Het huwelijk als beeld van Christus en de Gemeente

Episode van Koinonia Bijbelstudie Live!, eerder gepubliceerd als video op YouTube. 

Een moeilijk onderwerp! Volgens mij leert de Bijbel de complementariteit van man en vrouw, d.w.z. er is geen sprake van “egalitarisme”. Man en vrouw zijn als mens, als burger, als personen gelijkwaardig, en begiftigd met dezelfde morele en intellectuele gaven. Er zijn weliswaar onloochenbare biologische verschillen, maar die mogen niet leiden tot een institutionele ongelijkheid en ongelijkwaardigheid.

Echter, Gods Woord maakt wel duidelijk dat de institutie van het huwelijk betekent dat man en vrouw in Gods ogen elkaar dienen aan te vullen tot de volkomenheid van een eenheid, een vereniging van personen tot een hogere, beiden omvattende en overstijgende eenheid van een nieuwe persoon. Zoals Genesis het uitdrukt: “zij zullen tot een vlees zijn.”

John Howard Yoder sprak over “revolutionary subordination” waar de houding van mannen en vrouwen in een Christelijk huwelijk Gods “rolverdeling” moet zichtbaar maken in een wereld waar die verhouding door geweld en onderdrukking wordt gekenmerkt. De geforceerde gelijkheid van man en vrouw is net zo onderdrukkend als de wettelijk geregelde ongelijkheid, juist ook omdat ook zij aan de sociale ongelijkheid geen einde maakt.

Hoofdzaak natuurlijk is wat Paulus zegt over de verhouding van Christus en de gemeente, waar het huwelijk als instelling in ieder geval een weerspiegeling van is.

 

Wandelen in het licht van Jezus – preek in Heemstede

“Ik wandel in het licht met Jezus” is een bekend lied uit de omgeving van de bundel “Geestelijke Liederen.” We zingen het weleens in de Vergadering van Heemstede.

Dit is de preek van afgelopen zondag naar aanleiding van dat lied. Jezus is het licht der wereld (Joh. 8:12) dat ging schijnen over het volk dat in duisternis wandelt (Jesaja 9) maar de duisternis heeft het niet begrepen (Joh. 1).

 

 

Eten of niet eten? –

Door Prof. Pinchas Shir en Dr. Eli Lizorkin-Eyzenberg (Israel Bible Center)

Het boek Openbaring bevat zeven brieven, bestemd voor de zeven gemeenten van Christus-volgelingen in de Romeinse provincie Lydië. Sommige van de ontvangers waren Joden, maar de meesten niet. Tot de zevende vergadering, in de stad Laodicea, zegt Hij: “Zie, Ik sta aan de deur en klop; indien iemand naar Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en met hem dineren en hij met Mij” (Openb. 3:20).

Sommige christenen zeggen, terwijl ze een zoeker toespreken: “Jezus klopt aan de deur van je hart. Doe voor hem open en hij zal in je hart komen”. De mensen van deze gemeente kenden God echter al. Zij waren echter gelovigen wier levensstijl geen echte gemeenschap toeliet met de Joodse Messias en andere (waarschijnlijk Joodse) volgelingen van Jezus.

Joden aten niet wanneer zij de huizen van hun niet-Joodse kennissen bezochten, omdat niet-Joden gebruik maakten van de soorten voedsel die door de Torah verboden waren. Omdat zij er over het algemeen niet voor terugschrokken om voedsel te kopen dat al op de markt aan Romeinse goden was geofferd. Joden hadden er geen moeite mee om in hun eigen huizen met niet-Joden te eten, waar de door de Tora vereiste toewijding aan reinheid gewaarborgd was. Dit moet niet verward worden met de kwestie waarmee Paulus Petrus confronteerde in Antiochië.

De kwestie die Paulus met Petrus had (verhaald door Paulus in Galaten 2) had te maken met het verbreken van de gemeenschap met heidenen die nu Israëls God in Christus aanbaden, maar zich niet tot het Judaïsme bekeerden. Toen Paulus Petrus uitdaagde en tegen hem zei dat hij “leefde als een heiden”, verwees hij niet naar Petrus’ vermeende niet-joodse levensstijl, maar dat Petrus “leefde” (d.w.z. levend was gemaakt) in Christus op precies dezelfde wijze als heidenen in Christus levend waren gemaakt – uit genade door geloof, en niet vanwege gehoorzaamheid aan de Torah (Ef.2:1-22). Petrus’ apostolische opdracht om in de eerste plaats Joden te dienen, maakt onze moderne de-Judaïserende interpretatie (van “leef als een niet-Jood”) niets minder dan absurd. Dit was in overeenstemming met wat Petrus zelf meemaakte toen een groep niet-Joodse Godvrezenden de Heilige Geest van Israëls God ontvingen, zonder eerst als Joden volledig toegewijd te zijn aan de gehele Torah! (Handelingen 10)

Jezus’ berisping aan de gemeente te Laodicea is hard, maar biedt toch ongelooflijke hoop. Laodiceaanse Christen-volgelingen moeten hun heidense wegen verlaten of het oordeel tegemoet zien. Maar als zij zich in overeenstemming brengen met de brief van het Concilie van Jeruzalem (Handelingen 15), waarin niet-Joodse gelovigen werden herinnerd aan de Tora-vereisten voor inwoners van Israël, zou de Joodse Messias Jezus hun huizen persoonlijk bezoeken om samen met hen een intieme gemeenschap rond de tafel te hebben. Er was geen groter voorrecht voor zowel Jood als niet-Jood!

Er zijn nog meer verborgen schatten die op je liggen te wachten als je de Schriften begint te lezen vanuit een Joods perspectief.

Heeft Jezus alle voedsel rein verklaard? Een controverse in Markus 7

Door Eli Lizorkin (Israel Bible Center)

In Marcus 7 lezen we over een scherp debat tussen Judeese Farizeeërs en Jezus over het feit dat zijn Galilese discipelen een belangrijke, lang geleden ingevoerde Farizeïsche vernieuwing niet opvolgden. Deze vernieuwing had te maken met de gevoelde noodzaak ervoor te zorgen dat iemand, alvorens schoon/geschikt en op de juiste wijze bereid voedsel te nuttigen, ook de handen moet wassen, om niet iets dat al heilig is, per ongeluk gemeen (d.i. onrein) te maken. Tegen de tijd dat het conflict waarover in Marcus 7 wordt verhaald plaatsvond, was deze farizeïsche vernieuwing al “een traditie van de oudsten” geworden en werd als zodanig door de meeste Judeeërs met groot respect behandeld. (vs.1-4) Doorgaan met het lezen van “Heeft Jezus alle voedsel rein verklaard? Een controverse in Markus 7”

Ramban – het begin van Gods schepping

IN DEN BEGINNE SCHIEP G-D.

Rabbi Yitzchak zei: De Tora, die het boek der wetten is, had moeten beginnen met het vers: Deze maand zal u de eerste der maanden zijn, Exodus 12:2. wat het eerste gebod is dat aan Israël gegeven is.

Het is waar dat het boek Genesis drie geboden bevat (1:28; 17:10; 32:33), maar na de Openbaring op de Sinaï werden deze wetten verplicht aan Israël. Vandaar dat het vers deze maand, enz. “het eerste gebod is, dat aan Israël” als volk gegeven is. Doorgaan met het lezen van “Ramban – het begin van Gods schepping”