Koinonia Bijbelstudie Live! Extra – 24 januari 2020

Extra uitzending van Koinonia Bijbelstudie Live! op vrijdag 24 januari 2020. Diverse onderwerpen komen aan de orde vandaag, zoals het huwelijk in Bijbels perspectief, de 5 voorwaarden van een authentieke prediking volgens 2 Kor. 4, de vier kritische bezwaren tegen de betrouwbaarheid van de Bijbelse geschiedenis en het antwoord daarop, en de verhouding van de wetten van de Sinaï en het liefdesgebod in het Nieuwe Testament.

Source: Koinonia Bijbelstudie Live! Extra – 24 januari 2020

10 geboden voor de familie van God

tien geboden voor gemeente van Christus

Het Nieuwe Testament leert ons tien geboden, verplichtingen, die we hebben tegenover onze broeders en zusters.

GIJ ZULT…

1. de broeders en zusters liefhebben.

“Wie God liefheeft, heeft ook de broeder lief” (1 Joh. 5:1).

2. anderen eren boven uzelf.

“Laat elk in nederigheid de ander uitnemender achten dan zichzelf” (Fil. 2:3).

3. ijverig zijn in dienstbetoon.

“Laten wij dus, wanneer wij gelegenheid hebben, goed doen aan allen, maar het meest aan de huisgenoten van het geloof” (Gal. 6:10).

4. niet onverschillig, maar vurig zijn.

“Voor alles, hebt vurige liefde tot elkaar, want liefde bedekt een menigte van de zonde” (1 Pe. 4:8).

5. in alles de Here dienen.

“Hiervoor arbeid ik ook onder strijd naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht” (Kol. 1:29).

6. dienen met blijdschap en hoop.

“Weest… altijd overvloedig in het werk van de Heer, daar u weet, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Heer” (1 Kor. 15:58).

7. dienen met volharding ondanks verdrukking.

“Wij roemen ook in de verdrukking en, daar wij weten dat de verdrukking volharding werkt” (Rom. 5:3).

8. dienen in de toewijding aan het gebed.

“Ik zal met mijn geest bidden, maar ik zal ook met mijn verstand bidden” (1 Kor. 14:15); en dat is hetzelfde als: “terwijl u te allen tijde bidt in de Geest met alle gebed en smekingen…voor alle heiligen” (Ef. 6:18).

9. bijdragen aan de noden van de heiligen.

“Laat hij…arbeiden en met zijn eigen handen het goede werken, opdat hij kan meedelen aan hem die gebrek heeft” (Ef. 4:28).

10.  gastvrijheid beoefenen.

“Weest gastvrij voor elkaar, zonder mopperen” (1 Pe. 4:9)

God is liefde – maar wat betekent dat?

Veel mensen in het postchristelijke Westen zullen zeggen dat God liefde is. Die gelijkstelling van God met de liefde wordt dan een beginsel om alle zaken van morele aard te beoordelen. Zelfs atheïsten zullen zeggen dat als God bestaat, Hij liefde moet zijn. En dat beginsel zullen ze dan ook tegen christenen gebruiken die kritisch staan tegenover de Islam, of voorstander zijn van de toepassing van de morele regels van de Bijbel. (Bij voorbeeld de toepassing op zaken als abortus en homoseksualiteit.) “God is liefde – maar wat betekent dat?” verder lezen

Augustinus: de macht van de vergeving

Boek 2 Augustinus’ Belijdenissen Hoofdstuk VII Hij dankt God voor de vergeving van zijn zonden en daarvoor, dat hij voor vele andere behoed is.

In dit fraaie gedeelte, dat volgt op de belijdenis van een diefstal op 16-jarige leeftijd, met kameraden gepleegd, spreekt Augustinus over de macht van de vergeving.

15. Wat zal ik de Heere vergelden, (Ps. 116:12.) dat mijn geheugen mij dit weer voor de geest haalt en dat mijn ziel daarvan niets vreest?

We kunnen ons zo af en toe wel herinneren waarin we fout zijn gegaan. En het is zeker de bedoeling dat we actief onze zonden belijden tegenover de Heere en in sommige gevallen ook tegenover elkaar. Maar dat die belijdenis van zonden dan geen enkele angst voor het oordeel oplevert en geen scheiding maakt tussen God en ons, is waarachtig een daad van Gods genade. Het is dan ook een bevrijding van het geweten tot een diepte die onder het systeem van de offers in het OT niet mogelijk was.

Ik wil U beminnen, Heere, en danken, en Uw Naam belijden, omdat U mij zo grote zonden en wandaden vergeven hebt. Uw genade en Uw  barmhartigheid dank ik het, dat U mijn zonden hebt doen versmelten als ijs.

Als onze zonden zijn bvergeven, kunnen wij ons dan op ons zelf beroemen dat wij andere zonden hebben nagelaten? Augustinus weet maar al te goed dat we ook in dit opzicht Gods genade nodig hebben:

Aan Uw genade dank ik ook het nalaten van de zonden, die ik niet deed; want wat had ik, die de misdaad zelfs om haarzelf wil beminde, niet al kunnen doen? En ik belijd, dat alles mij vergeven is, zowel de zonden, die ik uit eigen beweging deed als die, welke ik door Uw leiding, niet deed. Welke mens is er, die, wanneer hij eigen zwakheid bedenkt, het aandurft zijn reinheid en onschuld aan eigen krachten toe te schrijven, om U des te minder te beminnen, alsof voor hem Uw ontferming minder noodzakelijk ware, waarmee U hun, die zich tot U bekeerd hebben, hun zonden vergeeft?

Want wie, door U geroepen, Uw stem gevolgd is en vermeden heeft te doen de dingen, die, zoals hij hier leest, ik me van mezelf herinner en die ik belijd, die mag er niet om lachen, dat ik in mijn ziekte door dezelfde heelmeester genezen werd, aan wie hij het te danken heeft, dat hij niet ziek was, of liever dat hij minder ziek was, maar hij moet U evenzeer of liever nog meer beminnen, omdat hij ziet, dat dezelfde, die mij verloste uit een zo ernstige ziekte van zonden, hem er voor behoedde, dat hij in een zo ernstige ziekte van zonden geraakte.

Al met al een prachtige lofzang op Gods genade in de vergeving maar ook in de vermijding van de zonde, waaraan ik maar weinig heb toe te voegen.

leren van de Rabbijnen – tekstuitleg en fantasie

Bij het lezen van de teksten uit de Rabbijnse traditie, is het vaak van belang om door de ruwe oppervlakte heen te werken en de vraag te stellen welke gedachtengang er eigenlijk gevolgd is. Er zijn uitspraken die hun betekenis onmiddellijk prijsgeven, maar in vele gevallen kan de verpakking er heel triviaal of kinderlijk uitzien. Bij nadere beschouwing blijkt er dan toch een belangrijk idee te worden uitgedrukt. “leren van de Rabbijnen – tekstuitleg en fantasie” verder lezen