De bron van alle dwaalleer.

Bijbelse theologie leert ons wat de wortel van alle dwaalleer is. Ik bespreek teksten uit Genesis 3, 1 Timotheus 4, 2 Petrus 2 en Deuteronomium 4.

 

Wie is een antichristen?

Wanneer iemand zegt te geloven in Jezus, lijkt dat mij niet voldoende. Hoe mooi het ook klinkt.

Want wat betekent dat dan?

Wanneer iemand zegt te geloven in God, maar niet in Jezus, wat zegt dat dan over zijn of haar geloof?

Volgens de eerste brief van Johannes zijn er christenen in de wereld die niet belijden dat  Jezus Christus “in het vlees gekomen is.” D.w.z. christenen die niet belijden dat Jezus Christus de eeuwige Zoon van God is, maar bijvoorbeeld geloven dat een mens genaamd Jezus door de inwoning van de Heilige Geest in staat gesteld werd wonderen te doen en de titel zoon van God”, d.w.z. Messias verdiende.

De term die hij daarvoor gebruikt is “antichristen”. 

Het gaat niet om de loochening van Christus, het is geen vorm van ongeloof. Een antichristen is niet iemand die een andere godsdienst dan de christelijke aanhangt. Schijnbaar is zo iemand een deel van de christelijke gemeente. Maar de loochening betreft essentiële onderdelen van de christelijke leer, zoals die uit de nauwkeurige overdenking van de Schrift is voortgekomen en al door de apostelen werd geformuleerd en verdedigd.

In 2 Korinthe 11 komen we een aantal van die loocheningen tegen, onderdelen dus van de positie van de antichristen. 

Paulus spreekt over de gemeente van Korinthe in niet mis te verstane harde bewoordingen. De gemeente lijkt verleid te zijn door de satan, zoals Eva werd verleid. De gedachten van de Korinthiërs zijn bedorven, en weggeleid van de eenvoud die in Christus is, het is duidelijk waarop deze diagnose gebaseerd is, en dat is de overmatige aandacht voor de wonderbaarlijke geestesgesteldheid waar Paulus al in zijn eerste brief over heeft gesproken. 

Wat is het resultaat van deze verleiding? Wat is dan het bederf? 

In de eerste plaats dat ze verdragen, geen protest aantekenen, wanneer iemand een andere Jezus verkondigt, die niet in overeenstemming is met het onderwijs van de apostelen en de Schriften. Het gaat er niet eens om, dat zij zelf in die verkeerde voorstelling van Jezus zijn gaan geloven. Wat Paulus ze hier verwijt is dat ze er geen protest tegen aantekenen. Waarom zou je niet luisteren naar een afwijkende leer? Zo zullen ze gedacht hebben. Je hoort dan tenminste weer iets nieuws!

Het tweede verwijt is dat ze een “andere Geest” ontvangen, d.w.z. een andere opvatting hebben over het werk van de Heilige Geest dan de apostelen hebben onderwezen. Ook hierbgaat het er niet om dat zij zelf die andere leer aanhangen, maar dat zij verdragen dat anderen die leer bij hen in de gemeente onderwijzen. De zogenaamde verdraagzaamheid die geen enkele tegenspraak durft te wagen en het gevecht voor de waarheid als overbodig beschouwt, die is hier aan de orde. Moeten we de vrijzinnigen en de charismatisch dan gewoon hun gang laten gaan? Paulus spreekt over een enorme misleiding en bederf van gedachten wanneer we die verkeerde verkondiging haar gang laten gaan.

Er zijn ook mensen die een ander evangelie brengen, misschien wel de leer dat Jezus gestorven is voor onze ziekten, of dat wij het Koninkrijk moeten verwerkelijken voordat de Heer Jezus zal terugkeren. En opnieuw, het verwijt is dat de gemeente in Korinthe dat verdraagt. 

Wanneer ze niet alleen verdraagt, maar ook zelf gaat onderwijzen is het kwaad nog sterker uiteraard. En het allerergste – hoor je me, Arno, Martin, Jan, Astrid, Michiel, of hoe je ook heet? – is het, wanneer je zelf zo graag een valse apostel, een bedrieglijke arbeider wilt zijn, dat je niet meer beseft dat je poseert als een apostel, een gezondene  van Christus (2 Kor. 11:13).

 

Moge de Heere jullie vergeven en je genezing brengen van je misleiding.

Complementariteit als strategie voor de benadering van ogenschijnlijke contradicties tussen Bijbelteksten

We weten wat het betekent dat we geloven dat de Schrift het Woord van God is. We nemen de tekst van 2 Timotheüs 3:16 heel serieus. De Schriften zijn “theopneustos”, door God “doorademd.” Dat gaat niet over zoiets als inspiratie, want dat woord dekt eerder de uitdrukking die Petrus gebruikt in 2 Petrus 1:21: “heilige mensen Gods, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken.” Waar het om gaat is dat het resultaat van hun spreken en schrijven door God “beGeestigd” is, d.w.z. dat het resultaat van hun schrijven als een werk van de Heilige Geest kan worden erkend. Hoe moet de Schrift dan echter in het algemeen worden beschouwd? Hoe werkt het gezag van de Schrift?

  1. Het gezag van de Bijbel volgens SCAN

De meeste christenen zullen wel eens gehoord hebben van SCAN, de vier eigenschappen die volgens de meerderheid van de Reformatoren aan Gods Woord toekomen.

De S staat voor “sufficiency”: de heilige Schrift is voldoende in alle zaken die ons heil en onze gehoorzaamheid aan God betreffen. We hebben niets anders nodig voor leer en leven dan de Schrift. Dat betekent niet dat er niet nog meer geweten kan en mag worden. Wel dat alle kennis van de mens zich uiteindelijk moet conformeren – in de levensvisie van een gelovige – aan de waarheid die in de Schrift wordt onderwezen.

De C voor “clarity”, de helderheid van de Schrift, wanneer die gelezen wordt volgens de historisch-grammaticale methode. We kijken naar de betekenis van de tekst voor de eerste hoorders, begrijpen de tekst vanuit hun context, en stellen de betekenis vast met de hulpmiddelen van de grammatica. Het doorlichten van de tekst zodat ze voor ons helder is, reikt nog verder en deze “perspicuitas” – doorzichtigheid – is uiteindelijk een werk van de Heilige Geest. Gods Woord geeft zijn helderheid niet af aan mensen die haar alleen benaderen met hun natuurlijke verstand.

De A staat voor “authority” of gezag. Gods Woord is het woord van onze Heer, van onze Schepper. Natuurlijk is het dan het laatste en beslissende woord!

En dan nog de N die staat voor “necessity”. In alles gaat Gods Woord voorop. Zonder dat Woord kennen wij de Heer Jezus niet, kennen wij Gods waarheid en geboden niet. Het is niet alleen een inspiratiebron voor die momenten dat onze ervaring en ons inzicht tekort schieten. Het is ook het eerste woord dat wij moeten horen en verstaan, zodat dat Woord ook heerschappij voeten kan over onze gedachten en ons hart.

Maar deze bevestiging van de wijze waarop het gezag van de Schrift voor ons werkelijk is – dat is wat SCAN zegt – is een aanloopje voor een andere kwestie. Wat te doen als uitspraken in de Bijbel elkaar tegenspreken? Als de Schrift uit de geest van een enkele auteur afkomstig is, de Heilige Geest, hoe kan het dan er contradicties in voorkomen?

Ik heb het niet over tegenspraken tussen de Bijbelse geschiedschrijving en menselijke kennispretenties die claimen dat iets onmogelijk zo gebeurd kan zijn, of dat er historische fouten in de Bijbel staan. Dat is een onderwerp voor een volgende keer. Ik bedoel de contradicties die we kennen die ook tot grote kerkelijke en theologische strijd heeft geleid. Wordt een mens gered door genade alleen zonder werken, of geoordeeld volgens zijn goede werken? Wordt een mens door Gods Geest wedergeboren of bekeert hij zich uit vrije wil? Is de behoudenis een gevolg van de voorbestemming van God, of kende God onze daad van bekering van tevoren, is het dus een zaak van Gods voorkennis?

  1. Harmonisatie als strategie bij het verwerken van contradicties binnen Bijbelse teksten.

We spraken vroeger wel over het “harmoniseren” van Bijbelteksten om de contradicties te ontlopen. Ik ben daar niet helemaal blij mee, omdat door de harmonisaties meestal de spanning tussen twee Bijbelteksten wordt opgeheven. Ik zou liever spreken over “complementariteit” als een beginsel van goed Bijbellezen en ik zal uitleggen waarom.

Neem nu Johannes 3 als voorbeeld. In vers 5 lezen we: “tenzij iemand opnieuw/van boven geboren wordt uit water en geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan.” Nu is een “wedergeboorte” wel degelijk te vergelijken met een geboorte. Net zomin als wij onze geboorte zelf bewust “gedaan” hebben, net zo min onze wedergeboorte. Die is niet uit de “wil van een man” voortgekomen, maar het is “de God en Vader van onze Jezus Christus Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop…” 1 Petrus 1:3.

Maar hoe kan het dan dat we ons geloof, dat ons dus ten deel viel door het werk van de Heilige Geest, tegelijkertijd mogen opvatten als iets dat wij doen en zelfs moeten doen? Dat is immers het evangelie zoals Paulus het heeft gepredikt. “God dan verkondigt…nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren” Hand. 17:30. En daarom kan Paulus smeken: “laat u met God verzoenen” 1 Kor. 5:20. Daarom kan Petrus zeggen in zijn eerste toespraak in Jeruzalem: “Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden…” Hand. 2:38. In Johannes 3 is het zelfs de Heer Jezus die een contradictie lijkt te begaan door na de uitspraken over de wedergeboorte te zeggen, dat “een ieder die gelooft niet verloren gaat” – 3:15 – en even duidelijk in Joh. 6:29 kan Hij zeggen, dat dit het werk van God is, het werk dat God boven alles van ons vraagt, namelijk “dat u gelooft in Hem die Hij gezonden heeft.”

Wedergeboorte van bovenaf? Of bekering van onderaf? Het kan, zo gesteld niet allebei waar zijn. Wat doet nu een harmonisatie? Die heeft als uitkomst dat we zeggen dat beide uitspraken waar moeten zijn, maar dat de waarheid van de ene uitspraak moet worden ingeperkt, zodat het past binnen de waarheid van de andere. In dit geval kan dat zo werken:

HARMONISATIE 1

God geeft de wedergeboorte – op grond van Zijn uitverkiezing – aan sommigen, en als gevolg daarvan schenkt Hij ook geloof. Romeinen 8 maakt dat in de zogenaamde “gouden ketting” ook duidelijk. God heeft ons tevoren gekend (1), en ons tevoren ertoe bestemd (2), nl. om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, en die heeft Hij ook geroepen (3), die heeft Hij ook gerechtvaardigd (NB maar de rechtvaardiging is uit geloof alleen!), en die heeft Hij ook verheerlijkt – hoewel dat in de toekomst pas een zichtbare realiteit zal zijn. Voorkennis en voorbestemming domineren deze ketting. Van Gods wil en initiatief hangt dus alles af. Geloof is een gave van God aan de uitverkorenen.

HARMONISATIE 2

God wist van tevoren dat wij tot bekering zouden komen. Hij kan bovendien geen opdracht geven dat wij ons bekeren, als we dat niet kunnen. Hoewel God ons kan helpen daarbij door Zijn Heilige Geest is het uiteindelijk toch van onze wil afhankelijk. Wij moeten kiezen voor het evangelie. Zodra wij dat echter doen ontvangen wij de Heilige Geest en een nieuw leven – als iemand in Christus is, door voor Hem te kiezen, zie, een nieuwe schepping. (Zo zou je dan 2 Kor. 5:17 kunnen gaan uitleggen.)

Als we dan zo tot bekering zijn gekomen dan genieten we de status van uitverkorene omdat we nu gaan behoren tot de gemeenschap die als zodanig uitverkoren is. God kiest de gemeente, die is de uitverkorene, wij gaan toebehoren aan de gemeente, dus gelden wij als “uitverkoren”.

Of, in een andere variant, we zijn uitverkoren in een praktische zin – zo leerde Menno Simons – omdat we bestemd zijn om in deze wereld getuigen voor het evangelie te zijn. We zijn uitverkoren “tot gehoorzaamheid” zegt Petrus dan ook (1 Petrus 1:2), een uitverkoren geslacht (als collectief), een volk dat de deugden moet verkondigen van Hem die ons geroepen heeft (1 Petrus 2:9).

In deze beide harmonisaties ontstaat dus een zogenaamde “relatieve tegenstelling” waarin een van beide tegengestelden zijn absolute waarheid verliest en ondergeschikt wordt gemaakt aan zijn tegendeel. (In de filosofie van Hegel heet dat dan een “relatieve tegenstelling.”)

  1. Het beginsel van complementariteit.

Complementariteit is een woord dat wil uitdrukken dat twee schijnbaar contradictorisch tegengestelde uitspraken – waarbij dus of de ene of de andere uitspraak waar is, tenzij we de betekenis veranderen – elkaar aanvullen en beide in absolute zin waar zijn. Het berust op de gedachte dat alleen God in staat is te doorzien hoe beide uitspraken waar kunnen zijn, en dat wij ermee om moeten gaan alsof beide uitspraken waar zijn.

Paulus lijkt deze complementariteit te hanteren wanneer we een vergelijking maken tussen Romeinen 8, de gouden ketting, en Romeinen 10, dat ik de naam “zilveren ketting” gegeven heb. Ik zei al dat de gouden ketting loopt vanaf de voorkennis en de voorbestemming van God, en uitloopt in de roeping en rechtvaardiging. Maar Romeinen 10 kent een soortgelijke keten van op elkaar logisch volgende schakels. Deze verloopt zo: (1) de Heer aanroepen (en daarmee behouden worden, 10:13), (2) in Hem geloven, (3) van Hem horen, (4) door iemand die predikt, (5) die daartoe gezonden is. Omgekeerd dus: zending, prediking, horen, geloven, aanroepen. In deze “ketting” ligt het initiatief bij God inzoverre Hij iemand tot prediking aanzet. Horen en geloven zijn hier de werkzaamheid van een mens.

De functie van deze complementariteit blijkt het duidelijkste wanneer we kijken naar de praktijk van theologische gesprekken. Wanneer iemand eenzijdig of de gouden of de zilveren ketting benadrukt, roept hij daarmee als weerwoord de andere keten van gebeurtenissen op. Stel dat je de uitverkiezing eenzijdig opvat als een uitnodiging om maar te wachten op een gebeurtenis die je leven zal veranderen. Dan is het van belang om te zeggen, dat iemand zich bekeren moet en dat dus ook kan. Maar stel nu eens dat we eenzijdig gaan benadrukken dat het tot een vrije keuze van de mens moet komen, dan spreken we over bekering als over een prestatie van de mens waarmee hij zijn behoudenis kan “verdienen.” 

Alleen God weet hoe de bekering, die in de ervaring een daad van een mens is, en theologisch een daad van God is, beide tegelijk is. Maar ons geeft de Schrift als het ware in de vorm van een absolute contradictie twee zijden van een en dezelfde waarheid die wij niet als die ene waarheid kennen. Als God (effectief) roept, rekent Hij ons dan het geloof als onze eigen daad toe, zodat we het ook als zodanig ervaren? Als wij tot bekering komen, zijn we ons dan ook bewust dat komen tot Hem, tegelijkertijd beschouwd moet worden als een “gegeven worden” aan de Heer Jezus door God de Vader? De zijde van het geloof ligt besloten in de woorden “wie tot Mij komt zal ik beslist niet uitwerpen”; maar de kant van de uitverkiezing ligt in de woorden “alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen” (Joh. 6:27).

Volgens het complementariteitsbeginsel zijn beide uitspraken volledig waar. En het is dan ook niet nodig een theologische constructie te bedenken waarin de ene waarheid onder de andere moet worden “gesubsumeerd”, d.w.z. aan die andere waarheid ondergeschikt moet worden gemaakt.

R.A. Veen, 11 juli 2020

Beproeft de geesten of ze uit God zijn

Meditatie over 1 Johannes 4:1-3

Het criterium van elke ketterij is de belijdenis dat Jezus Christus in het vlees gekomen is.

Dat is de grondslag van het verzet tegen de drie ketterijen van deze tijd:

  • de vrijzinnigheid (koud hart, leeg hoofd),
  • de charismatische beweging (warm hart, leeg hoofd), en het
  • dogmatisch intellectualisme (koud hart, vol hoofd) van de neo- en de ultra-orthodoxie.

Waar we naar moeten streven is naar de evangelische harmonie tussen de liefde tot de Heer Jezus met het volle inzicht in de leer van de Bijbel: een warm hart en een vol hoofd.

De valse eenheid in de muzikale eindtijd

 

Schokkend!-de-valse-eenheid-in-de-muzikale-eindtijd-contemporary-christian-music-CCM-Worship

Sela

Sela is een steeds bekender wordende Nederlands Christelijke band, geliefd binnen de Katholieke, Reformatorische en Evangelische kerken.[165],[166] De muziekstijl van Sela is een combinatie van worship-rock met Ierse folk en klassieke invloeden.[167] Sela’s droom is een kerk van eenheid die elkaar ontmoet in Nederlandstalige liederen die over traditionele liedculturen, muziekstijlen en kerkmuren heen gaan.[168] 

Hans Maat

Dat Sela een instrument is om te komen tot een kerkelijke eenheid, wordt duidelijker als we onderzoeken wie Hans Maat, de oprichter en liedschrijver van Sela is. Hans Maat geeft aan dat de Protestantse Kerk zijn hart heeft. Daarbij is hij een bruggenbouwer tussen de protestantse, de Evangelische en charismatische stroming, vanuit een verlangen naar eenheid en ‘echte kruisbestuiving.'[169] Naast liedschrijver is hij directeur van het Evangelisch Werkverband, [170] dat verlangt en werkt aan een opwekking binnen de kerken. Hans Maat is diep onder de indruk van het onderwijs van Randy Clark,[171] die hem in 2014 de handen oplegde, wat tot ‘een diepe aanraking van de Geest’ leidde.[172] 

Randy Clarck

Sindsdien is Hans Maat verandert, en zoekt hij naar meer van de Geest, meer wonderen, tekenen, bevrijdingen en genezingen. Randy Clarck, die aan de basis van de zogenoemde ‘Toronto Blessing’ stond, waar mensen de aanraking van de Kundalini aanzagen voor de Heilige Geest en verbonden met lachen, schudden, en rollen over de grond, onderhoudt een hechte band met het welvaartsevangelie en verwante extreem-charismatische stromingen zoals IHOP en Bethel, die we hierboven bespraken.

Clarck werkt samen met Bill Johnson van Bethel Church en brengt dezelfde leer van het ‘Kingdom Now’ waarbij men beweert dat het Koninkrijk van God er nu is. Zij hangen de zogenoemde ‘Word of Faith’ leer aan, waarbij men in geloof moet uitspreken wat men door Christus toekomt.[173] Net als Bill Johnson, is ook Randy Clarck een bekende ‘NAR’ apostel[174] die de vijfvoudige bediening promoot, werkt aan een wereldwijde New Age opwekking en veel dwalingen aanhangt.[175]  There is More Bill Johnson met Randy Clark (r) There is more – met o.o. Randy Clark, Hans Maat en Kees Kraayenoord .

Hans Maat van Sela, organiseert sinds 2016 de omstreden ‘There is More’ conferentie waarvoor Randy Clarck naar Nederland kwam om ook Nederland meer van de Geest te brengen, met zijn organisatie ‘Global Awakening’, heeft hij al veel mensen in vuur en vlam gezet.[176] Aan de ene kant veel opschudding over de overbelichting van het werk van de Geest en aan de andere kant veel enthousiaste mensen die nooit meer hetzelfde zullen zijn.[177],[178] Om deze ‘There is More’ reformatie te kunnen bewerken werkt Hans Maat naast Randy Clark o.a. ook samen met Kees Kraayenoord.[179] 

Sela, een instrument om te komen tot een kerkelijke eenheid of een kerkelijke chaos?

Openbaring 22: van aangezicht tot aangezicht

Het laatste hoofdstuk van het boek Openbaring heeft drie delen.

In de eerste vijf verzen vinden we de vierde beschrijving van het hemelse Jeruzalem. Nu gaat het om het leven in de stad: de boom van het leven, de bladeren van de genezing, het zien van Jezus van aangezicht tot aangezicht, en het licht van Gods heerlijkheid dat de zon en de maan geheel vervangt.

In het tweede gedeelte vanaf vers 6 gaat het over de terugkeer van de Heer Jezus. Hij komt spoedig en brengt loon voor Zijn dienstknechten. Het boek eindigt in de verzen 16 tot en met 21 met een laatste oproep tot bekering – laat hij die wil het levenswater nemen om niet – en een vermaning om aan de woorden van deze profetie niet toe te voegen en niet af te nemen. Voor de derde keer in dit hoofdstuk klinken dan de woorden van de Here Jezus: “ja, Ik kom spoedig!” – En de gemeente antwoordt: “amen, kom, Heer Jezus!”

Weten waar je vandaan komt…

Er is een programma op de televisie, waarvan me nu even de naam niet te binnen wil schieten, waar mensen op zoek gaan naar hun echte vader of hun echte moeder. Want “je wilt weten op wie je lijkt,” en je wilt de geschiedenis kennen waaruit je bent voortgekomen. Misschien maakt het voor jou zelf niet eens wat uit of je ouders je biologische ouders zijn of dat je geadopteerd bent. Maar je leeft niet alleen. Hoe mensen tegen jou aankijken, of ze je zien als buitenechtelijk kind, of als geadopteerd, of als verwekt in overspel of verkrachting, hoort ook tot je identiteit. De vraag “wie ben ik” kun je niet in vanuit jezelf  beantwoorden. “Weten waar je vandaan komt…” verder lezen

Johannes 1:1-6 – Grieks, met een nawoord van Augustinus.

Christenen hebben, anders dan joden en moslims, weinig of geen toegang tot de oerteksten van hun geloof.

Bijna niemand neemt de moeite om de Bijbel te lezen – te bestuderen – in een vertaling, laat staan met de nodige commentaren en in het Hebreeuws en Grieks. Er is nóg een gebrek: dat wij de tradities niet kennen, de gedachten van de Bijbellezers vóór ons die al over de Bijbel nagedacht hebben.

Zo iemand is Augustinus, die we uiteraard niet volgen in zijn hele theologie, maar die ons bij het lezen van zijn teksten wel dwingt om opnieuw na te denken over de Bijelse tekst. Soms geeft dat verrassend nieuwe inzichten.

Deze video wil laten zien hoe belangrijk kennis van het Grieks en de grammatika is om een tekst als Johannes 1:1-6 werkelijk te verstaan. En daarnaast wil het aan een enkele passage van Augustinus laten zien hoe belangrijk de kennis van de oude tradities is.

In de joodse benadering van de Schriften hebben we een goed voorbeeld van een andere en betere manier van lezen. De tekst in het Hebreeuws blijft het uitgangspunt; kennis van de grondtaal en de grammatika is cuciaal voor het correcte begrip en dus ook de gehoorzaamheid aan Gods woord. De traditie spreekt mee in de Talmoed, de Midrasj en in de joodse exegese door de eeuwen heen. Volgens mij is dat voorbeeldig!

Maar niet alleen dat wij moeten en mogen leren van de Rabbijnen, zoals ik elders uitvoerig betoogd heb, maar we moeten en mogen ook leren van onze eigen “Talmoed” de rijke traditie van de Apostolische Vaders en van de patristieke literatuur, waarvan Augustinus een uitstekend voorbeeld is.