De arrestatie van Jezus

De leerlingen vallen intussen in slaap. Zij zijn niet bij machte dit moment met Jezus te delen. Jezus is hier door mensen al verlaten, terwijl hem nog het uur wacht dat hij door God verlaten zal zijn. Uiteindelijk is de diepe worsteling van Jezus voorbij. Na een derde periode van gebed, heeft hij zijn bestemming aanvaard.

Toen hij voor de derde maal terugkwam, zei hij tegen hen: ‘Liggen jullie daar nog steeds te slapen en te rusten? Het is zover: het ogenblik is gekomen waarop de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de zondaars. (Mk 14:41)

Het is zover! Nu is de periode voorbij dat er nog gewaakt en gebeden moet worden. Nu is het “uur” aangebroken waarop alles gericht is geweest in deze laatste week. De beker gaat dus niet voorbij en Gods wil blijft onveranderd. Geen ontzetting en radeloosheid is bij Jezus te bespeuren. Nu wordt de Zoon van de Mensen overgeleverd in de handen van zondige mensen. Dat wil niet zeggen dat God de Vader de dood van zijn zoon wil en ook niet dat hij het geweld van de mensen dat nu volgt feitelijk stuurt. God weet dat zonder zijn ingrijpen zijn zoon niet veilig is in de handen van de mensen. Door het niet te verhinderen wordt duidelijk gemaakt wat de toestand is van Israël en de wereld. De machten in deze wereld worden door de dood van Jezus – die ze als HEER hadden moeten aanvaarden – ontmaskerd en in hun feitelijke gedaante tentoongesteld.

Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd. (Kol 2:15)

In de volgende gedeelten worden verschillende groepen en personen beschreven die bij de historische handeling betrokken zijn. Maar de manier waarop ze in het evangelie worden getekend heeft ook een exemplarische betekenis. We kunnen steeds denken aan een bepaalde algemene houding of toestand die deze mensen kenmerkt. Op die manier worden ze “tentoongesteld.”

Arrestatie 14:43-52

De arrestatie van Jezus was een verwarrende gebeurtenis. Uit de vier evangeliën doemt het volgende beeld op. Terwijl Jezus naar de uitgang van Getsemane loopt, komt Judas hem tegemoet en valt hem om de hals. Jezus spreekt over het uitleveren door een kus en meteen daarna duikt een groep gewapende mannen op. Hij vraagt om de vrije aftocht van zijn leerlingen en grijpen Jezus beet. Op dat moment verzet Petrus zich heftig en slaat met zijn zwaard het oor van de knecht Malchus af. (Markus noemt deze naam niet.) Jezus bedwingt dit opkomende geweld en zegt opnieuw dat dit alles noodzakelijk is opdat de Schriften worden vervuld.

Het is opvallend hoe sterk de evangeliën benadrukken dat de komende gebeurtenissen niet zonder Gods regie verlopen. Jezus heeft net gesproken over zijn uitlevering wanneer Judas op het toneel verschijnt. Judas verrast Jezus niet. De groep bewapende mannen die nu opduiken kunnen deel uitmaken van de joodse tempelpolitie. Het is in ieder geval duidelijk dat zij gestuurd worden door de “overpriesters en wetgeleerden en oudsten.” Met die uitdrukking wordt het hele religieuze establishment aangeduid. Daardoor krijgt de arrestatie ook een officieel karakter. De diepe afkeer die Jezus’ optreden bij de religieuze leiders van Israël had opgeroepen – niet allen, maar op dat moment blijkbaar degenen die macht hadden – en die al eerder tot een samenzwering tegen zijn leven had geleid, voltooit zich nu in de arrestatie van Jezus.

Dat het om gewapende mannen gaat bewijst dat men zich voorstelde dat Jezus zich met geweld zou verdedigen. Wellicht dat hier ook de aanwijzing wordt gegeven dat de afkeer werd opgeroepen door de misvatting dat Jezus een poging deed met geweld een ander regime te vestigen. Petrus’ reactie kan in die context ook goed worden geduid. Voor hem, evenals voor Judas, is het niet duidelijk wat Jezus bedoeld heeft met zijn andere Koninkrijk. De les van de Bergrede – de vijand lief te hebben – is door hem niet geleerd. Het geeft in zekere zin de gelegenheid aan de evangelist om nog eens duidelijk te maken dat Jezus de komende gebeurtenissen in gelatenheid ondergaat en elke daad van gewelddadig verzet afwijst. Zo is zijn koninkrijk niet! Het is duidelijk dat de weg van de messias Jezus niet wordt begrepen. Zo hadden ook de Schriften het geformuleerd:

want vijandig en bedrieglijk is de mond

<p>van hen die mij beschuldigen, </p>    <p>hun tong spreekt niets dan leugens,</p>    <p>ze bestoken mij met woorden van haat, </p>    <p>zonder reden bestrijden ze mij. </p>    <p>Ik bid voor hen, </p>    <p>maar mijn liefde roept vijandschap op,</p>    <p>ze vergelden goed met kwaad, </p>    <p>woorden van haat zijn de dank voor mijn liefde (<a class="bijbelteksten"  href="https://www.debijbel.nl/bijbel/zoeken/HSV/Ps+109%3A2-5" title="Bijbeltekst lezen via debijbel.nl">Ps 109:2-5</a>)</p> </blockquote>

Zo krijgt de geweldloze leraar de behandeling van een terrorist. Jezus spreekt niet tegen. Hij laat zich “tot de zondaars rekenen” om op die manier te kunnen ontmaskeren dat niet hij, maar zijn tegenstanders het systeem van de dwang en het geweld representeren.

De Schriften moeten worden vervuld – zegt Jezus in het evangelie van Markus. Ongetwijfeld heeft de evangelist dan teksten in gedachten gehad die al eerder in het evangelie een achtergrond gevormd hebben:

 

<p>Om onze zonden werd hij doorboord, </p>    <p>om onze wandaden gebroken. </p>    <p>Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, </p>    <p>zijn striemen brachten ons genezing. </p>    <p>…</p>    <p>Hij offerde zijn leven voor hun schuld, </p>    <p>om zijn nageslacht te zien en lang te leven. </p>    <p>En <i>door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.</i></p>    <p>…</p>    <p>omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood </p>    <p>en zich tot de zondaars liet rekenen. </p>    <p>Hij droeg echter de schuld van velen </p>    <p>en nam het voor zondaars op (<a class="bijbelteksten"  href="https://www.debijbel.nl/bijbel/zoeken/HSV/Jes+53%3A5" title="Bijbeltekst lezen via debijbel.nl">Jes 53:5, 10, 12</a>)</p> </blockquote>

Het is deze bereidheid van Jezus om gearresteerd te worden die nu de discipelen grote angst inboezemt. Een messias voor wie ze hadden kunnen vechten, om dan hopeloos ten onder te gaan als waarachtige martelaren voor de goede zaak, zou nog wel in hun denken gepast hebben. Wat hen tot de vlucht aanzet is de volstrekte onderwerping van Jezus aan de macht van de overheden. “Toen lieten allen hem in de steek en vluchtten weg.” (Mk 14:50)

Markus kent nog een merkwaardige passage (14:51,52) over een jonge man die bijna zelf ook gearresteerd werd, maar wist te ontkomen met achterlating van zijn bovenkleed. Anders dan de leerlingen probeert deze verder ongenoemde man de groep gewapende mannen met Jezus te volgen. Men heeft in de traditie deze jonge man nog wel eens met Markus geïdentificeerd. Het lijkt eerder een middel van Markus om het verhaal van de arrestatie en de vlucht enige dramatische glans mee te geven. (Van Bruggen)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *