Wandelen, bewaren en doen – ללמוד מהרבנים

Wandelen, bewaren en doen

אִם־בְּחֻקֹּתַ֖י תֵּלֵ֑כוּ וְאֶת־מִצְו‍ֹתַ֣י תִּשְׁמְר֔וּ וַֽעֲשִׂיתֶ֖ם אֹתָֽם:

Indien jullie in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden bewaren en die doet.

(Lev. 26:3)


Het valt mij vaak op dat in de commentaren van Christelijke exegeten en theologen, vele passages in de Torah van Mozes niet nauwkeurig worden vertaald en op een nogal vage manier worden uitgelegd. Het vers uit Leviticus 26 is daarop geen uitzondering. De drie uitdrukkingen die we hier vinden – wandelen, bewaren en doen – worden als drie synoniemen gelezen. Bij voorbeeld al in het commentaar van Keil en Delitzsch:

If the Israelites walked in the commandments of the Lord (for the expression see Lev. 18:3.), the Lord would give fruitfulness to their land, that they should have bread to the full.

Of in de Expositor’s Bible:

The promises of the covenant are thus to the effect that if Israel shall keep the law, God will give them…

De middeleeuwse joodse exegeet Rasjie luistert hier nauwkeuriger. Als de eerste twee uitdrukkingen (wandelen en bewaren) in feite hetzelfde zeggen als de laatste en alleen slaan op het “doen” van de voorschriften van de Torah, waarom volstaat de Torah dan niet met die laatste woorden: als jullie Mijn geboden doen?

De Rabbijnse exegese gaat er echter van uit dat er geen overbodig woord of letter in de Torah staat. Het geheel tot in zijn details is Gods openbaring. Daarom ook mag er geen tittel of jota verloren gaan. En, zo zegt Jezus, zal er ook geen tittel of jota verloren gaan.

Wat is dan de betekenis van deze drie uitdrukkingen?

 In de eerste plaats moet het “wandelen” in de Torah beter worden begrepen. Rasjie zegt het volgende:

אם בחקתי תלכויכול זה קיום המצות, כשהוא אומר ואת מצותי תשמרו, הרי קיום המצות אמור, הא מה אני מקיים אם בחקתי תלכו, שתהיו עמלים בתורה:

Als u in Mijn inzettingen wandelt: je zou kunnen denken dat dit verwijst naar de vervulling van de geboden. Maar wanneer de Schrift zegt: “en neemt Mijn geboden in acht”, dan is de vervulling van de geboden [al] gezegd. Wat is dan de betekenis van “indien gij in Mijn inzettingen wandelt”? Het betekent dat je moet zwoegen in de studie van Tora.

Wandelen in de Torah betekent dus dat je de Torah als geheel tot je laat doordringen, dat je studie maakt van de Torah en dat dit ook inspanning en inzet met zich meebrengt. Maar wat is dan het “bewaren” van de geboden? Rasjie zegt:

ואת מצותי תשמרוהוו עמלים בתורה על מנת לשמור ולקיים, כמו שנאמר (דברים ה א) ולמדתם אותם ושמרתם לעשותם:

en Mijn geboden bewaren: Gij zult zwoegen in de studie van Tora om [de geboden] in acht te nemen en te vervullen (Torath Kohanim 26:2). Dit is vergelijkbaar met: “[Hoor, Israël, de inzettingen en verordeningen…] en leer ze, en houd in gedachten om ze te doen” (Deut. 5:1) D.w.z., leer de Tora om [de geboden en het onderwijs] in je hart te bewaren en [de geboden] uit te voeren.

Je studeert Torah met je verstand, je bewaart het in je hart en dat leidt tot het doen ervan. Op die manier gelezen zegt het vers ons iets over de werking van de Torah in het leven, en betekent het vers niet alleen maar het simpele uitvoeren van een opdracht, het vervullen van een plicht of iets anders dat uiterlijk gedaan kan worden. Op dezelfde manier heeft Jezus in de Bergrede gewezen op de innerlijke, geestelijke strekking van de Torah die niet alleen verstandelijk begrepen, maar ook door en in het hart gedaan moet worden. D.w.z. niet als een uiterlijke plicht voor de ogen van mensen, maar als een innerlijke gehoorzaamheid aan de Schepper.

Het onderwijs van Jezus en de exegese van Rasjie liggen op één lijn. Terwijl de Christelijke commentaren niet alleen in Leviticus 26 maar ook in het lezen van de Bergrede een Christelijk anti-nomistisch en anti-judaïstisch vooroordeel volgen. Al is dat dan nog alleen maar zichtbaar in de vaagheid waarmee drie verschillende uitdrukkingen in het Hebreeuws worden samengevat als “de wet doen.”

לכן עלינו ללמוד מהרבנים.

Daarom moeten we leren van de Rabbijnen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.