Het Paasoffer – Exodus 12:7-13

EXODUS 12


7 En zij zullen van het bloed nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de huizen waarin zij het eten zullen.


Van het bloed te nemen – in het bloed is immers het leven, en het verschieten van het bloed van het dier als een plaatsvervanger van het bloed van een mens, is het bijzondere symbool van de verzoening. Dat is de strekking van het bloedige offer.
Het bloed moet worden genomen door een huisgezin, dat wil zeggen door de vader van het huis. Vanwege de onreinheid van het volk werd later bepaald dat de Levieten dit offer zouden uitvoeren, volgens 2 Kronieken 30:17, “er waren er velen onder de gemeente die zich niet geheiligd hadden. Daarom waren de Levieten belast met het slachten van de paaslammeren voor ieder die niet rein was, om hen voor de Heere te heiligen.”

Strijken – met een bundel hyssop als een soort kwast gedoopt in het bloed werden de zijkanten van de deur bestreken. Waarom de zijkanten? Omdat de verderfengel door deze deur zou binnengaan en dan zowel links als rechts het teken van de bescherming zou zien.

De bovendorpel – dit woord lijkt in het bijzonder te slaan op de opening boven de deur die in Egyptische huizen was voorzien van een vlechtwerk van latjes. Doorgaans denkt men hier echter simpelweg aan de bovenkant van een deur, maar dit is alleen een opening in het huis waar een kleed voor kon worden gehangen.


8 En het vlees moet u dezelfde nacht nog eten; op vuur gebraden, met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten.


Gebraden – bij de offers in het Oude Testament moet het vlees doorgaans gekookt. Zie de beschrijving van het priesterlijke werk van de zonen van Eli in 1 Samuel 2:13, 14. Waarom gebraden? Braden gaat sneller en is eenvoudiger dan koken; het vuur kan gezien worden als een symbool van het oordeel; koken van een heel dier is lastiger dan het braden ervan.

Met bittere kruiden – letterlijk met bitterheden. In de Misjna vinden we wilde sla, brandnetels, en andijvie onder andere als voorbeelden van bittere kruiden.


9 U mag daarvan niets rauw eten, en zeker niet in water gekookt, maar alleen op vuur gebraden, met zijn kop, met zijn poten en zijn ingewanden.


Niets rauw eten – zoals in vele andere godsdiensten gebruikelijk was, met name in de Griekse godsdienst van Bacchus.

Met zijn kop, met zijn poten – waarom het hele dier? Omdat het hier een symbool is van de eenheid van Israël, of omdat het een symbool is van het ongebroken lichaam van Christus, die het ware Paaslam is.

De ingewanden – volgens de Joodse traditie werden die ingewanden er eerst uitgehaald, gewassen, het bloed werd eruit gehaald en daarna werden ze weer teruggeplaatst in het lam.


10 U mag daarvan ook niets overlaten tot de morgen. Wat er de volgende morgen van over is, moet u met vuur verbranden.


Niets overlaten – het gehele lam moet door de familie en de gasten in één maaltijd worden opgegeten. Wat er overbleefvan de maaltijd zoals de botten en vleesresten moest worden verbrand om te voorkomen dat het op een minachtende wijze werd gebruikt, bijvoorbeeld wordt weggegooid.

Met vuur verbranden – zonder dat dit zelf een ceremoniële betekenis had.


11 En zo moet u het eten: uw middel omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand. U moet het met haast eten, het is Pascha voor de HEERE.


Uw middel omgord et cetera – geheel en al voorbereid op een lange reis. Niet aangekleed zoals je het in huis gewend zou zijn. Deze verplichting geldt volgens sommigen alleen maar voor deze eerste viering van het Pasen, terwijl anderen ook nog op de huidige dag dit als voorschrift nemen.
Met haast – want je weet niet wanneer de reis naar het beloofde land begint.


12 Want Ik zal in deze nacht door het land Egypte trekken en alle eerstgeborenen in het land Egypte treffen, van de mensen tot het vee. En Ik zal aan al de goden van de Egyptenaren strafgerichten voltrekken, Ik, de HEERE.


Ik zal door het land Egypte trekken – dat is de reden van dit nieuwe feest en een verklaring van de uitdrukking Pesach. De eerstgeborenen van elk huis zal worden geraakt. Dat geldt niet per se voor het vee, want het lijkt erop dat daarmee de dieren worden aangeduid die als symbool bij de verschillende Egyptische goden behoren. De uitdrukking “aan al de goden van de Egyptenaren” lijkt dus een verklaring te geven voor het slaan van de eerstgeborenen van het vee.


13 En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf teweegbrengt, als Ik het land Egypte zal treffen.


Het bloed zal u tot een teken zijn – het is een teken voor God of de verderfengel, ten behoeve van de Israëlieten. Het is niet een teken voor de Israëlieten.

Zal Ik u voorbijgaan – dat is de kern van Pesach, Wanneer God voorbijgaat (passah) aan de Israëlieten van wie de deuren met bloed zijn gemarkeerd.

Exodus 12:1-6 (1) in de joodse uitleg van Nachmanides

 

Discussie

Exodus 12:2

Wat betekent de uitdrukking “deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn?” Terwijl Nissan niet de maand is van rosj hasjana (nieuwjaar). 

Dit is het eerste gebod dat de Here God oplegt aan Israël door middel van Mozes. Dat wordt benadrukt doordat de tekst zegt dat het gebod wordt gegeven in het land Egypte. Dus niet op de berg Sinai.

“In het land Egypte” betekent ook dat het buiten de stad gebeurd is.

Het is opmerkelijk dat vers 2 blijkbaar alleen tegen Mozes en Aaron in het land Egypte gezegd is. Pas in vers 3 staat er: “spreek tot heel de gemeenschap van Israël.” Had er niet moeten staan: “de Here zei tegen Mozes en tegen Aaron in het land Egypte, spreek tot heel de gemeenschap van Israël: “deze maand et cetera.””

Het antwoord van Nachmanides: Mozes en Aaron staan hier in de positie van Israël. Wanneer de Here het tot hen zegt is dat het zelfde als dat Hij het zegt tot Israël in alle generaties. De uitdrukking in vers 3, spreek tot de gemeenschap et cetera heeft een bijzonder doel, namelijk een gebod gegeven dat niet voor alle tijden van kracht is, namelijk het kopen van het paaslam in Egypte op de 10e dag van de maand Nisan. Dat is immers alleen maar een gebod voor dat historische moment. In latere generaties mag het paaslam worden gekocht op elk geschikt moment, en het hoeft zeker niet in Egypte te worden aangeschaft.

Mozes en Aaron in vers 1 staan dus voor het hele volk, en het gebod van vers 3 is beperkt tot deze bijzondere dag.

Onze tekst zegt: deze maand zal voor u de eerste maand zijn. Wat is de implicatie van de uitdrukking “voor u”? Dit betekent dat de heiliging van de nieuwe maan alleen maar kan worden uitgevoerd door een commissie van experts, zoals Mozes en Aaron waren. Dat is de tweede reden dat er bij de verwijzing naar de eerste maand niet gezegd wordt, “spreek tot de gemeenschap van Israël et cetera.”

Waarom moet deze maand de eerste van de maanden zijn? Zodat bij het noemen van alle maanden, als tweede derde vierde et cetera, het wonder van de uittocht steeds voor de aandacht geplaatst wordt. (Want de derde maand is de derde steeds omdat de eerste de maand van de uittocht was.) In de Thora hebben de maanden nog geen individuele namen, maar worden ze geteld. (De namen van de maanden die nu gebruikt worden, stammen uit de Babylonische tijd.)

Deze ordening bij het tellen van de maanden heeft niets te maken met het nieuwe jaar, wat valt in de zevende maand. Vandaar dat er staat “voor jullie”, het wordt de eerste maand genoemd vanwege de gedachtenis aan de verlossing. Waarom worden dan nu de Babylonische namen voor de maanden gebruikt? Dat heeft tot doel om ons nu ook te herinneren dat we uit de ballingschap in Babel verlost zijn en dat we daar in onze ballingschap verbleven hebben. (Alleen in Esther worden deze namen gebruikt, die van oorspronkelijk Perzische herkomst zijn.).

Exodus 12:6

Wat betekent de uitdrukking “bein ha-arbajim,”  tussen de avondschemering(en)? 

Dan de uitdrukking in het zesde vers tussen de avonden, (bein ha-arbajim) dat wil zeggen met de avondschemering. Nachmanides citeert eerst Rasjie.

“Deze uitdrukking wordt gebruikt voor het zesde uur, gerekend vanaf het begin van de dag. In de thora wordt een dag altijd in 12 uren ingedeeld. Vanwaar deze uitdrukking? Omdat de zon hier onderweg is om te worden verduisterd, dat wil zeggen onder te gaan. De uitdrukking geeft de uren aan tussen dat begin van het donker worden van de dag en het uiteindelijke verduisteren aan het begin van de nacht. Dus het begin van het zevende uur, vanaf de tijd dat de schaduwen van de avond uitgestrekt zijn – Jeremia 6:4. Het Hebreeuwse woord erev voor nacht, is een uitdrukking van somberheid en duisternis, zoals in Jesaja 24:11. Alle vreugde wordt verduisterd –‘ arvah.

Volgens Rabbi Abraham ibn Ezra is deze interpretatie niet correct. Er staat immers geschreven in Jesaja 30:8, “en toen Aaron de lampen aanstak in de avondschemering” (bein ha’arbajim). Dat moet echter zonsondergang aanduiden. Zoals blijkt uit Jesaja 27:21. Daar vinden we immers dat Aaron en zijn zoons de lampen moeten aansteken, in een dienst die de tijd tussen de avond tot aan de ochtend beslaat. De uitdrukking bein ha-arbajim slaat dus niet op het zevende uur van de dag, maar op zonsondergang.

Hij brengt nog een tweede argument. In Deuteronomium 16:6 lezen we, “…daar moet u het paaslam slachten, in de avond, als de zon ondergaat, op het tijdstip dat u uit Egypte trok.” Natuurlijk betekent “als de zon ondergaat” precies wat wij bedoelen met zonsondergang. Maar dat is niet het begin van het zevende uur. Rasjie lijkt dus ongelijk te hebben.

Nachmanides zegt dat dit helemaal geen weerlegging is van de uitleg van Rasjie. In Berachot 9a vinden we al de betekenis van het vers uit Deuteronomium.

  • In de avond – moet je het lam slachten
  • als de zon ondergaat – moet je het eten
  • op het tijdstip dat u uit Egypte trok (in de ochtend) – moet je het restant verbranden.

Zo heeft Rasjie het ook al uitgelegd in zijn commentaar op Deuteronomium 16:6.

Nachmanides geeft dan zijn opinie.

Het is duidelijk dat ‘erev soms de nacht aanduidt, maar doorgaans de avond. (En dus gedeeltelijk een synoniem is van lailah.) Het duidt het begin van de nacht aan, wanneer de sterren zichtbaar worden. In Genesis 1:5 bijvoorbeeld waar het zegt dat was avond geweest en morgen geweest et cetera.

Wanneer de engelen naar Sodom komen ba ‘erev zit Lot daar al. Dat moet het het einde van de dag aanduiden, dus de avondschemering. Lot heeft daar immers niet de hele nacht gezeten.

Wanneer de middag, dat wil zeggen het vijfde en zesde uur van de dag, teneinde gaat, en de zon niet langer aan twee kanten van een gebouw schijnen kan, dan hebben we de tijd van de dag die arbajim heet. De middag wordt genoemd tsohoraim, een meervoud (een dualis), omdat het die twee uren omvat, of omdat de zon niet in het oosten of in het Westen is geconcentreerd, maar aan alle kanten licht geeft. De avondschemering is dus het begin van het zevende uur waarin de zon onderweg is naar de plaats waar hij ondergaat. Ongeveer een uur en een kwartier voordat de sterren uitkomen, spreken we niet meer van avondschemering of arbajim, maar dan spreken we over ‘erev jom, de avond van de dag. (Terwijl lailah dan de hele periode van de ondergang van de zon aanduidt tot aan de opkomst van de zon.)

Waarom staat er nu echter bein ha-arbajim? Van waar nu de term “tussen”? Het heeft hier de betekenis “te midden van”. (Bewijsplaatsen te over.) Er staat niet ba ‘arbajim, in de avondschemeringen, want dat zou de avond van verschillende dagen kunnen aangeven. De thora zegt ons dus dat wij het paaslam moeten offeren in het midden van de avondschemering, dat wil zeggen van na het zesde uur van de dag tot de werkelijke ondergang van de zon.

leren van de Rabbijnen – tekstuitleg en fantasie

Bij het lezen van de teksten uit de Rabbijnse traditie, is het vaak van belang om door de ruwe oppervlakte heen te werken en de vraag te stellen welke gedachtengang er eigenlijk gevolgd is. Er zijn uitspraken die hun betekenis onmiddellijk prijsgeven, maar in vele gevallen kan de verpakking er heel triviaal of kinderlijk uitzien. Bij nadere beschouwing blijkt er dan toch een belangrijk idee te worden uitgedrukt. Doorgaan met het lezen van “leren van de Rabbijnen – tekstuitleg en fantasie”