Leren van de rabbijnen – dagelijks leven #5 – naastenliefde vóór het gebed

Heb je naaste lief als jezelf

We bespreken vandaag niet de volledige betekenis van dit gebod, we zien er bijvoorbeeld vanaf de relatie tussen de naastenliefde en de liefde voor de broeders en zusters (1 Joh. 2:10, 3:10, 14, 16) aan de orde te stellen.

Er is wel een reden om twee hardnekkige misverstanden over dit gebod hier aan de orde te stellen. In de eerste plaats het misverstand dat we in het christendom te maken hebben met een volstrekt universele intentie van dit gebod – de “naaste” is de hele mensheid volgens Bultmann. Liefde voor de mensheid is een volstrekt abstracte opdracht die door niemand concreet kan worden vervuld.

De eerste (joodse) christenen zullen dit gebod van de Heer Jezus hebben begrepen als een herhaling van Leviticus 19:18. De term “naaste” is het Hebreeuwse woord re’a, wat vriend of broeder betekent. Het gaat dus in de eerste plaats – ongeacht de strekking van de parabel van de Barmhartige Samaritaan – om de liefde voor de “broeder en zuster” in Israël – anders dan de familieleden.

Het tweede grote en hardnekkige misverstand is, dat het Jodendom de betekenis van dit gebod heeft beperkt tot de naaste in Israël – maar zowel de tekst uit Leviticus als de joodse traditie maken duidelijk dat dat geenszins het geval is; de “beperkte” betekenis is de primaire betekenis! – en bovendien dit gebod niet gezien heeft als een van de zware geboden in de Thora.

Ik concentreer mij nu op een enkel interessant verschijnsel. En dat is wat we vinden in de Kitzoer Sjoelchan Aroech hfst. 12.2 (nog steeds in de sectie van de geboden voor het opstaan ’s morgens).

“Het is goed om weldadigheid te geven voorafgaande aan het gebed, zoals geschreven staat ik verschijn voor uw aangezicht met weldadigheid (tsedakah); ook moet men voorafgaande aan elk gebed het gebod op zich nemen: “en hebt uw naaste lief als uzelf” en daarbij de aandacht richten op het liefhebben van iedereen in Israël als zijn eigen ziel. Want als, God verhoede, er een scheiding van de harten is van Israël hier beneden dan zijn zij ook hierboven niet verenigd. De lichamelijke eenheid op de aarde brengt eendracht en eenheid van de zielen in de hemel tot stand; en daardoor zijn zij ook in hun gebeden met elkaar verbonden; en dan, als hun gebeden worden samengevoegd, zijn ze ook welgevallig voor Hem, geprezen zij Zijn Naam!” (1)

Voorafgaande aan het gebed moet men zich realiseren dat we de broeders en zusters in de gemeente moeten liefhebben. Dat geeft eenheid aan onze gebeden en daarmee zijn onze gebeden krachtig voor het aangezicht van onze God. Dat zal dan ook de richtlijn voor ons gebed (kunnen) zijn.

(1) De hebreeuwse tekst luidt:

טוֹב לִתֵּן צְדָקָה קֹדֶם הַתְּפִלָּה, שֶׁנֶּאֱמַר אֲנִי בְּצֶדֶק אֶחֱזֶה פָנֶיךָ. גַּם יְקַבֵּל עָלָיו קֹדֶם כָּל תְּפִלָּה מִצְוַת וְאָהַבְתָּ לְרֵעֲךָ כָּמוֹךָ, וִיכַוֵּן לֶאֱהֹב אֶת כָּל אֶחָד מִיִשְֹרָאֵל כְּנַפְשׁוֹ, כִּי אִם חַס וְשָׁלוֹם יֵשׁ פֵּרוּד לְבָבוֹת יִשְֹרָאֵל לְמַטָּה אֲזַי גַּם לְמַעְלָה אֵין הִתְאַחֲדוּת אֲבָל הִתְאַחֲדוּת בְּגוּפֵיהֶם שֶׁלְּמַטָּה גּוֹרֵם הִתְאַחֲדוּת וּדְבֵקוּת נַפְשׁוֹתֵיהֶם לְמַעְלָה, וְעַל יְדֵי זֶה גַּם תְּפִלּוֹתֵיהֶם מִתְאַחֲדוֹת. וְאָז בִּהְיוֹת תְּפִלּוֹתֵיהֶם כְּלוּלוֹת יַחַד, הִיא רְצוּיָה לְפָנָיו יִתְבָּרַךְ שְׁמוֹ (סִימָן צ”ב ובסידור).

Vergevingsgezindheid – een goddelijke eigenschap

“Het verstand van een mens doet hem zijn toorn uitstellen, het is zijn sieraad aan een overtreding voorbij te gaan.” (Spr. 19:11)

Vergevingsgezindheid is een eigenschap van de mens, die het dichtste komt bij de eigenschappen van God zelf. God zou je bijna kunnen definiëren als vergevingsgezindheid. In Exodus 34:6 omschrijft God zichzelf: “HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw… Die ongerechtigheid, overtreding en zonden vergeeft.” Er staat nog meer, ook dat de schuldige niet voor onschuldig zal worden gehouden, dus de gerechtigheid van God speelt onmiddellijk ook een rol, maar het gaat mij nu niet om de theologische kwestie hoe de gerechtigheid van God en Zijn vergevingsgezindheid met elkaar samenhangen. Daarover een andere keer. Het gaat mij nu alleen om de eigenschappen van barmhartigheid, genade, geduld, goedertierenheid en trouw.

Natuurlijk spelen vergeving en verzoening in de hele bijbel een grote rol. Maar we kennen allemaal het verhaal uit Lucas 15, het verhaal van de verloren zoon. Daar zien we in een prachtig beeld hoe de vergeving bij God werkt. De zoon kan er niet op rekenen bij zijn terugkeer, hij hoopt alleen dat hij in ieder geval als een slaaf zal worden behandeld, een dak boven zijn hoofd krijgt en tenminste iets beters te eten krijgt dan het varkensvervoer. Maar we zien de vader in het verhaal niet eens wachten tot de zoon bij hem komt, maar hij rent al op hem af, hij kust hem en omhelst hem, hij wacht de woorden van berouw niet eens af, maar valt de zoon in de rede, en richt een feestmaaltijd aan, nodigt buren en familie uit om samen te vieren dat de zoon is teruggekeerd. Net zoals in het verhaal van de barmhartige Samaritaan bij de naastenliefde, gaat het om de overvloed aan vergevingsgezindheid die de vader in het verhaal vertoont – dat is om zo te zeggen de goddelijke overvloed. De vader staat niet zuinig het excuus af te wachten, zegt niet “ik zal nog eens kijken of jij het wel waard bent,” hij houdt geen afstand terwijl die zoon beschaamd zijn best moet doen om het vertrouwen van zijn vader terug te winnen, maar er is overvloed aan genade en barmhartigheid.

Het tweede dat je hier leert is, dat een dergelijke vergevingsgezindheid door anderen niet gewaardeerd wordt. Misschien dat wij er daarom zo slecht in zijn. De oudste zoon staat er knorrend en mopperend bij. Hij begrijpt niet dat dit overdadige feest juist wordt aangericht tegenover een onwaardige broer van hem. Een feest hoort bij een prestatie, denkt hij. En die prestatie heeft hij, de oudste zoon, geleverd. Alleen krijgt hij geen feest. Hij wordt alleen uitgenodigd om te delen in de feestvreugde rondom degene die vergeving ontvangt, om betrokken te raken in het proces van de vergeving. Maar de oudste zoon weigert dat.

Uit het verhaal in Lucas 15 kunnen we dus leren op welke manier God vergeeft. Uitbundig, vrijgevig en volkomen. En God verwacht dat wij op dezelfde manier elkaar vergeven. Zo horen we in de brief aan Efeze 4:32:

“wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, ZOALS ook God in Christus u vergeven heeft.”

Zoals. We moeten vergeven op dezelfde manier als God vergeven heeft. Hoe heeft God dat gedaan? Uitbundig, vrijgevig en volkomen. Hij wil niet dat wij elkaar beschamen, op de proef stellen, laten wachten tot we de vergeving verdiend hebben, hij wil niet dat we wegkruipen om alleen maar de positie van een slaaf in te nemen. Hij wil dat wij die relatie volkomen herstellen, en daarin actief zijn en vrijgevig. Zo zijn wij vergeven. Zo horen wij elkaar te vergeven.

We horen het nog uitgebreider in de brief aan Kolosse, hoofdstuk 3:13.

“Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen.”

Hier gaat het ook nog eens over “verdragen”, en vergeven van elke klacht. Als je dit alles samen bekijkt, dan wordt het duidelijk dat God jou heeft vergeven en dan van jou mag verwachten dat ook jij de vergeving beoefent. Sterker nog, er is een direct verband tussen de praktische vergeving van God – die wij elke keer weer moeten ontvangen, 1 Joh. 1:9 – en onze vergeving voor anderen. Want dit is de kern:

“Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven.” (Mat. 6:12)