In een wereld voorbij de waarheid verkoopt Martin Koornstra lekkere jam

Dit is een citaat van de Britse filosofe Susan Haack, hoogleraar in Oxford, die zich vooral heeft beziggehouden met allerlei vragen over het zogenaamde postmodernisme.

What is meant when it’s said that we are now “post-truth”? According to the Oxford English Dictionary, the phrase denotes “circumstances in which objective facts are less influential in shaping political debate or public opinion than appeals to emotion and personal belief.” It gives several examples, among them the earliest: “We, as a free people, have freely decided that we want to live in some post-truth world” (1992); and, later, “in the post-truth era we don’t just have truth and lies, but a third category of ambiguous statements that are not exactly the truth but fall short of a lie” (2004); “Social media … has [sic] become a posttruth nether world in which readers willingly participate in their own deception because it feels good” (2016).” (THEORIA, 2019, 85, 258–275)

Sinds 2016 is de Engelse term “post-truth” populair geworden. We leven niet meer in een tijdperk van de enige waarheid, we leven niet meer in de tijd van de vele, conflicterende waarheden, maar we leven ook niet meer in de tijd van de persoonlijke waarheid. Wat betekent het nu voor theologie en kerk, dat we leven in een wereld die “voorbij alle waarheid” gegaan is?

Om te beginnen, wat betekent “voorbij de waarheid”? Het is in ieder geval een afscheid van objectieve feiten. Die doen er niet meer toe.

Gisteren zag ik een documentaire over Hilary Clinton. Een paar dagen voor de verkiezingen van 2016 bracht de directeur van de FBI het bericht uit, dat er nog eens zou worden gekeken naar de omstandigheden van het zogenaamde lekken van diplomatieke e-mails door Clinton. Alle aandacht werd ineens afgeleid van de schandalen rondom Donald Trump en elke nieuwsuitzending stond in het teken van dit hernieuwde onderzoek. Drie dagen voor de verkiezingen zei FBI directeur James Comey dat er geen reden was om af te wijken van een eerder oordeel, enkele jaren daarvoor, dat Hilary Clinton geen verwijten konden worden gemaakt.

Maar dat maakte niet meer uit. De beschuldiging werd onthouden en door de tegenstanders van Clinton breed uitgemeten. Dat die beschuldiging niet op objectieve feiten berust had, was niet belangrijk. De objectieve feiten deden er niet toe. Clinton verloor de verkiezingen. (Niet alleen daardoor natuurlijk, maar ook doordat de campagne van Trump nog eens uitgebreid een reeks van beschuldigingen tegen Bill Clinton in het nieuws wist te brengen. Ook niet gebaseerd op objectieve feiten.)

Op welke manier vormen mensen tegenwoordig hun meningen? Wat is de waarde die ze aan hun meningen toekennen? Het is het beste te vergelijken met het aankoopgedrag in een supermarkt. Tussen zes kleurige potten jam, staat jouw favoriete merk. Dat deze jam het lekkerste smaakt is jouw mening, jouw smaak. Je wijkt daar nooit meer van af. Alleen deze jam smaakt jou goed. Er is ook geen reden om aan te nemen dat jouw keuze minder waard is dan de keuze van een ander, die een ander favoriet merk heeft. Of er een objectieve reden is dat jij aan deze de voorkeur geeft, is niet van belang. Jouw mening telt, want die motiveert jouw aankoop en die ligt in jouw macht alleen. Zo gaat het ook met verkiezingen. Jij mag je mening geven onafhankelijk van de mate, waarin jij je mening gevormd hebt met behulp van de objectieve feiten.

Deze onaantastbare status van een mening is geen probleem in de supermarkt – behalve dan voor reclamemakers. In de context van de verkiezingen zal het getolereerd moeten worden, omdat wij stemmen alleen tellen en niet wegen. Maar is dit dan het model voor alle waarheid?

In een wereld voorbij de waarheid, zijn persoonlijke meningen en emoties belangrijker dan waarnemingen of inzichten in objectieve feiten. We leven in de grijze wereld van dubbelzinnige uitspraken. Uitspraken die niet helemaal waar zijn maar ook niet aperte leugens zijn. Dat is onze postmoderne conditie.

Neem nu eens de claim van Martin Koornstra dat meneer X of mevrouw Y door zijn genezingsbediening niet alleen genezen maar ook bekeerd zijn. Geeft hij dan de objectieve feiten? Meneer X heeft zelf gezegd, dat zijn artsen de diagnose van, ik noem maar wat, een beschadiging in het zenuwstelsel heeft gesteld. Er is geen wetenschappelijk onderbouwde procedure bekend, die die kwaal kan genezen. Zegt meneer X. Dan vertelt Martin Koornstra dat er voor deze man is gebeden, dat hem de handen zijn opgelegd, en dat de man opstond uit zijn rolstoel en zomaar zes passen heeft gelopen. Halleluja! En hij liet zich meteen daarna dopen. 

De objectieve feiten van deze wonderbare genezing blijken nu minder interessant en belangrijk te zijn, dan het appel op de persoonlijke overtuiging van de gemeente – het persoonlijke geloof dat genezingen van bovennatuurlijke aard mogelijk zijn en dat Martin daarvoor een persoonlijke bediening heeft gekregen – en op de emoties – want “wat is het toch heerlijk dat God in ons midden op deze wijze werkt.” Het Koninkrijk is nu! Halleluja!  Dat laatste versterkt dan weer het persoonlijke geloof in genezingen van bovennatuurlijke aard.

Wat is hier waarheid? Het is denkbaar dat het waar is, een objectief feit is, dat deze man zes passen gelopen heeft. Het is mogelijk dat hij na het gebed zonder pijn was. Maar is het ook waar dat dit komt door een bovennatuurlijke ingreep van God? Dat dit werd uitgelokt door het gebed van Koornstra? Dat dit een voorbeeld is van de wijze waarop zijn “bediening” werkt? Het wordt weliswaar als een objectief feit weergegeven, maar het is in feite niet meer dan een mening die gekoppeld wordt áán een objectief feit. Een arts zou je kunnen vertellen dat het niet onmogelijk is, dat onder bepaalde condities deze meneer X toch een paar stappen kan zetten. Of dat een dergelijke pijn nogal “ongrijpbaar” is en zomaar een hele tijd kan verdwijnen. Zeker als meneer X zich goed voelt in andere opzichten. Misschien hebben ze hem zelfs afgeraden om te lopen, omdat het mogelijk is dat het zijn conditie verergert.

Martin ziet dat sowieso anders. God wil immers genezen, en bij voorkeur door middel van hem. Martin is bovendien een sympathieke, goedlachse, jeugdige kerel die giechelend op het podium staat en een en al onschuld uitstraalt wanneer hij zegt ook niet te weten waarom de Heere uitgerekend hém heeft uitgekozen. 

Maar wat nu, als een aantal weken later blijkt dat niet alleen de pijn is teruggekomen, en meneer X weer in zijn rolstoel zit, en dat hij bovendien afstand heeft genomen van zijn bekering? Misschien wel juist omdat hij alleen maar “geloofde” op grond van zijn “genezing”. Wat zegt Martin dan?

Om de overtuigingen van zijn gemeente intact te laten, zal hij moeten zeggen dat we hier met een uitzondering te maken hebben. En dat hij ook niet weet waarom het in dit geval mis ging. Wat hij niet kan zeggen is, dat aan dit ene exemplarische geval juist heel duidelijk wordt, dat niet alleen deze maar juist alle zogenaamde bovennatuurlijke genezingen meer een kwestie zijn van een mening, van het interpreteren van feiten op grond van persoonlijk geloof en emoties. En dat hoeft hij ook niet, omdat we allemaal leven in de tijd waarin objectieve feiten en een kritische houding tegenover elke mening die in objectieve feiten onvoldoende gefundeerd is, niet meer in tel is.

Wij leven in omstandigheden, waarin objectieve feiten (en het gezag van de Bijbel), minder invloed hebben in de vorming van religieuze overtuigingen, dan een beroep op de emotie en persoonlijke geloofsovertuigingen en religieuze ervaringen. Zolang op het podium van een charismatische gemeente niet eerlijk wordt opgebiecht, dat van de laatste 36 pogingen om door middel van gebed iemand te genezen, 35 geen gevolg hadden, en dat meneer X nummer 36 was, wordt de gemeente niet met waarheid gevoed, maar met propaganda.

Om een uitspraak uit 1992 te parafraseren, “wij, omdat wij daartoe de vrijheid hebben, hebben besloten dat wij ons geloof willen beleven in een wereld die voorbij de waarheid leeft.” Zolang de beleving gevoed wordt, kunnen we onze ogen sluiten voor de feiten. Hoeven we de realiteit van onze kwetsbare levens niet onder ogen te zien. Want “God wil absoluut dat we helemaal gezond zijn, als we maar voldoende geloof hebben.” Of: “Jezus heeft aan het kruis onze ziekten gedragen.” Kunnen we wegkijken van het morele bankroet van onze levens. Want “God is toch geen God van regeltjes?” Kunnen we zelfs de hoop op wonderbaarlijke financiële oplossingen gaan koesteren. Zei Tom de Wal het niet fraai? “We gingen bidden om een financiële oplossing en we gingen het geloven en toen kregen we zomaar geld.”

En daarmee krijgt Karl Marx gelijk: religie is opium voor het volk.

Liked it? Take a second to support Robbert Veen on Patreon!

2 antwoorden op “In een wereld voorbij de waarheid verkoopt Martin Koornstra lekkere jam”

  1. Placebo’s werken, weten we inmiddels. Er worden al potjes placebo-pillen aangeboden; daar valt geld aan te verdienen.

    Maar het evangelie afzwakken tot een “placebo-effect”, daar zouden we toch grote afstand van moeten willen houden.

    Geloof is door het woord: laat verkondiging en geloof en opbouw van geloof daar toch stevig in geworteld blijven.

    Er schiet me een regel uit een “ouderwets” lied te binnen: “Er is kracht, wonderbare kracht, in het bloed van het Lam”.
    Laten we niet willen omzeilen, deze kracht te prediken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *