Woorden van Jezus in de Talmoed

Geen Joodse geleerde kan ontkennen dat de leer van Jezus een van de meest unieke wetboeken ter wereld vormt. Dr. Joseph Klausner, jarenlang professor aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, stelt in zijn baanbrekende boek, Jesus of Nazareth, His Times, His Life and His Teaching, dat zijn ethische code een sublimiteit, onderscheidend vermogen en originaliteit in vorm heeft die ongeëvenaard is in enige andere Hebreeuwse ethische code”.

Hoewel Dr. Klausner het onderscheidend vermogen en de originaliteit in de leer van Jezus erkent, is hij er niet in geslaagd zich te bevrijden van de algemene stelling dat deze leer zijn basis heeft in de rabbijnse literatuur. Het valt niet te ontkennen dat er een opvallende gelijkenis bestaat tussen sommige leringen van Jezus en die van bepaalde rabbijnen. Maar op grond waarvan kan men zeggen dat het Jezus was en niet de rabbijnen die zich aan plagiaat bezondigden?

Wanneer de Talmoed, in Sanhedrin 100a, aan Rabbi Meir het gezegde toeschrijft: “De maat die men meet, zal men hem meten” – een gezegde dat zowel in formulering als in geest identiek is aan het gezegde van Jezus in Mattheüs 7:2: “De maat die gij geeft, zal de maat zijn die gij krijgt”, verkoos Dr. Klausner hiervan een zaak van de rabbijnen te maken. Ter wille van de historische nauwkeurigheid dient opgemerkt te worden dat Rabbi Meir nog niet geboren was toen Jezus aan de bovenstaande spreuk gestalte gaf.

Claude G. Montefiore, een niet geringe autoriteit op Joods gebied, beweerde dat “wanneer de Talmoed en de Evangeliën vergeleken worden, de originaliteit bijna altijd aan de kant van de Evangeliën ligt.” Dit is geen loze bewering, maar een die kan worden ondersteund door bewijs, zoals te zien is in de volgende parallellen:

Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden. Mattheüs 5:7
Wie barmhartig is voor anderen, zal barmhartigheid ontvangen uit de Hemel.-

R. Gamaliel Beribbi, 3e eeuw na Christus, Shabbath 151b


Laat wat je zegt gewoon ja of nee zijn.-Matheus 5:37
Laat uw ja ja zijn, en uw nee nee. –

R. Abaye, gestorven 338 A.D., Baba Metzia 49a


Waarom ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar ziet niet de balk in uw eigen oog? Mattheüs 7:3
Zegt men, haal de splinter uit uw oog, dan zal hij antwoorden: “Haal de balk uit uw eigen oog.”-

R. Johanan, surnamed Bar Napha, 199-279 A.D., Baba Bathra 15b.


Wees niet bezorgd en zeg: “Wat zullen wij eten?” of “Wat zullen wij drinken?” – Mattheüs 6:31
Wie een stuk brood in zijn mand heeft en zegt: “Wat zal ik morgen eten?”, behoort alleen tot hen die gering van geloof zijn.

Eliezer, gestorven 117 na Chr., Sotah 48b


De oogst is overvloedig, maar de arbeiders zijn weinigen.-Mattheus 9.37
De dag is kort, en het werk is veel; en de werklieden zijn indolent, maar de beloning is veel; en de Meester van het Huis is vasthoudend.-

R. Tarfon, 120 A.D., Aboth 2:15


Gij ontvangt vrijelijk, geef ook vrijelijk.-Matheus 10:8
Zoals ik gratis onderwijs, zo moeten jullie ook gratis onderwijs geven.-

R. Judah, 299 A.D., Bekoroth 29a


Wie zichzelf verheft zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verheven worden. Mattheüs 23:12
Wie zich in deze wereld vernedert voor de Tora, wordt in de volgende wereld grootgemaakt; en wie zich in deze wereld dienstbaar maakt aan de Tora, wordt in de volgende wereld vrij.-

R. Jeremia, gestorven 250 na Chr., Baba Metzia 85b


Zalig zijn zij die vervolgd worden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. – Mattheüs 5:10
Behoor liever tot de vervolgden dan tot de vervolgers.-

R. Abbahu, 279-310 A.D., Baba Kamma 93a


De sabbat is voor de mens gemaakt, en niet de mens voor de sabbat.-Markus 2:27
Zij (de Sabbat) is aan uw handen gegeven, niet u aan haar handen.-

R. Jonathan ben Joseph, bloeide na de verwoesting van de Tempel, Yoma 85a


Hoe kunnen we dan het bestaan van parallellen tussen de Evangeliën en de Talmoed verklaren? Matteüs, de schrijver van het eerste Evangelie, vertelt dat de roem van Jezus zich over het hele land verspreidde, en dat veel mensen gretig naar hem luisterden. Er zijn ook een aantal verwijzingen in de Talmoed die vertellen over discussies tussen Joodse Christenen en vooraanstaande rabbijnen, zoals opgetekend in Shabbath 116a, Aboda Zora 16b, 17a en 27b.

Zou dit er niet op wijzen dat de woorden van Jezus gemeengoed waren geworden en van lip tot lip waren overgegaan, en zo in de Talmoed terecht waren gekomen en daar onder valse vlag voeren?

Of: hieruit blijkt dat Jezus en de Rabbijnen beide putten uit een zeer oude bron, en dat de schriftelijke vastlegging daarvan in de Talmoed veel later is dan de Evangelieën. (RAV)

Bron: https://jewsforjesus.org/publications/issues/issues-v01-n03/the-talmud-and-the-gospels/

Vertaald met DeepL Pro

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.