Van horen naar zien: het volk Gods in Openbaring 7

Jan Luiten schreef:

Als je Openbaring 7 leest, lijkt het me toch glashelder dat Israël een aparte positie heeft ten opzichte van de heidenen.

Ik denk het niet! Volgens mij is het nog mooier.

Openbaring 7 bevat twee delen die op het eerste gezicht twee verschillende groepen lijken te beschrijven. Johannes hoort het aantal verzegelden – 144.000 uit de stammen van Israël – en ziet vervolgens een ontelbare menigte uit alle volken. De structuur van de passage, en de manier waarop het boek Openbaring consequent het patroon ‘horen/zien’ gebruikt, suggereert echter dat het tweede visioen geen apart volk betreft, maar een interpretatieve onthulling van het eerste.

De sleutel ligt in het literaire ritme dat Johannes door het hele boek heen hanteert. Eerder hoort hij over ‘de Leeuw van Juda’, een figuur van koninklijke, veroverende macht. Maar wanneer hij zich omdraait, ziet hij ‘een Lam dat als geslacht staat’. Het Lam vervangt de Leeuw niet; het Lam onthult wat de Leeuw werkelijk is. Horen en zien leveren geen twee afzonderlijke gegevens, maar vormen twee invalshoeken op dezelfde werkelijkheid – belofte en vervulling, symbool en interpretatie.

Dezelfde dynamiek is aan het werk in Openbaring 7. Johannes hoort eerst over de volkstelling van Israël, een symbolische evocatie van Gods verbondsvolk, voorbereid op de strijd of beschermd tegen beproevingen. De lijst zelf is al theologisch in plaats van letterlijk – Juda staat vooraan, Dan ontbreekt, Jozef en Manasse verschijnen beiden. Het is Israël, maar dan opnieuw vormgegeven rond de Messias. Maar wanneer Johannes dat hoort, ontvouwt hij dat met een beeldspraak: het verzegelde volk van God verschijnt als een ontelbare menigte uit alle volken, gekleed in wit, staande voor het Lam. Wat eerst werd gehoord in de taal van Israëls identiteit als Gods volk, wordt nu gezien in zijn eschatologische volheid: het volk van God uitgebreid, getransfigureerd en verzameld uit de hele mensheid.

Dit universaliseert Israëls roeping. De verbondsidentiteit van de Sinaï blijft de grammatica van het visioen, maar de reikwijdte ervan blijkt wereldwijd te zijn. De 144.000 en de menigte zijn geen twee eschatologische gemeenschappen, maar één volk dat tweemaal wordt beschreven: eerst in de symbolische taal van Israël, vervolgens in de zichtbare werkelijkheid van de verloste mensheid.

Openbaring 7 biedt dus geen dubbele bestemming, maar een enkel, gelaagd portret van Gods volk. Het Lam verzamelt de stammen; de stammen worden een menigte; en de menigte belichaamt de belofte die aan Israël werd gedaan. Horen en zien komen samen in één verloste gemeenschap, verzegeld, onderhouden en voor de troon gebracht om Hem te aanbidden.

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Bijbelstudie, Israël, Theologie. Bookmark de permalink.

Eén reactie op Van horen naar zien: het volk Gods in Openbaring 7

  1. Jan Luiten schreef:

    Precies! Het evangelie is eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. Rom. (1:16).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *