De overspelige vrouw en Jeremia

Job Borg vroeg:

Ik heb uw college op you tube (over o.a.de overspelige vrouw) volledig bekeken. Interessante video! Deze tekst uit Johannes zou volgens u niet in de oorspronkelijke versie van het NT voorkomen.

-Pint u zich nu niet erg vast op de kopieen uit de 2e eeuw?

-wat doet u met de duidelijke verwijzing in dezeJohannes-tekst naar Jeremia? Nieuwe testament legt hier toch een mooie link naar het Oude Testament?

vr.gr. Job Borg

Mijn antwoord was:

Bruce Metzger zei over deze “pericope adulterae”: “het bewijs voor een herkomst van deze perikoop van de overspelige vrouw buiten Johannes is overweldigend.”
De passage wordt in de belangrijkste handschriften weggelaten, inderdaad vooral in die van het Alexandrijnse teksttype. Maar van de zogenaamde westerse manuscripten heeft alleen codex D (een 9e eeuwse copie van de Claromontanus uit de 6e eeuw) deze passage. Het komt eigenlijk alleen voor in teksten van het Byzantijnse teksttype – en dat is in mijn ogen inderdaad een secundaire tekstgetuige. Ik lees de Byzantijnse tekst als een soort “commentaar” op de tekst, die ik vooral terugvind in de tekstgetuigen van het Alexandrijnse type en de vroege mss.
(Jammer dat de briljante Statenvertalers met een dergelijke slechte tekst (de Textus Receptus) moesten werken.)
Het ligt echter genuanceerder als we naar het interne bewijs kijken.
  • Zo valt de passage keurig in de context.
  • Er zit inderdaad een verwijzing in naar Jesaja 9:1, 2. (De verwijzing naar Jeremia heb ik niet gezien.)
  • Jezus heeft zichzelf beschreven als het licht van de wereld, en nu komt deze vrouw als het ware in dat licht te staan.
Maar er zijn ook argumenten tegen de authenticiteit van de passage.
  • Zo kun je de tekst weglaten zonder dat de voortgang van het evangelie wordt verstoord.
  • En misschien het belangrijkste: de stijl van de passage klopt niet met de rest van het evangelie, in woordkeus maar ook niet met de grammatica. Dat is bijvoorbeeld nog door Wallace betoogd in 1993.
  • De voortgang van de dagen is juist niet helemaal logisch te noemen.
Toch is de tekst heeft vele opzichten en briljante toevoeging, zodat ik het nodig vond om er toch commentaar op te geven in mijn boek over het evangelie naar Johannes. Het enige dat mij stoort is wat we lezen in 8:11, namelijk dat Jezus niet zegt: “ook ik veroordeel u niet, ga, en wees verzekerd van Gods vergeving”, of: “uw zonden zijn u vergeven”, maar veeleer een moralistische uitspraak doet, namelijk: “zondig niet meer”. Ik heb het gevoel dat dat niet helemaal klopt met de strekking van dit evangelie, dat wil laten zien dat alleen het geloof in Jezus als de Zoon van God vergeving van zonden kan schenken.
Mag ik jouw vraag en dit antwoord op de site plaatsen? Ik zou het leuk vinden als ook anderen bij onze kleine discussie betrokken konden raken.
De verwijzing naar Jeremia – die ik niet zag – is zoals Job aangaf te vinden in  Jeremia 17:13, waar we lezen
“13 HEERE, Hoop van Israël,
allen die U verlaten, zullen beschaamd worden.
Wie zich van mij afkeren, zullen in de aarde worden geschreven,
want zij hebben de bron van het levende water, de HEERE, verlaten.”
Dat vind ik wel een mooie vondst, al blijf ik met de vraag zitten hoe we dat hier moeten toepassen.
Mooi toch, zo’n kleine discussie? Ik heb er wat van geleerd!
Daarom:
Liked it? Take a second to support Robbert Veen on Patreon!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *