Dromers die dromen dromen

Nooit mag Israël zeggen: Zoals deze volken hun goden gediend hebben, zo zal ik het ook doen. Dt. 12:30

1

De verleiding is ongetwijfeld groot geweest. Allerlei godsdiensten kenden rituelen, ceremonies, heilige voorwerpen die een beheersing over de natuur voorgespiegeld hebben. De mens, met hulp van de goden, heeft beheersing over de natuurlijke omstandigheden van zijn leven en daarmee beheersing over zijn lot. Allerlei godsdiensten toen en nu beloven hetzelfde. Kleine Jan wordt een grote Johannes. In ieder geval in zijn verbeelding.

En christenen doen het. Massaal en gretig wordt in de 20e eeuwse kerken vanuit de Pinksterbeweging overgenomen wat andere godsdiensten bedacht hebben. Wat God in de Bijbel beloofd heeft, wordt immers gedaan in godsdiensten van vreemde herkomst. Met woorden worden ziekten genezen, met handoplegging worden gaven doorgegeven, in ekstase worden talen van engelen gesproken, in dromen spreken de goden tot eenvoudige mensen die daarmee de status van een profeet verwerven, met visioenen kunnen mensen zonder natuurlijk overwicht en zonder echte intellectuele gaven grote groepen mensen tot verbazing brengen en beïnvloeden. Iedereen wil medicijnman zijn, goeroe zijn of er een hebben. Het sluit aan bij een bijbelvers hier en een bijbelvers daar. En daarom is het toch christelijk. De verleiding draagt vrucht.

2

Het christelijk geloof zoals dat eeuwenlang werd doorgegeven heeft in het westen van Europa vaak genoeg de spanning gekend tussen gevoel en verstand. Zeker toen de Verlichting het aannemelijk maakte dat het geloof geen zaak van waarheid was, en niet op inzichten berustte. Het geloof moest uitwijken naar het gevoel, de vroomheid werd een sentiment van geborgenheid. Zo protesteerde Hegel tegen Schleiermacher. Als God niet kon worden begrepen, maar alleen kon worden gevoeld, werd Hij gereduceerd tot het formaat van mijn binnenste. God-in-mij was beter te verdragen dan een god-boven-mij. En toen kwam Nietzsche die dat benoemde zoals het was: de mens schiep zich een god. Laat het dan ook maar een oneindige horizon-god zijn, het uiterste wat de mens zich kon voorstellen.

Het verstand binnen het geloof ging in Schleiermachers transformaties en Nietzsches begrafenis van god niet geheel ten onder, maar verplaatste zich naar een ander terrein. Na de dood van Hegel werd het niets meer met de God die begrepen kon worden. Geloofsbegrip werd praktisch en moralistisch. Gehoorzaamheid aan de overheid, geloven op gezag van de kerk, de belijdenis uitspreken en je niet afvragen wat daarvan de waarheid was. De liefde voor de Schrift nam af, en verdween in het geweld van de scepsis met de opkomst van de historische kritiek. Afbraak, Puinruimen. Den Heyer noemde zijn onverbloemde aanval op de christelijke orthodoxie het opruimen van onkruid in de theologische tuin.

3

De Verlichting dreef het gevoel eerst in de ondergrondse van het stille verzet, geloof overleefde in poëzie, in kerkliederen, in de stille ruimte van het gezin. Maar het gevoel sloeg terug, dreef het intellect in de verdediging. Aan het eind van de 20e eeuw zijn de denkers in de kerk in de minderheid, en zijn de meeste van hen uit de kerk gestapt. Wat overbleef zijn degenen die hun intellect hadden onderdrukt om de saamhorigheid van de kerkelijke gemeente te voelen, om misschien door de onderdrukking van het rationele langs een andere weg tot een ervaring van waarachtigheid te komen. Gevoel wordt extase, de zucht naar een tweede zegen, de ervaring wordt tot de slogan. Wie God niet ervaart, maar alleen nadenkt hoort er niet meer bij. Saamhorigheid, gezamenlijke beleving, groepspressie als positief panacee; het buitenrationele, spectaculaire, abnormale wordt het nieuwe normaal. Halleluja!

4

U mag ten aanzien van de Heere, uw God, niet doen zoals zij.Dt. 12:31.

Cultuur die de kerk inkomt, dat is geen nieuw verschijnsel. Alleen puriteinen en wederdopers vochten hard om de kerk de kerk te laten zijn. Niet meer en niet minder. Het Reveil probeerde het, evenals de Broederbeweging, de Darbisten, met hun bijzondere op de eerste kerk gebaseerde gemeentemodel. Afzondering van de wereld was het devies. Het motiveerde de Amish om zich van de “English” te willen onderscheiden in alles, te beginnen met de afwijzing van de moderne technologie. Puriteinen hielden vast aan hun zwarte kleding ook toen dat niet meer in de mode was en vochten tegen het wereldlijk vermaak van het theater en de danshal. Darbisten zochten vooral de afzondering van de institutionele kerk en concentreerden zich op de eredienst in bijna besloten kring.

De Wederdopers in Nederland verloren de strijd al in de begintijd van de Verlichting. Het Socinianisme en het modernisme bleek te sterk voor de vooral op de gemeentelijke praktijk gerichte dopersen. Na een laatste stuiptrekking in de vredesbeweging van de eerste helft van de 20e eeuw gingen ze ten onder in de moderne vrijzinnigheid.

De heidense kerk, beroofd van haar messiaans-joodse fundamenten, moest wel in deze veelheid van bewegingen ten onder gaan als kerk. Of het nu ging om een compromis met de cultuur, overname uit andere religies, deftige saamhorigheid met de staat of aansluiting bij de belevingscultuur van de moderne mens: die kerk doet “zoals zij.” Terwijl zij toch weten kan, van deze invloeden van buiten, dat: “alles wat voor de Heere een gruwel is, wat Hij haat, hebben zij voor hun goden gedaan.”

Is dit een onrechtvaardig oordeel? Zo erg als deze volkeren in de omgeving van Israël het gedaan hebben, kan toch niet worden toegeschreven aan de kerken van nu? “Zij hebben voor hun goden immers zelfs hun zonen en dochters met vuur verbrand.” Geen kerk ging zover, natuurlijk. Waar ging het ook alweer om, in dit verbranden van zonen en dochters? Het offer was gericht aan de Moloch, die perversie van de melech, de koning. Geperverteerd staatsgezag is de moderne naam van deze god. Of gewoon dictatuur, naar Koreaans model. Zijn er geen kinderen verbrand toen Hitlerjugend soldaatjes, uit goede Lutherse gezinnen, de Russische tanks bestreden met geweren uit de eerste wereldoorlog? Lutherse, gehoorzame kinderen, want ook de staat is Gods regering op aarde en moet trouw worden gehoorzaamd.

De Deuteronomist waarschuwt voor de verbranding van kinderen omdat elke overname van de gewoonten van andere volkeren hiertoe leiden kan. Kleine gruwelen worden grote gruwelen, gewenning aan een vreemde macht naast God, aan vreemde beelden van wat boven in de hemel is, brengen uiteindelijk alle geboden in gevaar. Gods geboden omschrijven nauwkeurig wat de weg van Israël moet zijn. Geen afwijking naar links, geen afwijking naar rechts is op die weg toelaatbaar. Want buiten de begrenzingen van de Torah is alleen maar de dood te vinden.

5

Als in uw midden een profeet opstaat of iemand die dromen heeft, en u een teken of wonder geeft… Dt. 13:1

De verwarring en de afwijking komt niet alleen van buiten. Dat zou makkelijk herkenbaar zijn. Maar dan kan het gebeuren dat de verleiding van binnenuit komt. Er staat een profeet op. Hij geeft zich te kennen, organiseert een samenkomst of wordt door een vermoeide voorganger van een evangelische gemeente uitgenodigd om eens langs te komen in Zijn gemeente. Misschien voor een bijzondere boodschap die God hem op zijn hart heeft gelegd, of die is gedownload, want ook de Heere gebruikt de moderne technologie. Ha, ha. Of voor een opwekkings samenkomst, een “rally” met massale bekeringen naar het model van Billy Graham. Of voor die andere vernieuwing na Toronto, een genezingsbijeenkomst, toegang vrij, en de aanwezigheid van de Heilige Geest wordt door de profeet zelf gegarandeerd. En bovendien is de profeet een theoloog zonder opleiding wat juist een garantie geeft van zijn waarachtigheid – want dan moet hij natuurlijk door God zelf geleerd zijn – als hij zegt dat Jezus niet kwam om de zonden te verzoenen, maar om alle ziekten te genezen.

Stel nu eens dat die profeet alle mensen in de samenkomst geneest. Als hij dus een profeet is met een teken of wonder “waarvan hij tot u gesproken heeft” en dat werkelijk gebeurt, dan… Ja, wat dan? Dan is hij een gezalfde van de Heere? De veronderstelling dat het teken of wonder uitkomt is eigenlijk al een te zware stap. Er is meer bedrog en manipulatie gaande, meer “fake” dan “praise the Lord”. Maar stel?

Dan komt het uiteindelijk toch aan op iets anders, iets van veel groter belang, de ultieme test, het finale criterium. Wat zegt deze profeet? Spreekt hij wel het Woord van de Heere? Dat kan en moet worden beoordeeld. Zit er in zijn “bediening” een oproep om God anders te gaan zien dan de traditie dat deed? Hebben we plotseling behoefte aan een nieuw godsbeeld want het oude godsbeeld sprak alleen over zonde en vergeving, was deprimerend en vergat het lichaam en was sterk gericht op begrijpen, op het intellect? Maar God is goed en wil dat alle mensen gelukkig worden en dat kan want de Heilige Geest staat klaar om je te helpen. Net als alle engelen die je mag commanderen als je de woorden van God naspreekt. Bescherming tegen corona met een woord van gezag tegen de engelen, bazelt Tom de Wal. Ik verzin het niet.

Wat zeg die profeet dan feitelijk? “Laten we achter andere goden aangaan, die u niet kent, laten we die dienen.” Maar ze zeggen toch “dank u Jezus”? Er kunnen mensen zijn die zelfs in de Naam van Jezus demonen hebben uitgedreven, zieken hebben genezen, doden tot leven hebben gebracht. Jezus zegt tegen hen, dat ze werkers van ongerechtigheid zijn. Hij zegt tegen hen dat Hij ze nooit gekend heeft. Paulus weet dat er mensen, zelfs engelen kunnen zijn, die in de Naam van Jezus een ander evangelie brengen. Hij spreekt een vervloeking over hen uit.

Intolerant is dat van mij, natuurlijk. Er zijn veel stemmen die zeggen dat we de Martin Koornstra’s en de Tom de Wals in onze wereld niet mogen lastigvallen over de kleine foutjes die ze maken in hun bijbeluitleg. Hun prediking heeft vrucht, d.w.z. het maakt sommige mensen blij, geneest weer anderen van migraine en pijnen in de knie, brengt anderen ertoe zich te laten dopen en zich bij de gemeente aan te sluiten. Pure winst.

Deze “vrucht” wordt bij de Deuteronomist niet eens ontkend. Het profetische woord mag waar zijn,en uitkomen, het profetische woord mag water laten branden en doden laten herrijzen. Geen teken of wonder wordt geloochend. Maar als de profeet tegenspreekt, aanvult, verandert of verkeerd toepast wat al gekend is als Gods Woord, dan is hij een valse profeet die niet mag worden gevolgd.

Let wel, we hebben de waarschuwing dat niet iedereen die woorden uit de Bijbel voorleest een waarachtige prediker is. Je kunt de waarheid zo presenteren dat het eerder lijkt op een kunstig verzonnen fabel, dan op Gods openbaring. “Geen enkele profetie van de Schrift laat een eigenmachtige uitlegging toe.” (2 Petrus 1:20) Eigenmachtig, dat is vanuit eigen en persoonlijke intuities. Dat is: met de intentie om eigen, bijzondere ervaringen te valideren. Dat is: met de intentie om een toepassing te geven in het heden die de grenzen van de oorspronkelijke tekst verre te boven gaat. Dat is: losgemaakt uit het geheel van de Schrift, losgemaakt van de context, losgemaakt van de generaties van Bijbellezers die aan ons vooraf gingen. Dat is: met een nonchalant toegeëigend gezag om te duiden zonder te hoeven argumenteren. Want dat deed Jezus toch ook?

6

Want de Heere uw God stelt u op de proef om te weten of u de Heere uw God liefhebt met heel uw hart en met heel uw ziel. (Dt. 13:3b)

Het perspectief van onze ervaring, de context waarin we interpreteren wat we denken te zien, verandert totaal met dit vers uit Deuteronomium. Het wonder van een genezing, zelfs in Jezus’ naam, uitgevoerd door iemand met een ander evangelie dan door Paulus en Petrus gepredikt, is een test. Niet een bevestiging van geloof, maar een proef, waarvoor we alleen slagen wanneer we vasthouden aan de liefde voor de Heere waar het ons van wil wegleiden. De proef heeft tot doel ons weer terug te brengen naar de liefde voor de Heere die gerealiseerd wordt in de gehoorzaamheid aan Zijn geboden.

De Deuteronomist benadrukt wat het enige juiste godsbeeld is. Precies dat godsbeeld dus waarvan de profeet die dromen droomde ons wil wegleiden. De Heere dienen en liefhebben, dat is de God gehoorzamen die Israël “uit het land Egypte heeft geleid en u uit het slavenhuis verlost heeft” (Dt. 13:5). Want de profeet wilde ons wegleiden van “de weg die de Heere uw God u geboden heeft daarop te gaan.” De goede God die bovennatuurlijke genezing schenkt door middel van de gezalfde profeet in ons midden, die alleen iedereen gelukkig wil maken, en iedereen de gave van tongentaal en genezing wil schenken, die god is een afgod. Die god te dienen is afvalligheid. Want heel de concrete gehoorzaamheid aan het gebod wordt hier overwoekerd door de aandacht voor het spektaculaire, voor tekenen en wonderen, voor dromen en visioenen krijgen, voor je afstemmen op de Godszender om zijn stem te kunnen verstaan.

7

En die profeet of hij die dromen heeft, moet gedood worden, omdat hij heeft opgeroepen afvallig te worden… Dt. 13:5a

Israël moest het kwade uit haar midden wegdoen met de ultieme straf. De gemeente van Christus doet het kwaad uit haar midden weg door van het avondmaal uit te sluiten en praktische omgang te weigeren. “Als iemand bij u komt en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis en begroet hem niet” (2 Joh. 10). Over Jezus kunnen dingen gezegd worden die Zijn eer schenden. Bij voorbeeld dat wij allemaal mensen zijn zoals Jezus. Dat het bijzondere van Jezus alleen gekomen is doordat Hij – ons tot voorbeeld – geheel en al vervuld was van de Heilige Geest. Zo wordt geleerd in kringen van de New Apostolic Reformation. En zo spreken de “nieuwe apostelen” de oude apostelen tegen en daarmee ook het “geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is” (Judas 3).

Die nieuwe apostolische leer is intussen een heel oude leer. De leer van Christus die in deze menselijke verbeelding wordt geloochend is precies dat “Jezus Christus” in het vlees gekomen is. Hij werd niet Jezus Christus door Zijn doop in de Jordaan. Hij werd niet vergoddelijkt door Zijn verlossingswerk in de hel, waar Hij met de duivel vocht, verloor en toen door God werd opgewekt uit de tweede dood en een goddelijke waardigheid ontving. Leringen van mensen, een ander evangelie, ketterij zonder meer. Jezus Christus, belijdt en getuigt Johannes, is “in het vlees gekomen,” Hij is God die vleesgeworden is, de Zoon van God die in de hemel is, wezenlijk, zelfs toen Hij onder ons “tabernakelde” zoals Joh. 1:14 het zegt in de SV. Jezus Christus de Zoon van God, deze “is de waarachtige God en het eeuwige leven” 1 Joh. 5:20).

Wat zou het mij baten te geloven in de genezingen van Koornstra, of te oefenen met de dromen van De Wal, of te brabbelen in tongentaal om mensen van kanker te genezen zoals Giltjes? Wat zou dat alles, al die tekenen en wonderen, al dan niet gefingeerd, werkelijk betekenen als ik daardoor moet opgeven dat ik geloven mag in Jezus Christus als de Zoon van de Vader, God de Zoon die weliswaar Zijn goddelijke macht aflegde maar niet Zijn goddelijkheid zelf? Wie de Zoon niet heeft, die heeft ook de Vader niet. Hoe vaak men ook de mantra wil herhalen van de Toronto zegen, dat God de Vader een zegen geven wil.

De verleiding komt van binnen uit. Het is kwaad in ons “midden.” We kunnen het niet uit ons midden verwijderen zoals het oude Israël door steniging. We kunnen het ook niet bestrijden door hen van het avondmaal uit te sluiten. Want “zij zijn uit ons midden weggegaan” zegt Johannes van de valse leraren. Ze hebben voor zichzelf gemeenten gesticht. Ook al kwamen velen van hen oorspronkelijk uit de Hervormde kerk, of uit een Gereformeerde gemeente. Maar ze hebben in die nieuwe gemeenten zichzelf gepredikt, en niet Jezus Christus en die gekruisigd. Ze drijven met boekjes, cursussen, pamfletten en tienden gretig handel met het evangelie. Moderne verkooptechnieken vullen aan wat aan de aantrekkende werking van genezingsdiensten nog ontbreekt.

Het enig wat we kunnen doen is zorgen dat het niet onweersproken blijft. De valse profeet moet worden ontmaskerd. Wie hun woorden hoort, ook al worden ze herhaald door mensen die we liefhebben, door vrienden of familieleden, zal een beslissing moeten nemen. Het is immers een proef. Dit is de opdracht: “bewillig er dan niet in en luister niet naar hen! Laat uw oog hem niet ontzien, heb geen medelijden en houd hem niet verborgen.” En: “Weest op uw hoede, zodat u niet door de dwaling van normloze mensen wordt meegesleept en afvalt van uw eigen vastheid” (2 Pe. 3:17).

Robbert Veen

Dinsdag 19 mei 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *