Johannes (6) – Het getuigenis van de 2e en 3e dag

Terwijl Jezus nog onderweg is naar Bethanië, heeft Johannes de vragen van de delegatie uit de Farizeeën beantwoord. Zijn getuigenis verwijst naar de eeuwige Zoon, die ver boven Johannes verheven is: hij is het niet waard “de riem van Zijn sandalen los te maken.” Tegenover Jezus is Johannes nog minder dan een slaaf. Dat is het antwoord dat de Farizeeën hebben meegenomen naar Jeruzalem.

We lezen niet wat ze ermee gedaan hebben. Maar het lijkt duidelijk te zijn dat vanaf dat moment alle berichten over Johannes en Jezus nauwlettend in de gaten zijn gehouden. Het is veelzeggend namelijk, dat er geen antwoord staat. We lezen in Mattheus 21 vanaf vers 23 over een twistgesprek met de priesters en de “oudsten van het volk”. Ze vragen aan Jezus met welke bevoegdheid Hij “deze dingen” – de reiniging van de tempel en Zijn onderwijs – allemaal doet. En dan stelt Jezus ze de vraag of de doop van Johannes uit de hemel of uit de mensen was. Ze overleggen met elkaar over hun antwoord, en zeggen dan tegen elkaar: “Als wij zeggen: Uit de hemel, dan zal Hij tegen ons zeggen: Waarom hebt u hem dan niet geloofd?” Als de doop van Johannes inderdaad uit de hemel was – als ze zijn getuigenis hadden aangenomen – dan ligt het voor de hand dat de delegatie in Bethanië daar gebleven was om te zien over Wie Johannes gesproken had. Johannes gaf getuigenis van het licht (vergelijk vers 7), maar “de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.” (Vers 11)

De volgende dag, zegt vers 29, komt Jezus aan bij de plaats waar Johannes doopte, in Bethanië, aan de andere kant van de Jordaan. Nu spreekt Johannes tot de schare die bij hem verzameld zijn. “Zie het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt!” In Hem worden de woorden van Johannes vervuld, en krijgt de doop met water zijn betekenis. Dat was immers “een doop van bekering tot vergeving van zonden.” (Markus 1:4) Dat was de reiniging die vooraf zou gaan aan de openbaring van de Messias en de komst van de heilige Geest. (Ezechiël 36:25)

Het is belangrijk om hier te zien dat het woord “zonde” in het enkelvoud staat. Jezus komt niet de symptomen wegnemen, maar de oorzaak van de ziekte zelf. Maar heeft Israël zoiets verwacht? Zij hebben gedacht dat de Messias zou komen als een profeet en koning, in plaats daarvan krijgen ze een Lam. Waarom? Waarom komt Jezus niet als profeet en koning? Hoewel wij weten dat Hij dat in alle opzichten ook is. Kun je het Woord van God horen en verstaan en gehoorzamen, als de zonde nog over je heerst? Kun je door God geregeerd worden, kun je de Koning gehoorzamen, als de zonde nog macht over je heeft? Heel de geschiedenis van Israël had toch laten zien, dat de zonde telkens weer de gemeenschap tussen God en het volk heeft verstoord. Zolang de zonde er is, is de relatie met God verstoord. Er kan alleen geestelijke gemeenschap zijn met de heilige God, als je zelf gereinigd bent van je zonden en je schuld, en dat niet tijdelijk en elke keer weer, maar wezenlijk, en volkomen en eens en voor altijd. Christus heeft eenmaal voor altijd de zonde weggenomen zodat wij met een geweten dat is gereinigd van alle dode werken vrijelijk tot God de Vader konden komen. Daarom moest Hij in de eerste plaats het Lam van God zijn. En Johannes de Doper heeft dat geweten en verkondigd en dat is zijn getuigenis nu op de tweede dag, wanneer Jezus bij hem komt. “Zie het Lam van God!”

Het eerste getuigenis is heel eenvoudig: de Messias is al gekomen! Het tweede getuigenis is gecompliceerder, zeker voor de oren van de menigte in Bethanië. Deze Messias is het Lam van God! God komt niet alleen maar om te heersen en Zijn Woord te brengen, Hij komt om te reinigen van zonde en schuld, dat moet eerst worden gedaan. Daarom was de doop van Johannes “tot vergeving van zonden.” Die doop verwees naar het Lam, dat die vergeving van zonden zou teweegbrengen. Het berouw en de bekering konden die vergeving niet tot stand brengen, daarvoor moest Jezus Zijn leven geven op het kruis van Golgotha.

Dan vertelt Johannes hoe hij zelf ontdekt heeft wie Christus is. Op die dag, pak en beet 40 dagen daarvoor, kwam Jezus bij hem om door hem gedoopt te worden. Dat was weer een andere functie van de doop van Johannes. God zou Zijn Messias openbaar maken op het moment dat Hij de doop van Johannes onderging. Op het moment dat Jezus zijn dienstwerk begint en zich identificeert met de schare die uit de geestelijke woestijn van Jeruzalem is weggetrokken, om in de vlakte van de Jordaan opnieuw te beginnen. Er is een nieuwe uittocht gaande, en er is een nieuwe Mozes die de schare zal leiden naar de verlossing. Ook daarom doopte Johannes in de Jordaan, zoals hij zegt: “En ik kende Hem niet, maar opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden, daarom ben ik gekomen om te dopen met het water.” (Vers 31) God geeft dan aan Johannes een teken, dat hij alleen met geestelijke ogen gezien kan hebben. “Ik heb de Geest zien neerdalen uit de hemel als een duif, en Hij bleef op Hem.” (Vers 32) Die uitdrukking “als een duif” betekent niet dat Johannes een duif zag, en begreep dat dat de heilige Geest was. Het betekent dat de heilige Geest naar beneden kwam op de manier waarop een duif neerdaalt uit de lucht.

Toch heeft Johannes ook bij die gebeurtenis Jezus nog niet gezien als de Zoon van God. Vers 34: “En ik kende Hem niet.” Er was een bijzondere openbaring van God voor nodig, zodat Johannes werkelijk zou begrijpen dat Jezus de Zoon van God was. Johannes was immers, zegt vers 6, door God gezonden. God heeft dus tegen hem gezegd “op Wie u de Geest zult zien neerdalen en op Hem blijven, Die is het Die met de heilige Geest doopt.” En op grond van die profetische ingeving komt Johannes dan tot zijn getuigenis: “En ik heb gezien en getuigd dat Hij de Zoon van God is.” Zo ging het ook bij Petrus. Als Jezus aan de discipelen vraagt wie zij zeggen dat Hij is, dan antwoordt Petrus met de woorden: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God.” (Mattheus 16:16) en Jezus antwoordt dan: “vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.” Hoe kan iemand weten en geloven dat Jezus de Zoon van God is? Uiteindelijk alleen maar omdat God het hem of haar te zien geeft. De woorden van Jezus en de wonderen op zichzelf – zo zal ook blijken in dit evangelie – kunnen iemand niet overhalen om tot die belijdenis te komen. Ook Johannes kan het met zijn natuurlijke ogen niet zien. God zelf is de eerste en belangrijkste getuige. Wanneer Hij dat getuigenis in iemands hart legt, dan komt iemand tot gelovige erkenning van Jezus. Dan wordt iemand een kind van God. Op grond van deze openbaring dus, komt Johannes tot zijn getuigenis: “En ik heb gezien en getuigd dat Hij de Zoon van God is.”

Twee getuigenissen hebben we nu gehoord. Het eerste wat je moet geloven is dat Jezus de Christus is, de Messias, de Zoon van God. Het tweede wat je moet geloven is, dat deze Zoon van God gekomen is om de zonde weg te nemen, radicaal en op volmaakte wijze; gekomen is om de macht van de zonde en de dood te breken. Kortom, nu moet je ook geloven dat deze Jezus ook het Lam van God is. En dan komt de derde dag met het derde getuigenis, nu aan twee van de volgelingen van Johannes zelf.

Wat zegt Johannes daar? Johannes staat bij het water met twee van zijn discipelen. En dan wijst hij naar Jezus en zegt: “zie, het Lam van God!” Dat is niet alleen maar een herhaling van de verkondiging van vers 29. Op deze manier gezegd betekent het: volg Hem. Daar, bij Hem moet je zijn. Maar wat betekent dit volgen? Sommigen hebben gedacht dat het de bedoeling is dat zij discipelen van Jezus worden. Dat zou ook uiteindelijk gebeuren. Maar de uitdrukking “volgen” in dit gedeelte betekent eerder een letterlijk volgen, achter iemand aangaan. Daarom lezen we ook in vers 38 dat Jezus zich omkeert en dan “zag dat zij volgden.” Wat zegt Johannes dus? Hij zegt tegen zijn discipelen dat Jezus het Lam van God is, maar hij zegt er meteen bij dat ze niet zijn woord moeten geloven, maar zelf op onderzoek uit moeten gaan. Het is alsof hij zegt: Ga het maar aan Jezus zelf vragen, spreek maar met hem en ontdek voor jezelf dat hij waarlijk het Lam van God is, en dat hij waarlijk de Zoon van God is. En daarmee is het getuigenis van Johannes compleet. Eerste getuigenis: Jezus is de Zoon van God. Tweede getuigenis: de Zoon van God is ook het Lam van God. Derde getuigenis: ga voor jezelf de waarheid daarvan ontdekken door Hem te volgen. Geen oproep dus tot navolging, maar een oproep om te ontdekken. (De oproep tot navolging gaat van Jezus Zelf uit.)

Zijn dat geen prachtige woorden? Is het niet geweldig wanneer mensen op onderzoek uitgaan, en dan niet meer kijken naar het getuigenis van anderen, zoals zij hier niet langer het getuigenis van Johannes de Doper hebben aangehoord, maar met hun vragen bij Jezus zelf komen? Is dat niet de kern van alle catechisatie? Wij geven het getuigenis: Jezus is de Zoon van God, Jezus is het Lam van God, en dat zul je voor jezelf moeten ontdekken en dat kan alleen als je met Hem bezig bent, Hem volgt. Is dat samen niet de kern van het christelijk getuigenis? De getuige zelf is alleen maar een stem, de getuige is tegenover de Heer over wie hij spreekt nog minder dan een slaaf, maar God heeft iets aan hem geopenbaard. En daarom heeft de getuige gezien dat deze Jezus de Zoon van God is en het Lam van God is. En nu hij dat eenmaal weet is het enige wat hij nog moet doen anderen daarop te wijzen. Dat is alles wat vanaf de kansel en bij de catechisatie kan worden gezegd: “Zie!” In het besef dat alleen God Zelf te zien kan geven, alleen God iemand kan brengen tot de erkenning van Zijn Zoon. Maakt dat het getuigenis onbelangrijk? Of gebruikt God juist dat getuigenis om het hart van mensen te raken en te vervullen met de kennis van Zijn Zoon? De getuige kan geen roem opeisen voor wat hij of zij doet. Kan geen succes claimen als iemand tot bekering komt. Maar elke getuige moet wel net als Paulus zeggen: “wee mij als ik het evangelie niet verkondig.”

Liked it? Take a second to support Robbert Veen on Patreon!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *