Het echte werk van de Heilige Geest

Korte (theologische) beschouwing over de Heilige Geest, geloof en religie, naar aanleiding van Karl Barth KD I,2.

Over de Heilige Geest wordt veel gesproken en nagedacht tegenwoordig. In deze bijdrage wil ik een theologische bezinning op het werk van de Heilige Geest presenteren vanuit de brede behandeling die Karl Barth aan dat thema heeft gegeven. Vooral op basis van de betekenis van de uitstorting van de Geest met Pinksteren betoogt Barth dat de subjectieve werkelijkheid van de Openbaring van God – d.w.z. ons geloof, onze erkenning van de waarheid. de Heilige Geest is.

VIDEO:

 

Is de Heilige Leer noodzakelijk? – meedenken met Thomas

Theologie als wetenschap is niet zonder vooronderstellingen. We moeten misschien, net als Thomas van Aquino, eerst de vraag stellen wat de “natuur en reikwijdte” van de theologie is. Om te beginnen de vraag of theologie geen overbodige, willekeurige en ongefundeerde vorm van denken is. Hebben we naast de filosofie en de wetenschappen die berusten op de menselijke rede, nog een wetenschap nodig die blijkbaar over God en Zijn Openbaring gaat? Doorgaan met het lezen van “Is de Heilige Leer noodzakelijk? – meedenken met Thomas”

Gehoorzaamheid aan de Wet van Christus (6) – Filosofische achtergronden van het debat over rechtvaardiging

Op pagina 21 van mijn dissertatie spreek ik kort over de filosofische achtergronden van de verschillende opvattingen over de rechtvaardiging door het geloof alleen. Even daarvoor had ik betoogd dat de 16e-eeuwse leer van de rechtvaardiging voor de christelijke ethiek een aantal lastige tegenstellingen met zich had meegebracht. Omdat de rechtvaardiging gezien werd als Gods antwoord op een individuele bekering, raakte de sociale dimensie van de christelijke ethiek uit het gezichtsveld. Daarnaast was er de spanning tussen de genade die rechtvaardigt, en de door God eveneens gevraagde gehoorzaamheid. Omdat de laatste geen grondslag was voor de rechtvaardiging maar een uitvloeisel, leek ze van secundair belang te zijn. En zo was er ook nog de oppositie tussen evangelie en wet, die ook een afwijzing van het belang van Israël met zich meebracht. Israël werd immers gedefinieerd als het volk dat onder de wet stond en de genade had verworpen. Tussen de gemeente en Israël kwam daardoor een onoverbrugbare kloof tot stand. Doorgaan met het lezen van “Gehoorzaamheid aan de Wet van Christus (6) – Filosofische achtergronden van het debat over rechtvaardiging”

Spreken en zwijgen over God – Confessiones I, 4

4. Wat is dan mijn God? Wat, vraag ik, anders dan God, de Heere? Want wie is de Heere, behalve de Heere? Of wie is God, behalve onze God? (Vgl. Ps. 18:32).

Het lijkt alsof Augustinus antwoord geeft op zijn vraag met een tautologie: de Heere is de Heere; God is God. Maar in die schijnbare nietszeggende tautologie ligt een grote wijsheid. Doorgaan met het lezen van “Spreken en zwijgen over God – Confessiones I, 4”