Tien manieren om het gezag van de Schrift te ondermijnen

“Allen die de waarheid hebben leren kennen, om der waarheid wil, die in ons blijft en met ons zijn zal tot in eeuwigheid” (2 Johannes 1, 2).

“Een ieder die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, heeft God niet. Wie in die leer blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon” (2 Johannes 9).

Don Carson, de Canadese nieuwtestamenticus, gaf een aantal jaren geleden een lezing onder de titel: “Subtiele manieren om het gezag van de Schrift te verwerpen.” Hieronder een samenvatting van de 10 belangrijkste punten uit die lezing.

1) selectief zwijgen

Bij het bespreken van Bijbelse teksten komt het vaak voor, dat we bepaalde passages stelselmatig overslaan. Teksten over het lijden van christenen, als een logisch gevolg van de vijandschap van de wereld tegenover Christus, willen we niet graag aan de orde stellen. Dat geldt zeker voor teksten die haaks staan op moderne vanzelfsprekendheden. Zo negeren we meestal de Bijbelse teksten over homoseksualiteit en vrouwen in het ambt vanwege onze moderne opvattingen over de gelijkheid van man en vrouw en het opheffen van elke sekse-discriminatie. Dat laatste is onderdeel van de politieke agenda van onze tijd, en dat leidt dan tot een blindheid tegenover bepaalde passages in de Schrift.

We vermijden deze passages omdat we geen boze reacties willen uitlokken van mensen die de politieke correctheid van deze tijd verdedigen. Vooral christenen die deelnemen aan het openbare debat willen tot elke prijs vermijden dat ze met verouderde en mensvijandige opvattingen worden geassocieerd.

Ook binnen de kerk kan het tot een dergelijke vorm van selectief zwijgen komen, omdat we koste wat kost willen vermijden om de kerk te verdelen. De eenheid van de kerk zien we als een hogere waarde dan de Bijbelse waarheid.

De remedie tegen dit selectief zwijgen lijkt te liggen in de exegetische of expositorische prediking. Maar ook dan is het mogelijk de moeilijkheden te vermijden door bepaalde accenten te leggen of juist weg te laten. Ook in een exegetische prediking kan men bijvoorbeeld spreken over de kerstgeschiedenis in Mattheus, zonder waarde toe te kennen aan de vermelding van dromen of engelen.

Een handig hulpmiddel daarbij is de voorkeur voor generieke termen. In plaats van te zeggen dat de engel tot Maria spreekt bijvoorbeeld, zeggen we dat God een boodschap voor haar heeft. Daarmee vermijden we de aanstootgevende verwijzing naar engelen. (Daarentegen zou je in de context van het gesprek met de Islam deze dromen en engelen juist weer moeten benadrukken, omdat de moderne scepsis over deze bijzondere vormen van openbaring daar niet bestaat.)

2) gene tegenover de tekst

Wat ook vaak gebeurt, is dat de voorgangers zich permitteert een emotionele kanttekening bij de Bijbelse tekst te plaatsen. Daarmee wil hij aangeven dat hij aan de kant staat van moderne mensen, die sommige passages in de bijbel niet erg aangenaam vinden. Wanneer bijvoorbeeld in Lukas 16 over de hel wordt gesproken, is het denkbaar dat de voorganger zegt: “ik houd er niet van, maar de Bijbel zegt het nu eenmaal.” Op dezelfde manier worden de teksten die over de uitverkiezing handelen voorgesteld als onaangename onderdelen van Gods Woord, waardoor ze wel worden erkend als deel van de openbaring maar tegelijkertijd emotioneel worden afgewezen.

Maar is deze koppeling van een persoonlijke emotionele afwijzing aan de uitleg van de intentie van een tekst, niet precies wat Paulus bedoelt in 2 Kor. 4, waar hij spreekt over een schandelijke praktijk, een sluwe omgang, dat wil zeggen een vervalsing van Gods Woord? Elke prediking moet de waarheid aan het licht brengen. Wie die waarheid niet verdraagt, omdat hij op menselijk niveau onverteerbaar lijkt te zijn, heeft toch niet het recht die waarheid te veranderen of te negeren. Het evangelie, zegt Paulus, is bedekt bij hen, die verloren gaan, bij ongelovigen.

3) subtiele manieren om te bevestigen wat de Bijbel veroordeelt

Door selectie van passages, waarbij de ene passage als het hoofdbeginsel geldt en dan wordt uitgespeeld tegen wat secundair en cultureel en historisch beperkt lijkt te zijn, kan men conclusies trekken die rechtstreeks tegen de Schrift ingaan. Kan er Bijbels gezien een manier zijn om het homohuwelijk te bevestigen? De strategie hier zou kunnen zijn het gebod van de liefde tot het allesbeheersende beginsel te maken, en op grond daarvan de schijnbaar liefdeloze teksten die homoseksualiteit verbieden buiten gelding te plaatsen. Wanneer de Bijbel waarachtig Gods Woord is, dan betekent dit niets minder, dan dat men de pretentie heeft liefdevoller te zijn dan God zelf.

Hetzelfde geldt voor de toelating van vrouwen in het ambt van leraar. De rechtstreekse afwijzing daarvan wordt gezien als een cultureel en historisch bepaald verschijnsel, op grond bijvoorbeeld van de tekst die zegt dat in Christus noch man noch vrouw is. Die tekst krijgt dan het gewicht van een alles beheersend principe, waardoor andere teksten buitenspel worden gezet. Deze beide kwesties zijn intussen geworden tot een testcase. Het is te vergelijken met de kwestie van de aflaten aan het begin van de Reformatie. Staan we onder het gezag van de Schrift? Of zijn wij vrij om buiten de Schrift om onze eigen religieuze waarheden te ontwikkelen?

4) de kunst van hooghartige onwetendheid

Dit is de benadering die kortweg zegt, dat in het geval van gedeeltelijke onzekerheid of onwetendheid, de conclusie gerechtvaardigd is dat wij niets kunnen weten. En die dan vervolgens uit dit “niets kunnen weten” concludeert dat een bepaalde visie, schijnbaar uitgesloten, toch aanvaardbaar is.

Het is in de postmoderne tijd bijna tot beginsel verheven, namelijk de overtuiging dat een debat met twee tegengestelde visies automatisch voor de buitenstaander tot de geldige conclusie kan leiden, dat we de waarheid niet weten. Elke tegenspraak is een bewijs van onwetendheid. (Dit is dezelfde strategie als bij mensen die claimen dat de Bijbel niet betrouwbaar kan zijn, omdat “elke ketter zijn letter heeft.”) Daarmee wordt bij voorbaat uitgesloten dat de tegenstelling tussen de visies neerkomt op de tegenspraak tussen de waarheid en de leugen.

Een dergelijke strategie komt vaak voor bijvoorbeeld in het debat over homoseksualiteit. Het is waar dat er veel vragen zijn over de redenen van de verwerping van homoseksualiteit in de Bijbel. Vele details van dit verbod zijn onduidelijk of onderwerp van een controverse. Toch kan iedereen zien dat er niet een enkele tekst in de Bijbel staat die homoseksualiteit als zodanig aanvaardt. Dat feit wordt niet ongedaan gemaakt door een gebrek aan kennis over de principes en de details achter dat verbod.

Men kan zich nu gaan terugtrekken in die onwetendheid om op die wijze een vermeende onzekerheid te gebruiken als argument voor de aanvaarding van, in dit geval, homoseksuele verhoudingen. Onze relatieve onwetendheid wordt dan opgeblazen tot een absolute onzekerheid wat dan weer leidt tot subjectieve willekeur: iedereen kan de positie innemen die hij maar wil.

5) het negeren van het evenwicht in de Schrift

De openbaring in Gods Woord heeft heel vaak de vorm dat twee tegengestelde beginselen alleen samen de waarheid openbaren. Wat voor ons dan als een tegenspraak optreedt, is dat ongetwijfeld in Gods gedachten niet. Zo zien wij in een hetzelfde hoofdstuk in het evangelie naar Johannes zowel het beginsel van de wedergeboorte als dat van de bekering als tegengestelde beginselen. Logisch genomen is dat ook zo! Voor ons is een dergelijke contradictie onoplosbaar. Menselijke logica kan dan bijna niet anders dan een keuze maken en een van beide beginselen als het belangrijkste of als de enige waarheid voorstellen. Het evenwicht wordt dan verstoord. Wie de bekering benadrukt, maakt de mens tot oorzaak van zijn eigen verlossing. Wie de wedergeboorte benadrukt, maakt de mens passief in de ontvangst van het heil. (En maakt de oproep tot bekering onbegrijpelijk.)

Het evenwicht in de Schrift kan alleen worden gehandhaafd wanneer we beide beginselen in hun tegenspraak handhaven. Het ene beginsel is dan altijd de aanvulling voor het andere. Zo vinden we ook bij Paulus deze vorm van denken, waar hij in Romeinen 8 nadrukkelijk over de uitverkiezing spreekt en twee hoofdstukken verder laat zien hoe het geloof uit het gehoor voortkomt. Het is van belang dan niet het ene hoofdstuk tegen het andere uit te spelen en voor een van beide beginselen te kiezen.

6) gebrek aan context

Een van de belangrijkste oorzaken van de afwijzing van het gezag van de Schrift, is, simpel gezegd, onze luiheid. We lezen te weinig. Daarom kennen we de culturele en historische context niet van de Bijbelse teksten. Nog afgezien van het feit, dat we te weinig de Bijbel zelf lezen, is het dus ook van belang om commentaren en boeken over de geschiedenis van Israël en de gemeente, kerkgeschiedenis en thematische boeken over het geloofsleven te lezen. Met name de Puriteinen kenden een zeer sterke nadruk op het lezen van theologische literatuur in algemene zin. Meditaties, prekenbundels, pamfletten over kerkelijke kwesties et cetera, dat alles was de wijze waarop zij ook een context ontwikkelden voor een intensieve en dagelijkse praktijk van Bijbel lezen.

7) de afwijzing van het formele en materiële beginsel van de Reformatie

Ik had ook kunnen zeggen, de afwijzing van de “gezonde leer.” Het is niet voldoende als mensen zeggen dat ze alleen maar de Bijbel prediken, of dat ze bij hun exegese zich nauwkeurig houden aan de tekst van een bepaald Bijbelboek. Zeker, nauwkeurige exegese maakt zichtbaar wat er bedoeld wordt. Maar het evangelie maakt het mogelijk om te zien wat er geschreven staat.

Het formele beginsel van de Reformatie is, dat de Bijbel als Gods Woord de gezaghebbende openbaring is die God over zichzelf heeft gegeven. Er is een enorme veelheid van manieren om dit formele beginsel te bevestigen, en toch de strekking van de Schrift volledig te missen. De Reformatie heeft daarom ook het materiële beginsel naar voren gebracht, dat wil zeggen het evangelie, de leer van Christus, als de hermeneutische richtlijn voor de exegese vastgelegd.

Er is een psychologische en moralistische prediking mogelijk die het formele beginsel van de schrift hoog houdt. De prijs die daarvoor wordt betaald is, dat het evangelie, Christus als het ware centrum van de Schrift, over het hoofd wordt gezien.

8) geen plezier in het zuiver technische

Dit is een valkuil met name voor predikanten. Er kan een tegenstelling ontstaan tussen het devotionele lezen van de schrift en de technische vaardigheid in de omgang met de oorspronkelijke Griekse en Hebreeuwse Bijbel. Dat wordt zeker ook bevorderd door de historisch kritische methode die in sterke mate een technisch karakter heeft. Ze is eerder een vorm van literatuurtheorie.

Maar het is zeker niet onmogelijk om die kloof tussen de intellectuele en technische benadering van de Schrift enerzijds, en het lezen van de Schrift als een onderdeel van het geloof leven anderzijds, te overbruggen. Het vergt enige oefening, maar wij kunnen de Bijbel ook in het Hebreeuws en Grieks leren lezen met devotie. (De zogenaamde Reader’s Bibles, waarin men het moeizame naslaan van woorden in het woordenboek heeft opgevangen door een lijst met woordverklaringen onderaan de pagina te plaatsen, is daarbij een belangrijk nieuw hulpmiddel.)

Daarnaast zien we echter nog iets anders. Het onvermogen van predikanten op op een behoorlijk niveau de Hebreeuwse en Griekse tekst te lezen en te interpreteren, leidt ook tot een afhankelijkheid van trends en modes in de Bijbeluitleg, en vasthouden aan fantasierijke vertalingen die toegankelijkheid boven nauwkeurigheid stellen. Als Luther kon aanbevelen dat eigenlijk elke christen Grieks zou moeten leren lezen, dan geldt het zeker voor een predikant, die zich het taaleigen en de wijze van denken van de oorspronkelijke tekst zou moeten eigen maken.

9) gebrek aan interesse in de hedendaagse filosofische agenda

Het is ook nodig om de cultuur te begrijpen waarin het evangelie wordt gepredikt. Niet om dat evangelie aan die cultuur aan te passen, maar om te leren tegen die cultuur in te denken. Predikanten komen er nauwelijks nog toe om filosofische teksten te lezen, of theologische analyses van de moderne cultuur te leren kennen. Wat dat betreft zijn we allemaal in de greep geraakt van een nieuw pragmatisme, dat zijn wortels heeft in de minachting voor intellectuele waarheid van de postmoderne tijd.

10) we moeten weer een “bevende eerbied” voor Gods Woord ontwikkelen

Zonder die eerbied wordt de Schrift tot een bak legostenen, die we gebruiken om onze eigen ontwerpen op te bouwen. We lezen in Jesaja 66:

“Op zulken sla ik acht: op de ellendige, de verslagen van geest en wie voor Mijn Woord beeft” (Jesaja 66:2).

Deze houding van nederigheid tegenover God Woord is cruciaal. Onze eredienst wordt anders tot een parodie: “wie wierook ten gedenkoffer ontsteekt, prijst een afgod” (vers 3). Het leidt tot een perversie van de ethiek: “hun ziel in hun gruwelen behagen schept”, en tot het verbreken van alle geestelijke gemeenschap met God, “omdat niemand geantwoord heeft, toen Ik riep” (vers 4).

Het is arrogant te denken dat onze gaven en inzichten boven de Bijbel staan. Het volgen van Gods Woord is geen confessionele optie, maar een levenskeuze. Laat het niet van ons gezegd moeten worden wat Jeremia schrijft: “de profeten profeteren vals en de priesters verschaffen zich gewin nevens hen, en mijn volk heeft het gaarne zo” (Jer. 5:31).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *