Je krijgt wat je zegt – doordat je het zegt? – het heidendom van De Wal

Je krijgt wat je zegt – doordat je het zegt?

In het nieuwe heidendom dat charismatische beweging heet, is ook de magie van het scheppende woord doorgedrongen. Natuurlijk wil men geen afstand doen van het christendom, althans niet openlijk. En daarom gaat dit moderne heidendom, deze magische manier van denken, zich op de Bijbel beroepen. En precies daar valt dit heidendom door de mand.

De Wal zegt dat het Griekse woord homolegeo alleen betekenen kan: “hetzelfde zeggen.” Elke oproep om te belijden betekent dus hetzelfde zeggen als God zegt.

Wat betekent nu “belijden”, d.w.z. homolegeo?

Lees maar eens Mattheus 7:23
“Dan zal ik openlijk tot hen zeggen”. Hier is het openlijk zeggen.

Of: Mattheus 10:32
“Ieder dan die Mij zal belijden voor de mensen et cetera”. Belijden is hier het tegendeel van verloochenen.

Of: Mattheus 14:7
“daarom beloofde hij met een eed haar te geven et cetera”. Hier is het beloven.

Of: Johannes 1:20
“En hij beleed en loochende het niet”. Hier betekent het de waarheid spreken. Dus desnoods “hetzelfde zeggen als de waarheid.”

Of: Johannes 9:22
“als iemand Hem als Christus beleed et cetera”. Hier betekent het uitspreken dat Jezus de Christus is, dat wil zeggen in het openbaar. Zoiets als voor je geloof uitkomen.

En daarmee is te vergelijken wat Paulus zegt in Romeinen 10:9
“als u met uw mond Jezus als Heer zult belijden et cetera”. Dat wil zeggen in je hart of eventueel hard op, uitspreken dat Jezus de Here is. Dat wil zeggen uiting geven aan het geloof dat je hebt in Hem.

Dat het met het correcte geloof te maken heeft, blijkt ook uit 2 Joh. 7
“verleiders…die niet Jezus Christus als in het vlees gekomen belijden et cetera”. Hier betekent belijden de waarheid over Christus aanvaarden.

Nog een laatste voorbeeld. 1 Timotheus 6:12
“waartoe je […] de goede belijdenis hebt afgelegd voor vele getuigen.” Letterlijk staat hier: de goede belijdenis hebt beleden. Hier verwijst het naar een liturgisch moment, het belijdenis afleggen in de gemeente.

Al deze verschillende betekenissen, openlijk zeggen, bevestigen, beloven, de waarheid spreken, voor je geloof uitkomen, instemmen met de waarheid van het christendom dat Jezus de Here is, de waarheid over Christus aanvaarden, en het belijdenis afleggen, zijn betekenissen van het Griekse woord homolegeo. Alleen iemand met een zeer oppervlakkige kennis van het Grieks zal kijken naar de etymologie van het woord. Homo – hetzelfde – legeo – spreken. Dat is niet de betekenis van het woord, maar een reconstructie van de samenstellende delen van het woord.

Een oproep om te belijden betekent helemaal niet per se “hetzelfde zeggen” als God zegt. Dat is de eerste fundamentele fout in de tekst van De Wal.

Dat wordt nog erger als het inhoudt, dat belijden dan kan betekenen dat we zeggen: “wij zijn beschermd en geen plaag zal onze tent naderen.” Dat is inderdaad een tekst van de Bijbel nazeggen. (En dat eigenlijk ook niet, want er staat niet “wij”, er staat “ik” en bij Psalm 91 is het van belang om te weten wie deze ik-figuur eigenlijk is. Wie “wij” zegt, zegt dus helemaal niet wat God zegt.) Maar dat is helemaal niet hetzelfde als de betekenis van het woord belijden zoals Paulus het gebruikt in Romeinen 10, want dat was uitspreken dat Jezus de Here is. Dat had dus te maken met de inhoud van ons geloof.

Maar het kan nog erger. Kijk maar eens naar het woord zaligheid, zoals De Wal het uit Romeinen 10 haalt. Het gaat om het tweede deel van vers 10: “met de mond belijdt men tot behoudenis. Behoudenis, orakelt De Wal, “zaligheid” gebruikt hij, betekent ook beschermen, genezen, vrij zetten. Het woord dat daar gebruikt wordt is sootèria. Wat betekent dat woord dan in de Schrift?

In Lucas 1:71, betekent het de verlossing van onze vijanden.
In Lucas 1:77 gaat het over een kennis van de behouden s die verder reikt dan dat, die namelijk ligt in de vergeving van zonden.
In Johannes 4:22 wordt gezegd dat de behouden s uit de “Joden” is. (Judaeers als pars pro toto voor Israël.) Dat is ongetwijfeld de vergeving van de zonde die in het evangelie van Christus worden aangekondigd.
Ook in Handelingen 4:12 is er geen andere behoudenis, dat wil zeggen verlossing van de zonde, dan in Jezus.
In Romeinen 1:16 is het de kracht van God die tot behoudenis, tot verlossing van de zonde leidt.
In Romeinen 10 zegt Paulus dat het de wens van zijn hart is dat zijn volksgenoten “behouden worden.” Dat betekent dat ze door de aanvaarding van Jezus als de Christus bevrijd worden van hun zonden. Het betekent toch niet dat Paulus wil dat zijn volksgenoten genezen van hun kwalen? Of bevrijd worden van de Romeinen? Hoe is dat denkbaar, dat Paulus midden in een verhandeling over het probleem van de zonde plotseling gaat praten over behoudenis als lichamelijk welzijn? (Terwijl hij aardig wat ziekte en lichamelijk ongemak heeft meegemaakt.)

En zo zou ik door kunnen gaan. Het doel van het geloof, dat wil zeggen van het evangelie dat geloofd wordt, is de behoudenis van de zielen zegt Petrus in 1 Pe. 1:9. Als het woord behoudenis al de betekenis zou hebben van bescherming en genezing en vrijmaking, dan is dat volledig ondergeschikt aan de redding van de zonde. Maar de kern van het begrip is wat Lucas 1:77 zegt: de redding van hun zielen, door de redding van het oordeel.

Nu kun je goed zien wat De Wal gedaan heeft.

Dit is wat Paulus zegt:

met de mond belijdt men tot behoudenis

En nu gaat De Wal substitueren. Hij neemt een zeer onwaarschijnlijke of hooguit etymologische bijbetekenis van het woord belijden. Hij grijpt terug op een reconstructie van de oorsprong van het woord. “Hetzelfde zeggen.” Dan krijg je de eerste substitutie:

Met de mond zeggen wij hetzelfde als God zegt tot behoudenis.

Dan komt de tweede substitutie. Behoudenis wordt nu bescherming, genezing.

Met de mond zeggen wij hetzelfde als God zegt tot bescherming en genezing.

Nu is de betekenis van dit vers bij Paulus geheel en al veranderd. Want dit laatste zinnetje is niet van Paulus maar van De Wal. Nog een laatste substitutie van het woord “mond”, naar “hardop” en “tot” nemen in de betekenis van: “bewerken” en dan krijg je dit:

Als wij hardop zeggen wat in de Bijbel staat, dan bewerkt dat onze bescherming en genezing.

Zo wordt de strekking van een Bijbeltekst uit zijn context gehaald, van verkeerde betekenissen voorzien, en worden mensen misleid door de suggestie dat De Wal weet waar hij over spreekt. Hij kent immers Grieks?

Nee, De Wal kent helemaal geen Grieks. Daar heeft hij ook niet voor gestudeerd.

En dan trekt hij de conclusie: als je zegt dat het virus jou niet zal raken, dan zal het virus jou niet raken, doordat jij het zegt. Dat spreken is de oorzaak van je bescherming. En dat wil hij ondersteunen met nog een citaat. Uit Marcus 11: 23, “wie…niet twijfelt in zijn hart, maar geloof dat wat hij spreekt gebeurt, het zal hem gebeuren.”

Om te beginnen maar even heel praktisch. Dus als je zegt over iemand die net overleden is, sta op uit de doden! dan krijg je wat je zegt? En als je tegen een berg zegt – dat is het voorbeeld dat Jezus gebruikt –’wordt opgeheven en in de zee geworpen’, dan zal de Mount Everest in de Atlantische Oceaan storten? Het is te zot voor woorden, en dat alleen al op grond van ons gezonde verstand.

Heeft De Wal wel eens gehoord van een hyperbool? Dat is een manier van spreken die wordt gebruikt om een geestelijk principe te onderwijzen. Rabbijnen die een bijzonder vermogen hadden om moeilijke problemen op te lossen, werden trouwens ook wel eens aangeduid als bewegers van bergen.

Wat is de strekking van deze passage in Marcus?

Wanneer wij worden geconfronteerd door een overweldigend probleem, dat geen duidelijke menselijke oplossing kent, dan zal ons gebed worden verhoord.

Daaraan is wel een voorwaarde verbonden. “Als we niet twijfelen in ons hart maar geloven dat wat we zeggen ook gebeuren zal.”.De Wal past dat toe op ons geloof. Als we niet twijfelen aan ons geloof, en niet twijfelen aan wat er zal gebeuren. Daarmee wordt aan het geloof op zichzelf een macht toegeschreven. En de gardatie van die macht wordt bepaald door het gevoel van zekerheid. 

Maar geloof heeft geen macht, het is hooguit de toegang tot de macht van God. Wanneer wij twijfelen aan het karakter van God en aan Zijn macht, dan is ons gebed zonder waarde. Hoe zou je iets kunnen vragen als je bij voorbaat weet of betwijfelt dat God het niet doen kan of niet doen zal? En dat is geen slechte zaak op zich. Kun je bidden voor de plotselinge dood van een collega op je werk? Zo’n gebed moet in je keel worden gesmoord.

We moeten het vergelijken met wat Jacobus schrijft in Jac. 1:6-8. “Laat hij echter vragen” – om wijsheid – “in geloof, geheel zonder te twijfelen.” Maar wat wordt hier bedoeld met twijfel? Niet de twijfel of God het gebed zal kunnen (ver-)horen, maar de twijfel over wat wij vragen. “Want wie twijfelt, is gelijk aan een golf van de zee, die door de wind voortgedreven en opgejaagd wordt. Want laat die mens niet menen dat hij iets van de Heer zal ontvangen; hij is een wankelmoedig man, onberekenbaar in al zijn wegen.” Het gaat dus in Marcus 11 om twijfel aan Gods karakter en macht. Het gaat in Jacobus 1 om een innerlijk verdeeld zijn over datgene waarom je vraagt. In wezen dus een twijfelen in en aan jezelf. Die beide vormen van onzekerheid maken het gebed nietig. Dan mag je later niet zeggen dat God ten onrechte je gebed niet heeft verhoord. Je hebt dan eigenlijk niet werkelijk in Zijn Naam gebeden, zou ik zeggen.

Waar het dus niet om gaat is een gebrek aan een bepaalde mate van zekerheid, waardoor ons gebed niet zal worden verhoord. Wat De Wal ons wil voorspiegelen, dat is dat wij met onze woorden alles kunnen laten gebeuren, terwijl wanneer dat niet gebeurt dat de schuld is van het gebrek aan zekerheid dat we daarbij hebben.

Is het niet volstrekt duidelijk dat de tekst van Marcus 11 een dergelijke onzin helemaal niet verkondigt?

Ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die deze tekst lezen, en dan aangenaam verrast zijn over de kennis van De Wal. Wat legt hij de Bijbel toch nauwkeurig uit! Wat heeft deze man toch veel kennis van het Grieks! Dit heb ik van mijn predikant nog nooit gehoord! Tjonge, ik krijg wat ik spreek!

Maar De Wal kent helemaal geen Grieks. Hij begrijpt ook niet hoe hij de Bijbel moet uitleggen. Hij grijpt terug op de losse citaatje’s die door de hele charismatische beweging heen zoemen, vooral in de zogenaamde Word of Faith beweging. En achter die beweging staat de gestalte van het anti -christelijke heidendom. De duistere wereld van tovenaars en magiërs. Een dergelijke paganisme wordt dan opgeleukt met uit hun verband gerukte en verkeerd uitgelegde losse teksten. Daarmee wordt de indruk gewekt dat we hier met een radicale vorm van christelijk geloof te maken hebben.

Maar het is heidendom in vermomming.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *