Johannes (3) – Leven en Licht

De eerste drie verzen van de proloog van het evangelie naar Johannes vertellen ons rechtstreeks iets over de godheid van Jezus Christus. Hij was vanaf de eeuwigheid. Hij was bij God, dat wil zeggen communiceerde met God, was voor Zijn aangezicht, er was een levende, persoonlijke betrekking en relatie tussen God en het Woord. En het derde wat hij zegt is dit: God heeft alle dingen door het Woord gemaakt, het Woord is de schepper van alle dingen, en niets dat bestaat, bestaat buiten Hem om.

In de verzen 4 en 5 gaat het vervolgens om het vleesgeworden Woord. Gaat het om de relatie tussen het Woord en de wereld. Twee dingen worden daar gezegd. In de eerste plaats, dat het Woord de bron van alle leven is. En dat dit leven ook het licht is van de menselijke wereld. Leven en licht. Dat is vers 4. En dan het tweede, dat rechtstreeks te maken heeft met de komst van Jezus in de wereld. Het Woord is licht, en schijnt in de duisternis die over onze wereld ligt. En de duisternis heeft dat licht niet kunnen overwinnen. Het is meer dan “niet begrepen” wat in de Herziene Statenvertaling staat. Het gaat er niet om dat de wereld die in duisternis ligt niet heeft begrepen dat Hij het Woord is, maar dat deze duisternis dat licht niet heeft kunnen overwinnen, niet heeft kunnen overmeesteren.

“In Hem was het leven.” Het woord dat hier gebruikt wordt is niet bios, wat op het fysieke en laten we zeggen biologische leven slaat. Het gaat om het geestelijke leven en om die reden gebruikt Johannes het woord dzoè. Als schepper van de wereld is Hij ook de bron van al het levende, dus van het leven. Maar Hij is ook de bron van het geestelijke leven. Dat leven is in Hem.

Wat is geestelijk leven? Het staat tegenover geestelijk dood zijn. Wat is dan geestelijk dood zijn? Paulus zegt in de brief aan Efeze: “Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden.” (2:1) Geestelijk dood zijn betekent dat je niet bij machte bent om God te antwoorden, om in een levende betrekking tot Hem te staan. In deze wereld zijn de meeste mensen geestelijk dood, omdat hun zonden en overtredingen tegenover God niet vergeven zijn. Omdat ze de kracht van de levendmakende Geest niet hebben meegemaakt. Daarom gebruikt Johannes in dit evangelie meer dan 50 keer het woord dzoè, geestelijk leven. De mensen in de wereld waren dood, en Hij kwam om hen het leven te geven. Opdat de mensen wél met God in een levende betrekking konden staan, Hem waarachtig zouden kennen, met Hem zouden wandelen in hun leven. Daarom zegt Hij van zichzelf: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.”

En dan wordt dit Leven dat Jezus Christus kon brengen ook nog eens het licht genoemd. Dat Leven dat in Hem is, straalt naar buiten toe, verlicht alle mensen, verdrijft de duisternis. Net zoals licht vanuit een lichtbron straalt, zo straalt het leven uit Jezus Christus die de bron van het leven is. En dat licht van het leven straalt uit naar alle mensen in de wereld, zoals we lezen in vers 9. “Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en ieder mens verlicht.” Hoe kun je dat leven ontvangen? Hoe kun je dat licht in je leven laten schijnen? Johannes gaat het in zijn evangelie uitleggen.

In de eerste plaats moet je geloven dat Jezus de Zoon van God is. Als je dat niet gelooft zoek je het licht op de verkeerde plaats, of blijf je liever in de duisternis, en dan heb je de bron van het leven niet gevonden. Er worden in deze wereld zoveel leugens verteld, de waarheid is zo schaars, maar in Christus vind je de bron van alle waarheid, de Waarheid zelf.

In de tweede plaats moet je vertrouwen hebben in wat Hij geopenbaard heeft. Moet je geloven dat Hij werkelijk de Vader heeft laten zien en de Vader in eenheid met Hem is. Want alleen als je Zijn Woord aanvaard, weet je wat je doen moet en hoe je dat leven kunt ontvangen. Je moet Hem dus erkennen als de Weg die tot het leven leidt.

En in de derde plaats moet je je leven toewijden aan deze twee dingen, je moet de Zoon van God daadwerkelijk gehoorzamen en Hem je leven toevertrouwen. Niet alleen maar weten dat dat zo moet, maar het ook daadwerkelijk doen. Wie dat doet heeft het leven in zichzelf ontvangen, en wandelt in het licht, en is – zoals vers 12 het zegt – een kind van God. Daarom is Hij het Leven zelf, omdat Hij het geestelijke leven geeft aan iedereen die Hem aanneemt in geloof.

Wie Gods wil doen wil, kan het begrijpen – voorbereiding van de verkondiging op 14 mei 2017

Zusters en broeders, gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Wat is er nodig om het evangelie te begrijpen? Het lijkt vaak een heel eenvoudige boodschap. Maar ik heb in mijn leven veel te maken gehad met mensen die het evangelie maar al te simpel vonden. Voor hun was de grote hindernis om Jezus Christus als hun Verlosser aan te nemen juist hun verstand.

Kennis is niet genoeg
Wat is er nodig om het evangelie te begrijpen? Om het op jezelf toe te passen, om het aan te nemen? Natuurlijk moet je daar iets van weten. Je moet het gehoord hebben in de kerk, geleerd hebben in de catechisatie, gelezen hebben in de bijbel. Je moet er kennis van genomen hebben. Maar kennis alleen is niet genoeg. Er was meer dan genoeg kennis van de bijbel bij de mensen in de tempel op het Loofhuttenfeest. Jezus gaat in de voorhof staan en begint te spreken. Al gauw zal er een grote groep mensen om hem heen zijn gaan staan. Zo deden de rabbijnen dat. Elke dag gingen ze daar staan om onderwijs te geven, de bijbel voor te lezen en uit te leggen. Zowel aan joden als aan heidenen. Jezus gaat ook op die plaats staan. En Hij heeft ongetwijfeld de groep mensen om zich heen gehad die de Heilige Schrift al behoorlijk gekend hebben. Ze zullen ook wel goed doorkneed zijn geweest in de rabbijnse leer. Is het voor hun dan makkelijk om Jezus te begrijpen?
Wat zou het mooi zijn als we daarbij hadden kunnen staan. Natuurlijk weten we veel over het onderwijs van Jezus door de evangeliën te lezen. Maar het is net alsof je dan de samenvatting leest. Zelfs in het evangelie van Johannes met zijn lange redevoeringen, krijgen we echt niet alles te horen wat Jezus gezegd heeft. Of wanneer we de tekst hadden van de preek die Jezus heeft gehouden in de synagoge van Kapernaüm, over die prachtige tekst uit Jesaja met de grote bevrijding voor armen, blinden, doven enzovoorts. Maar op die manier zijn de woorden van Jezus niet bewaard gebleven.

Jezus is geheel anders
Het valt de mensen op dat Zijn manier van lesgeven heel anders is dan die van hun leermeesters, de rabbijnen. Het gezag van de rabbijnen berustte niet alleen op hun kennis van de bijbel, maar ook op de kennis van de traditie. Rabbijnen spraken niet in eigen naam. Ze zeiden niet: “dit is wat ik hier lees.” Ze noemden altijd de naam van hun leraar erbij, bijvoorbeeld: rabbi Jozef zei in de naam van rabbi Gamaliël… Etcetera. Jezus moet anders gesproken hebben. Waarschijnlijk zoiets als: eerst een citaat van de Schrift, en dan woorden zoals: “dit Schriftwoord is in vervulling gegaan”, of misschien wel: “tot de voorvaderen is gezegd, maar Ik zeg u…” Of met die plechtige formule: voorwaar, voorwaar Ik zeg u. Het spreken van Jezus leek meer op dat van een profeet dan dat van een leraar. Maar Hij heeft ook nooit gezegd: “zo spreekt de Here”, dus ook daar konden zij Hem niet mee vergelijken. Jezus was ook niet zomaar een profeet. Het leek alsof Jezus op eigen gezag sprak, alsof God Zelf rechtstreeks tot hen sprak. En dat was verbazingwekkend. Hij was niet gekleed zoals de farizeeën en schriftgeleerden, en Hij sprak waarschijnlijk met een lichte Galilese tongval. Hij was anders. Rabbijnen kwamen uit Judea, en ze droegen geen ruwe witte wol, maar fijn geweven zwarte kleding. En hun gezag was gebaseerd op dat van de traditie, op de grootste leermeesters voor hen. In Jezus echter was God zelf als leraar in hun midden. Meer dan Mozes, en meer dan Elia was Hij.

Vanwaar de kennis van Jezus?
Maar de mensen in de tempel hebben daar geen idee van. Ze zien hun Galilea op een wonderlijke wijze spreken en een enorme kennis van de schrift tentoonspreiden. Hoe is het mogelijk dat Hij, Jezus, de Schriften zo goed kent? De vertaling van het NBG zegt: “Hoe is deze zo geleerd”, maar een betere vertaling is:” Hoe weet Deze de Schriften” – zoals de Statenvertaling het zegt. Jezus heeft overduidelijk geen onderricht van de rabbijnen ontvangen. Hij spreekt niet zoals zij. Toch kende Hij ongetwijfeld alle boeken van het Oude Testament uit Zijn hoofd en was Hij in staat om die perfect duidelijk te maken. En Hij wist feilloos die woorden toe te passen op het persoonlijke leven. En Hij sprak met grote zekerheid over zaken van vergeving en gerechtigheid en vrede en over de toekomst van Israël en de wereld. Dat alles paste in het geheel niet in de geleerdheid van de joodse leiders van dat moment.
Jezus breekt ook met gangbare opvattingen. Hij negeert de gewoonten en de bijbeluitleg van de rabbijnen. In vers 21 en 23 wordt dat duidelijk. Zes maanden daarvoor was Hij ook in Jeruzalem. Toen genas hij een mens die 38 jaar lang verlamd geweest was. En in plaats van Hem te prijzen omdat Hij deze goddelijke gave van genezing gebruikte, waren ze boos op Hem omdat Hij het deed op de sabbat. En omdat Hij toeliet dat de man die genezen werd zijn ligbed opnam en rond liep, ook op de sabbat. Joodse gewoonten, vaststaande rituelen, overtuigingen over de sabbat – Jezus’ onderricht bouwt daar niet op voort maar breekt er mee.

Tegen de gewoonte in
Hoe zou iemand dan, die in die tijd is opgegroeid, de leer van Jezus kunnen begrijpen? Als je hele leven bepaald wordt door het onderwijs van vroeger en de gewoonten van vandaag, dan is er geen ruimte voor iets nieuws. Dan denk je niet eens na over wat er gezegd wordt. Je hebt je oordeel al kant-en-klaar. Zo doen wij het nu eenmaal! Zo denken wij nu eenmaal! Zo hebben we het altijd al gehoord! Zo hebben de andere rabbijnen het ons gezegd! Het zijn allemaal obstakels voor de joodse menigte en voor de leiders om het evangelie dat Jezus komt brengen te verstaan en te begrijpen.

De voorwaarde van ons begrip
Maar dan spreekt Jezus over de enige voorwaarde die vervuld moet worden om Zijn leer te kunnen begrijpen. Hij zegt ook nog wel andere dingen, bijvoorbeeld dat Hij niet uit Zichzelf spreekt, maar een openbaring van God de Vader doorgeeft. “Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem, die Mij gezonden heeft.” Maar dat op zich is nog niet overtuigend. Dat is eerder aanstootgevend. Want dat betekent dat Hij geen onderwijs geeft in naam van Zijn menselijke leermeesters. En dat zijn zij allemaal nou juist gewend. Zo werkt de traditie. De joden in de dagen van Jezus hadden zelfs de overtuiging, dat God niet een enkele thora, maar twee thora’s gegeven had. De ene was schriftelijk vastgelegd door Mozes, en de andere was een grote verzameling van de rabbijnse uitspraken die samen ook thora, dat wil zeggen goddelijke onderwijzing waren.
Maar dan komt de voorwaarde aan bod, dan komt dit belangrijke zinnetje van Jezus in vers 17: “Indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit mijzelf spreek.” De Bijbel in gewone taal heeft hier: luister naar God en doe wat hij wil! Dan zul je ontdekken dat ik zijn boodschap vertel, en dat ik niet namens mijzelf spreek.” Ik weet niet of het duidelijk genoeg wordt in die vertaling dat het om een voorwaarde gaat! Je moet eerst iets willen, en dan zul je iets begrijpen. De beste vertaling is toch: “als iemand zijn wil doen wil, zal hij van deze leer erkennen of zij uit God is, of dat Ik vanuit Mijzelf spreek.”

#1 Gods wil doen
Drie dingen vinden we hier dus. In de eerste plaats de voorwaarde. Als je het evangelie van Jezus gehoord hebt en wilt begrijpen, dan moet het uitgangspunt zijn dat je de wil van God wil doen. Het is het zoeken naar Gods wil en naar Gods stem waardoor je oren geopend zijn, en je hart bereidwillig is om te ontvangen wat wordt gezegd. Als je de bijbel leest met het vaste voornemen dat je niets nieuws wilt leren, dat je niet gehoorzaam wilt zijn aan wat je leest, of dat het niet de stem van God zelf is die je daarin hoort, zal geen woord uit de bijbel tot je kunnen doordringen. Maar als je op zoek bent naar Gods wil met de intentie om daaraan ook gehoorzaam te zijn, dan gaat het Woord ook werkelijk tot je spreken. Dan zul je erkennen dat dat Christus zegt in Zijn Woord, waarachtig uit God is en tot jou gericht is.

#2 Gods waarheid erkennen
Het tweede punt is: dan zul je deze leer erkennen. Het is niet toevallig dat het woord “leer” gebruikt wordt. De woorden van de schrift zijn wel gericht aan het hart, maar het is de bedoeling dat we God ook dienen met ons verstand. En het is Gods woord dat ons verstand moet vormen en vervullen. Waarachtige wijsheid berust niet op menselijke inzicht, maar op het vermogen om het woord van God in te drinken, te verstaan, te begrijpen en dan ook toe te passen. Het Woord van God heeft dus ook wat we noemen een leerstellige inhoud, het wil ook onderwijzen. Het Bijbelse onderwijs is dan weliswaar geen theoretische kennis, maar praktische wijsheid – maar dat betekent niet dat het ons niets zegt over de wereld, over onszelf, over de gemeente en Christus, wat we met het verstand moeten proberen te begrijpen.

#3 Jezus’ woorden zijn Gods woorden
En dan het derde punt. Wat zullen we dan erkennen als we met deze houding het woord van Jezus benaderen? Zullen erkennen dat de leer van Jezus uit God is. Bij God vandaan komt. Gods eigen stem en Woord is. De joden van Zijn tijd wisten dat de rabbijnen onderling over allerlei zaken van mening verschilden. Binnen de ruime grenzen van het jodendom waren er verschillende benaderingen mogelijk. Er waren niet alleen farizeeën die zo aandrongen op de letterlijke en gedetailleerde toepassing van de wet op het dagelijks leven. Er waren ook sadduceeën die vooral bezig waren met de politieke situatie van Israël, zowel de binnenlandse veiligheid als de relatie met de Romeinen waren hun belangrijke zorg. Er waren priesters die alleen maar bezig waren met de nauwkeurige regels rondom de offers in de tempel. En over al deze zaken verschilden de rabbijnen van mening. En dan staat hier Jezus in hun midden en Hij zegt niet, als een ruimhartige gelovige van onze tijd, dat iedereen maar zijn eigen leer moet volgen, zijn eigen interpretatie mag geven, zolang het maar binnen de ruime grenzen van het jodendom – of bij ons het Christendom –  blijft. Hier komt Jezus een leer brengen waarvan Hij claimt dat deze uit God is – wat betekent dat al het andere dat in die dagen werd onderwezen en alles wat heden ten dage wordt onderwezen dat niet in overeenstemming met Zijn leer is, ook niet uit God is.

Valse leraren zoeken eigen roem
Je kunt het zien, zegt Jezus. Als iemand een leer brengt die tot doel heeft om zijn eigen roem en status te verhogen. Als hij wil laten zien dat hij de grootste wijsheid heeft; als hij wil laten zien dat hij slimmer is dan de andere rabbijnen. Als hij wil laten zien dat hij de woorden van de schrift zo kan bijbuigen, zulke slimme interpretaties kan uitvoeren, dat de bijbel precies gaat zeggen wat hij zelf denkt. Dat is mooi! De bijbel zo uitleggen dat God jou gelijk geeft. Kijk maar! Dit is wat ik denk, en God zelf geeft mij gelijk! Zo iemand is toch niet echt bezig met het zoeken naar Gods wil? Zo iemand verheerlijkt toch niet God met deze leer? Dat is het verschil tussen Jezus en de rabbijnen. Hij is er niet op uit om zijn eigen roem en status te bevorderen. Het gaat Hem om de grootsheid en de waarheid van God.
Daarom heeft Jezus de man in Bethesda genezen. De genezing van deze man was de wil van God. En daarom deed Hij het gewoon op de sabbat, omdat deze dag bestemd was voor de heerlijkheid van God en voor de rust van de mens. Wie een mens geneest verheerlijkt God; wie God wil verheerlijken moet het welzijn van zijn naaste zoeken. Dat was de leer van Christus. Maar zij hebben het niet begrepen, omdat ze verstrikt waren in menselijke opvattingen en gewoonten en er in hun hart geen plaats meer was voor de bereidheid om alleen God te erkennen; alleen Gods waarheid, alleen de waarheid van de schrift en niet de leringen van mensen.
De belangrijkste van deze drie voor dit moment, als het gaat om de toepassing, is natuurlijk het eerste punt. Het is de voorwaarde van onze ontmoeting met Jezus en het leren kennen van Zijn Woord. Als je bereid bent om de wil te doen van God de Vader, dan zul je de woorden van Jezus als het laatste en eerste woord  erkennen Wat Jezus zegt, zegt Hij vanuit God zelf. In Jezus spreekt God tot ons; de woorden van Jezus zijn Gods openbaring voor ons.

Jezus’ woorden in jezelf toelaten
Het is belangrijk dat wij nooit zullen toelaten, dat tussen ons en de woorden van Jezus onze eigen gewoonten en menselijke redeneringen een muur oprichten. Dat we Gods woord vervalsen en verzwakken met onze eigen redenaties. Ons hart is listig. Zegt Jezus dat we onze naasten moeten liefhebben? Dan zeggen wij over iemand dat hij onze naaste niet echt is. Zeggen de apostelen in de naam van Jezus dat hij de broeders en zusters in de gemeente moet liefhebben? Dan zeggen wij dat dat niet altijd kan, omdat sommigen nu eenmaal meer broeder en zuster zijn dan anderen. Zo proberen wij steeds onder het woord van God uit te komen. Net als de joden die in de tempel de woorden van Jezus hebben gehoord. Ze komen wel onder de indruk van  Zijn kennis, maar ze zijn niet bereid om het als Gods woord aan te nemen. Maar dan is het nodig dat we ons bezinnen op onszelf: willen wij werkelijk Gods wil en Gods wil alleen doen? Want dan zullen wij weten en erkennen en begrijpen dat het woord van Jezus het woord van God zelf is.

En dat woord hebben wij zo bitter nodig:

Lied 314

Ons gevoel en ons verstand
zijn, o Heer, zo zonder klaarheid,
als uw Geest de nacht niet bant,
ons niet stelt in het licht der waarheid.
Het Goede denken, doen en dichten
moet Gij zelf in ons verrichten.

AMEN