Johannes (5) – De eerste getuige, de eerste dag (Joh. 1:19-28)

Het evangelie van Johannes is een boek vol getuigenissen. De apostel Johannes zegt tegen ons dat hij een getuige is van Jezus Christus, dat Hij de Zoon van God is. En hij heeft net in de proloog uitvoerig uitgelegd wat dat betekent: Jezus is het vleesgeworden Woord, de schepper, die genade en waarheid brengt in de wereld, die het licht en het leven van de mensen is. Dat is het getuigenis van de evangelist. Net als in een gerechtshof worden nu andere getuigen ten tonele gevoerd. Er moet meer dan een getuige zijn. En de eerste getuige die Johannes oproept, is zijn naamgenoot Johannes de Doper.

In het gedeelte dat nu voor ons ligt, horen wij Johannes de Doper op drie verschillende dagen tegenover drie verschillende groepen mensen drie verschillende dingen over Christus zeggen. Johannes de Doper was de eerste profeet in Israël na 400 jaar en bij zijn prediking liepen de mensen hem vol enthousiasme na. Zijn optreden was dynamisch en krachtig. Het gebied van zijn missie was bij de rivier de Jordaan, in de vallei, en iedereen ging daar naar toe om hem te horen. Vermoedelijk was hij een goede bekende van de Jeruzalemmers, omdat hij de zoon was van een priester, Zacharias. Maar hij treedt niet op in Jeruzalem. Eigenlijk verlaat hij de normale samenleving en identificeert zich met de armen. En de armen die droegen kleren van kameelhaar en leren gordels, en dat is de reden dat ook Johannes de Doper dat droeg. En arme mensen die ver buiten de steden en dorpen woonden in hun kleine nederzettingen, die aten sprinkhaan en wilde honing, en dat is dus ook wat hij gegeten heeft. Op die manier identificeerde hij zich met de mensen aan wie hij getuigde. Er was dus niets bijzonders aan zijn optreden. Zijn dieet en kleding waren de standaard voor de arme mensen die in de wildernis woonden.

Zijn optreden wekte de belangstelling van mensen in Jeruzalem. Heel het land Judea ging uit om Johannes te zien. En iedereen dacht bij zichzelf, stel je eens voor dat dit de Messias was, misschien is dit wel degene op wie wij gewacht hebben. Kortom, Johannes de Doper was een buitengewoon populaire man. De tekst vertelt ons nu over het getuigenis van Johannes in een plaats aan de overkant van de Jordaan, aan de oostelijke kant dus, waar Johannes de Doper de doop van de bekering tot vergeving van zonden toediende. In vers 28 van het eerste hoofdstuk, wordt in de meeste vertalingen die plaats aangeduid als Bethabara. Maar wij kennen die plaats eigenlijk gewoon als Bethanië. Er waren namelijk twee plaatsen met die naam, de ene net ten zuiden van Jeruzalem waar Martha en Maria en Lazarus woonden, en de andere aan de overkant van de Jordaan. Met die laatste hebben wij hier te maken.

Op die plaats hoorden de mensen de verkondiging van Johannes. En de kern van zijn boodschap was, “maak jezelf gereed, de Messias komt eraan.” En de mensen maakten zich gereed, en ze hadden berouw over hun zonden en ze bekeerden zich en wilden werkelijk een geestelijke reiniging in hun leven om klaar te zijn voor de komst van de Messias. En de doop van Johannes was niets anders dan een symbool van die geestelijke reiniging. Dat was het karakter van de doop van Johannes.

Nu moeten we de chronologie van deze gebeurtenissen eens goed bekijken. Johannes de Doper begon in het zuidelijke deel van de Jordaanvlakte en ging beetje bij beetje naar het noorden toe. In dat zuidelijke gedeelte was Jezus al naar Johannes toegegaan en was door hem gedoopt in de Jordaan. Na de doop van Jezus lezen we dat de Geest Hem de woestijn in dreef om daar 40 dagen door de duivel te worden verzocht. Terwijl hij in die zuidelijke woestijn verkeerde, reisde Johannes door de Jordaanvallei stap voor stap naar het noorden. En na de verzoeking in de woestijn gaat Jezus ook naar het noorden en vindt dan Johannes de Doper in Bethanië, aan de oostkant van de rivier. En dat is dan de gebeurtenis waarover wij het bericht lezen in vers 29. Maar terug naar het getuigenis van Johannes.

De eerste dag getuigt hij aan de eerste groep en spreekt de eerste verkondiging uit. We beperken ons hier tot deze eerste dag. Vers 19: “En dit is het getuigenis van Johannes.” Er komen enkele Levieten en priesters uit Jeruzalem naar Johannes toe. (Gewoon “Johannes” heeft nu betrekking op Johannes de Doper, zoals altijd in dit evangelie. De schrijver vermeldt zichzelf niet.) En deze mensen zijn op een missie gestuurd, en moeten hem deze vraag stellen: “wie ben jij?” Ze zijn gestuurd door “de joden”, en dat is geen ander woord voor iedereen die tot Israël behoort, maar een ander woord voor de tegenstanders van Jezus. Zo gebruikt Johannes dat woord, het staat ongeveer voor de Judeërs die Hem verworpen hadden in tegenstelling tot de Galileërs van wie velen in Hem geloofden. En nu komt de oppositie tegenover Johannes aan de orde. Wat is de reden van hun vijandigheid? Waarschijnlijk zitten zij in Jeruzalem en zeggen bij zichzelf, we weten niet wie deze vreemde figuur is die daar in de wildernis zoveel belangstelling naar zich toe trekt, maar we moeten er iets aan doen, want hij bedreigt de religieuze rust in het land. Ze zijn bezig om Israël te beschermen tegen een valse Messias, en ze gaan daarin zover dat ze Israël ook verre houden van de ware Messias. Dus deze mensen komen naar Johannes toe en vragen “wie ben je?” En omdat sommige mensen hadden gedacht dat Johannes de Messias was, betekent hun vraag eigenlijk: “Ben jij de Messias?” En daarachter zit de gedachte: “als jij dan de Messias bent, waarom draag je dan deze belachelijke arme kleding en loop je rond in de woestijn? Waarom kom je dan niet in Jeruzalem om jezelf aan de priesters te vertonen?” Hoe weet ik dat ze dat dachten? Vanwege het antwoord dat Johannes hier geeft. Hij zegt niet dat hij Johannes heet en dat hij doopt enzovoorts of dat hij de zoon van Zacharias is, maar hij zegt meteen – er staat dat hij het belijdt, belijden in de betekenis van ervoor uitkomen wie je bent – dat hij de Messias niet is.

OK, jij bent dan niet de Messias, vragen zij verder, maar ben je dan Elia? Er staat immers geschreven in Maleachi 4:5, “Zie, Ik zend tot u de profeet Elia, voordat de dag van de Here komt, die grote en ontzagwekkende dag.” Ze vragen Johannes of hij de voorloper is van de Messias wanneer die komen zal om te oordelen. Maar Johannes weet dat Christus niet gekomen is om te oordelen en dat hij dus niet de Elia van Maleachi 4 is. We lezen wel in het evangelie naar Lucas over Johannes: “Hij zal voor Hen uitgaan in de geest en de kracht van Elia…” Dus zijn optreden heeft iets gemeenschappelijks met het optreden van Elia, beide profeten vertonen een grote kracht en zijn vol van de Geest. Niet Elia is echter gekomen, maar een laatste profeet die op Elia lijkt in de wijze van zijn bediening.

“Ben je dan de profeet?” We weten niet precies waar dat op slaat. Mozes had aangekondigd dat hij een opvolger zou krijgen in een profeet, en dat is letterlijk vervuld met de komst van Jozua. Een tweede vervulling vinden we in het optreden van Jezus zelf. Hij is de profeet die na Mozes zou komen. Misschien waren er mensen die verschil maakten tussen de profeet die de opvolger van Mozes zou zijn en de Messias. In ieder geval is het antwoord van Johannes opnieuw duidelijk: “nee, ik ben de profeet niet.” “Wie ben je dan wel?” Het antwoord van Johannes is zo prachtig. Hij geeft het in vers 23. “Ik ben niet belangrijk,” zegt hij. “Ik ben maar een stem van iemand die roept in de woestijn. Ik ben alleen een stem die wijst op het Woord van God. Ik ben iemand die oproept om voorbereid te zijn op de komst van dit Woord.” Ligt daar niet precies de grootheid van Johannes de Doper? In zijn nederigheid? Hij wil alleen maar verwijzen naar het vleesgeworden Woord, naar de Messias die komen zou. Maar in het vijfde hoofdstuk van het evangelie, horen we Jezus getuigen over Johannes de Doper. Deze Johannes heeft “van de waarheid getuigd.” (Johannes 5:33) “Hij was de brandende en lichtgevende lamp, en u hebt u voor een korte tijd in zijn licht willen verheugen.” (Vers 35.)

Is dit ook niet een prachtige tekst over de kerntaak van een predikant of evangelist? Ik ben niet belangrijk, ik ben maar een stem die spreekt over het vleesgeworden Woord. Hij moet groot worden, en ik moet zo klein mogelijk zijn om de boodschap niet in de weg te zitten met mijn eigen persoonlijkheid. Dit is de kerntaak van een predikant: naar Jezus Christus te verwijzen. Ook het pastoraat is daarvan afgeleid: mensen in hun bijzondere omstandigheden te wijzen op Jezus Christus. Meer niet, minder ook niet. Predikanten zijn geen raadgevers, psychologische raadslieden, emotionele coaches, ziekenbegeleiders etc. Dat zijn allemaal beroepen en roepingen (op zijn best dan) die met het werk van de predikant niets te maken hebben. Konden alle predikanten dat maar zeggen: “ik ben alleen een stem die roept in de woestijn: bereidt de weg van de Heere, want het gaat om Hém!”

Zo heeft Johannes al hun vragen beantwoord. Hij is niet de Messias, en hij is niet Elia en hij is niet de profeet. Dus is de volgende vraag: “waarom doopt u dan?” Maar waarom vragen ze dat? Ze kennen de profetie van Ezechiël. Daar lazen ze in hoofdstuk 36 dat God Zijn grote Naam zou heiligen, maar voor het volk betekende dat de noodzaak van reiniging. Vers 25: “Ik zal rein water op uw sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen.” En daarna vers 27: “Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Et cetera.” En dan ook in Zacharia 13:1, daar lezen we een verwijzing naar een reiniging: “Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid.” Wanneer de Messias zou komen zou er een reiniging zijn op een of andere manier. Dat wisten zij in Jeruzalem ook wel. Maar als Johannes de Doper niet de Messias was en ook niet Elia, waarom doopt hij dan? Is zijn doop toch een vervulling van de profetie in Ezechiël? Het antwoord van Johannes lijkt de betekenis van deze doop te minimaliseren. Zijn doop is alleen maar een doop met water, zijn doop is alleen maar een doop van voorbereiding. De doop van Johannes was een symbool van de bekering en de reiniging, dat is alles. Maar zijn doop had daarom geen rechtstreeks verband met de doop die Christus zou geven, de doop met de heilige Geest.

En dan komt het getuigenis van Johannes op het hoogtepunt. “Te midden van jullie staat iemand die jullie nog niet kennen. Hij is al aanwezig in deze tijd en in dit volk. En Hij zal jullie dopen met de heilige Geest.” Elke gelovige die Jezus Christus aanneemt, wordt gedoopt met de heilige Geest, eens voor altijd. Het wordt nooit herhaald. Er wordt nooit een prestatie voor vereist. Het is zoals we lezen in 1 Kor. 12:13, “want door één Geest zijn wij allen gedoopt in één lichaam.” Op het moment dat je Christus gaat vertrouwen en je leven aan Hem toevertrouwt, op het moment dat je tot geloof in Christus komt, wordt je gedoopt door de heilige Geest die jou reinigt en aanvaardbaar maakt voor God. Eens en voor altijd. Mensen die spreken over de doop met de heilige Geest en dat in verband brengen met het spreken in tongen hebben het niet begrepen. De doop met de heilige Geest wordt op geen enkele manier in verband gebracht met bijzondere gaven van de Geest. De doop met de heilige Geest vindt plaats op het moment dat wij Christus aannemen in onze harten. Daarnaar verwijst Johannes de Doper. De Messias komt! De Zoon van God komt, en zal ons dopen in de heilige Geest om ons te reinigen. De doop van Johannes is dus maar een symbool, maar Christus geeft ons de werkelijkheid.

Dat is dus het getuigenis van Johannes op de eerste dag. De officiële delegatie van de joden uit Jeruzalem is gekomen en heeft gevraagd “wie ben jij?” En Johannes heeft geantwoord dat hij niet is wat zij denken, niet de Christus en niet Elia. Johannes de Doper is alleen maar een stem die spreekt over de Messias die komen zal. En die Messias is al in ons midden, en Hij zal binnenkort zichtbaar worden en Hij brengt de werkelijkheid van het Koninkrijk: de doop met de heilige Geest.

Liked it? Take a second to support Robbert Veen on Patreon!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *