Jezus en de mondelinge wet (3) – uit mijn dissertatie

Wat is dan de beweegreden achter deze verandering? Jezus’ tegenstanders zijn eerst voorgesteld als een groep Farizeeën en Schriftgeleerden die bijeen waren gekomen om hem te horen spreken, en nu worden ze aangesproken als huichelaars omdat ze de vraag stellen over het ritueel van de handwassing. Wat kan deze reactie hebben uitgelokt? Dit kan ook Matheüs hebben gestoord, die de volgorde wijzigt door Jezus eerst de farizeïsche vraag te laten beantwoorden met een tegenvraag over het korban, en vervolgens het thema van de huichelaars te introduceren en te eindigen met een uitleg aan de discipelen over de bron van de bezoedeling. Waarschijnlijk besloot Marcus de gewelddadige verwerping van het jodendom, inclusief het citeren van Jesaja 29, tussen de farizeïsche vraag en Jezus’ behandeling van de Korban-kwestie te plaatsen, waarna hij terugkeert naar wat mij het meest voor de hand liggende normale antwoord van Jezus op de vraag van zijn farizeïsche collega’s lijkt. Stel dat we de tekst als volgt zouden kunnen lezen: Doorgaan met het lezen van “Jezus en de mondelinge wet (3) – uit mijn dissertatie”

De sabbatwet (Marcus 2 en 3) – uit mijn dissertatie

Heeft Jezus de Bijbelse sabbat afgeschaft? Of heeft Hij alleen de Rabbijnse versie van de Sabbat afgeschaft? Of geen van beide? In mijn dissertatie heb ik de kwestie als volgt uitgelegd.

Met betrekking tot de sabbat ligt de zaak wellicht anders. Dit was natuurlijk een gebod dat niet afhankelijk was van het bestaan van de Tempel, en het is onwaarschijnlijk dat het de oorzaak was van een strikte scheiding tussen verschillende groepen binnen het Jodendom. De vraag is of de sabbat de Joodse christenen scheidde van hun niet-Messiaanse broeders en zo ja, in welk stadium deze scheiding plaatsvond. Wij zullen de passage in Marcus bespreken die de basis lijkt te vormen voor de stelling dat Jezus zich hier verzet tegen zowel mondelinge als schriftelijke overlevering. Functioneerde de sabbat als overleveringsmarkering? Doorgaan met het lezen van “De sabbatwet (Marcus 2 en 3) – uit mijn dissertatie”

Jezus en de mondelinge wet (2) – uit mijn dissertatie

Wij moeten ons nu afvragen hoe het vroege christendom omging met dit element van de Joodse halacha. Laten we als onze voornaamste getuige de passage in Marcus 7 nemen, die niet alleen de kwestie van het ritueel wassen van de handen voor het eten van brood behandelt, maar deze nauw verbindt met een andere kwestie van veel groter belang, namelijk die van de Korban-belofte die het gebod om iemands vader en moeder te eren terzijde schuift. We zullen de verschillende elementen van deze passage in detail behandelen, maar met een specifieke bedoeling: wat was de onderliggende kwestie van deze merkwaardig breedsprakige en vijandige ontmoeting tussen Jezus en enkele Farizeeën? Hoe functioneerde een dergelijke passage binnen de kerk van Marcus, meer bepaald in Rome? Doorgaan met het lezen van “Jezus en de mondelinge wet (2) – uit mijn dissertatie”

Jezus en de mondelinge wet (1) – uit mijn dissertatie

Wij moeten ons afvragen wat Jezus’ reactie was op de farizeïsche tradities. Stond Hij werkelijk zo ver af van de manier waarop de Farizeeën de wet uitlegden? We kunnen Jezus niet zomaar identificeren met een vorm van farizeïsme, en de klassieke visie vertelt ons dat Jezus zich verzette tegen de farizeese uitleg van de Torah. Wij moeten ten minste enkele bewijzen onderzoeken. Doorgaan met het lezen van “Jezus en de mondelinge wet (1) – uit mijn dissertatie”

Wetsvrij evangelie of gehoorzaamheid aan de Wet van Christus? – uit mijn dissertatie

Zoals ik heb geprobeerd aan te tonen in mijn exegese van Matteüs 5 en 18, kan er weinig twijfel over bestaan dat Matteüs dacht dat de nieuwe halachah van Christus in overeenstemming was met de structuur van de geschreven Torah en met de mondelinge (joodse) traditie in het algemeen. Bovendien kan de aanhoudende kritiek op de farizeïsche hypocrisie, als we willen voorkomen dat dit een aan antisemitisme grenzende polemiek wordt, alleen worden begrepen als een specifiek Mattheaans hermeneutisch inzicht: dat de toetssteen van elke rechtsregel de mogelijkheid ervan is, en dat de waarheid ervan daarom berust op de integriteit van degene die hem onderwijst. Het gezag van de Messias, zoals zichtbaar geworden in Zijn volledige onderwerping aan Zijn hemelse vader, kan dan de basis zijn voor de gehoorzaamheid van de christen aan de messiaanse Torah. Doorgaan met het lezen van “Wetsvrij evangelie of gehoorzaamheid aan de Wet van Christus? – uit mijn dissertatie”

De vervulling van de wet – over Mattheüs 5:17 – uit mijn dissertatie

Vervulling van de wet (Matteüs 5 vers 17)

Nu zijn we enigszins voorbereid op de leesstrategie die ervan uitgaat dat de vervulling van de wet materieel hetzelfde inhoudt als een afschaffing. Wat betekent het eigenlijk om de wet te vervullen in een Joodse context? De uitdrukking “de wet vervullen” wordt opgevat als het equivalent van “de wet doen”, zoals in Rom. 2 vers 13. Jezus kwam dan om de wet te doen, om gehoorzaam te zijn aan al haar voorschriften. Doorgaan met het lezen van “De vervulling van de wet – over Mattheüs 5:17 – uit mijn dissertatie”

Is God vrezen hetzelfde als “bang zijn”?

Veel mensen houden niet van de uitdrukking “God vrezen” omdat het woord vrees nu eenmaal het idee oproept van een bang zijn voor God. En bang zijn van en voor God willen we natuurlijk niet. Er zijn daarom verschillende manieren in omloop om de associatie met die harde betekenis te vermijden. We kunnen bij voorbeeld zeggen dat dit “vrezen”  hoort bij het beeld van een toornige God en dat dit alleen in het Oude Testament voorkomt. De God van het Nieuwe Testament is immers een lieve Vader die Zijn kinderen alleen het goede toewenst – mits ze maar voldoende geloof hebben zoals het welvaartsevangelie (Tom de Wal b.v. ) leert. Een andere strategie is de afzwakking van de – 17e-eeuwse – uitdrukking “vreze des Heeren”  in een moderne jas gegoten. Vrees betekent dan eigenlijk alleen “respect” of “eerbied” en dat kennen we wel. Eerbied voor “grijze haren”, voor mensen in hoge posities e.d., kunnen we nog wel in verband brengen met ons geloof. Doorgaan met het lezen van “Is God vrezen hetzelfde als “bang zijn”?”

Paul Fahy – geschiedenis van de Charismatische Beweging (2016)

Merk op dat ik de term CM soms gebruik om te spreken van de specifieke Charismatische Beweging die opkwam vanaf 1960, maar op andere momenten is het een afkorting (om het kort te houden) voor zowel de CM als de Pinksterbeweging die haar voortbracht.

Het schandaal van de Pinksterbeweging

De oorsprong van de pinksterbeweging ligt in de 19e-eeuwse, Amerikaanse Wesleyan frontier revivals (waar allerlei vreemd gedrag werd vertoond), de toenemende seculiere belangstelling voor het paranormale en geesten (vooral in Amerika), vermengd met de excessen van de US Holiness Movement, waar tongen, trances en neervallen voor het eerst op grote schaal opdoken in de moderne christelijke wereld. Terwijl de Heiligheidsbeweging afnam, nam de Pinksterbeweging toe, waarbij enkele belangrijke leiders van partij wisselden (zoals Maria Woodworth-Etter). Doorgaan met het lezen van “Paul Fahy – geschiedenis van de Charismatische Beweging (2016)”

Jezus en de joodse wet – uit mijn dissertatie

De komende weken publiceer ik een vertaling van mijn dissertatie uit 2011: Obedience to the Law of Christ. Daarin stel ik alle vragen die me sinds de jaren 90 van de vorige eeuw begonnen bezig te houden. De relatie van jodendom en Christendom, de juiste houding van Christenen tegenover de Torah, dat alles was toen al (en nu opnieuw) mijn centrale focus. Ik doe geen moeite de tekst in overeenstemming te brengen met mijn huidige opvattingen. Grote verschillen zal ik in een aparte bijdrage aan de orde stellen.

LUISTER naar de tekst:

Marcus of Matteüs?
Wie is de “echte” Jezus? De Jezus van Marcus of de Jezus van Matteüs? Als de vroege en late kerkelijke praktijk ten minste als een deel van het antwoord kan worden beschouwd, dan is de “echte” Jezus duidelijk die van Marcus. De christelijke kerken houden zich niet aan de wetten van rituele zuiverheid, noch aan de verschillende voedselwetten, waaronder de Noachidische wetten over bloed en wurging, die blijkbaar door de raad van Jeruzalem waren aangenomen onder het gezamenlijk gezag van Jacobus, Petrus en Paulus (Handelingen 17). Doorgaan met het lezen van “Jezus en de joodse wet – uit mijn dissertatie”

Moeten nieuwtestamentische christenen wetten uit het Oude Testament gehoorzamen?

Het onderstaande artikel is van Matt Cover, en het Engelse origineel kun je HIER vinden.

Waarom volgen christenen tegenwoordig sommige wetten uit het Oude Testament, maar niet allemaal? Zijn christenen willekeurig in hun omgang met deze wetten, door te kiezen wat hen bevalt en te verwerpen wat hen niet bevalt? Doorgaan met het lezen van “Moeten nieuwtestamentische christenen wetten uit het Oude Testament gehoorzamen?”