De verwarring over de stem van God – een exegetische blunder van Tom de Wal

Overal in deze wereld heeft het coronavirus christenen doen denken aan Psalm 91. Ik heb elders al gesproken over de onterechte toepassing van deze psalm op ons. Het idee echter dat alle gelovigen zich deze psalm mogen toe-eigenen komt in alle kringen voor. Ook in hervormde en gereformeerde kring dus. Maar zo bont als De Wal het gemaakt heeft – ongetwijfeld in navolging van mensen als Joseph Prince en en Johnson, heb ik het in Nederland nog niet gezien.

Ook Psalm 91:11 wordt door hem als een rechtstreekse belofte aan de gelovigen van nu opgevat. Laten we om te beginnen dan maar vaststellen, dat de Satan hier een betere exegeet is dan De Wal. Wanneer de Satan Jezus op de dakrand van de tempel voert en tegen Hem zegt: “Als U Gods Zoon bent, werp Uzelf dan van hier naar beneden”, weet hij feilloos Psalm 91 te citeren. “Want er staat geschreven: ‘Zijn engelen zal Hij bevel geven aangaande u om u te bewaren et cetera'” De belofte van Psalm 91 geldt rechtstreeks, en in de eerste plaats de Koning van Israël. Maar ze heeft ook de profetische strekking, dat ze van toepassing is op de ware Koning van Israël, d.i. Jezus Christus.

Natuurlijk is er ook een algemene toepassing van Psalm 91, omdat wij het gedrag en de houding van de Koning mogen navolgen. Dan hebben we houvast aan Gods algemene bedoeling. Maar we hebben geen recht om te claimen dat de absolute belofte die in de psalm uitgedrukt wordt, voor ons altijd en rechtstreeks waar is. Dit is een belangrijk punt in de exegese. Verschil te maken tussen de rechtstreekse, de profetische en de indirecte betekenis van een tekst.

Maar vervolgens moeten we vaststellen, dat de Heer Jezus nadrukkelijk deze absolute toepassing – namelijk dat God Hem ook zou beschermen wanneer Hij Zichzelf van de dakrand van de tempel af zou gooien – van de hand wijst met de woorden, “U zult de Here, uw God, niet verzoeken.” Hij wenst geen gebruik te maken van de toegezegde bescherming. Natuurlijk weet Jezus dat deze belofte voor Hem onvoorwaardelijk waar is. Maar Hij laat ons zien, dat het niet de bedoeling is om bij God af te dwingen dat Hij die belofte daadwerkelijk houdt. De belofte is geen contract, dat aan onze kant een recht geeft op de vervulling ervan. De belofte drukt, en voorzover het ons betreft op een hele algemene wijze, alleen maar uit wat Gods intenties zijn. Als de Heer Jezus niet gaat “staan” op Gods beloften, dan is het zeker voor ons ongepast om dat te doen. Laten we dan liever met Hem zeggen, dat wij de Here onze God niet moeten verzoeken.

Na deze lange inleiding over psalm 91 gaat het mij om de verwerking daarvan door De Wal. Psalm 91:11 wordt door hen in een absolute zin toegepast op ons. Maar dan komt deze merkwaardige wending. Terwijl de tekst Gods beloften weergeeft, dat Hij Zijn engelen bevel zal geven, voegt De Wal nog een nieuwe gedachte in. Namelijk dat deze engelen dat bevel van God pas zullen uitvoeren als ze daartoe Gods Woord horen. Houdt dat even vast. Gods Woord horen. Dat is dus het bevel dat God in de tijd aan de engelen geeft.

En dan komt De Wal weer met zijn bekende exegetische truc. (Een algemene charismatische blunder.) Nu gaan we de actieve stem van God in de tijd vervangen, door de woorden van het geschreven Woord van God. Wanneer wij die woorden uitspreken, zegt De Wal, dan horen de engelen Gods Woord in onze stem. Laat dat even bezinken. Als wij de woorden van de Schrift hardop uitspreken, dan horen de engelen het Woord van God. En dat Woord van God is een bevel om in actie te komen. Zo bevelen wij de engelen.

Als ondersteuning geeft hij Psalm 103:20. De Herziene Statenvertaling zegt daar: “Zijn engelen […] gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt.” De NBG van 1951 vertaalde daar iets letterlijker “luisterend naar de klank van Zijn woord.” Dat betekent juist dat de engelen alleen in actie komen als ze horen dat het Gods stem is die hier spreekt. Ze luisteren dus juist niet alleen naar de woorden, ongeacht wie het zegt, maar ze luisteren of het waarachtig Gods stem is die deze woorden uitspreekt.

Dat is exact het tegendeel van wat De Wal ervan maakt. Alsof hij een conclusie trekt zegt hij: “Engelen komen dus (?) in actie zodra ze het Woord van God horen.” Maar dat horen gaat in Psalm 103 gepaard met de herkenning van Gods stem. Niet welke stem dan ook. En wat ze horen is een bevel, niet een algemene uitspraak over die bevelen zoals dat in Psalm 91 staat. En dan zegt De Wal, alsof er nu nog een voorwaarde verbonden is aan Gods belofte: “Als jij Gods Woord niet uitspreekt, kunnen Gods engelen niks doen voor jou.” Dat is het resultaat van deze dubbele exegetische vergissing.

(1) we substitueren de woorden van de Schrift voor het bevel dat God “mondeling” geeft.
(2) we substitueren de klanken van ons naspreken van de woorden van God voor de klank van Gods stem die de engelen horen wanneer Hij beveelt

Ziet u hoe dit werkt?

En om deze reden gaat het theologisch ook geheel en al mis. Gods gebod aan de engelen tot bescherming van Zijn Gezalfde, is zonder uitzonderingen. Het geldt absoluut en zonder uitzondering de koning van Israël en langs profetische weg de Messias Jezus. (Tijdens Zijn leven is Hij beschermd geweest, tot aan het kruis.) Dat weet zelfs de Satan. Maar op die belofte mag je geen beroep doen zoals de Satan nu juist in Lucas 4 suggereert. Jezus kiest ervoor – en wij zouden Hem moeten navolgen – om God niet te verzoeken. Niet “op Zijn belofte te gaan staan.”

En daarom is het volstrekte onzin, dat onze woorden een “ontzettend grote kracht” zouden hebben en dat wij daarom “een enorme verantwoordelijkheid” zouden dragen in onze mond.

Elke waardevolle theologie begint met het nauwkeurige lezen en uitleggen van de Schrift. In zijn brochure over de 7 sleutels van bescherming, demonstreert De Wal voortdurend dat hij daartoe niet in staat is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *