Onopgeefbare verbondenheid met Israël! – Opgeven?

Een bericht in Trouw:

De Protestantse Kerk in Nederland moet af van de speciale plek voor Israël en het jodendom. Ze kan zich beter verbinden aan de strijd tegen antisemitisme, vindt een groep liberale theologen.

Toen ik de overgang maakte naar de protestantse kerk in Nederland, las ik natuurlijk ook de kerkorde. Daar wordt gesproken over de onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël. De Christelijke kerk kan zich niet losmaken van haar wortels en mag zich niet distantieren  van het volk Israël. Die uitspraak, hoe sympathiek die ook klinkt, is niet zonder haar problemen. Over welk Israël hebben wij het dan? Bedoelen wij iedereen die uit een Joodse moeder geboren is? Bedoelen wij iedereen die nu in de staat Israël woont? Gaat het hier om het Bijbelse Israël waaruit de messias is voortgekomen? Of gaat het hier om het Israel van de toekomst, omdat in de visie van velen in de eindtijd God opnieuw d.m.v. zijn uitverkoren volk in de wereld handelen zal?


Het is ook niet helemaal duidelijk waaruit deze verbondenheid dan zal moeten blijken. Dat hangt af van die definitie van Israël. Onvoorwaardelijke steun aan de politiek van de staat Israël bedreigt onze solidariteit met Palestijnse christenen. En een verbondenheid met het Bijbelse Israël betekent hooguit een andere manier van lezen van het Oude Testament. Het is blijkbaar de bedoeling dat elke stroming in de protestantse kerk in Nederland haar eigen invulling kan geven aan deze woorden.

Door liberale theologen wordt nu het voorstel gelanceerd deze vage beginselverklaring te vervangen door de meer concrete stelling dat de protestantse kerk zich verbonden weet met de strijd tegen antisemitisme. Ik ben bang dat we hiermee de verbondenheid met Israël reduceren tot een strijd tegen het antisemitisme. Een onnodige nadruk, omdat de kerk zich verbonden zou moeten weten met de strijd tegen racisme van welke aard dan ook. Maar ook hier hebben we te maken met een vaagheid die verdeeldheid bevordert. ” Het verschil tussen antizionisme en antisemitisme is flinterdun” schrijft Rabbijn Jacobs. 

Het voorstel van deze liberale theologen is volgens mij symptomatisch voor een geheel ander ziektebeeld in de protestantse kerk. Theologen bedenken allerlei stellingen waarin de bijbelse leer nog maar nauwelijks doorklinkt. De centrale vraag, ook bij het opstellen van de kerkorde, had moeten zijn: wat zegt de Schrift? Die spreekt niet over verbondenheid met Israël, en laat het zeker niet aan ons over om Israel te definiëren zoals het ons goed dunkt. Een paar aandachtspunten: 

  • Het christendom is wezenlijk messiaans Jodendom en in die zin wel degelijk een – maar niet de enige –  voortzetting ervan. We blijven verbonden met het jodendom van het verleden en het heden, omdat we in zekere zin deel uitmaken van Israël. Rom. 11:18, 19.
  • Het volk Israël kan niet worden geïdentificeerd met het volk dat in het land woont: niet allen zijn Israël die uit Israël zijn (Rom. 9:6). 
  • Ons gebed zou moeten zijn, zoals het gebed van Paulus: “de wens van mijn hart en mijn gebed voor hen tot God is, dat zij behouden worden.” Het Israël waar Paulus dan over spreekt is ongetwijfeld het orthodoxe Jodendom. Een Israël dat naar een wet van de gerechtigheid jaagt (Rom. 9:31). 
  • Wij zien uit naar de tijd dat heel Israel behouden zal worden. Wat het evangelie betreft, zijn Joden en Christenen gescheiden wegen gegaan. Maar wij bevestigen de onomkeerbare verkiezing van Israël op grond van Gods onberouwelijke belofte (Rom. 11:25-29). 
  • Intussen is er niets dat de gemeente van Christus ontvangen heeft, dat niet uit het Jodendom is voortgekomen (Rom. 9:1-5). En dat geldt zelfs voor ons inzicht in wat de geboden van God voor ons betekenen: Mattheus 23:1, 2.

De stelling over de “onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël” was te vaag, maar goed bedoeld. Het voorstel om het te vervangen met “strijd tegen antisemitisme” is politiek correct en een glijdende schaal. Nog even en dat spreken we nog alleen maar over racisme. De band van gemeente en het “Israël van God” is onloochenbaar: de gemeente is de Messiaanse gemeenschap van joden en heidenen, die geënt is op het Bijbelse Israël. Het christendom is “een” jodendom – zou Jacob Neusner kunnen zeggen.

De reductie van het Bijbelse getuigenis tot verbondenheid met het volk of strijd tegen antisemitisme, zonder de juiste Bijbelse invulling van de inhoud daarvan,  is zonder waarde.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *