Je goed voelen in je geloof

Het Christendom is een godsdienst van de openbaring, en daarom een godsdienst van het Woord. En omdat het een godsdienst van het Woord is, is het onderworpen aan de boodschap van het Woord. De kern van het evangelie luidt dat de mens in slavernij is aan de zonde, is beladen met schuld, en niet in staat zich daarvan te bevrijden. En dat een heilige God, in de ordening van de Schepping die Hij feitelijk heeft ingesteld, niet anders kan dan die mens aan een oordeel onderwerpen. We leven in een universum waarin elke daad aan een absoluut moreel oordeel onderworpen is. Elke zonde vereist een rechtszaak die schuld vaststelt en straf toemeet. Net zoals elk slachtoffer recht heeft op een rechtszaak waarin wordt vastgesteld wie verantwoordelijk is. 

Wie nu kijkt naar het Christendom – in ruime zin – ziet echter iets anders. Er blijven overeenkomsten met het Christelijk geloof van vorige generaties.  Maar het evangelie gaat niet langer over zonde en schuld, zoals het jaarlijkse spektakel van de Passion bewijst. En daarom gaat het ook niet over het offer van Christus aan het kruis, niet over plaatsvervangend sterven, niet over verzoening en verlossing. Men citeert wel “God is liefde”, maar niet dat deze liefde geopenbaard is in de overgave van de Zoon van God aan het kruis. 

Een bijzonder geval van dit contextloze en onvolledige citeren is ook de herhaling van de verzekering dat “niets ons kan scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus onze Heer.” Het is de tekst waarover Paul Tillich een preek schreef en publiceerde met de titel: “Jij bent aanvaard.” Goedkoper kan de genade niet zijn, wanneer verbroken beloften, de verwaarlozing van morele verplichtingen, de verzaking van natuurlijke plichten of de wreedheid tegenover anderen uiteindelijk onbestraft blijven en zelfs niet als schuld worden toegerekend. Geen instantie die ons aan de fouten van gisteren zal herinneren, behalve in de meest algemene termen als de “gebrokenheid van de wereld.” 

Mag men spreken over de castratie van een tekst, wanneer de consequentie ervan uit het bewustzijn wordt geweerd? Wanneer de zekerheid van genade door Christus wordt omgezet in de verzekering dat God achter elke poging staat om geluk na te jagen, is dat niet te betwijfelen. In de uitleg van dergelijke half-citaten wordt God niet meer genoemd. Zonde en schuld zijn verdwenen in de “therapeutische wending” in de theologie. Bevrijding is nog alleen maar verlossing van persoonlijke depressie en verwijdering van obstakels in het najagen van geluk. De therapeut, de voornaamste instantie binnen de seculiere cultuur van de zelfbevrijding van de mens, treedt hier majesteitelijk de kerkelijke theologie binnen. Het hart van het evangelie is het geluk, het goede gevoel over jezelf, het liefste gepaard aan een redelijke graad van welzijn en bevrediging op de werkplek. De seculiere, humanistische stalker van het evangelie weet dat te construeren zonder de lastige verwijzing naar een ontzagwekkende God. 

Daarmee is het Christendom tot een instrument geworden om vrede en geluk te vinden, zonder de noodzaak van berouw en bekering. Dit is net zozeer de boodschap van de vrijzinnige pastor die met het chiffre “God” en andere verheven woorden niet meer uit de voeten kan, als van de charismatische prediker die de Heilige Geest met hoofdletters spelt en zonder gêne praat over een God die hem meedeelt op zondagmorgen “religieuze huisjes te gaan afbreken” (Wilfried Giltjes in de Shelter in Haarlem). Moderne mensen die Kahlil Gibran of andere moderne nazaten van Norman Vincent Peale als bronnen van buitengewone wijsheid aanvaarden, gaat het om hetzelfde. Met Geest of zonder, met het Woord of zonder. Het gaat om zelfrealisatie, een geloof dat me geneest, een bediening waarin het Koninkrijk van God succesvol doorbreekt en aantoonbaar heeft geleid tot invloed op de samenleving. Of het gaat om zelfrealisatie, een geloof dat me kracht geeft, en een gevoel van verantwoordelijkheid voor elk leed in de wereld waaraan ik in ieder geval giraal wil bijdragen. 

Maar in het getuigenis van de Schrift wordt de strijd zichtbaar tussen de mens en een godheid die er bedoelingen en doeleinden op nahoudt die niet stroken met menselijke belangen en die niet kan worden geïdentificeerd met een wijsgerige verzameling hoogste beginselen. Dit is een God die elk beeld, ook het filosofische, tot een afgod proclameert en weigert de eerbied voor die beelden als deel van de dienst aan Hem te aanvaarden. Dit is de God van de executie op Goede Vrijdag, niet de godheid die zondagsrust en meditatie aanbeveelt. Een sterker bewijs dat het menselijke leven uiteindelijk niet in eigen hand is en niet op eigenbelang berust, dan de ondergang van de geliefde Zoon aan het kruis, is welhaast niet denkbaar. De theologie van het kruis is het uiterste verzet tegen elke religie van geluk en voorspoed. 

Het liberale, maar ook het charismatische Christendom heeft de NT-ische openbaring versmald tot haar levens-bevorderende gevolgen. Een sociaal en politiek utilisme kon een draagvlak bieden voor religieuze belevingen die tegelijkertijd in hun waarheidspretentie werden afgewezen. Wie op die weg wil staan, moet een waarschuwing horen vanuit het verleden. Is er niet een Duitse (Lutherse) theologie geweest die met volle inzet kon beweren dat ‘Das Volk’ een ‘Schopfungsordnung’ was? In het Duitse nationalisme van de jaren 30 van de vorig eeuw kon religie worden opgevat als een ondersteunende factor. Een dergelijk utilisme was de calculerende Nazi-staat niet vreemd.  Ondersteunend voor de demonische Hitler-staat wel te verstaan. De gedachte dat keurige Luthers soldaten van amper 20 jaar dienst deden in de doodskampen hoort bij de mysteries van de psychologie en van de geschiedenis.  Ook die toe-eigening van theologische noties als het volk berust op half-citaten maar dan nu van het Oude Testament. De toe-eigening van de Schrift van Israël met de daarbij horende vervangingsleer waarin het joodse volk werd opgeheven leverde daarvoor de context. Willekeur was het gevolg – waarom zijn wel de Tien Geboden van de God die Israël uit Egypte bevrijdde, maar niet het “Hoor, Israël, de Heer onze God is de Ene God” tot de kern van de Christelijke ethiek gemaakt? 

Ik besef met deze aanzet meer vragen op te roepen dan te beantwoorden.Ik wilde misschien alleen maar gezegd – en overdacht – hebben, dat een theologie die gericht is op welzijn en geluk, en zoekt naar het grootst mogelijke draagvlak voor haar geclaimde waarheid, een volledige contradictie vormt met het evangelie. Liberalen en charismatici zouden, met een hogere theologische integriteit, moeten belijden dat zij geen Christenen zijn. 

 

4 gedachten over “Je goed voelen in je geloof

  1. Ik ben wel blij met het stukje. Het is verhelderend.

    Ja, het vormt een contradictie met het evangelie (een theologie die gericht is op welzijn en geluk). Toch is het wel zo dat door het geloof in Hem we ook ontzettend gelukkig zijn. Maar dat benoem je anders dan “welzijn en geluk”, denk ik.

    Hoe zou je het linkje tussen God volgen en “welzijn en geluk” uit kunnen leggen. Hoe zou je Jozua 1: 7 in Nieuw Testaments licht kunnen zetten (theologie van het kruis). Zomaar benieuwd.

    … alleen: wees sterk en moedig, bovenmate, om waakzaam te zijn om te doen naar heel het onderricht dat Mozes, mijn dienaar, jou heeft geboden; wijk niet van hem af, naar rechts of links; opdat je voorspoed zult hebben, overal waar je gaat …

    Die voorspoed, zou je dan daarvan maken: de vrede in Christus?

    1. Dank je wel voor je reactie, Aritha.

      Ik weet niet zeker of wij als christenen altijd “ontzettend gelukkig zijn “als je daarmee het geluksgevoel bedoelt. We zijn zeker gelukkig als een objectieve werkelijkheid – denk maar eens aan de manier waarop psalm 1 opent. “Welgelukzalig” (asjré) betekent inderdaad zoiets als (objectief) “gelukkig”.
      Later in psalm 1 horen we dit: “al wat hij doet, zal goed gelukken.” Dat wil zeggen, als wij niet wandelen in de raad van de goddelozen et cetera, maar dag en nacht het Woord van de Here overdenken en daar vreugde in vinden, en dus lijken op een boom geplant aan waterbeken et cetera, DAN zullen wij slagen in datgene wat we doen – omdat we het doen conform het Woord van God.

      Ik denk dat we ons moeten realiseren dat er in het Oude Testament geen scheiding gemaakt wordt tussen geestelijke en materiële voorspoed. Als we volgens Jozua 1:8 Gods Woord overdenken en overeenkomstig dat woord handelen, zullen onze wegen voorspoedig zijn en zullen we verstandig handelen. Dat moeten we nadrukkelijk niet interpreteren volgens de methode van de Frontrunners, waar succes en maatschappelijke invloed en voorspoed worden voorgesteld als een apart doel van God, overeenkomstig onze eigen ideeën daarover. Het verstandig handelen staat voorop. God geeft in zijn thora ook levenswijsheid, leert ons nederigheid, leert ons op Hem te vertrouwen, zodat we Zijn wil in ons leven kunnen doen. Kortom (met een glimlach) beter een arme theoloog, dan een rijke industrieel.

      Normaal gesproken onder Gods beleid in deze wereld geeft ons geloof ons de middelen om overeind te blijven en “voorspoedig” te zijn. Ik denk dat het Nieuwe Testament dat in het kader plaatst van het komende Koninkrijk, zodat we dan horen: “geef ons heden ons dagelijks brood.” En het belangrijke woord: “wees niet bezorgd over de dag van morgen”, en: “verzamel schatten voor u in de hemel.” Misschien kunnen we dan zo lezen: voorspoedig zijn betekent het verwerven van schatten in de hemel.

      Met hartelijke groet,
      Robbert

      1. Dank je wel Robbert. Ik ben opgegroeid met het woordje welgelukzalig. Dat werd ooit uitgelegd als : O, welk een geluk. Dat bedoelde ik te omschrijven (ontzettend gelukkig). Of ik het nu voel of niet, of nu alles tegen zit zijn we als geredde zondaren in Christus Jezus welgelukzalig. We zijn te feliciteren .

        Jij kan het beter uitleggen denk ik vanuit het Hebreeuws (please?). Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens … Is er misschien in het Nieuwe testament een linkje naar? Bijvoorbeeld ‘Zalig zij, die niet gezien hebben en nochtans geloven (Joh. 20:29).

        Ik dacht net aan geluksgevoel eigenlijke. Stof voor een nieuw draadje 🙂

        1. Mijn vrouw maakt altijd bezwaar als ze in de Telosvertaling leest dat wij “gelukkig” worden geprezen. Als fervente Statenvertaling en HSV lezer wil zij het woord “zalig” niet missen.
          De SV-vertalers wilden in één enkel woord alle nuances van het Hebreeuwse ASJREJ vangen. Rijk, gelukkig, behouden/zalig, het opperste geestelijke geluk en volkomenheid. Iemand die wandelde in de weg van de Heere had het dus “goed”- wel, was gelukkig en had geluk, en dat met een uitzicht op de behoudenis, de zaligheid van de ziel – hier en nu, maar ook in de eeuwigheid.
          WEL-GELUK-ZALIG is dan een prachtige vondst. En daar steekt het emotieve woord “gelukkig” wel heel mager tegen af.

          Het woordje “wel” kan trouwens ook gewoon een hoge mate aanduiden: zeer gelukzalig.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *