Twee internationale rechtsbeginselen en hun toepassing in het ontstaan van Israel

De oprichting van moderne staten is vaak verweven met complexe juridische en politieke kwesties. Twee belangrijke internationale rechtsbeginselen, terra nullius en uti possidetis juris, spelen een belangrijke rol in deze processen. Wat is de betekenis van deze beginselen? En hoe zijn ze van toepassing op de historische context van de opdeling van Brits-Indië in 1947, wat leidde tot de oprichting van India en Pakistan, en de oprichting van de staat Israël in 1948? De vergelijking tussen deze beide situaties kan verhelderend zijn.


Terra Nullius: Het Principe van Leeg Land

Het concept terra nullius verwijst naar land dat als “niemandsland” wordt beschouwd, dat namelijk niet onder de soevereiniteit van een bestaande staat valt. Dit principe werd in de geschiedenis vaak gebruikt om koloniale overheersing te rechtvaardigen. Europese mogendheden beschouwden gebieden waar geen georganiseerde staatsstructuren naar Europese normen aanwezig waren, als rechteloos en vrij voor annexatie.

Toepassing op Israël (1948)

Bij de oprichting van Israël in 1948 was het concept van terra nullius indirect relevant. Hoewel Palestina niet letterlijk als terra nullius werd beschouwd, werd het gebied door veel denkers wel gezien als een land dat opnieuw bevolkt en gecultiveerd moest worden, ondanks de bestaande Arabische bevolking. De Balfour-verklaring van 1917 en het Britse Mandaat van Palestina (1920-1948) legitimeerden een joods thuisland in dit gebied. De oprichting van Israël kwam echter niet zonder conflict, aangezien een deel van de (schaarse)  Arabische bevolking de joodse immigratie en de plannen voor een joodse staat als een schending van hun rechten beschouwde. Het waren echter vooral de omringende Arabische staten die met openlijk antisemitische argumenten de oprichting van de staat Israël geheel en al wilden tegengaan en zelfs dreigden de toenmalige joodse bevolking uit te roeien.

De VN-verdelingsresolutie van 1947 (Resolutie 181) stelde een verdeling van het mandaatsgebied Palestina voor tussen een Joodse en een Arabische staat. Hoewel Israël deze verdeling accepteerde en op grond daarvan zijn onafhankelijkheid uitriep in 1948, wezen Arabische landen als Egypte, Syrië en Libanon het voorstel af. De Arabische vluchteliungen uit Israël werden in kampen opgesloten, terwijl ze eigenlijk recht hadden op acceptatie in Egypte en Jordanië. Het was toenmalige Arabische politiek echter dat te verhinderen zodat er een Arabische groep “Palestijnen” kon ontstaan als een wapen tegen Israël. Het principe van terra nullius werd hier niet rechtstreeks toegepast, maar de perceptie van het land als “onontwikkeld” (een groot deel was moerasgebied) en “voor herbestemming geschikt” speelde een rol in de legitimering van de juridische claims.

NOOT: Ik blijf denken dat al de term “Palestijnen” hier tot enorme verwarring kan zorgen. Vóór 1967 was er geen Palestijns volk. “Palestijnen” waren alle mensen die in het voormalige Britse mandaat woonden. Golda Meïr’s familie had al eeuwen in dit gebied gewoond, vandaar dat zij zich een “Palestijn” noemde. De achtergrond achter de naam “Palestinian Liberation Organization” suggereert dat “Palestina” als geheel – dus het gehele westelijke mandaatsgebied met die naam – moest worden bevrijd. Bevrijd van wie? Van alle joodse inwoners!


Uti Possidetis Juris: Behoud van Koloniale Grenzen

Het beginsel uti possidetis juris houdt in dat voormalige koloniën hun koloniale grenzen behouden bij onafhankelijkheid, ongeacht of deze grenzen kunstmatig of problematisch zijn. Dit principe heeft als doel om de stabiliteit te bevorderen en territoriale geschillen te voorkomen.

Toepassing op India en Pakistan (1947)

Bij de opdeling van Brits-Indië werd uti possidetis juris een cruciaal principe. Het subcontinent werd verdeeld langs religieuze lijnen, waarbij gebieden met een moslim-meerderheid het nieuwe Pakistan vormden en gebieden met een hindoeïstische meerderheid India werden. Het proces van deze verdeling was echter chaotisch en leidde tot grootschalige migraties en geweld.

De uitdaging lag in het toepassen van de koloniale administratieve grenzen op nieuwe staten. Provincies zoals Punjab en Bengalen werden verdeeld, terwijl prinselijke staten mochten beslissen bij welk land ze zich wilden aansluiten. Het geschil over Kasjmir ontstond omdat de maharadja van Kasjmir, ondanks een moslim-meerderheid in zijn staat, besloot zich bij India aan te sluiten. Dit conflict, dat voortduurt tot op de dag van vandaag, illustreert de beperkingen van uti possidetis juris bij het oplossen van etnische en religieuze spanningen binnen kunstmatig getrokken grenzen. Het illustreert echter ook dat wanneer daadwerkelijk twee staten worden uitgeroepen, volgens de internationakle rechtsorde inderdaad wee staten ontstaan, d.w.z. dat het tot een partitie komt, zoals door VN resolutie 181 ook was beoogd voor Israël en de “Palestijnen”.


Vergelijking van de Beginselen

Hoewel zowel terra nullius als uti possidetis juris worden gebruikt in het internationale recht, dienen ze verschillende doelen. Terra nullius legitimeert de claim op ongeclaimd of “leeg” land, vaak zonder erkenning van inheemse bevolkingen. In tegenstelling daarmee probeert uti possidetis juris bestaande koloniale grenzen te behouden, zelfs als deze onrechtvaardig of kunstmatig zijn.

In het geval van Israël leidde de perceptie van het land als historisch “beloofd” en in zekere zin “onbenut” tot spanningen met een deel van de inheemse Arabische bevolking. De gewapende overval van Arabische landen tegen de nieuwe staat Israël maakte juridisch gezien elke claim op bezit van (een deel van) het land zowel juridisch als feitelijk onhoudbaar.  Hoewel India en Pakistan uiteindelijk als aparte staten werden erkend, veroorzaakte de toepassing van uti possidetis juris hier directe conflicten door religieuze verdeeldheid en onduidelijke grensafbakening. Niemand kan echter claimen dat Pakistan recht heeft op grindgebeid van India en vice versa. Door het ontbreken van een Palestijnse staat – het partitieplan van de VN werd immers afgewezen – kan er ook geen juridisch houdbare claim zijn op Israëlisch grondgebied, zeker niet na 70 jaar strijd.


Conclusie

De oprichting van staten zoals Israël, India en Pakistan toont aan dat internationale rechtsbeginselen vaak in strijd zijn met politieke percepties van volkeren die buiten deze rechtsorde om proberen politieke en praktische doelen na te streven. Terwijl terra nullius en uti possidetis juris juridische fundamenten bieden, kunnen ze spanningen en conflicten niet uitsluiten; vooral wanneer  religieuze strijd (en in dit geval: eeuwenlange jodenhaat) als belangrijker word gezien dan het gemeenschappelijke doel van vrede. Wie een beroep wil doen op het internationaal recht kan deze beginselen echter niet negeren.

Dat gebeurt wel wanneer voortdurend wordt gesproken over Israël als de bezetter van de Westelijke Jordaanoever. Dit gebied viel op grond van deze beginselen aan Israël toe na het vertrek van de Britten en de weigering van de Arabieren om een Palestijns-Arabische staat uit te roepen. De Westbank werd weliswaar in 1948 bezet door wat later de staat Jordanie zou gaan heten – die staat was eigenlijk de Palestijnse staat die na het vertrek van de Britten ontstond volgens het beginsel van uti possidetis juris!- maar in 1967 heroverd door Israël.

Internationaal-juridisch gezien is er dus geen sprake van een bezetting door Israël , maar was er wel sprake van een Jordaanse bezetting tussen 1948 en 1967. Het huidige Arabische beroep op de internationale rechtsorde moet dus worden afgewezen, vooral omdat ideologie, slogans en politieke doeleinden die rechtsorde niet mogen bepalen. Het is deze spanning tussen de internationale rechtsorde en de politieke praktijk van onwil en gewelddadig terroristisch verzet die in het conflict tussen Israël en de Arabieren van het voormalige mandaatgebied Palestina, tot meer dan 70 jaar oorlog geleid heeft.

Dit bericht is geplaatst in Jodendom. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *