Staat het protestantisme dichterbij de joodse traditie?

In mijn vorige bijdrage heb ik met name de katholieke traditie naast de joodse geplaatst. Maar we kunnen de vraag stellen of de Joodse traditie beter bewaard is gebleven in het protestantisme?


Als je de protestantse tradities van Luther, Calvijn en Zwingli naast de Joodse benadering van zekher legt, krijg je op het eerste gezicht de indruk dat de protestantse praktijk dichter bij de joodse traditie staat. Dat is een overtuiging die voor veel protestantse theologen vanzelfsprekend lijkt te zijn. Heeft de Reformatie namelijk niet de Veritas Hebraica ontdekt? Nu is dat niet omdat ze eenvoudig te vergelijken zijn, maar juist omdat hun verschillen iets blootleggen over hoe christelijke tradities zich hebben losgemaakt van – en soms weer verrassend dicht zijn gebleven bij – de Joodse logica van rituele herinnering.

Luther staat het verst af van de Joodse traditie. Zijn opvatting van het avondmaal blijft sterk sacramenteel: Christus is werkelijk aanwezig “in, met en onder” brood en wijn. De herinnering is niet primair pedagogisch of narratief, maar een deelname aan Christus’ werkelijke tegenwoordigheid. Dat sacramentele realisme is duidelijk christelijk en staat ver af van het Joodse idee dat herinnering gestalte krijgt door het handelen van de gemeenschap. Luther wil geen symboliek, geen loutere herinnering, maar een mysterie dat zich in het heden voltrekt. In die zin blijft hij dichter bij de katholieke anamnesis dan bij zekher.

Calvijn neemt een middenpositie in. Hij verwerpt Luthers fysieke tegenwoordigheid, maar houdt vast aan een “geestelijke tegenwoordigheid” van Christus. Het avondmaal is voor hem een werkelijke ontmoeting met Christus, maar dan door de Geest, niet door de elementen zelf. Tegelijkertijd krijgt de herinnering een sterk pedagogisch en ethisch karakter: het avondmaal vormt de gelovige, herinnert aan Gods genade, en roept op tot een leven van dankbaarheid. Hier ontstaat een zekere verwantschap met de Joodse traditie: de herinnering is niet alleen sacramenteel, maar ook vormend, moreel, en gericht op het leven van de gemeenschap. Toch blijft Calvijns theologie geworteld in een christologische structuur die fundamenteel verschilt van de Joodse.

Zwingli komt het dichtst in de buurt van het begrip zekher, maar om een paradoxale reden. Hij ontkent elke vorm van werkelijke tegenwoordigheid – fysiek, geestelijk of sacramenteel. Het avondmaal is voor hem een symbolische handeling, een herinneringsmaaltijd waarin de gemeente Christus gedenkt en haar verbondenheid met elkaar bevestigt. De nadruk ligt op het doen, het samenkomen, het vertellen en het herhalen. Dat lijkt op het eerste gezicht sterk op de Joodse logica van rituele herinnering: de gemeenschap maakt het verleden present door het ritueel te voltrekken. Maar de gelijkenis is slechts formeel. Waar de zekher de herinnering verbindt aan een concreet historisch handelen van God in de geschiedenis van Israël, verbindt Zwingli de herinnering aan een innerlijke, morele en rationele overtuiging. Het ritueel is niet een herbeleving van bevrijding, maar een symbolische bevestiging van geloof. Daardoor blijft zijn benadering uiteindelijk verder van de Joodse traditie dan het uiterlijk lijkt.

Als je de drie reformatoren samen bekijkt, ontstaat een genuanceerd beeld. Luther blijft sacramenteel en staat daarmee het verst van de Joodse traditie. Zwingli lijkt qua vorm het meest op zekher, maar mist de existentiële en historische diepte van Joodse rituele herinnering. Calvijn bevindt zich ertussenin: zijn nadruk op vorming, gemeenschap en ethiek brengt hem dichter bij de Joodse pedagogische traditie, maar zijn theologie blijft onvermijdelijk christologisch en sacramenteel van aard. Geen van hen staat werkelijk dicht bij de Joodse traditie, maar elk raakt er op zijn eigen manier aan: Luther door het belang van presentstelling, Calvijn door de vormende kracht van het ritueel, Zwingli door de nadruk op herinnering als gemeenschappelijke handeling.

In die zin laat de vergelijking zien hoe breed het christelijke spectrum is geworden nadat het zich losmaakte van zijn Joodse wortels. De Joodse traditie van zekher blijft uniek: een rituele, ethische, generatieve herinnering die de gemeenschap vormt door het verhaal telkens opnieuw te belichamen. De protestantse tradities spiegelen zich eraan, raken eraan, maar vallen er nooit mee samen. Dat verschil is wellicht een tekort, maar zeker een teken van de eigen weg die het christendom is gegaan – een weg waarop de echo van Exodus 13:8 wel hoorbaar blijft, maar in een andere toonsoort.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Israël, Jodendom. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *