KOINONIA LIVE! over de zonde

De uitzending van zaterdag 14 april 2018. Bespreking van het thema “de zonde”, geïnspireerd door een lezing van Don Carson, en gebaseerd op de verkondiging in Hoofddorp vanafgelopen zondag en het gesprek in de Bijbelkring van Gorssel van afgelopen vrijdag.

Aan de orde komen:

  • De vier redenen dat de moderne cultuur liever niet spreekt over “zonde”.

  • Het begrip zonde in de geschiedenis van David en Bathseba, en Psalm 51.

  • De oorsprong van de zonde (Jesaja 14 en Ezechiel 28).

  • De zonde van de mens in Genesis 3 (zondeval).

  • De gevolgen van de zonde.

  • Het evangelie van Genesis 3.

 

 

Augustinus over de kruisiging (parafrase)

Johannes 19:17-22
En terwijl Hij Zijn kruis droeg, ging Hij de stad uit naar de plaats die Schedelplaats genoemd wordt en in het Hebreeuws Golgotha.
Daar kruisigden zij Hem en met Hem twee anderen, aan elke kant één, en Jezus in het midden.
En Pilatus schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis; en er was geschreven: JEZUS DE NAZARENER, DE KONING VAN DE JODEN.
Dit opschrift dan lazen velen van de Joden, want de plaats waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad; en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Grieks en in het Latijn.
De overpriesters van de Joden dan zeiden tegen Pilatus: Schrijf niet: De Koning van de Joden, maar dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning van de Joden.
Pilatus antwoordde: Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven.

“En zij namen Jezus”. Dit zijn de woorden die mij vandaag opgevallen zijn, toen ik de lijdensgeschiedenis bij Johannes las. Opvallende woorden in dit evangelie, dat een grote nadruk legt op de godheid van Jezus, Zijn almacht en soevereine gezag over alle mensen en alle gebeurtenissen. Natuurlijk horen wij te begrijpen dat Hij zich laat meenemen. Er gebeurt niets zonder Zijn goddelijke instemming. Hij is geen speelbal van menselijke willekeur. Maar toch onderwerpt Hij zich hier aan de macht van mensen. De vernedering van de Zoon van God bereikt hier een voorlopig dieptepunt.

Het moet voor de inwoners van Jeruzalem een groot spektakel zijn geweest. Voor de één een aanleiding tot vluchtig medelijden. Voor een ander een gretig bekeken geweldsdaad. Voor weer een ander een tot bitterheid stemmend voorbeeld van de Romeinse bezetting. Voor weer anderen de diepe tragedie van het einde van al hun hoop en verlangen; de diepe pijn van de naderende dood van een geliefde zoon en broer en leraar. Er zal niemand bijgestaan hebben die vanuit zijn geloof kon zien wat hier werkelijk gebeurde. Een koning draagt in plaats van zijn Koningsstaf het hout van Zijn executie. De Zoon des Mensen wordt overgeleverd in de handen van zondaars op Gods tijd en op Gods bevel om de straf te dragen voor de zonden van alle gelovigen.

Voor wie in deze Jezus leerde geloven, klinken op dit moment in de geschiedenis de woorden van Paulus in de oren. “Maar ik zal mij volstrekt niet beroemen op iets anders dan op het kruis van onze Heere Jezus Christus, door Wie de wereld voor mij gekruisigd is, en ik voor de wereld” (Gal. 6:14). Het kruis van Christus is in de waarneming niet meer dan tragische ondergang. Tragiek beheerst het oog van het ongeloof, dat alleen het spektakel kan zien. Dit kruis echter van de Heere Jezus Christus, is voor Paulus een zaak van roem, van heerlijkheid en glorie. Achter het tragische spektakel speelt zich een goddelijk geheim af. Dit is de ware voorbereiding van het ware Pascha, van de slachting van het lam dat de zonden van de wereld draagt. Johannes zegt het in vers 14, dit was de voorbereiding van het Pascha. Dat begon met de uitroep: kruisigt Hem!” En dan kwam de overlevering aan de soldaten; dan nemen zij Jezus mee en leidden Hem weg (vers 16). Maar het eindigde in de triomf van Gods liefde over de zonde.

O kostbaar kruis, o wonder Gods,
waaraan de Prins der glorie stierf;
ik wil om U zijn zonder trots,
ik acht verlies wat ik verwierf.

En door zijn dood en door zijn bloed
is nu de wereld dood voorbij.
Ik ben gestorven, maar voorgoed
van heel de dode wereld vrij.
(Gez. 192:1, 5)

Het verhaal van de bijbel (2) – Don Carson en de zondeval

Het begin van het Bijbelse verhaal ligt dus in de schepping. De eerste grote gebeurtenis die de geschiedenis van de mens binnen de schepping bepaald heeft, is wat we noemen de zondeval. In zijn boek beperkt Carson zich tot een viertal opmerkingen die vooral het contrast willen laten zien tussen het Bijbelse verhaal van de zonde en de moderne en postmoderne opvatting over de betekenis van het kwaad. Een volledige behandeling van de tekst van Genesis 3 blijft hier achterwege.

Doorgaan met het lezen van “Het verhaal van de bijbel (2) – Don Carson en de zondeval”

Koinonia Bijbelstudies – Romeinen 9:24-33 – bespreking van 23 januari 2018

Inleiding van de bijbelbespreking van dinsdag 23 januari 2018.

Centraal staat vers 24 over de roeping van joden en heidenen, daarna de parafrase van het gehele gedeelte met enkele inleidende opmerkingen.

Tweede deel van de bijbelbespreking van dinsdag 23 januari 2018. In deze aflevering de verzen 25 tot 30.

Paulus citeert Hosea en Jesaja over het herstel van Israël maar maakt duidelijk dat dit ook de verlossing van de heidenen betekent – en dat slechts een minderheid uit Israël en de volkeren behouden zal worden.

Derde en laatste deel van de bijbelbespreking van 23 januari 2018. In deze aflevering de laatste drie verzen: 30 – 33. Waarom heeft Israël haar messias niet kunnen aanvaarden? en waarom heeft ze nu te maken met een gedeeltelijke verharding en tijdelijke verwerping? Omdat ze die gerechtgigheid nagestreefd heeft door middel van het doen van de werken van de wet. Terwijl de gerechtigheid nooit op grond van menselijk handelen is verleend, maar altijd en uitsluitend op grond van geloof in Gods wonderbare genade.