfeest konden verkopen, gingen de prijzen behoorlijk omhoog. Er is iemand die heeft uitgerekend dat duiven, die het hele jaar door voor een luttel bedrag van misschien maar 20 eurocent konden worden gekocht, op deze plaats en in die tijd van het jaar meer dan € 50 moesten opbrengen. Iets dergelijks gold ook voor de geldwisselaars. Iedereen moest een jaarlijkse belasting betalen aan de tempel en dat werd met het Paasfeest gedaan, en die betaling kon alleen plaatsvinden in joodse munt. En uiteraard vroegen de geldwisselaars daar een kleine vergoeding voor. En ook die vergoeding was in deze tijd exorbitant hoog, zodat het moeilijker en moeilijker werd vooral voor arme mensen om hun bijdrage aan de tempel te leveren. De tempel die bedoeld was als een plaats voor aanbidding en gebed leek dus voor het oog van de menigte veranderd te zijn in een grote marktplaats. Er was geen aanbidding, en er was geen eerbetoon aan God en daarom was Jezus zo boos.

Daarom deed Hij wat we lezen in vers 15. Hij maakte voor zichzelf een zweep van alle touwen die op de grond lagen – waarmee de dieren naar binnen waren gebracht. En dan lezen we: “dreef Hij ze allen de tempel uit.” Wie zijn dan deze “allen”? Het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, wordt meestal gebruikt om naar “alle mensen” te verwijzen. Hij gebruikte de zweep niet voor de schapen en de ossen. Jezus ging die tempel binnen en liep met Zijn zweep van links naar rechts en dreef de mensen uit de voorhof. Hij maakte de tempel leeg. Dat is geen halve maatregel. De Messias zet Zijn kracht in. Als Hij wil dat mensen in beweging komen, dan komen ze in beweging. Zo dreef Hij al die mensen die daar waren de tempel uit, en die namen haastig hun dieren mee, en daarna liep hij naar de tafels van de geldwisselaars en keerde ze om. En daarna gaf Hij bevel aan de mensen die duiven in kratten hadden neergezet en zei simpel tegen hen: “pak je spullen en ga weg.”

Waarom is dit dan een getuigenis dat Jezus de Zoon van God is? In de eerste plaats moeten we ons deze scène eens goed voor ogen stellen. Twee miljoen joden willen in Jeruzalem het Paasfeest vieren. Op elk moment van elke dag zullen er duizenden in de voorhof hebben rondgelopen om daar hun offerdieren te kopen. Of, als ze van verre waren gekomen, de tempel eens te bekijken. Maar Jezus heeft al die duizenden uit de tempel gekregen. Dat is op zich al een bewijs van Zijn bovennatuurlijke kracht en macht. De mensen zijn onder de indruk van Hem en gaan blijkbaar rustig weg – als dat niet rustig was gegaan, zouden de Romeinen ongetwijfeld hebben ingegrepen. Die konden het tempelplein overzien vanaf de Burcht Antonia waar zij gelegerd waren. En zelfs als vanwege het Paasfeest, een groot deel van de Romeinse bezetting buiten Jeruzalem was gelegerd, dan nog zouden er voldoende soldaten zijn geweest om een einde te maken aan dit opstootje. Het is echter geen opstootje. De mensen verlaten rustig de voorhof op het bevel van Jezus. Het tweede bewijs is wat Hij hier zegt: “maak niet het huis van Mijn Vader tot een huis van koophandel.” (Vers 16.) Dit is de Zoon die het Huis van Zijn Vader leeg maakt. En dat heeft een belangrijk gevolg. We vinden aan het eind van het evangelie naar Mattheus een belangrijke uitspraak. Daar lezen we na de tweede keer dat Hij de tempel heeft gereinigd, dat Hij het oordeel over Jeruzalem aankondigt. Dan zegt Hij: “uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten.” (Mt. 23:38) Het is niet langer het huis van Zijn Vader! Het Huis is gereinigd, maar niet om het opnieuw te gaan gebruiken, maar als een teken dat nu Iemand anders het waarachtige Huis van God is geworden: Jezus spreekt nu over Zijn lichaam, dat de Tempel van God is.

Het oordeel over de tempel is duidelijk. Het is in overeenstemming met het Oude Testament. Wat wil God van Israël? De schrijver van psalm 51 wist het: “Want U vindt geen vreugde in offers, anders zou ik ze brengen; in brandoffers schept U geen behagen. De offers voor God zijn een gebroken geest; een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten.” (Psalm 51: 18,19) De tempel bracht offers waarin God geen behagen meer had; in de prediking van Johannes de Doper ging het om die “gebroken geest, het verbrijzelde en verslagen hart.” Het ging om bekering en berouw en vernieuwing van leven door de Messias. Wat God werkelijk zocht was de bekering van Israël, de afkeer van de afgoderij, van het dienen van Mammon, van de haat die in het hart leefde, van de verstoktheid waarmee men een eigen gerechtigheid wilde oprichten waar God in feite buiten stond. De handel in offerdieren op de voorhof van de tempel, was een zichtbaar teken van de vervreemding tussen de God van Israël en de tempel die Zijn Huis geweest was, maar dat nu niet meer kon zijn.

Christus veegde de tempel leeg en reinigt het van alle handel. Vlak voor zijn dood reinigde Hij de tempel opnieuw. Hij stierf als een waarachtige Paaslam precies in de uren dat het Paasoffer in de tempel werd gebracht, en daarmee maakte Hij een einde aan deze offerdienst. En bij zijn dood scheurde Hij het voorhangsel van boven naar beneden, en maakte op die wijze een definitief einde aan de dienst in de Tempel. Tenslotte vernietigde Hij de tempel zelf in het jaar 70, toen het met de grond werd gelijkgemaakt. Zo handelde God door middel van de Romeinen met de tempel in Jeruzalem.

Is er vandaag nog een tempel van God? Jazeker. God heeft een nieuwe tempel gebouwd. Tijdens Zijn leven op aarde was Jezus Christus die tempel, omdat de heilige Geest in Hem woonde. En na Zijn opstanding en na de komst van de heilige Geest is er opnieuw een tempel op aarde, een tempel in de Geest. Dat is wat Paulus zegt tegen gelovigen: weten jullie dan niet dat jullie de tempel zijn van de heilige Geest? Jullie zijn een heiligdom dat niet met handen gemaakt is. Iedereen die Jezus Christus als Heer belijdt, vormt met alle andere gelovigen de Tempel van de Heer in de Geest.

Johannes (3) – Leven en Licht

De eerste drie verzen van de proloog van het evangelie naar Johannes vertellen ons rechtstreeks iets over de godheid van Jezus Christus. Hij was vanaf de eeuwigheid. Hij was bij God, dat wil zeggen communiceerde met God, was voor Zijn aangezicht, er was een levende, persoonlijke betrekking en relatie tussen God en het Woord. En het derde wat hij zegt is dit: God heeft alle dingen door het Woord gemaakt, het Woord is de schepper van alle dingen, en niets dat bestaat, bestaat buiten Hem om.

In de verzen 4 en 5 gaat het vervolgens om het vleesgeworden Woord. Gaat het om de relatie tussen het Woord en de wereld. Twee dingen worden daar gezegd. In de eerste plaats, dat het Woord de bron van alle leven is. En dat dit leven ook het licht is van de menselijke wereld. Leven en licht. Dat is vers 4. En dan het tweede, dat rechtstreeks te maken heeft met de komst van Jezus in de wereld. Het Woord is licht, en schijnt in de duisternis die over onze wereld ligt. En de duisternis heeft dat licht niet kunnen overwinnen. Het is meer dan “niet begrepen” wat in de Herziene Statenvertaling staat. Het gaat er niet om dat de wereld die in duisternis ligt niet heeft begrepen dat Hij het Woord is, maar dat deze duisternis dat licht niet heeft kunnen overwinnen, niet heeft kunnen overmeesteren.

“In Hem was het leven.” Het woord dat hier gebruikt wordt is niet bios, wat op het fysieke en laten we zeggen biologische leven slaat. Het gaat om het geestelijke leven en om die reden gebruikt Johannes het woord dzoè. Als schepper van de wereld is Hij ook de bron van al het levende, dus van het leven. Maar Hij is ook de bron van het geestelijke leven. Dat leven is in Hem.

Wat is geestelijk leven? Het staat tegenover geestelijk dood zijn. Wat is dan geestelijk dood zijn? Paulus zegt in de brief aan Efeze: “Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden.” (2:1) Geestelijk dood zijn betekent dat je niet bij machte bent om God te antwoorden, om in een levende betrekking tot Hem te staan. In deze wereld zijn de meeste mensen geestelijk dood, omdat hun zonden en overtredingen tegenover God niet vergeven zijn. Omdat ze de kracht van de levendmakende Geest niet hebben meegemaakt. Daarom gebruikt Johannes in dit evangelie meer dan 50 keer het woord dzoè, geestelijk leven. De mensen in de wereld waren dood, en Hij kwam om hen het leven te geven. Opdat de mensen wél met God in een levende betrekking konden staan, Hem waarachtig zouden kennen, met Hem zouden wandelen in hun leven. Daarom zegt Hij van zichzelf: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.”

En dan wordt dit Leven dat Jezus Christus kon brengen ook nog eens het licht genoemd. Dat Leven dat in Hem is, straalt naar buiten toe, verlicht alle mensen, verdrijft de duisternis. Net zoals licht vanuit een lichtbron straalt, zo straalt het leven uit Jezus Christus die de bron van het leven is. En dat licht van het leven straalt uit naar alle mensen in de wereld, zoals we lezen in vers 9. “Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en ieder mens verlicht.” Hoe kun je dat leven ontvangen? Hoe kun je dat licht in je leven laten schijnen? Johannes gaat het in zijn evangelie uitleggen.

In de eerste plaats moet je geloven dat Jezus de Zoon van God is. Als je dat niet gelooft zoek je het licht op de verkeerde plaats, of blijf je liever in de duisternis, en dan heb je de bron van het leven niet gevonden. Er worden in deze wereld zoveel leugens verteld, de waarheid is zo schaars, maar in Christus vind je de bron van alle waarheid, de Waarheid zelf.

In de tweede plaats moet je vertrouwen hebben in wat Hij geopenbaard heeft. Moet je geloven dat Hij werkelijk de Vader heeft laten zien en de Vader in eenheid met Hem is. Want alleen als je Zijn Woord aanvaard, weet je wat je doen moet en hoe je dat leven kunt ontvangen. Je moet Hem dus erkennen als de Weg die tot het leven leidt.

En in de derde plaats moet je je leven toewijden aan deze twee dingen, je moet de Zoon van God daadwerkelijk gehoorzamen en Hem je leven toevertrouwen. Niet alleen maar weten dat dat zo moet, maar het ook daadwerkelijk doen. Wie dat doet heeft het leven in zichzelf ontvangen, en wandelt in het licht, en is – zoals vers 12 het zegt – een kind van God. Daarom is Hij het Leven zelf, omdat Hij het geestelijke leven geeft aan iedereen die Hem aanneemt in geloof.