Waarom wordt Jezus de “Zoon van God” genoemd?

Wat zou het voor hun toehoorders betekend hebben toen de eerste christenen Jezus ‘de zoon van God’ noemden?

Samenvatting: Het was in de eerste eeuw gebruikelijk aan hemelse wezens of zelfs aan individuen een mate van goddelijkheid toe te kennen, zonder de grens tussen God en het geschapene uit te wissen. Jezus heeft zichzelf “Zoon van God” genoemd om de intimiteit met God uit te drukken zoals hij die had ervaren – waarin zijn discipelen tot op zekere hoogte konden delen. Oorspronkelijk was deze toekenning verbonden met de opstanding, waardoor Jezus de positie van de Zoon van God verkregen had, later wordt dat in de kringen van Johannes uitgewerkt tot een feitelijke, “ontologische”, en niet langer “functionele” aanduiding.

We moeten ons afvragen wat de uitdrukking ‘zoon van God’ betekende op het moment dat deze voor het eerst over Jezus werd gebruikt. Hoe breed of hoe precies was het idee van goddelijk zoonschap in de eerste helft van de eerste eeuw na Christus?

Griekse voorgeschiedenis

Degenen die bekend zijn met de bredere kringen van de hellenistische cultuur weten dat sommige legendarische helden uit de Griekse mythe zonen van God werden genoemd – in het bijzonder Dionysus en Herakles waren zonen van Zeus door sterfelijke moeders.

Oosterse heersers, vooral Egyptische, werden zonen van God genoemd. In het bijzonder in de tijd van Jezus werd ‘zoon van god’ al veel gebruikt in verwijzing naar Augustus.

Joodse voorgeschiedenis

Het jodendom wist dat ‘zoon van God’ kon worden gebruikt als verwijzing naar engelen of hemelse wezens – ‘de zonen van God’ zijn leden van de hemelse raad onder Hashem, de opperste God, maar ook als verwijzing naar Israël of Israëlieten – ‘Israël is mijn eerstgeboren zoon’.

In I Henoch, in de intertestamentische periode, worden engelen ‘zonen van de hemel’ en ‘zonen van de God van de hemel’ genoemd. Philo noemt God in zijn unieke mengeling van stoïcijns en joods denken ‘de allerhoogste Vader van goden en mensen’. Niet alleen Israël als geheel wordt ‘zoon van God’ genoemd, maar ook individuele Israëlieten, in het bijzonder de rechtvaardige mens, de Maccabese martelaren of zij die doen wat goed en aangenaam is volgens de natuur (logos/memra).

De uitdrukking wordt ook gebruikt voor twee Joodse charismatici die vermeld worden in de rabbijnse literatuur – de ene Honi, de ‘cirkeltekenaar’ (eerste eeuw v.Chr.), die de reputatie had een intieme relatie met God te hebben. De andere Hanina ben Dosa, van een generatie na Jezus, die door een hemelse stem zou zijn aangesproken als ‘mijn zoon’.

De Dode Zee-rollen hebben in dit verband drie interessante fragmenten opgeleverd:

  1. één fragment spreekt over de tijd ‘wanneer (God?) de Messias onder hen verwekt zal hebben’.
  2. de verwachte Davidische Messias wordt specifiek beschreven in de taal van goddelijk zoonschap.
  3. het andere zegt over iemand die blijkbaar een machtige koning (Messias?) zal zijn – ‘Hij zal bejubeld worden (als) de Zoon van God.

De taal van goddelijk zoonschap en goddelijkheid was wijdverbreid en gevarieerd in gebruik in de oude wereld en zou bekend zijn geweest bij de tijdgenoten van Jezus, Paulus en Johannes in een breed scala van toepassingen. In de eerste eeuw na Christus werden ‘zoon van God’ en ‘god’ veel vaker gebruikt in verwijzingen naar bepaalde individuen dan vandaag de dag het geval is. Spreken over goddelijkheid en goddelijkheid kon door sommigen heel letterlijk worden genomen, en door anderen als een geraffineerde metafoor of een nietszeggend verhaal dat geen respect waard was.

Joodse apologeten in en voor de eerste eeuw na Christus konden extravagante taal gebruiken om goddelijkheid in zekere zin toe te schrijven aan bepaalde individuen en toch niet de bedoeling hebben om dit letterlijk op te vatten en zonder het onderscheid tussen God en mens te willen verkleinen. Het Oude Nabije Oosten hield niet serieus rekening met het idee van een god of zoon van god die uit de hemel neerdaalde om een mens te worden om de mensen verlossing te brengen, behalve misschien op het niveau van populair heidens bijgeloof.

Jezus’  eigen manier van denken over zichzelf

Jezus begreep en verwoordde zijn relatie tot God in termen van zoonschap. Hij was zich bewust van de intimiteit met God in zijn zoonschap, zoals die tot uitdrukking kwam in zijn regelmatige en karakteristieke aanspraak in het gebed, ‘Abba’.

Hij zag zijn zoonschap op zijn minst gedeeltelijk als een eschatologische opdracht, Gods laatste poging om de wijngaard Israël terug te roepen tot de rechtmatige eigenaar, Gods onderkoning in het beschikken over lidmaatschap van zijn koninkrijk.

Als we onze speculaties aan de tekst moeten onderwerpen en onze theologie alleen moeten opbouwen met de stenen die door zorgvuldige exegese worden aangeleverd, kunnen we niet met enig vertrouwen zeggen dat Jezus zich goddelijk wist, de pre-existente Zoon van God. De oorspronkelijke christelijke prediking lijkt Jezus’ verrijzenis te hebben beschouwd als de dag van zijn benoeming tot goddelijk zoonschap, als de gebeurtenis waardoor hij Gods zoon werd.

Het verschil tussen de Synoptische en de Johanneïsche traditie

In het Vierde Evangelie wordt Jezus voorgesteld als zich er volledig van bewust dat hij al vóór zijn bestaan op aarde een relatie van zoonschap met God had – dat hij al van eeuwigheid af bestond als de goddelijke Zoon van God. In het Vierde Evangelie worden we geconfronteerd met expliciete claims op een eenheid met de Vader. Er wordt nu niet gedacht dat Jezus’ status als Zoon afhankelijk is van of zelfs beïnvloed wordt door zijn wederopstanding, zoals in de oorspronkelijke christelijke prediking.

Het is zeker waar dat ‘zoon van God’, toegepast op Jezus, op zichzelf niet noodzakelijkerwijs de connotatie van goddelijkheid met zich mee zou hebben gebracht. De Johannese kring heeft echter een begrip van Jezus’ goddelijke zoonschap dat zelfs op aarde een ononderbroken genieten was van een relatie met de Vader die de zijne was voordat de wereld begon en die de zijne zou blijven na zijn terugkeer naar de Vader.

Voor het eerst in het vroegste christendom vinden we in de Johanneïsche geschriften het begrip van Jezus’ goddelijke zoonschap in termen van de persoonlijke pre-existentie van een goddelijk wezen dat naar de wereld werd gezonden en wiens hemelvaart eenvoudigweg de voortzetting was van een intieme relatie met de Vader die noch door de incarnatie noch door de kruisiging werd onderbroken of verstoord.

Het orthodoxe christendom volgde de hoge weg die de vierde evangelist had uitgestippeld door zijn christologie van goddelijk zoonschap uit te werken. Zo komen we uiteindelijk uit bij het dogma van de triniteit.


(Gebaseerd op James D.G. Dunn, Christology in the Making, chapter 2, The Son of God.)

Dit bericht is geplaatst in Bijbelse Theologie, Discussie, Israël, Jodendom, Johannes. Bookmark de permalink.

3 reacties op Waarom wordt Jezus de “Zoon van God” genoemd?

  1. Jan Luiten schreef:

    Dunn concludeert: ‘Als we onze speculaties aan de tekst moeten onderwerpen en onze theologie alleen moeten opbouwen met de stenen die door zorgvuldige exegese worden aangeleverd, kunnen we niet met enig vertrouwen zeggen dat Jezus zich goddelijk wist, de pre-existente Zoon van God. De oorspronkelijke christelijke prediking lijkt Jezus’ verrijzenis te hebben beschouwd als de dag van zijn benoeming tot goddelijk zoonschap, als de gebeurtenis waardoor hij Gods zoon werd.’

    Rede en vertrouwen: dat lijkt me een belangrijk begrippenpaar. Vertrouwen hoort bij het leven. De rede geeft daarbij steun. Datgene waar je op vertrouwt moet redelijk zijn.

    Welke bouwsteentjes zouden er van belang kunnen zijn voor de stelling van Dunn? Ik beperk me tot de eerste drie evangelieen, omdat deze, in tegenstelling tot het Johannes-evangelie, niet lijken te spreken over pre-existentie.

    * De stem uit de hemel bij de doop van Jezus in de Jordaan. – Jezus zegt: Laat mij thans geworden, want aldus betaamt het ONS alle gerechtigheid te vervullen (Matt. 3:15, ik citeer uit de NBG ’51). ‘Ons’ kan niet slaan op Johannes plus Jezus. Een majesteitsmeervoud zou vreemd zijn in deze situatie. In Matt. 3:17 klinkt de stem uit de hemel: deze is MIJN Zoon, de geliefde, in wie ik een welbehagen heb. Hier noemt God Jezus zelf ZIJN zoon in tegenstelling tot welk ander mensenkind, Joods of niet-Joods, ter wereld dan ook.

    * De verzoeking van Jezus door de duivel in de woestijn (o.a. Matt. 4:1-11) – De duivel wist heel goed om wie het hier ging. Hij wil Jezus op grond van diens ‘Zoon-van-God-zijn’ verleiden om God te verloochenen.

    * De bezetenen in het land der Gadarenen (o.a. Matt. 8:29) – Ook zij wisten heel goed om wie het hier ging. De boze geesten weten van Jezus dat hij over hun pijniging gaat. Hij staat dus boven hen.

    * Matt. 11:27 Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren. – Hier is sprake van een boven de wereld uitgaande Vader-Zoon-relatie. (Het is mij bekend dat critici dit een brokje uit het Johannes-evangelie noemen, JL).

    * Jezus gaande over het meer (Matt.14:22-33) – Jezus staat boven de natuurwetten, wat Petrus doet belijden dat Jezus Gods Zoon is.

    * De belijdenis van Petrus (Matt. 16:13-20) – Op de vraag van Jezus wat de mensen denken wie hij is blijkt hij voor een profeet te worden gehouden. Petrus belijdt Jezus echter als de Christus, de zoon van de levende God. Jezus spreekt Petrus zalig omdat hem dit geopenbaard is door de Vader. Jezus beschouwt zich dus als meer dan een profeet. Wel verbiedt Jezus zijn discipelen hem als de Christus bekend te maken. Zie volgende punt ‘verheerlijking op de berg’.

    * Verheerlijking op de berg (Matt. 17:1-13) – Terwijl hij (Petrus) nog sprak, zie daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zei: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie ik mijn welbehagen heb. De stem, die toch niet anders dan van God zelf kan zijn, zegt dag Jezus zijn zoon is. Jezus gebiedt de discipelen over het gebeurde op de berg aan niemand te vertellen. Ik vermoed dat de reden daarvoor is dat het de bedoeling van Jezus is dat alle aandacht uitgaat naar bekering van zonde en daar op aansluitend naar zijn lijden en sterven.

    * Rede over de laatste dingen (Matt. 24) –
    vs3 wat is het teken van uw komst en van de voleinding der wereld: Jezus zal dus nog een keer komen, maar dan bij de voleinding van de wereld.
    vs5 want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: ik ben de Christus. Jezus beschouwt zichzelf dus als de Christus.
    vs30 zij zullen de zoon des mensen (=Gods zoon) zien komen op de wolken des hemels.
    vs36 doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, ook de zoon niet, maar de Vader alleen. Dit veronderstelt dat Jezus een hemels persoon is, immers de engelen zijn bij de Vader in de hemel, dan moet zijn zoon nog dichter bij staan.
    vs 42: waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt. Hier noemt Jezus zichzelf Here.

    * Het oordeel van de Zoon des mensen (Matt. 25:31-46) –
    vs31-34 Jezus zal plaats nemen op de troon van zijn heerlijkheid en de schapen van de bokken scheiden. In vs 34 noemt hij zich koning en noemt hij de schapen de gezegenden van zijn Vader. Hij spreekt dus recht namens zijn Vader.

    * De bespotting van Jezus aan het kruis – de overpriesters, schriftgeleerden en oudsten bespotten hem door te zeggen: Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld; laat die hem nu verlossen, indien Hij een welgevallen aan hem heeft; want Hij geeft gezegd: Ik ben Gods zoon. Hier blijkt dus dat Jezus zelf gezegd heeft dat hij Gods zoon is.

    * De genezing van een verlamde (Luc. 5:17-26) – vs 24, 25 Jezus laat zien dat hij, de zoon des mensen, macht heeft op aarde om zonden te vergeven door de verlamde man te genezen. In vs 21 noemen de schriftgeleerden en Farizeeen het godslasterlijk dat Jezus zonden vergeeft, immers alleen God kan zonder vergeven. Jezus doet hier dus het zelfde als God.

    * Jezus spreekt met gezag (Matt.7:29) – want hij (Jezus) leerde hen (de scharen) als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden.

    Als ik de steentjes bij elkaar leg kom ik tot de volgende samenvatting: uit deze teksten is niet direct de pre-existentie van Jezus te concluderen wel dat hij als zoon van God werd gezien en ook dat hij zichzelf als die zoon zag. De stelling van Dunn dat we niet met enig vertrouwen zeggen dat Jezus zich goddelijk wist, kan ik hiermee niet onderschrijven. Er is toch op zijn minst ‘enig’ vertrouwen verantwoord en voor mij meer dan dat. De opstanding van Jezus uit de doden lijkt me voor deze conclusie niet zo relevant.
    Het mag dan waar zijn dat de Joden gedeeltelijk beinvloed kunnen zijn door de Griekse theologie, er wordt toch beslist steeds over DE zoon gesproken en niet over EEN godenzoon, ook niet als we daarbij denken aan de zonen van God uit Genesis 6 en Job 1.

    • Robbert Veen schreef:

      Wat denk je hiervan? Volgens mij is dit de oudste christologie:

      De christologie van het adoptianisme is een niet-trinitaire doctrine die stelt dat Jezus op een bepaald moment in zijn leven werd geadopteerd als de Zoon van God, zoals tijdens zijn doop, zijn opstanding of zijn hemelvaart. Het adoptianisme ontkent de eeuwige pre-existentie en godheid van Christus, en bevestigt zijn menselijkheid en “goddelijkheid” pas na zijn adoptie door God. Het adoptianisme werd in de tweede eeuw door de kerk tot ketterij verklaard en werd in later eeuwen door sommige christelijke groeperingen in verschillende vormen nieuw leven ingeblazen. Een meer moderne aanhanger van het adoptianisme was John Howard Yoder, de Amerikaanse Mennonitische theoloog.

    • Robbert Veen schreef:

      “uit deze teksten is niet direct de pre-existentie van Jezus te concluderen wel dat hij als zoon van God werd gezien en ook dat hij zichzelf als die zoon zag.”

      In al deze teksten zijn het anderen die Jezus als “Zoon van God” belijden, terwijl het niet duidelijk is wat ze met die term bedoelen. Anderen zeggen ook dat Jezus het gezegd zou hebben, terwijl we dat nergens vinden in de Synoptische evangelieën. Het evangelie van Johannes lijkt me geen historisch betrouwbare bron.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *