KOINONIA BIJBELSTUDIE – Israel en de opname van de gemeente – dinsdag 20 februari 2018

Bijbelbespreking van dinsdag 20 februari 2018. Naar aanleiding van de stellingen van Fruchtenbaum over de plaats van Israel in de systematische theologie, dit keer een bespreking over de opname van de gemeente (deel 1) en de vraag wat de betekenis is van de dispensaties en het verbond van Abraham (deel 2).

DEEL 1 – DE OPNAME VAN DE GEMEENTE

DEEL 2 – ISRAEL EN HET VERBOND VAN ABRAHAM

Samenvatting in stellingen van Arnold G. Fruchtenbaum, Israelology

1. In de systematische theologie zal een Israëlologie, een leer van Israël, vooraf moeten gaan aan de ecclesiologie, de leer van de kerk

2. Er zijn twee typen systematische theologie: de Verbondstheologie en de theologie van het Dispensationalisme. Een leer van Israël is in de Verbondstheologie bijna onmogelijk; in het Dispensationalisme is de leer van Israël beperkt tot de toekomst.

3. De funderende gedachte van een Israëlologie moet zijn dat het volk Israël als natie is uitverkoren.

4. De uitverkiezing van Israël dient een viervoudig doel:

a. Israël moest een koninkrijk van priesters zijn, een heilige natie (Exodus 19:6).
b. Israël was de beoogde ontvanger van de openbaring van God, en kreeg daarom ook de Wet van Mozes (Deuteronomium 4:5-8; 6:6-9; Rom. 3:1, 2).
c. Israël moest aan de wereld verkondigen dat er maar één God was (Jesaja 43:10-12).
d. Uit Israël moest de Christus voortkomen (Romeinen 9:5; Hebr. 2:16-17; 7:13, 14).

5. Op grond van de uitverkiezing van Israël heeft God vier onvoorwaardelijke verbonden met Zijn volk gesloten. Deze verbonden zijn:

a. Letterlijke verbonden met een letterlijke inhoud.
b. Eeuwige verbonden
c. Onafhankelijk van Israels gehoorzaamheid
d. Alleen geldig voor Israël
e. Niet onmiddellijk in hun geheel vervuld, maar staan nog open voor de toekomst.

6. De eerste hiervan is het verbond met Abraham. (Gen. 12:1-3, 7; 13:14-17; 15:1-21; 17:1-21; 22:15-18)

7. Het verbond met Abraham kent 14 onderdelen:

   1. Uit Abraham zou een groot volk voortkomen.
2. Aan Abraham werd het land Kanaän beloofd.
3. Abraham zelf zou zeer gezegend worden.
4. De naam van Abraham zou groot worden gemaakt.
5. Abraham zou een zegen voor anderen zijn.
6. Die hem zegenen, zouden gezegend worden.
7. Die hem vervloeken, zouden vervloekt worden.
8. In Abraham zullen alle volkeren worden gezegend.
9. Abraham zou een zoon krijgen van zijn vrouw Sara.
10. Abrahams nageslacht zou in Egypte in slavernij terechtkomen.
11. Uit Abraham zouden ook andere volkeren voortkomen, zoals de Arabische volkeren.
12. De naam Abram zou worden veranderd in Abraham.
13. De naam Sarai zou worden veranderd in Sara.
14. Het teken van dit verbond zou de besnijdenis zijn – de besnijdenis is een teken van afstamming van Abraham, Isaak en Jakob.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *