Karl Barth: Over de dogmatische arbeid

De eerste lezing uit “De Hoofdsom der Heilige Leer” van Karl Barth, uit de lezingen die in 1946 in Bonn werden gehouden als een zomercursus voor theologiestudenten en andere geïnteresseerden. Het is een mooi pleidooi voor de dogmatiek of systematische theologie.
De “Leitsatz” van deze lezing luidde:
“Dogmatiek is de wetenschap, waarin de kerk zich, naar de mate van het inzicht, haar op een bepaald ogenblik geschonken, rekenschap geeft van de inhoud harer verkondiging; zij doet dat critisch, d.w.z. volgens de maatstaf van de Heilige Schrift, en aan de hand van haar belijdenisgeschriften.”

Je goed voelen in je geloof

Het Christendom is een godsdienst van de openbaring, en daarom een godsdienst van het Woord. En omdat het een godsdienst van het Woord is, is het onderworpen aan de boodschap van het Woord. De kern van het evangelie luidt dat de mens in slavernij is aan de zonde, is beladen met schuld, en niet in staat zich daarvan te bevrijden. En dat een heilige God, in de ordening van de Schepping die Hij feitelijk heeft ingesteld, niet anders kan dan die mens aan een oordeel onderwerpen. We leven in een universum waarin elke daad aan een absoluut moreel oordeel onderworpen is. Elke zonde vereist een rechtszaak die schuld vaststelt en straf toemeet. Net zoals elk slachtoffer recht heeft op een rechtszaak waarin wordt vastgesteld wie verantwoordelijk is. 

Wie nu kijkt naar het Christendom – in ruime zin – ziet echter iets anders. Er blijven overeenkomsten met het Christelijk geloof van vorige generaties.  Maar het evangelie gaat niet langer over zonde en schuld, zoals het jaarlijkse spektakel van de Passion bewijst. En daarom gaat het ook niet over het offer van Christus aan het kruis, niet over plaatsvervangend sterven, niet over verzoening en verlossing. Men citeert wel “God is liefde”, maar niet dat deze liefde geopenbaard is in de overgave van de Zoon van God aan het kruis. 

Een bijzonder geval van dit contextloze en onvolledige citeren is ook de herhaling van de verzekering dat “niets ons kan scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus onze Heer.” Het is de tekst waarover Paul Tillich een preek schreef en publiceerde met de titel: “Jij bent aanvaard.” Goedkoper kan de genade niet zijn, wanneer verbroken beloften, de verwaarlozing van morele verplichtingen, de verzaking van natuurlijke plichten of de wreedheid tegenover anderen uiteindelijk onbestraft blijven en zelfs niet als schuld worden toegerekend. Geen instantie die ons aan de fouten van gisteren zal herinneren, behalve in de meest algemene termen als de “gebrokenheid van de wereld.” 

Mag men spreken over de castratie van een tekst, wanneer de consequentie ervan uit het bewustzijn wordt geweerd? Wanneer de zekerheid van genade door Christus wordt omgezet in de verzekering dat God achter elke poging staat om geluk na te jagen, is dat niet te betwijfelen. In de uitleg van dergelijke half-citaten wordt God niet meer genoemd. Zonde en schuld zijn verdwenen in de “therapeutische wending” in de theologie. Bevrijding is nog alleen maar verlossing van persoonlijke depressie en verwijdering van obstakels in het najagen van geluk. De therapeut, de voornaamste instantie binnen de seculiere cultuur van de zelfbevrijding van de mens, treedt hier majesteitelijk de kerkelijke theologie binnen. Het hart van het evangelie is het geluk, het goede gevoel over jezelf, het liefste gepaard aan een redelijke graad van welzijn en bevrediging op de werkplek. De seculiere, humanistische stalker van het evangelie weet dat te construeren zonder de lastige verwijzing naar een ontzagwekkende God. 

Daarmee is het Christendom tot een instrument geworden om vrede en geluk te vinden, zonder de noodzaak van berouw en bekering. Dit is net zozeer de boodschap van de vrijzinnige pastor die met het chiffre “God” en andere verheven woorden niet meer uit de voeten kan, als van de charismatische prediker die de Heilige Geest met hoofdletters spelt en zonder gêne praat over een God die hem meedeelt op zondagmorgen “religieuze huisjes te gaan afbreken” (Wilfried Giltjes in de Shelter in Haarlem). Moderne mensen die Kahlil Gibran of andere moderne nazaten van Norman Vincent Peale als bronnen van buitengewone wijsheid aanvaarden, gaat het om hetzelfde. Met Geest of zonder, met het Woord of zonder. Het gaat om zelfrealisatie, een geloof dat me geneest, een bediening waarin het Koninkrijk van God succesvol doorbreekt en aantoonbaar heeft geleid tot invloed op de samenleving. Of het gaat om zelfrealisatie, een geloof dat me kracht geeft, en een gevoel van verantwoordelijkheid voor elk leed in de wereld waaraan ik in ieder geval giraal wil bijdragen. 

Maar in het getuigenis van de Schrift wordt de strijd zichtbaar tussen de mens en een godheid die er bedoelingen en doeleinden op nahoudt die niet stroken met menselijke belangen en die niet kan worden geïdentificeerd met een wijsgerige verzameling hoogste beginselen. Dit is een God die elk beeld, ook het filosofische, tot een afgod proclameert en weigert de eerbied voor die beelden als deel van de dienst aan Hem te aanvaarden. Dit is de God van de executie op Goede Vrijdag, niet de godheid die zondagsrust en meditatie aanbeveelt. Een sterker bewijs dat het menselijke leven uiteindelijk niet in eigen hand is en niet op eigenbelang berust, dan de ondergang van de geliefde Zoon aan het kruis, is welhaast niet denkbaar. De theologie van het kruis is het uiterste verzet tegen elke religie van geluk en voorspoed. 

Het liberale, maar ook het charismatische Christendom heeft de NT-ische openbaring versmald tot haar levens-bevorderende gevolgen. Een sociaal en politiek utilisme kon een draagvlak bieden voor religieuze belevingen die tegelijkertijd in hun waarheidspretentie werden afgewezen. Wie op die weg wil staan, moet een waarschuwing horen vanuit het verleden. Is er niet een Duitse (Lutherse) theologie geweest die met volle inzet kon beweren dat ‘Das Volk’ een ‘Schopfungsordnung’ was? In het Duitse nationalisme van de jaren 30 van de vorig eeuw kon religie worden opgevat als een ondersteunende factor. Een dergelijk utilisme was de calculerende Nazi-staat niet vreemd.  Ondersteunend voor de demonische Hitler-staat wel te verstaan. De gedachte dat keurige Luthers soldaten van amper 20 jaar dienst deden in de doodskampen hoort bij de mysteries van de psychologie en van de geschiedenis.  Ook die toe-eigening van theologische noties als het volk berust op half-citaten maar dan nu van het Oude Testament. De toe-eigening van de Schrift van Israël met de daarbij horende vervangingsleer waarin het joodse volk werd opgeheven leverde daarvoor de context. Willekeur was het gevolg – waarom zijn wel de Tien Geboden van de God die Israël uit Egypte bevrijdde, maar niet het “Hoor, Israël, de Heer onze God is de Ene God” tot de kern van de Christelijke ethiek gemaakt? 

Ik besef met deze aanzet meer vragen op te roepen dan te beantwoorden.Ik wilde misschien alleen maar gezegd – en overdacht – hebben, dat een theologie die gericht is op welzijn en geluk, en zoekt naar het grootst mogelijke draagvlak voor haar geclaimde waarheid, een volledige contradictie vormt met het evangelie. Liberalen en charismatici zouden, met een hogere theologische integriteit, moeten belijden dat zij geen Christenen zijn. 

 

Het echte werk van de Heilige Geest

Korte (theologische) beschouwing over de Heilige Geest, geloof en religie, naar aanleiding van Karl Barth KD I,2.

Over de Heilige Geest wordt veel gesproken en nagedacht tegenwoordig. In deze bijdrage wil ik een theologische bezinning op het werk van de Heilige Geest presenteren vanuit de brede behandeling die Karl Barth aan dat thema heeft gegeven. Vooral op basis van de betekenis van de uitstorting van de Geest met Pinksteren betoogt Barth dat de subjectieve werkelijkheid van de Openbaring van God – d.w.z. ons geloof, onze erkenning van de waarheid. de Heilige Geest is.

VIDEO:

 

Is de Heilige Leer noodzakelijk? – meedenken met Thomas

Theologie als wetenschap is niet zonder vooronderstellingen. We moeten misschien, net als Thomas van Aquino, eerst de vraag stellen wat de “natuur en reikwijdte” van de theologie is. Om te beginnen de vraag of theologie geen overbodige, willekeurige en ongefundeerde vorm van denken is. Hebben we naast de filosofie en de wetenschappen die berusten op de menselijke rede, nog een wetenschap nodig die blijkbaar over God en Zijn Openbaring gaat? Doorgaan met het lezen van “Is de Heilige Leer noodzakelijk? – meedenken met Thomas”

Gehoorzaamheid aan de Wet van Christus (6) – Filosofische achtergronden van het debat over rechtvaardiging

Op pagina 21 van mijn dissertatie spreek ik kort over de filosofische achtergronden van de verschillende opvattingen over de rechtvaardiging door het geloof alleen. Even daarvoor had ik betoogd dat de 16e-eeuwse leer van de rechtvaardiging voor de christelijke ethiek een aantal lastige tegenstellingen met zich had meegebracht. Omdat de rechtvaardiging gezien werd als Gods antwoord op een individuele bekering, raakte de sociale dimensie van de christelijke ethiek uit het gezichtsveld. Daarnaast was er de spanning tussen de genade die rechtvaardigt, en de door God eveneens gevraagde gehoorzaamheid. Omdat de laatste geen grondslag was voor de rechtvaardiging maar een uitvloeisel, leek ze van secundair belang te zijn. En zo was er ook nog de oppositie tussen evangelie en wet, die ook een afwijzing van het belang van Israël met zich meebracht. Israël werd immers gedefinieerd als het volk dat onder de wet stond en de genade had verworpen. Tussen de gemeente en Israël kwam daardoor een onoverbrugbare kloof tot stand. Doorgaan met het lezen van “Gehoorzaamheid aan de Wet van Christus (6) – Filosofische achtergronden van het debat over rechtvaardiging”

Spreken en zwijgen over God – Confessiones I, 4

4. Wat is dan mijn God? Wat, vraag ik, anders dan God, de Heere? Want wie is de Heere, behalve de Heere? Of wie is God, behalve onze God? (Vgl. Ps. 18:32).

Het lijkt alsof Augustinus antwoord geeft op zijn vraag met een tautologie: de Heere is de Heere; God is God. Maar in die schijnbare nietszeggende tautologie ligt een grote wijsheid. Doorgaan met het lezen van “Spreken en zwijgen over God – Confessiones I, 4”