“Jezus wil in je hartje wonen…”

Er is een typische protestantse vroomheid waarin wordt benadrukt dat de gelovige een persoonlijke relatie met Jezus heeft. Het maakt daarbij wel verschil of we dat zeggen vanuit de piëtistische benadering van het begin van de 17e eeuw (Von Zinzendorf), of vanuit de methodistische benadering vanuit de Engelstalige kerken. (Met name John Wesley.)

 
Het piëtisme leerde dat we ons in een relatie met Jezus moeten begeven. De kerkelijke leer omtrent Jezus moet persoonlijk worden toegeëigend. Jezus moet binnenkomen in ons hart; Zijn lijden en dood en opstanding worden pas echt geloofd als we het op een persoonlijke wijze ervaren. Hij stierf voor mij aan het kruis; Hij heeft mij liefgehad. We beleven een innige relatie met Jezus.
 
De methodistische vroomheid spreekt een iets andere taal. Hier wordt vooral benadrukt dat wij een beslissing moeten nemen om Jezus in ons leven binnen te laten. We moeten Hem aannemen in een keuze voor Hem zodat Hij over ons leven de ultieme zeggenschap krijgt. Hij wordt mijn Heer en Heiland.
 
Bij de piëtisten krijgen we een relatie met Jezus door middel van onze gevoelens; bij de methodisten krijgen we een relatie met Jezus door ons verstand en onze beslissing. Het wilsleven is van groter belang dan het gevoelsleven dat ook altijd passief blijft. Maar het resultaat van beide benaderingen is dat Jezus iemand is met wie we persoonlijk omgaan. De volheid van het geloof is een relatie met Jezus.
 
Is dat nu het vervangen van God door Jezus? Krijgt Jezus ten onrechte de rol van God aangemeten zodat hij nu in plaats van God wordt aangeroepen als de redder en de genezer enzovoorts?
 
Ik hoorde een anglicaanse dominee deze knoop doorhakken: “ik ben een christen en mijn god heet Jezus.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *