Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus

16 Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.

ik schaam mij niet –

Want zo wie zich Mijns en Mijner woorden zal geschaamd hebben, in dit overspelig en zondig geslacht, diens zal Zich de Zoon des mensen ook schamen, wanneer Hij zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met de heilige engelen. Markus  8:38 “Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus” verder lezen

KONONIA BIJBELSTUDIE! – ISRAELOLOGIE – DE STELLINGEN VAN FRUCHTENBAUM # 52-71

52. De olijfboom in Romeinen 11 stelt de plaats van geestelijke zegen voor, en dat is uiteindelijk het verbond met Abraham. De wilde takken zijn de heidenen die nu deel krijgen aan de zegeningen van dit verbond. Dat zijn dus de joodse geestelijke zegeningen van het verbond met Abraham. De heiligheid van de wortel gaat over naar de stam en de takken. Het verbond met Abraham is de basis van de verwachting van de toekomstige nationale redding van Israël net als van de redding van de heidenen.

“KONONIA BIJBELSTUDIE! – ISRAELOLOGIE – DE STELLINGEN VAN FRUCHTENBAUM # 52-71” verder lezen

KOINONIA LIVE! – Romeinen 10:14-21 – Het falen van Israël

Bijbelbespreking van dinsdag 13 februari 2018

EERSTE DEEL – Rom. 10:14-15

14 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Wie zij niet geloven? En hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die predikt?
15 En hoe zullen zij prediken, als zij niet gezonden worden? Zoals geschreven staat: Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen, van hen die het goede verkondigen!

TWEEDE DEEL – Rom. 10:16-17

16 Maar zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest. Jesaja zegt namelijk: Heere, wie heeft onze prediking geloofd?
17 Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.

DERDE DEEL – Rom. 10:18-21

18 Maar ik zeg: Hebben zij het dan echt niet gehoord? Zeker wel: Hun geluid is over heel de aarde uitgegaan, en hun woorden tot de einden van de wereld.
19 Maar ik zeg: Heeft Israël het dan niet begrepen? Ten eerste is het Mozes die zegt: Ik zal u jaloers maken door wat geen volk is; door een onverstandig volk zal Ik u tot toorn verwekken.
20 En Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen.
21 Met het oog op Israël zegt Hij echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk.

Parafrase Romeinen 10


A. Israël mist de ware gerechtigheid van God (10:1-4)


1. Ik, Paulus, heb nog steeds een grote liefde voor mijn eigen volk. Als ik tot God bid voor Israël, vraag ik altijd om hun redding. 2.  Ik moet ook zeggen dat zij in hun godsdienst een grote ijver laten zien. Maar die ijver is op het verkeerde gericht en ze houden zelfs tegen beter weten in vol. Wat is dan het probleem? 3. Zij kennen en erkennen de gerechtigheid niet, die God in Christus geschonken heeft, en daarom streven zij ernaar om een gerechtigheid van eigen makelij op te richten. Maar dat betekent dat ze zich niet gehoorzaam onderwerpen aan Gods openbaring. Zij verwerpen de gerechtigheid van God en dat is ongehoorzaamheid.
4. Zij hadden kunnen weten dat zowel de Wet als de Eredienst zijn vervulling, maar daarmee ook zijn einde vinden in Christus. Toen Hij kwam, werd de gerechtigheid verbonden met het geloof in Hem. Dat is eigenlijk niets nieuws. Het evangelie van geloof en genade is volledig in overeenstemming met het Oude Testament. De gerechtigheid vanuit de ijver voor de Wet en de gerechtigheid uit geloof alleen komen we beide al in het Oude Testament tegen. En het is duidelijk dat de HEERE de besnijdenis van het hart, d.w.z. geloof zoekt.

“Parafrase Romeinen 10” verder lezen