De benadering van Keizer – in gesprek met Jan Luiten

Met dank aan de schrijver van deze “vragen en opmerkingen”

Een aantal opmerkingen en vragen.

1. Ontwikkeling christelijk evangelie vanuit Paulus’ brieven in Griekssprekende heidense kerken: Paulus ging toch eerst altijd naar de Joden? En hij was toch zelf op en top een Jood? Zo snel zal er geen eigen christologie ontstaan kunnen zijn.

Paulus ging volgens het NT inderdaad altijd eerst naar de synagoge, naar de “joden” zoals je zegt.. Maar “joden” in de eerste eeuw betekent niet steeds hetzelfde.

Je had Hellenistische joden b.v., die de Griekse cultuur in hoge mate hadden overgenomen, en dan de gebruikelijke categorieën zoals Farizeeën, Sadduceeën, mensen met sympathie voor Essenen, en nog vele andere, meer nationaal bepaalde groepen, zoals Ethiopische joden.

Paulus is zelf een bijzonder geval omdat hij enerzijds tot de Farizese richting behoorde, maar anderzijds in een Hellenistisch milieu was opgegroeid.

Was Paulus “op en top” een jood? We hebben geen norm om dat te bepalen. Volgens de norm van het 2e eeuwse jodendom was Paulus helemaal geen jood in zijn denken en leer. Petrus had bedenkingen, Jacobus eveneens. In de autobiografische notities van Paulus benadrukt hij zijn joodse herkomst, als onderdeel van de legitimatie van zijn evangelie. Maar zijn leer wijkt in heel veel opzichten af van wat in de eerste eeuw door al deze groepen joden als vanzelfsprekend werd gezien. Ik denk dat dat vooral te merken is aan de manier waarop hij de Tenach interpreteerde.

Ik denk dat die andere christologie wel degelijk snel kon ontstaan omdat er literaire voorbeelden waren, die Paulus kon gebruiken. Het schema van het evangelie was trouwens al aan Paulus aangereikt, zoals we kunnen lezen in 1 Kor. 15.

2. Het verhaal van de ster en de drie koningen uit het evangelie van Matteus hoeft niet persé terug te grijpen op Jesaja 60: 1-6. Meestal benoemt Matteus het ook als hij teruggrijpt op de profeten. Ik moet er eerlijk bij zeggen dat de aanhalingen van Matteus uit het oude testament me soms wat ver gezocht lijken.

Niet per se, maar het is wel mogelijk. En inderdaad die citaten lijken niet erg overtuigend te zijn. Ik moet er wel bij zeggen dat ook de rabbijnen de neiging hadden met diezelfde vrijheid het OT te citeren als Mattheus (en Paulus) dat doen. De vraag blijft echter toch of het citaat in zich overtuigend is. Paulus wilde immers vanuit de Tenach aantonen dat Jezus de Christus was.

3. De heidenen herkenden de ware Messias eerder dan de Joden: lijkt me sterk, de eerste christenen waren Joden. Paulus’ boom uit Romeinen 11 laat zien dat vervolgens, als onderdeel van Gods raad, een deel van de Joden (tijdelijk) Jezus niet herkent als de ware Messias.

Het waren juist de heidenen die open stonden voor het idee van een bevrijder/koning die komen zou om een definitief Godsrijk te vestigen. Anders dan in het klassieke model waren joden over het algemeen helemaal niet bezig met een komende messias tot aan het begin van de 2e eeuw na een halve eeuw oorlog en oorlogsdreiging met de Romeinen. Voorzover joden over een messias spraken was het ofwel een gewoon mens, die als aardse koning het vrederijk zou initiëren, ofwel een apocalyptische figuur die als Zoon des Mensen werd aangeduid. In beide gevallen zou de Messias/Zoon des Mensen de vijanden van Israel verslaan en door de hele wereld worden erkend. Die verwachting is in het Christendom nu verschoven naar de tweede komst. En het is die verwachting die Jezus in het geheel niet heeft ingelost. Een joodse benadering zou kunnen zijn dan als de Messias komt om te doen wat van de Messias verwacht kan worden, het dan de tijd is om hem te erkennen. Dat Jezus een “messiaanse” figuur is – tragisch, zeggen sommigen, omdat hij gefaald heeft – kan zonder probleem worden erkend. De joodse kritiek richt zich niet zozeer op Jezus, maar op Paulus.

4. Marcus onkundig van de Palestijnse geografie, architectuur, en vele andere dingen: is me nog nooit opgevallen. Voorbeelden?

Te over. Maar dat gaat te ver voor een eerste antwoord op je opmerkingen. Elk goed commentaar op Markus noteert dat in het voorbijgaan.

5. Goddelijke leringen van het Messiaanse Tijdperk: waar doelt de schrijver op? Gaat dit terug op beschouwingen over de Tora en de Profeten? In ieder geval worden de teksten van de evangelisten en de vertalers hiervan serieus in twijfel getrokken. Welk recht hebben de op het oude testament gebouwde theorieen van voor Christus komst op juistheid?

De schrijver hangt een soort mystieke leer aan, brengt Jezus in verband met vroege gnostiek. Dat neemt niet weg dat hij soms nauwkeurig altertnatieve lezingen van het evangelie in kart weet te brengen = dat is de enige reden dat ik hem lees.

Keizer probeert de oorspronkelijke leer van Jezus te reconstrueren zoals die in de evangelieën gedeeltelijk bewaard is gebleven. Hij gebruikt daarvoor ook het evangelie van Thomas, wat zijn denken over Jezus wel heel bijzonder maakt. Hij laat daarmee de spanning zien die er ongetwijfeld is – heb je die ook bemerkt? – tussen wat Jezus in de evangelieën predikt en wat er over hem wordt gezegd in de brieven van Paulus. Jezus predikt de komst van het koninkrijk der hemelen, Paulus predikt dat de dood van Jezus het zondoffer voor de mensheid is. In de klassieke christelijke theologie is er een echte tour de force nodig om dat met elkaar te verzoenen.

Ook zijn grote delen van het evangelie – met name Mattheus en Johannes – volgens Keizer eerder een uiting van theologische uitwerking na de dood van Jezus, dan een weergave van Jezus’ oorspronkelijke leer.

Wanneer joodse leringen gebaseerd zijn op de Torah en de Tenach als geheel, behoren ze bij de doorgaande openbaring van God aan Israel. Ik accepteer in beginsel dat ook de mondelinge leer in het jodendom deel van Gods openbaring is. Uiteraard blijft de geschreven Torah het uiteindelijke criterium.

Robbert, is jouw probleem niet dat de Joodse en de heidense in de loop der eeuwen opgebouwde theologische bouwwerken met elkaar botsen? Zou dan niet wederzijds het kaf van het koren in deze bouwwerken (op integere wijze) gescheiden moeten worden?

Precies, en dat is de reden dat ik me o.a. wend tot werken zoals die van Keizer, om te ontdekken wat er wellicht “achter” de tekst schuilgaat. Mij gaat het om de waarde van het theologische bouwwerk van het Christendom. Het is voor mij vanzelfsprekend dat het “joodse” bouwwerk in beginsel waar is, omdat en in zoverre het op Gods openbaring in Tenach is gebaseerd. De mogelijkheid dat de Christelijke leer vanaf het begin is doortrokken van Grieke religieuze ideen, dat het vervalsingen bevat van de ware zin van de Tenach en de Torah en door anti-judaïsme bepaald is, en dat het alleen om die reden zich zo heeft kunnen ontwikkelen in de eerste eeuwen van onze geschiedenis, en dat dit anti-judaïsme zich tot anti-semitisme heeft kunnen ontwikkelen en daarmee tot de Holocaust, geeft mij op dit moment buikpijn en slapeloze nachten.

Met vriendelijke groet,

Robbert

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.