The Evangelicals – A New Christianity for the Third Millennium?

Een artikel van Valentina Ciciliot

Valentina Ciciliot

Evangelical Christianity has represented for the past two centuries perhaps the most successfully diffused and popularized expression of Christianity at a global level.

Indeed, the growth of evangelical Christianity continues unabated, especially in the global south. Evangelical Christianity’s principal feature consist in its understanding of conversion, its advocacy of the importance of being “born again”, understood as the witnessing of the faith through a range of evangelical activities, with a particular focus on Bible readings, literally interpreted.

The purpose of this paper is to explore the evangelical world in general, and to analyze in particular the factors behind its growing dissemination and tremendous global success. Understanding the flexibility of the evangelical message and the ways in which it has adapted to different historical and geographical contexts is however only the first step in attempting to answer the question posed in the title of this article, namely whether or not the future of Christianity is evangelical.

Yet the investigation proposed must be accompanied and indeed is driven by the methodological problem of whether the very definition of “evangelical” current today is excessively strained by its ascription to a remarkably broad, all-encompassing, and indeed ever expanding, movement.

LEES HIER HET ARTIKEL:

Loader Loading...
EAD Logo Taking too long?

Reload Reload document
| Open Open in new tab

Download

Het Koninkrijkje van Martin Koornstra – een recensie van “Leef Koninklijk”

Leef koninklijk! Je bent bestemd om te regeren! –

Door Martin Koornstra – Uitgever: Royal Mission Productions – 2009

Dit is de grote ontdekking van Martin Koornstra: “hij (Jezus) kwam om de aarde te heroveren en zet ons daarbij in zijn opdracht is ons bevel geworden. Ga op weg en verkondigt: ‘Het koninkrijk van de hemel is nabij.'” “Het Koninkrijkje van Martin Koornstra – een recensie van “Leef Koninklijk”” verder lezen

Je krijgt wat je zegt – doordat je het zegt? – het heidendom van De Wal

Je krijgt wat je zegt – doordat je het zegt?

In het nieuwe heidendom dat charismatische beweging heet, is ook de magie van het scheppende woord doorgedrongen. Natuurlijk wil men geen afstand doen van het christendom, althans niet openlijk. En daarom gaat dit moderne heidendom, deze magische manier van denken, zich op de Bijbel beroepen. En precies daar valt dit heidendom door de mand. “Je krijgt wat je zegt – doordat je het zegt? – het heidendom van De Wal” verder lezen

De magiër en zijn woorden – de proclamaties van Tom de Wal

2020-05-05_1525.png

Het schijnt vaker gezegd te worden in deze kringen, maar dan had ik het nog niet zo in de gaten. Nu zie ik het zwart op wit staan. Spreuken 18:21 als de grondslag voor de gedachte, dat wij met onze verklaringen autoriteit hebben over dood en leven, dat wij ons eigen leven regeren door de woorden die we spreken, en dat Gods bescherming afhankelijk is van wat wij zeggen.

Onbeschaamd noem ik dat.
Onvolwassen onzin, noem ik dat.
Onzinnige magie, is het.

Kinderen zitten soms in een dergelijke fase. Als ouders gaan scheiden, herinnert een kind van 12 jaar zich dat het hardop gezegd heeft, “ik wilde dat papa weg zal gaan.” Zo zie je, de autoriteit over het huwelijk van de ouders heeft God in zijn mond geplaatst. God eert en respecteert de woorden die het kind spreekt. Immers, God heeft de mens gemaakt om te regeren op aarde.

Magische fase dus.

Wat zegt de Schrift nu wel?

“Dood en leven zijn in de macht van de tong”, want voorzichtigheid en terughoudendheid in het spreken kan in bepaalde omstandigheden je leven redden. Haastig spreken, onzinnige woorden spreken kan het leven in gevaar brengen. Niet omdat God op magische wijze uitvoert wat je hebt gezegd. Maar omdat in deze wereld, onze woorden door anderen worden opgevat en gewogen, omdat er door anderen op gereageerd wordt. Zeg maar eens op een openbaar plein in Noord-Korea dat je de Grote Leider eigenlijk maar een kletskous vindt. Hoe snel je dan in de gevangenis verdwijnt is alleen afhankelijk van de vraag, op hoeveel meter afstand de dichtstbijzijnde Koreaanse geheimagent staat.

Vandaar ook het vervolg. “Wie hem, dat is de tong, liefheeft,” wie dus graag, veel en onvoorzichtig praten wil, “zal de vrucht ervan eten” – zal de consequenties daarvan moeten dragen. En als die vrucht per sé iets goeds moet betekenen, zoals de vertalers van de Septuaginta dachten, dan weken ze ook ietwat van het origineel af in het vervolg. De LXX vertaalde dus het tweede deel van dit vers met de woorden: hoi kratountes autès, d.w.z. zij die hem, de tong,  in hun macht houden.

Het vers betekent dus in ieder geval niet, dat aan mijn spreken op magische wijze onmiddellijk gevolgen in de realiteit verbonden kunnen zijn.

Als dat al gezegd wordt, is het overduidelijk een figuurlijke manier van spreken. Zo bijvoorbeeld in Spreuken 12:18, ” Er zijn er die als met dolksteken praten, ondoordacht, maar de tong van de wijzen betekent genezing.” Dat betekent niet: dat er mensen zijn die met woorden kunnen doden. En het betekent niet: dat er mensen zijn die met woorden kunnen genezen. Het betekent dat er mensen zijn die prikkelende, kwetsende woorden gebruiken zonder na te denken. En dat er mensen zijn die nadenken over wat ze zeggen en daarmee een ander “genezen”. (Nee, niet letterlijk, De Wal.)

En wat te denken van Spreuken 26:28. “Een valse tong haat hen die hij kwetst.” Dat betekent: iemand die leugens en laster verspreidt, drukt daarmee de haat uit die in zijn hart leeft. En vanwege die haat probeert hij een ander te kwetsen. En daarmee is dan het tweede deel in overeenstemming: “en een gladde mond brengt verderf.” Nee, dat betekent niet dat iemand die snel praten kan, over een ander ellende, ziekte en dood kan storten.

We worden ook in het Nieuwe Testament gewaarschuwd tegen onvoorzichtig spreken. In Mattheus 5 bijvoorbeeld worden zelfs lichte scheldwoorden op één lijn gesteld met moordzucht. Woorden als “dwaas”, en leeghoofd kunnen al kwetsen en worden daarom door de Heer Jezus afgewezen. Daarom zal ik nooit zeggen dat Tom de Wal een leeghoofd, een dwaas, een sufferd, een onvolwassen gelovige, een minkukel en een onnozel mens is.

En dan is er ook nog Jacobus 3. Zeker, onze tong is dat wat het hele lichaam kan bevlekken, de loop van de natuur in vlam zet, ja zelfs door de hel in vlam gezet wordt. De tong is immers niet te temmen. Zij is een onberekenbaar kwaad en vol dodelijk venijn. Vloek en zegen komen uit onze mond voort. Maar wat daar uit komt is niet een verandering in de werkelijkheid, is geen uitdrukking van onze regeringsmacht. Dat is des te duidelijker omdat wij niet eens in staat zijn onze tong te regeren. Wat er uit komt is “het zoete en het bittere”, dat wil zeggen dat zijn woorden die door anderen worden geproefd, en die een emotionele reactie oproepen.

Wij regeren niet over ons leven. En Gods bescherming hangt niet af van onze woorden. Mocht dat zo zijn, dan staat dat niet in de Schrift, dan staat het zeker niet in Spreuken 18. Dan heeft De Wal dat zelf bedacht. Zomaar op een dag toen hij merkte dat hij iets zei, en dat het daarna zomaar gebeurde. Wat zou dat kunnen zijn? Maar dan is het aan ons om te beslissen, of wij het gezag van de Bijbel, dat is het Woord van God willen volgen, of de woorden van de tovenaarsleerling Tom de Wal.

De eschatologie van New Wine en de Vineyard beweging.

 

De New Wine en de Vineyard beweging hebben een aantal specifieke kenmerken in hun theologie. Fraai verwoord in deze blog van Ronald Westerbeek.

Een korte videoreactie op deze gedachtengang.

het gaat vooral over het verschil tussen het Koningschap van Jezus en het Koninkrijk van Jezus, en het idee dat gelovigen actief de realiteit van het komende Koninkrijk zouden moeten tonen in genezingen en andere wondertekenen.

 

 

De prediking van Astrid Feddes – een kritische analyse

Analyse van (bijna) een hele “preek” van Astrid Feddes.

Dit keer geen theologische kritiek op de charismatische uitgangspunten, maar het vastleggen van mijn reacties zoals die er zouden geweest zijn als ik in die gemeente naar haar geluisterd had.

Vooral heb ik gekeken naar de manier waarop zij haar teksten ge- of beter gezegd misbruikt. Jozua 13:1, Jozua 18:4-6. 2 Cor. 2:14-16, ze zit er steeds naast.

Wat vooral opvalt is het volgende:
1) Geen onderscheid maken tussen de opdracht aan Jozua, aan het aardse volk van God, en onze positie in het Nieuwe Verbond en dat verbinden met onze persoonlijke, moderne leefsituatie. Wij moeten geen land in “erfelijk bezit” nemen. Wij hebben een hemels erfdeel dat we ontvangen bij de wederkomst.
2) Geen onderscheid maken tussen de historische situatie van de apostelen en van onszelf. Inzoverre ook wij het evangelie verkondigen, en voorzover dat gebeurt in tijden van vervolging, kan de tekst ook op sommigen van ons van toepassing zijn. (Dus zijn wij niet zonder meer een “aangename geur” zoals Paulus dat van hemzelf en zijn medewerkers kan zeggen.)
3) Misvattingen over de betekenis van de “aangename geur” in 2 Kor. 10. Dat heeft een connectie met de welriekende rook van het offer tegenover God (maar zie (2), maar niet met de uitstraling van ons Christen-zijn, of met het “verhogen van Jezus” in de wereld.
4) Pure fantasieën – de “geur van de kennis van de kennis van Christus” vergelijken met “parfum”. En daar dan allerlei fantasieën op loslaten zoals: “wie met Jezus knuffelt neemt Zijn geur mee de wereld in.” De aangename geur komt van wierook, dat de priesters verspreiden, maar niet als een geur op zichzelf aanbrengen. Wierook moet branden om geur af te geven.
5) Een mislukte genezingsbediening. Als u de man bent met een zilveren montuur, en pijn aan het rechteroog, die Feddes maar niet kon vinden, mag u zich melden als u geheel en al genezen bent.
6) Insinuaties van profetische gaven – “dit is het jaar…”; “ik heb openbaringen ontvangen en die wil ik delen.” Ik heb niets gehoord van enige relevantie.
7) Een onnozel visioen: “de rode zomen van Gods mantel hingen beschermend boven deze gemeente.”
8) Gebrabbel (“tongentaal”) in plaats van een oprecht en duidelijk gebed dat iedereen verstaan kan en waarop “Amen” kan worden gezegd. Overigens, ook geen voorbede voor de wereld en de kerk en voor de slachtoffers van het coronavirus.
9) In plaats van een gebed, een bevelend spreken “in de naam van Jezus” waarmee ze zich apostolische authoriteit aanmeet. En daarna blijkt dat ze niet over dat gezag beschikt, want het gejubel over genezingen blijft uit.
10) De sjiboleths van de charismatische beweging worden binnengesmokkeld, zoals de verwijzing naar Joh. 14:12, dat wij “grotere” werken zouden doen dan Jezus gedaan had. (Als algemene opdracht aan alle gelovigen, en niet als bemoediging voor de apostelen die het werk van de Heer Jezus in de opbouw van de gemeente zouden voortzetten, maar ook numeriek zouden overtreffen.)
11) Voortdurende als een life-coach mensen opbeuren met zeer seculiere opvattingen: als je maar zegt “hier ben ik” kan God jou gebruiken, je moet je roeping ontdekken. En dat wil ze dan “in de authoriteit van Jezus” afbidden.

Kortom, een “flat bible” die met eigen invallen wordt uitgelegd, met de pretentie dat de Heilige Geest de leraar was.
Nog afgezien van de kwestie dat in een bijbelgetrouwe gemeente zou moeten gelden dat een vrouw niet mag leren of prediken.

“Want wij prediken niet onszelf, maar Jezus Christus als Heere.”
“…daar wij niet wandelen in sluwheid of het Woord van God vervalsen.”
2 Kor. 4:5, 2