Zou preken vergeleken kunnen worden met het uitvoeren van klassieke muziek?

Hier ligt de Bijbel open en hebben we onze partituur. Onze kennis van de taal, de begrippen, de loop van het verhaal is de expertise die we al hebben opgebouwd door naar preken te luisteren, door ze zelf te maken en uit te spreken. Onze stem, de woorden die we kiezen en de context van onze liturgie is ons instrument, daarmee brengen we onze partituur tot klinken. Dezelfde tekst die anderen genomen hebben als hun partituur wordt nu door ons gebruik van onze instrumenten tot een nieuwe verklanking van hetzelfde – anders dan anderen en toch vertrouwd, omdat de tekst steeds dezelfde was. We hebben een bepaalde stijl, een bepaalde traditie waarin we staan, een verwachting over ons publiek en net als bij een heuse muziekuitvoering hebben we een zaal, waarvan de akoestische kenmerken ook van invloed zijn op de manier waarop we een verhaal vertellen en een boodschap overbrengen.

Er is nog een overeenkomst: een musicus, of hij nou een instrument bespeelt of als dirigent een heel orkest mag aanvoeren, moet een poging doen om trouw te zijn aan de partituur en daarmee aan de componist. Dat lukt niet altijd en eigenlijk lukt dat niemand. Zelfs de componist zelf brengt het maar tot ‘een’ uitvoering van zijn eigen werk. We vermoeden dat dat wel zijn intenties tot uitdrukking brengt, maar ook die uitvoering is niet de definitieve. Er zijn vee interpretaties mogelijk, maar het moeten wel herkenbaar interpretaties blijven. Men kan niet zomaar noten toevoegen, men kan ze hooguit accentueren; men kan het tempo van de vertelling niet onderbreken met eigen invallen, men kan hooguit versnellen of vertragen. Men kan met een noodvaart de vertelling samenvatten om tot de boodschap te komen zodat gevoelens en handelingen worden benoemd, maar niet getoond. Of men kan het verhaal zo vertragen dat de toehoorder elke stap kan volgen en elk gevoel kan voelen dat verteld wordt. Elk gevoel van de acteurs in het verhaal, elk wending in de gebeurtenissen, elke handeling die het verhaal verder brengt worden dan apart geaccentueerd. Maar het zijn dezelfde noten, het is dezelfde vertelling.

Nu is er één goede reden waarom de analogie met de muzikale uitvoering niet helemaal opgaat en dat ligt in wat ik net genoemd heb de versnelling of vertraging van de vertelling. Want er zijn in elke preek rustmomenten nodig waarin de verkondiger, dienaar van het Woord, ook zelf het woord moet nemen om de brug te slaan tussen de tekst en de toehoorder. Je onderbreekt het concert nooit om toelichting te geven over je wijze van spelen. De prediker moet dat nu juist wel doen, om zo de waardigheid van zijn tekst, zijn partituur, te kunnen waarborgen. Meestal is dat aan het begin – om duidelijk te maken in welke context van de ervaring de tekst of het verhaal geplaatst moet worden, een aanwijzing voor de hoorder – in het midden, als er een wending is van de ene gedachte naar de andere, van de introductie van het thema naar de ontknoping bij voorbeeld – en aan het eind, als duidelijk gemaakt moet worden wat de toehoorder van de boodschap in ieder geval mee naar huis moet nemen. Daar komt dan de troost, de bemoediging, de vermaning, het belangrijke onderricht, de oproep tot handelen of de weerlegging op de voorgrond te staan, zoals in de muziek het deceptieve slotakkoord, de finale grande of het fluisterend einde dat eigenlijk alleen maar het geheel van de compositie door subtiele klanken wil oproepen. Als een samenvatting van wat gecommuniceerd moest worden.

Maar er is nog een goede reden om ook over het verschil te spreken. De preek wil de boodschap communiceren zonder af te leiden met schoonheid. Niet dat een preek niet ook mooi en aangenaam zou mogen klinken. Niet dat de illustratie en de omschrijvingen niet aangenaam mogen zijn voor de oren. Maar dat alles mag niet afleiden van de hoofdzaak en dat is verstaanbaar te zijn. De preek communiceert naar het verstand toe om van daaruit naar het gevoel toe te gaan, zonder het verstand te verlaten. Extase is niet het doel, maar een storing in de communicatie. Dat ligt anders bij muziek die het verstand probeert over te slaan om rechtstreeks het hart aan te spreken. Dat gaat niet helemaal, omdat muzikale vormen ook begrepen moeten worden om effectief te zijn in hun taak het hart aan te spreken. Daartoe behoort ook kennis van het genre, ervaringen in het verleden van het aanhoren van muziek, en het kan zeker ook helpen dat iemand een actieve muziekbeoefenaar is om muziek te kunnen appreciëren. Dat is alles niet natuurlijk gegeven, maar wordt aangeleerd en ingeoefend. Maar die directheid is wel eigen aan muziek en terwijl ze bij een communicatie in woorden niet gepast zou zijn.

Liked it? Take a second to support Robbert Veen on Patreon!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zou preken vergeleken kunnen worden met het uitvoeren van klassieke muziek?

Hier ligt de Bijbel open en hebben we onze partituur. Onze kennis van de taal, de begrippen, de loop van het verhaal is de expertise die we al hebben opgebouwd door naar preken te luisteren, door ze zelf te maken en uit te spreken. Onze stem, de woorden die we kiezen en de context van onze liturgie is ons instrument, daarmee brengen we onze partituur tot klinken. Dezelfde tekst die anderen genomen hebben als hun partituur wordt nu door ons gebruik van onze instrumenten tot een nieuwe verklanking van hetzelfde – anders dan anderen en toch vertrouwd, omdat de tekst steeds dezelfde was. We hebben een bepaalde stijl, een bepaalde traditie waarin we staan, een verwachting over ons publiek en net als bij een heuse muziekuitvoering hebben we een zaal, waarvan de akoestische kenmerken ook van invloed zijn op de manier waarop we een verhaal vertellen en een boodschap overbrengen. “Zou preken vergeleken kunnen worden met het uitvoeren van klassieke muziek?” verder lezen

Liked it? Take a second to support Robbert Veen on Patreon!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *