Corona en Leviticus 13

De enige periode in de geschiedenis die met onze coronatijd te vergelijken is, is de Middeleeuwen. De plagen van de melaatsheid en de pest hebben het leven van miljoenen mensen verwoest. Vanuit India bereikte de melaatsheid Zuid-Europa al in de vierde eeuw voor Christus. In de zesde en zevende eeuw na Christus werd de melaatsheid een algemeen verschijnsel in Europa. Een hoogleraar in de volksgezondheid beschrijft het als volgt:

“Melaatsheid was de grote vloek die zijn schaduw wierp over het dagelijks leven in de Middeleeuwen. De angst voor alle andere ziekte bij elkaar vielen in het niets bij de dodelijke angst voor de melaatsheid . Zelfs de Zwarte Dood in de 14e eeuw en de syfilis aan het eind van de 15e eeuw veroorzaakten niet zo’n verschrikkelijke angst.”

Het bijzondere van de melaatsheid was, dat de slachtoffers er niet (onmiddellijk) door stierven. Maar het leven werd er wel op gruwelijke wijze door verwoest. Melaatsheid werd veroorzaakt door een bacterie en niet door een virus, wat niemand in de Middeleeuwen uiteraard weten kon. (De Mycobacterium leprae.) Deze bacterie veroorzaakte het ontbreken van een pijngevoel, waardoor het lichaam ernstig verwond kan raken. Je zou kunnen zeggen dat het lichaam begint weg te rotten, zeker als er ook nog een gebrek aan hygiëne bij komt. De Middeleeuwen was vanwege dat gebrek aan hygiëne een broedplaats voor deze ziekte. Bedorven voedsel, uitwerpselen, dode ratten lagen gewoon op straat. Miljarden vliegen deden zich tegoed aan hoge stapels afval en uitwerpselen. Het kwam voor dat de dorpelingen al hun huizen in brand staken, er zand overheen gooiden en daar bovenop een nieuw dorp gingen bouwen.

Hoewel het vanaf de zesde eeuw nog enkele eeuwen duurde, kwam het hoogtepunt van de besmetting met melaatsheid uiteindelijk aan het begin van de 14e eeuw. Artsen waren geheel en al machteloos tegenover deze pandemie, omdat ze dachten dat de ziekte ontstond door het eten van peper of knoflook, of door te warm voedsel, of door het eten van vlees van zieke varkens. De meerderheid was bovendien van mening dat dit een straf van God was. Niemand kwam op het idee om de beschermende maatregelen te nemen die beschreven staan in Leviticus 13.

De “social distancing” die we nu meemaken – de vrijwillige quarantaine, de voorgeschreven afstand van 1,5 m – was ook de enige manier om de melaatsheid in de middeleeuwen te bestrijden. Zoals het ook de enige manier is om het coronavirus tegen te gaan. Anders dan in de Middeleeuwen zijn wij nu in staat de melaatsheid te bestrijden met medicijnen. Dat duurde echter tot 1930. De isolatie van melaatsen, zoals voorgeschreven in de Bijbel, was de enige manier om de verspreiding tegen te gaan. Het was een omstreden maatregel, waar veel tegen werd geprotesteerd. De oprichting van zogenaamde leprakolonies was al helemaal populaire maatregel. Het was de kerk die al in de 14e eeuw begreep dat de melaatsheid een besmettelijke ziekte was en dat de enige mogelijke maatregel in Leviticus 13 te vinden was.

Uit dat hoofdstuk in Leviticus 13 kun je een aantal belangrijke beginselen ontlenen voor de bestrijding van elke besmettelijke ziekte.

1. In de eerste plaats moeten mensen er van op de hoogte zijn wat de eerste tekenen zijn van de ziekte. Dan moet meteen een diagnose worden gesteld door iemand die daar kennis en ervaring mee heeft. Wanneer je nu griepverschijnselen hebt zoals omschreven, dat wil zeggen koorts, vermoeidheid, kortademigheid, niezen en neusverkoudheid, moet je dat voorleggen aan de huisarts. In Leviticus 13:2 worden de eerste tekenen van de ziekte aan de priester voorgelegd. Het laat zien hoe belangrijk het testen is, dat nu nog naar de mening van velen te weinig gebeurd.

2. Als de diagnose voorlopig is gesteld, dat er sprake kan zijn van melaatsheid, wordt een periode van zeven dagen voorgeschreven om te kijken hoe de ziekte zich ontwikkelt. Dat berust op het inzicht dat een besmettelijke ziekte na een bepaalde periode – één à drie weken – volledig is uitgebroken. Twee periodes van zeven dagen afzondering worden in Leviticus 13 voorgeschreven.

3. Daarbij is er ook het besef dat de ziekte kan worden doorgegeven door middel van kleding en andere voorwerpen. Vers 47 spreekt over melaatsheid op een kledingstuk, van wol of van linnen, of een ander weefsel, of leer. Zonder het moderne voordeel van microscopen of andere testmogelijkheden, spreekt Leviticus alleen maar over zichtbare verontreinigingen, maar het beginsel is hetzelfde. Het kledingstuk wordt niet gereinigd en ontsmet – zoals wij dat nu kunnen – maar met vuur verbrand.

4. De belangrijkste maatregel is echter de afzondering. Daarom zegt vers 46: “Alle dagen dat hij de ziekte heeft, zal hij onrein zijn.” Onrein is dan hier het woord voor de verplichte afzondering. En het geldt voor alle dagen dat hij de ziekte heeft, niet voor de dagen dat hij zich slecht voelt. De tekst gaat verder: “Onrein is hij, hij moet afgezonderd wonen. Buiten het kamp moet zijn woongebied zijn.”

Deze tekst werd door de kerk in de 14e eeuw serieus genomen. Melaatsen werden afgezonderd en buiten de gemeenschap geplaatst. In overeenstemming met Leviticus 13:45 moesten melaatsen zichzelf nadrukkelijk identificeren wanneer ze in contact kwamen met de gezonde samenleving. Ze moesten roepen: “onrein, onrein!”

Maar waarom moesten melaatsen hun baard en snor bedekken volgens datzelfde vers? Duizenden jaren voor de ontdekking van de bacterie die melaatsheid veroorzaakt, werd al begrepen dat melaatsheid werd doorgegeven door het inademen of inslikken van een besmetting in de lucht of door het aanraken van geïnfecteerde voorwerpen. Een goede hygiëne, schone handen, schone kleding en frisse lucht maakten de besmetting met melaatsheid tot een minimumrisico. De bedekking van baard en snor, dat wil zeggen precies dat gebied waar wij nu een mondkapje zouden dragen, werd gezien als een voldoende afweer tegen besmetting. Het was niet de medische wetenschap in de 14e eeuw die daarmee kwam, maar de Kerk op grond van Leviticus 13.

Door het toepassen van deze maatregelen begon vanaf de 14e eeuw geleidelijk aan de melaatsheid te verdwijnen. Het aantal patiënten met melaatsheid nam drastisch af, vanaf het moment dat de leprakolonies werden ingesteld in de loop van de 19e eeuw. In 1891 werden in Noorwegen alle melaatsen gedwongen om in totale afzondering te leven. Met als resultaat grote protesten en zelfs relletjes. Maar tussen 1891 en 1930 – het jaar dat een medicijn tegen melaatsheid werd ontdekt – was het aantal melaatsen gedaald met 98%. Het bewijs dat afzondering, quarantaine dus, van mensen met ziekteverschijnselen, een effectieve manier was om een epidemie in te dammen.

De maatregelen die nu worden genomen tegen het coronavirus, gaan dus uiteindelijk terug op de wijsheid van Leviticus 13.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *