Wat gebeurt er met het Christendom als we Paulus uitschakelen?

Het is onmogelijk om de relatie tussen jodendom en christendom werkelijk te begrijpen zonder de rol van Paulus onder ogen te zien. Want wie de evangeliën leest, ziet een Jezus die volledig binnen het joodse erf blijft: een leraar van de Torah, een profeet in de lijn van Jesaja en Jeremia, betrokken in halachische discussies die zich bewegen binnen de kaders van het levende jodendom van zijn tijd. Maar wie Paulus leest, ziet een totaal andere beweging: een apocalyptische visionair die de Hebreeuwse Schrift niet uitlegt, maar herinterpreteert vanuit een overweldigende religieuze ervaring. De vraag die dan opkomt, is of Paulus eigenlijk niet buiten beschouwing moet worden gelaten wanneer we het Oude Testament willen verstaan zoals het bedoeld is, en wanneer we Jezus willen verstaan zoals hij zichzelf verstond. (1)

Paulus leest de Schrift niet zoals een joodse leraar dat doet. Hij leest haar niet historisch, niet contextueel, niet filologisch. Hij leest haar als iemand die door een visioen is gegrepen en die vervolgens alles door dat visioen laat herschikken. Zijn omgang met de Hebreeuwse Bijbel is niet die van een exegeet, maar die van een mysticus. Hij leest Abraham niet als de vader van Israël, maar als prototype van christelijk geloof. Hij leest Adam niet als de eerste mens, maar als kosmische tegenhanger van Christus. Hij leest de Torah niet als blijvende openbaring, maar als tijdelijke fase. Hij leest de profeten niet als aankondiging van Israëls herstel, maar als voorafbeelding van Christus’ lijden en opstanding. Dat is geen voortzetting van Jezus’ joodse hermeneutiek, maar een radicale transformatie ervan.

Luister hier naar de blog:



Jezus daarentegen blijft volledig binnen het joodse erf. Hij bevestigt de Torah, hij citeert de Schrift in lijn met de profeten, hij spreekt in joodse categorieën over het Koninkrijk, gerechtigheid, barmhartigheid en trouw. Hij beweegt zich binnen halachische discussies, niet erbuiten. Hij roept op tot tesjoeva, niet tot een nieuwe religie. Niets in Jezus’ woorden suggereert dat hij de Torah wilde afschaffen, dat hij zichzelf zag als een offerdier, of dat hij de Schrift las als een verborgen code die pas door zijn dood zou worden ontsloten. Jezus is een joodse leraar, volledig geworteld in de traditie van Israël. Paulus is dat niet. Hij is een jood, maar zijn hermeneutiek is niet joods.

De vraag is dan wat Paulus eigenlijk doet. Hij doet niet aan exegese. Hij doet aan openbaringshermeneutiek. Hij zegt niet: dit is wat Jesaja werkelijk bedoelde. Hij zegt: dit is wat wij nu mogen zien in het licht van Christus. Dat is een legitieme religieuze praktijk, maar het is geen uitleg van de Hebreeuwse tekst. Het probleem ontstaat pas wanneer de kerk later heeft gezegd: wat Paulus ziet, is wat Jesaja bedoelde. Daarmee wordt Paulus’ mystieke herlezing verheven tot normatieve uitleg, en wordt de oorspronkelijke betekenis van de Hebreeuwse Bijbel overschreven door een christelijke interpretatie die de tekst zelf niet draagt.

Wanneer we Paulus tijdelijk “uitzetten”, gebeurt er iets opmerkelijks. Jezus blijft volledig binnen het jodendom. De Hebreeuwse Bijbel blijft coherent. De messiasverwachting blijft joods. De Torah blijft geldig. De profeten blijven profeten. De offers blijven ritueel, niet substitutief. De relatie tussen God en Israël blijft intact. En het christendom verliest niet Jezus, maar Paulus’ interpretatiekader. Dat is geen verlies, maar een bevrijding. Het maakt ruimte voor een christendom dat Jezus serieus neemt als jood, dat de Hebreeuwse Bijbel respecteert als joods boek, en dat het jodendom niet langer koloniseert met christelijke categorieën.

Betekent dit dat Paulus buiten beschouwing moet worden gelaten? Niet noodzakelijk. Het gaat er immers niet om het christendom te gaan vervangen door een andere religie of een vorm van jodendom.  Maar hij moet wel op zijn plaats worden gezet. Paulus is waardevol als getuige van een vroeg-christelijke ervaring, als mysticus, als theoloog, als architect van een nieuwe religieuze identiteit. Maar hij is geen betrouwbare uitlegger van de Hebreeuwse Bijbel, geen voortzetter van Jezus’ joodse hermeneutiek, geen representant van de joodse traditie, en geen bron voor de oorspronkelijke betekenis van de Schrift. Als je het Oude Testament wilt begrijpen, moet je Paulus niet volgen. Als je het christendom wilt begrijpen, moet je Paulus wel leren kennen — maar met kritische distantie.

De waarde van Paulus ligt niet in zijn exegese, maar in zijn creativiteit. Hij is de eerste die de figuur van Jezus losmaakt uit het joodse kader en plaatst in een kosmisch drama van zonde en verlossing. Hij is de eerste die van Jezus’ dood een theologische gebeurtenis maakt. Hij is de eerste die de Torah herinterpreteert als slechts een tijdelijke fase. Hij is de eerste die de Schrift leest als voorafbeelding van Christus. Dat is geen voortzetting van het jodendom, maar het begin van een nieuwe religie. En dat is precies waarom Paulus niet buiten beschouwing hoeft te worden gelaten, maar wel moet worden herplaatst. Niet als uitlegger van de Hebreeuwse Bijbel, maar als schepper van het (dogmatische, Constantinische) christendom.

Wanneer christenen dit erkennen, ontstaat er ruimte voor een zuivering van de christelijke  traditie. Ze kunnen de Hebreeuwse Bijbel opnieuw leren lezen als joods boek. Ze kunnen Jezus opnieuw leren verstaan als joodse leraar. Ze kunnen hun eigen dogma’s opnieuw leren zien als historischbepaalde perspectieven en benaderingen, niet als eeuwige waarheden. Ze kunnen hun eigen hermeneutiek opnieuw leren onderscheiden van de oorspronkelijke betekenis van de tekst. En ze kunnen eindelijk ophouden het jodendom te beoordelen op basis van Paulus’ theologie.

De vraag of Paulus buiten beschouwing moet worden gelaten, is dus niet de juiste vraag. De juiste vraag is: op welke plaats hoort Paulus te staan? Niet bij de bron van de Hebreeuwse Bijbel. Niet als stem van Jezus. Niet als uitlegger van de Torah. Maar als de eerste christelijke mysticus, de man die het jodendom feitelijk verliet zonder het te weten en zonder het te willen vernietigen, de man die een nieuwe religieuze weg insloeg die niet de weg van Israël kon zijn, maar de weg van de kerk werd. Wanneer Paulus zo wordt gelezen, ontstaat er ruimte voor een christendom dat niet langer steelt, maar ontvangt; niet langer vervangt, maar luistert; niet langer claimt, maar leert.

En dat is precies de zuivering van het christendom waar ik naar op zoek ben.


(1) Ik begrijp goed dat de NP (New Paul movement) een beter begrip heeft gebracht van de wijze waarop Paulus in de matrix van het jodendom blijft. Voldoende al om het reformatorische beeld van Paulus van zijn bodem te beroven. Ik begrijp ook goed hoe iemand als Nanos ertoe komt om de joodse Paulus te willen benadrukken – Paulus wilde een jodendom waartoe ook niet-joden konden toetreden. Ik ben er ook van overtuigd dat het vooral aan de kerk te wijten is dat Paulus zo sterk als een anti-joodse stem binnen de christelijke theologie is gaan fungeren.
Desalniettemin, ondanks het joodse karakter dat hiermee steeds meer wordt aangetoond, acht ik Paulus verantwoordelijk voor de mystieke mythologie van de Hemelse Jezus, de God-mens of zelfs God Zelf – zie hoe dubbelzinnig Romeinen 9 over Jezus spreekt, evenals Kol 2 en andere teksten). Ik zie die mystieke kant tot uitdrukking komen in het gebrek aan oppositie tegenover de charismatici in de Korinthische kerk. Ik zie een Paulus die weliswaar formeel de waarde van de Torah bevestigt, maar tegelijkertijd in feite de oppositie van letter en Geest leert en daarmee feitelijk de waarde van de Torah uit het oog verliest. Ik zie hem worstelen met de betekenis van Israël in Romeinen 9-11, zonder tot de conclusie te komen dat Jezus, hoe hij ook moet worden gezien, eerder een leraar binnen Israël dan de Messias van Israël is.
Ik acht hem mede verantwoordelijk voor de leer van de “tweede komst”, die haaks staat op de messiasverwachting van Israël. Ik acht hem verantwoordelijk voor de gevolgen van de these dat “we niet langer Christus kennen naar het vlees”, zodat Jezus’ feitelijke onderwijs en leven, binnen de matrix van het jodendom, niet langer relevant is. En ik verwerp de gedachte dat de subjectieve ervaring die Paulus onderweg naar Damascus heeft gehad, een betrouwbare basis biedt voor zijn claim dat hem de definitieve openbaring over Christus en de gemeente zou zijn toevertrouwd. Al is hij dan nog zozeer opgetrokken tot in de derde hemel en heeft hij daar onuitsprekelijke dingen gehoord – die claim wordt niet ondersteund door Paulus als de zorgvuldige uitlegger van het Oude Testament, of als degene die vrede tussen Israël en de volkeren heeft bewaard, of als degene die de aarde van de Torah ook voor niet-joodse christenen effectief heeft kunnen vestigen. Want zelfs zonder de kerkelijke uitvergroting daarvan tot een anti-judaïstische Paulus is dat al schadelijk genoeg voor de authenticiteit van de beweging rondom Jezus van Nazareth.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Jodendom. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *