Heeft Petrus op Gods gezag de Wet van Mozes overtreden?

 JEWS AND GENTILES IN THE ECCLESIA: EVALUATING THE THEORY OF INTRA-ECCLESIAL JEW-GENTILE DISTINCTION By David B. Woods

4.3 [p. 36]

Petrus was een vrome, gezagsgetrouwe Jood, die naar eigen zeggen “nooit iets gewoons en onreins gegeten had”. Toch vertelt Handelingen ons: En [Petrus] zeide tot het huisgezin van Cornelius],

“Gij weet, dat het een Jood verboden is met een vreemdeling om te gaan of hem te benaderen. En aan mij heeft God getoond, dat ik geen mens gemeen of onrein mag noemen. Daarom – en zonder enig bezwaar te maken – ben ik gekomen, toen men mij verzocht. Daarom vraag ik, om welke reden gij mij gezonden hebt? Doorgaan met het lezen van “Heeft Petrus op Gods gezag de Wet van Mozes overtreden?”

De reden van het zijn (14/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 14

Epiloog
Als we een modern vocabulaire overnemen, zouden we kunnen zeggen dat Qohelet de “crisis” naar voren brengt.
(…)
Hij brengt een gedachte naar voren die meer dan modern is, want in plaats van wanorde, onzin, onsamenhangendheid en tegenstrijdigheid uiteindelijk als ongelukken te beschouwen, als een kwaad dat uit de weg geruimd moet worden en als een secundaire of toevallige gebeurtenis, laat Qohelet dit alles zien als een inherent kenmerk van het menselijk leven en het maatschappelijk leven. Hij integreert wanorde en tegenstrijdigheid in het “normale” wezen van de mensheid.[90] Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (14/19)”

De reden van het zijn (13/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 13

Het stel is prachtig, helaas is de kans oneindig klein dat het werkelijkheid wordt! Bij het opnieuw zoeken naar wijsheid en het opsporen van de waanzin, ontmoet Qohelet de vrouw. En het is dan (VII, 26-29) dat wij tegen deze muur aanlopen:

“Dit is wat ik gevonden heb, bitterder dan de dood is een vrouw die een strik is, wanneer haar hart een val is en haar armen ketenen. Wie de God behaagt, ontsnapt, maar de verliezer wordt gevangen genomen. Kijk eens wat ik gevonden heb, zegt de Verzamelaar, één voor één, om de reden te vinden die ik nog steeds zoek, maar niet gevonden heb! één man, vond ik op de duizend, maar één vrouw onder hen allen, vond ik niet. Kijk alleen naar wat ik gevonden heb: dat God de mens eerlijk gemaakt heeft, maar zij zoeken te veel naar rede. (Lys vertaling)[86] Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (13/19)”

De reden van het zijn (12/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 12

Beproevingen van de wijsheid
De twee pijlers van de Wijsheid zijn dus het besef van eindigheid en het onderscheiden van de dood in alles.[77]
(…) tot de conclusie gekomen zijnde, dat alles ijdelheid was, is het te zeggen.[78]
V, 6: “In de overvloed van dromen zijn ijdelheden en woorden in overvloed. Maar vreest God.” [79] Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (12/19)”

De reden van het zijn (11/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 11

Is er dan geen ware Wijsheid?
Het is waar dat er geen wijsheid is, geen zin, en toch zullen wij leven, en toch zullen wij handelen, en toch zullen wij in staat zijn tot geluk en hoop. De enige ware Wijsheid waarop de mens aanspraak kan maken, is deze onderscheiding van een mogelijke afwezigheid van Wijsheid, van waaruit het leven opgebouwd moet worden – het negatieve uitgangspunt.[66] Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (11/19)”

De reden van het zijn (10/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 10

Ironie
De dwaas doet anderen verliezen en verliest zichzelf. “De lippen van een dwaas verliezen hem, het begin van de woorden van zijn mond is dwaasheid en het einde van zijn spreken is kwade dwaasheid.” Dit is geen oordeel van veroordeling, het is geen uitsluiting of “racisme”, het is ook geen verwerping en ontkenning van relatie, maar het is wel zo. De gek is respectabel, maar hij doet kwaad. Wij zien het elke dag in onze maatschappij.[61] Doorgaan met het lezen van “De reden van het zijn (10/19)”

Keizer: geef ons heden ons dagelijks brood?

Lechem Ha-Machar: Brood van morgen

De evangeliën van Mattheüs en Lucas gebruiken het Griekse woord epiousion, “Geef ons heden ons epiousionbrood”. Maar het Griekse epiousion is een hapax legomenon, dat wil zeggen, het komt nergens anders voor in het klassieke, bijbelse of hellenistische Grieks. Het had geen woordenboekdefinitie of precedent in de Griekse literatuur en was dus een mysterie voor de vroege heidense kerken, die besloten het te vertalen als “dagelijks” of “nodig”.

In de Latijnse Vulgaat en latere Engelse vertalingen werd het weergegeven als “ons dagelijks brood”, ondanks het feit dat Jesjoea leerde dat zijn discipelen niet hoefden te bidden voor hun voedsel en kleding. De traditionele Engelse vertaling “dagelijks brood” heeft nooit een legitieme basis gehad.

Maar gelukkig hebben wij fragmenten van het Onze Vader in het Aramees, geciteerd door de Kerkvaders, die toegang hadden tot nu verloren gegane Aramese geschriften van de Ebionieten en andere Joodse christenen. Zij ontdekten dat het oorspronkelijke Aramese woord machar was, dat “van de toekomst, van de morgen” betekent. De morgen is een verwijzing naar het komende Messiaanse Tijdperk, waarin God bij de mensheid zal wonen en de Malchoet (het koninkrijk) in de harten van de mensheid zal wonen. Het “brood van de morgen” is een mystieke uitdrukking die verwijst naar de goddelijke leringen, ma’da (kennis), en razim (geheimen, openbaringen) die in de hemelen verborgen waren en in het komende Messiaanse Tijdperk bekend zouden worden, zoals die welke Jesjoea onder vier ogen openbaarde tijdens zijn sedermaaltijden met de discipelen. Daarom is er in het oorspronkelijke Aramees een contrasterend Semitisch parallellisme tussen “deze dag,” d.w.z. nu, in ons dagelijks leven, en “de morgen,” dat verwijst naar de ‘Olam Ha-Ba of het komende messiaanse tijdperk, wanneer Gods Malchoet volledig gevestigd zal zijn op aarde, d.w.z. in het menselijk hart en in de wereld.

Lewis Keizer, The Pre-Christian Teachings of Yeshua, p. 113 (PDF)

De reden van het bestaan (9/19)

Jacques Ellul, De reden van het zijn, Meditatie over Prediker[1]

Samenvatting

Deel 9

Wijsheid, maar wat?
Als wij willen weten waar Prediker het over heeft, moeten wij ons alleen tot hem richten, en uit de context de verschillende betekenissen zoeken die hij aan dit woord toekent. De andere fundamentele beperking is dat het duidelijk niet over de wijsheid van God gaat. Het is niet de aanbiddelijke Wijsheid, die voor het aangezicht des Heren speelde bij de schepping der wereld.[54] Doorgaan met het lezen van “De reden van het bestaan (9/19)”

De benadering van Keizer – in gesprek met Jan Luiten

Met dank aan de schrijver van deze “vragen en opmerkingen”

Een aantal opmerkingen en vragen.

1. Ontwikkeling christelijk evangelie vanuit Paulus’ brieven in Griekssprekende heidense kerken: Paulus ging toch eerst altijd naar de Joden? En hij was toch zelf op en top een Jood? Zo snel zal er geen eigen christologie ontstaan kunnen zijn.

Paulus ging volgens het NT inderdaad altijd eerst naar de synagoge, naar de “joden” zoals je zegt.. Maar “joden” in de eerste eeuw betekent niet steeds hetzelfde. Doorgaan met het lezen van “De benadering van Keizer – in gesprek met Jan Luiten”