Openbaring 22: van aangezicht tot aangezicht

Het laatste hoofdstuk van het boek Openbaring heeft drie delen.

In de eerste vijf verzen vinden we de vierde beschrijving van het hemelse Jeruzalem. Nu gaat het om het leven in de stad: de boom van het leven, de bladeren van de genezing, het zien van Jezus van aangezicht tot aangezicht, en het licht van Gods heerlijkheid dat de zon en de maan geheel vervangt.

In het tweede gedeelte vanaf vers 6 gaat het over de terugkeer van de Heer Jezus. Hij komt spoedig en brengt loon voor Zijn dienstknechten. Het boek eindigt in de verzen 16 tot en met 21 met een laatste oproep tot bekering – laat hij die wil het levenswater nemen om niet – en een vermaning om aan de woorden van deze profetie niet toe te voegen en niet af te nemen. Voor de derde keer in dit hoofdstuk klinken dan de woorden van de Here Jezus: “ja, Ik kom spoedig!” – En de gemeente antwoordt: “amen, kom, Heer Jezus!”

De Getrouwe op het witte Paard – Openbaring 19

Dan komt het einde. Nu zitten we in de sfeer van de voltooiing, terwijl we vanaf het zesde tot en met het 18e hoofdstuk in de sfeer zaten van de rechtvaardige oordelen. Nu is de behoudenis en de heerlijkheid en de macht van God volledig geopenbaard. Nu, dat wil zeggen met het oordeel over Babylon. Voor ons gevoel is het misschien vreemd dat hier een gejubel uitbreekt over de machtige oordelen die God over de aarde brengt. Maar de nadruk ligt ook eerder op de waarheid en de gerechtigheid die daardoor mogelijk worden, dan op het leed dat ongetwijfeld deze oordelen ook hebben gebracht. “De Getrouwe op het witte Paard – Openbaring 19” verder lezen

De vrouw en het beest – Openbaring #17

Het grote Babylon wordt hier in zijn geheel beschreven, wellicht aan de hand van een munt, geslagen voor Vespasianus, met daarop de Dea Roma, gezeten op zeven heuvels, met de god Tiber aan de linkerzijde, en de wolvin met Romulus en Remus aan haar rechterhand. Uiteraard draagt ze een zwaard.

Een dergelijke beschrijving van een munt – op zijn beurt waarschijnlijk afgeleid van een bronzen of marmeren monument voor Vespasianus – kwam veel voor en heette een “ekfrasis”. Krijgt Johannes hier in een visioen de ware aard te zien van wat monument en munt hebben afgebeeld?

De Hoer van Babylon  gaat vallen. Juist door de volkeren en staten die ze onder haar macht had. Wanneer de tien koningen zich tegen haar verzetten, is het einde nabij. Daarover meer in Openbaring #18.

De laatste zeven schalen van Gods grimmigheid – Openbaring #16

Met de laatste zeven schalen, de laatste “plagen” die God over de aarde uitstort, is Gods toorn voleindigd.

Dat is ook wat een luide stem zegt, vanuit de Tempel, vanaf de Troon: Het is gebeurd! Het is voleindigd. Tussen de woorden van Jezus aan het kruis – het is volbracht – en de woorden vanuit de Tempel, het is gebeurd, heeft zich de hele Nieuw-testamentische geschiedenis van God met de mensheid afgespeeld. En nu is het voltooid.

Toch houdt het boek Openbaring hier niet op. Want nu rest nog de uitleg van de zevende schaal, waarin het grote anti-goddelijke systeem van politiek en economische macht wordt geoordeeld: het grote Babylon. Dat wordt uitgebreid verhaald in hoofdstuk 17 en 18, onderwerpen oor de volgende afleveringen in de serie over Openbaring.

De 144.000 en de zes engelen – Openbaring 14

De 144.00 op de berg Sion – Op. 14:1-5

De 144.000 van hoofdstuk 7 komen hier weer terug. Terwijl ze in het zevende hoofdstuk een algemeen beeld geven van de gemeente van Christus, gezien als het verbondsvolk Israël, wordt in hoofdstuk 14 een beeld van de toekomst gegeven. Het lam staat op de berg Sion en ik denk dat dat het aardse Jeruzalem is. (Terwijl anderen denken dat dit staat voor het Hemelse Jeruzalem.)

De Messiaanse gemeenschap, het getrouwe Israël, leert een nieuw lied – over de inhoud waarvan wij niet worden onderricht. Zij volgen het Lam, ze zijn de eerstelingen, ze zijn zuiver, ze zijn onberispelijk.

Zijn de 144.000 samen met het Lam uit de hemel gekomen? Er zijn meerdere mogelijkheden.

Het eeuwig evangelie en de val van Babylon – Op. 14:7-13

In dit tweede gedeelte van hoofdstuk 14 wordt het “eeuwig evangelie” verkondigt. In dat evangelie zit geen verwijzing, althans niet expliciet, naar het werk van de Heer Jezus. Maar het bevat wel de eis en de opdracht die God door alle tijden heen aan mensen heeft gericht. “Vreest God en geeft Hem heerlijkheid.”

Dit is blijkbaar nog een kans voor de mensen op aarde om zich te bekeren voordat het oordeel komt. Ze krijgen het eeuwig evangelie te horen, en dat het grote Babylon op het punt staat te vallen – dat zal pas gebeuren in hoofdstuk 17 en 18 – en ze krijgen, in de woorden van de derde engel, te horen dat ze zullen drinken van de wijn van Gods grimmigheid omdat ze het Beest hebben aanbeden.

Het oordeel van de Zoon des Mensen – Op. 14:14-20

Het derde gedeelte van Openbaring 14 is een korte schets van het oordeel, dat wordt vergeleken met de “oogst van de aarde”, en de oogst van “de trossen van de wijnstok van de aarde.” Het oordeel wordt voorgesteld met het beeld van de grote wijnpersbak van de grimmigheid – en het gruwelijke beeld van bloed dat meer dan 300 km ver reikt.

Opmerkelijk is dat de titel “Zoon des mensen” hier gebruikt wordt in vers 14.

Koinonia Live! over Peter Scheele en het eenvoudige boek Openbaring

Deze aflevering van Koinonia Live! van vrijdag 17 april 2020, is geheel en al gewijd aan het interview met Peter Scheele op het Christelijk Informatie Platform (CiP). 

In het interview introduceert het CiP het nieuwe boek van Peter Scheele met de titel “Beelden van Openbaring”, over de Openbaring van Johannes. Voor Peter is het eigenlijk een eenvoudig boek, als je maar beseft dat het voornamelijk over Israël gaat, dat hoofdstuk 11 het centrale hoofdstuk is, en dat het grootste deel van deze profetieën al in de eerste eeuw zijn vervuld.

Verder is Peter van mening dat ook de geschiedenis tussen het jaar 70 en 1948 is bedoeld wanneer hoofdstuk 11 de  “vertreding” van de Tempel door de heidenen noemt – dat is dan de verwoesting van de tempel in 70 n. Chr. en daarna de opstanding van de twee Getuigen – die hij terecht Mozes en Elia noemt, maar onterecht als een symbool voor het volk Israël opvat. De opwekking van de twee getuigen zou dan het fysieke herstel van het volk in het land aanduiden.
Het is een interessante maar naar mijn gevoel niet geslaagde interpretatie van het boek Openbaring. Daarom, maar met respect en dank voor zijn poging, hebben we in deze aflevering toch een groot aantal problemen moeten aanwijzen. Een aflevering dus van Koinonia Live! die anders dan anders slechts aan dit ene onderwerp gewijd is, en de reden daarvan is het feit dat wij op dit moment zo intensief met het boek Openbaring bezig zijn.

Het Beest uit de zee en de aarde – Openbaring 13

De draak begint nu aan zijn oorlog tegen het nageslacht van de vrouw, genoemd in hoofdstuk 12.
Het beest uit de zee – de Leviathan van het Oude Testament – stijgt op, lastert God, laat de mensheid de draak aanbidden, en voert oorlog tegen de heiligen.

Ongetwijfeld is dit Beest een beeld van de politieke macht die verering voor zichzelf vraagt. Het is de keerzijde van Romeinen 13.

Ter ondersteuning van het beest uit de zee, komt nu ook het beest uit de aarde. Een religieuze macht die het Lam nabootst, maar anders dan het lam slechts twee horens van macht draagt. (Het ware Lam heeft maar liefst zeven horens en staat in de hemel als geslacht, heeft zichzelf opgeofferd.)

Deze religieuze macht misleidt de mensen die op de aarde wonen met tekenen en met het sprekende beeld van het beest uit de zee. Daarnaast limiteert het de toegang tot de economie. Alleen wie het getal 666 op zijn rechterhand of op zijn voorhoofd draagt, kan kopen of verkopen.